column

Knooihuizen uit, altijd lastig: negen jaar lang ondergedoken

In Ruinerwold, een dorpje onder de rook van het prachtige Westerbork, is een gezin opgedoken dat negen jaar lang opgesloten heeft gezeten. Een gruwelijke geschiedenis waarvan de details op het moment van schrijven niet bekend zijn – en al waren ze bekend, ik had ze niet willen horen, het is hoogst ongepast om je aan het leed van die mensen te laven. Toch zat ik mij onwillekeurig af te vragen hoe ze na negen jaar afwezigheid tegen de wereld aankijken.

Eerste gedachte: het zal nogal een schok zijn. Veel van mijn vrienden hebben jonge kinderen. Het komt voor dat ik ze jaren niet zie. Die kinderen bedoel ik; mijn vrienden misbruiken onze vriendschap om nu en dan een avondje onverantwoordelijk te kunnen zijn. Hulpeloze baby’s blijken na een paar jaar ineens veranderd in min of meer zelfstandige individuen die kunnen lopen en praten. Je herkent ze niet meer terug. Van hun ouders hoor ik dat het groeien ongemerkt gaat: als je er elke dag naar kijkt valt het niet op. 

Voor de wereld geldt precies het omgekeerde. Wie het nieuws volgt ziet het elke dag een stukje slechter worden, in werkelijkheid verandert er niets: ook negen herfsten geleden dwarrelden de blaadjes van de bomen, ook toen riep het moment waarop de pepernoten in de winkels lagen meer emoties op dan de personeelstekorten in de zorg.

Dankzij vooruitstrevende en maatschappijkritische bands als Titt’n staat Ruinerwold bekend als muziekdorp. Het is niet denkbeeldig dat het gezin in kwestie uit muziekliefhebbers bestaat. Waarschijnlijk zullen ze zwaar teleurgesteld zijn als ze de radio aanzetten. Al zaten ze twintig jaar ondergedoken. Goed, Kane heet tegenwoordig Kensington, Acda & De Munnik zijn veranderd in Suzan & Freek en Brainpower is Boef geworden, maar hij kan nog steeds niet rappen en Marco Borsato domineert onveranderd de hitparade. 

Tijdens het lezen van de duizendste editie van OOR, dat heerlijke potje navelstaren voor gevorderden dat vorige maand verscheen en enkel nog antiquair verkrijgbaar is, drong eenzelfde beeld zich op. Op de introductie van de synthesizerspeler en de Nederlandstalige hiphop na is er sinds de Beatles niets veranderd.

Hoe anders is het gesteld met de popjournalistiek. In de jaren zeventig waren artiesten meer afhankelijk van de media dan andersom, en dus vond Ringo Starr het prima om een potje met OOR-journalist Harry van Nieuwenhoven te bekvechten. Alfred Bos bezocht voor een artikel drie (!) optredens van Japan – een band die weliswaar een heel land naar zich vernoemd kreeg maar toch nooit werkelijk belangrijk is geweest. Nina Hagen kwam niet naar Pinkpop omdat de kritieken in de Nederlandse pers ongunstig waren. Tegenwoordig moeten we onbekende bands smeken om twintig minuten met de reservebassist te mogen bellen, die bij het flauwste vermoeden van tegenspaak meteen ophangt. Media betalen niet of nauwelijks voor concertrecensies, het toegangsticket is de beloning. Er is geen muzikant te vinden die zich iets aantrekt van wat er over hem geschreven wordt. Een gezin dat vandaag onderduikt, zou over negen jaar wel eens een wereld zonder popjournalistiek aan kunnen treffen. Gelukkig zijn er altijd vacatures in de zorg.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Time
album
Kensington

Time

Zouden de mannen van Kensington het eigenlijk erg vinden dat ze nou niet bepaald worden erkend als kwaliteitsmuzikanten? Zouden ze ...
De 5 albums en tracks van deze week: Tindersticks, Meindert Talma, Billie Eilish e.a.
nieuws

De 5 albums en tracks van deze week: Tindersticks, Meindert Talma, Billie Eilish e.a.

Vrijdag, releasedag! Maar waar begin je met luisteren? En – zeker zo belangrijk – waar hou je op? OOR‘s hoofdredacteuren Erik van ...
No Treasure But Hope
album
Tindersticks

No Treasure But Hope

Wie had in 1993 gedacht dat dit magistrale treurwilgenorkest het zo lang zou volhouden? No Treasure But Hope is alweer ...

Knooihuizen uit, altijd lastig: negen jaar lang ondergedoken (column) | OOR