film

Alle maskers af: Nick Cave live in Alexandra Palace (bios)

Wie dacht een goed beeld te hebben van Nick Cave, zal dat na het zien van de film Idiot Prayer – Nick Cave Alone At Alexandra Palace toch een beetje moeten bijstellen. Niet zozeer omdat de in elegant zwart Gucci-pak gehulde zanger in deze so(m)bere post-lockdown soloperformance zijn persoonlijke ziel en zaligheid bloot legt zoals hij deed op zijn rouwplaten Skeleton Tree en Ghosteen, maar omdat hij je met de film de essentie van zijn artistieke wezen laat zien.

Hij doet dat in Noord-Londen, in een onthutsend leeg Alexandra Palace, waar normaliter elfduizend bezoekers in passen. Jaarlijks vindt hier bijvoorbeeld het wereldkampioenschap darts plaats. Maar ditmaal, op 19 juni 2020, op het moment dat Groot-Brittannië uit quarantaine ontwaakt, vertolkt Nick Cave midden in deze gigantische hal, gezeten achter een zwarte Fazioli-vleugel, 25 songs. In z’n eentje. ‘Omringd door Covid-beambten met tape en thermometers’, nuanceert hij zelf in het begeleidend persbericht. Plus ‘gemaskerde cameralieden, nerveus ogende technici en emmers vol handgel’.

Van hun aanwezigheid krijgt de kijker – op een glimp van de cameraploeg na – in de één uur en 43 minuten durende film helemaal niks mee. Dat ‘alone’ in de subtitel staat er immers niet zomaar. Cave beoogt met de film ‘iets zeer vreemds en moois te creëren dat iets zegt over deze onzekere tijd, maar er op geen enkele manier voor boog. Een souvenir van een raar en precair moment in de geschiedenis.’ Een souvenir, vertaal ik maar even, van onze social distancing en maatschappelijke isolatie de maanden ervoor.

25 songs, dat zijn er vier meer dan op de al even indrukwekkende audioregistratie die later deze maand op album uitkomt. Cave brengt ze in hun meest gestripte, naakte gedaante. Stem en piano, nul opsmuk. De performance zelf is in één ononderbroken take gefilmd. Achter de montagetafel is echter wel degelijk driftig creatief gesleuteld. De belichting wil per song nog wel eens variëren en aan het eind ligt de vloer rondom Cave bezaaid met tekstvellen van liedjes die al zijn gespeeld. Het vertolken vergt zichtbaar veel van de 63-jarige Australiër. Je ziet zijn inlevingsvermogen keer op keer op het hoogste toerental draaien, evenals zijn inzicht in de dramatische werking van klank en woord.

Telkens die bijna masochistische opgave om zichzelf als uitvoerende helemaal dienstbaar te maken aan wat de song verlangt. De notie ‘showmanship’ lijkt in deze eenzame setting nauwelijks van toepassing. We krijgen daarbij letterlijk vele gezichten van Cave te zien. Gezichten die je soms nog nooit eerder gezien hebt. Ik in ieder geval niet. Van sardonisch tot teder of bedremmeld, van demonisch tot uiterst liefdevol, van streng en gebiedend tot verslagen en kwetsbaar. En dan is er de blik van het ‘stinkend zijn best doen’, van opperste concentratie, van het schooljongetje dat voor het bord is geroepen om een som op te lossen die zijn pet bijna te boven gaat.

De film kan dat verrassende arsenaal aan gelaatsuitdrukkingen goed gebruiken, want veel actie zit er natuurlijk niet in Idiot Prayer. Het tonen van Cave’s worsteling met zijn muze (en zijn onderwerping aan haar) maakt van Idiot Prayer zo’n intense kijkervaring. Cave is een weergaloos woordkunstenaar en ongeëvenaard songschrijver, na 2015 ook gerespecteerd rouwspecialist, maar hier zien we hem dus als pure voordrachtskunstenaar. Juist omdat hij alle maskers aflegt. Puurder kan niet. Dit is Cave en het is niet jouw Cave, hij is zijn eigen Cave. Niet de gestripte songs leiden trouwens tot deze conclusie. Het zijn de close-ups die dat doen. Close-ups waarin de camera van Robbie Ryan (o.a. The Favourite en Marriage Story) vrijwel voortdurend de volle reikwijdte van de expressie op Cave’s bepaald niet alledaagse tronie vangt. Ziehier de creatieve mens in volle inspanning.

Idiot Prayer is voortgekomen uit Cave’s rouwverwerkende Conversations With-avonden. Daar waren (veel van) deze liedjes intermezzi bij het spontane vraag- en antwoordspel tussen Cave en zijn toehoorders. Toen trok die dialoog de meeste aandacht, nu sleurt Cave de liedjes weer naar het centrum van de attentie. Nergens in de meer dan anderhalf uur zegt hij een woord, hoogstens is daar een opgelucht lachje (of is het spanning brekend?), wanneer hij een onverwacht dissonant akkoord aanslaat aan het eind van (Are You) The One That I’ve Been Waiting For? Veel, te beginnen met titelnummer Idiot Prayer, is afkomstig van The Boatman’s Call uit 1997, waar zijn liefdesbreuk met PJ Harvey voor inspiratie zorgde en Jezus aan het kruis voor het kompas. De oudste songs zijn van Your Funeral, My Trial uit 1986: Stranger Than Kindness en Sad Waters. De meest recente inbreng stamt van Ghosteen: Spinning Song, Waiting For You en Galleon Ship.

Daartussen: een hele staalkaart uit het Bad Seeds-repertoire, met een enkele verkenning naar de ruigere kanten van zijn verleden: de oudtestamentische Cave in The Mercy Seat en de jonge vader-verwarring van Papa Won’t Leave You, Henry. Ook zijn er (twee) uitstapjes naar zijn Grinderman-periode uit het eerste decennium van deze eeuw. Slechts één nummer is nieuw: het uitgebeende Euthanasia, naar verluidt een outtake van Skeleton Tree, het album dat – in de tijd – het dichtst op de dood van Arthur staat. De tekst is hartverscheurend: ‘I look for you underneath the damp earth / I look for you in the night sky / I look for you underneath the thorn bush / I look for you in the old city / And in looking for you / Ilostmyself / Lostmyself in time.’

Het daaropvolgende Jubilee Street – van Push The Sky Away uit 2013 – biedt de kijker/luisteraar nauwelijks lucht. Vooral de met klem gezongen punchline ‘Look at me now’ voert je weer nadrukkelijk naar de vader die zijn kind verloor en weg van de coronacrisis en haar sociale ontheemding, weg van de spiegel die Cave zijn publiek eigenlijk voor wilde houden. In de toegift – niet op het album, wel te zien in de film – openbaart zich hetzelfde verschijnsel. Vier nummers, waarvan een zeer dicht bij auteur Leonard Cohen blijvend Avalanche aandacht trekt. Prachtig, geweldige koppen trekt hij erbij. De fenomenale, afsluitende Marc Bolan-cover Cosmic Dancer laat er geen twijfel over bestaan wat er werkelijk door Cave’s hoofd spookt: een jongetje dat dansend uit de baarmoeder komt en dansend de graftombe ingaat. ‘Is it strange to dance so soon?’ Dan zien we Nick Cave opstaan van zijn pianokruk en weglopen. De uitgang is één en al stralend licht.

IDIOT PRAYER – NICK CAVE ALONE AT ALEXANDRA PALACE is 26 en 27 november te zien in de bioscoop. Het gelijknamige album, met 21 tracks en een spoken word-fragment uit de film, verscheen op 20 november.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

De stilte valt hard in 'Sound of Metal' (Amazon Prime)
film

De stilte valt hard in ‘Sound of Metal’ (Amazon Prime)

De speelfilm Sound of Metal (beschikbaar op Amazon Prime) is het minimalistische portret van een drummer die zijn gehoor verliest ...
'Ik wil iets fucking agressiefs zien!', riep Ryan Adams
de makers

‘Ik wil iets fucking agressiefs zien!’, riep Ryan Adams

In de serie 'De Makers' nemen we onszelf onder de loep. In plakboekstijl schudden we de archieven van ons colofon ...
Fearless (Taylor's Version)
album
Taylor Swift

Fearless (Taylor’s Version)

Over het behouden van de rechten over je eigen masters is altijd al een hoop te doen geweest. Bij Taylor ...

Alle maskers af: Nick Cave live in Alexandra Palace (bios) (film) | OOR