concert

Best Kept Secret dag 2: Arcade! Fire! Arcade! Fire!

Na een prettige eerste dag is het vandaag tijd voor een van de twee namen waar het voor de meeste bezoekers toch om draait: Arcade Fire! Bijna alle voortekenen wijzen op een heerlijke festivaldag: een geweldige afsluiter, het weer is uitstekend, het is gezellig druk op het terrein en inmiddels is iedereen het betalen met de pinpas alweer helemaal gewend. Er is alleen een probleem: wat te doen tot Arcade Fire begint? Want op de droomheadliner na is het goed zoeken naar de ‘secret’ pareltjes vandaag. Niet getreurd, team OOR doet z’n best en checkt wat er nog meer de moeite waard is.

Kim Janssen (13:30 uur, Stage Two) plukt op Best Kept Secret de vruchten van zijn geslaagde derde plaat Cousins. De liveshow werd op Noorderslag al getest en goed bevonden, maar een a-b-c’tje is een festivalshow als deze natuurlijk nooit. Sterker nog: het is zijn grootste ooit. De zanger heeft een mannetje meer bij zich dan in Groningen: ze staan met z’n elven op het podium. Samen met zijn elftal biedt Janssen Best Kept Secret een meer dan prettige manier om wakker te worden, in een tent die gedurende de set voller en voller wordt. Zijn rijk georkestreerde folk voelt als een warm bad. Als Janssen tussen de nummers door wat verhaaltjes vertelt over de problematiek in de delen van de wereld waar hij geweest is, gaat de koude kraan even aan. Niet dat je er kippenvel van krijgt: daar is het allemaal net wat te wiebelig en onzeker voor. Zo’n show met een elftal aan muzikanten kan al snel te vol klinken, als ze alle elf het voltallige uur op de aanval gaan bijvoorbeeld, maar dat is niet het geval. Janssen weet wanneer hij zijn blazers of strijkers even weg moet sturen, en speelt dan de (kleinere) nummers van vorige platen. De aandacht van de tent heeft hij geen moment voor de volle honderd procent, maar dat is op dit tijdstip ook wel te verklaren. Janssen houdt zich gewoon prima staande en verdient een ruime voldoende. (JS)

Op papier bestaat de programmering van het hoofdpodium vandaag vooral enigszins inwisselbare gitaaracts. De eerste daarvan bevestigt dat vooroordeel direct, want het enige dat echt opvalt aan The Amazons (14:30 uur, Stage One) zijn de rode haren van frontman Matt Thomson. Verder blinken deze Britten vooral uit in on-originaliteit. Dit is Britrock volgens het boekje, maar dan zonder de overdonderende riffs van een Royal Blood of de genremix van een Wolf Alice. Weinig bijzonders dus. Dat gezegd hebbende, écht vervelend is het nou ook weer niet. De heren hebben namelijk geen last van grootheidswaanzin en lijken zelf ook wel te beseffen dat ze nou niet bepaald wereldschokkend bezig zijn, dus spelen ze gewoon netjes hun nummers zonder te verzanden in allerlei vervelende rock & roll-maniertjes. Dat is prijzenswaardig, net als het feit dat ze met radiohit(je) In My Mind bewijzen dat ze het wel in zich hebben om memorabele nummers te schrijven, maar neemt niet weg dat we dit optreden over een paar dagen waarschijnlijk wel weer vergeten zijn. (RvdZ)

Hoeveel fans van Tame Impala en UMO zouden er op deze editie van Best Kept Secret rondlopen? Als ze eens zouden weten hoe vernuft de lo-fi psychpop van Chris Cohen (15:15 uur, Stage Three) in elkaar steekt – want eh, de tent staat nog niet eens halfvol bij aanvang van deze veertiger uit de VS. Iedereen staat waarschijnlijk bij Whitney, de band die zo vaak in Nederland speelt dat de hype nog lang niet vergaan is. Je zou Cohen zelfs het best bewaarde geheim van deze editie kunnen noemen. De set bestaande uit materiaal van zijn twee platen Overgrown Path (2012) en As If Apart (2016) begint muzikaal erg fijn. Het grootste herkenningspunt valt namelijk al vroeg: het aanstekelijk funkende Caller No. 99. Maar als er minder te dansen valt, druipt de al vrij lege Three haast helemaal leeg. Aan het spel en de nummers ligt het niet – de band heeft veel ervaring met de interessante breaks en soms naar exotica neigende ritmes, maar er komt geen energie van Cohen af. Hij staat erbij als een bescheiden kantoorklerk en trekt z’n mond bijna niet open – op de aflevering meest opvallende quote van vandaag na: ‘It’s the first time we play in Hilvarenbeek’. Chris doet én z’n best op de plaatsnaam én maakt het nog geinig en aandoenlijk ook, alsof er buiten dit festival een hele clubscene broeit op de Beekse Bergen. Het grootste deel van het jaar ligt het park er net zo rustig bij als de gemoedstoestand van Cohen, die geen kwaad in de geest heeft, maar een publiek gewoonweg niet kan prikkelen. Jammer, want deze multigetalenteerde artiest levert al decennia lang mooi muzikaal werk af voor hemzelf en voor anderen – bijvoorbeeld de op zondag spelende Cass McCombs. Hopelijk geeft die een betere show. (DC)

Hij is iel, breekbaar, sympathiek en een beetje een anti-ster. Bovendien zit het eten van de avond ervoor nog wat dwars. Dat is Julien Ehrlich, de zingende drummer van Whitney (15:15 uur, Stage Two), de Amerikaanse indieband die op hun vorig jaar verschenen debuut Light Upon The Lake zoveel prachtige kleine liedjes koppelde aan een ontwapenend fris geluid met een schetterend trompetje. Ehrlich drumde ook even in Smith Westerns en Unknown Mortal Orchestra. Zingen en drummen, het blijft een onhandige combinatie, maar Ehrlich komt er mee weg, omdat hij in beide disciplines niet groots is, maar wel altijd doeltreffend. Het spel houdt hij simpel, zijn ijle, fragiele stem komt binnen en treft de ziel. De opbouw van de set is prima en de band oogt een stuk zekerder voor véél meer mensen dan een jaar eerder op het kleinste podium van Pukkelpop. Sterke, korte, lieve liedjes bovendien in overvloed. Meestal geschreven door hem en zijn gitarist Max Kakacek, ook ooit Smith Westerns. En anders viste hij wel ergens een liedje op, zoals You’ve Got A Woman van het vergeten Nederlandse duo Lion uit 1975, of het thema van de tv-serie The Golden Girls (1985-1992). ‘Als je het niets vindt, over 45 seconden is het weer voorbij’, verontschuldigt hij zich op voorhand. Of hij stelt de overbodige vraag ‘Are you alive? Goed voor jullie. Het volgende nummer gaat over de dood. Ik draag het op aan mijn opa.’ Wat een lieve jongen is het toch, daar in zijn tuinbroek. Het type dat vroeger gepest werd op school vanwege zijn piepstem, maar nu een dikke middelvinger opsteekt naar iedereen van toen en vooraan op een podium doet waar hij zin in heeft en goed in is. Het publiek eet uit zijn frêle handjes, als daar geen drumsticks in vastkleven toch. Hij brengt dankzij dat trompetje op het eerste gehoor vrolijke deuntjes met vaak depressieve teksten. Het slotakkoord, de culthit No Woman, zingt iedereen zachtjes mee. Wat kan het leven toch mooi zijn. Ehrlich maakt een filmpje met zijn telefoon van de oprecht klappende menigte. Wat had zijn opa trots geweest. (WJ)

Wie naar een show van Cloud Nothings (17:05 uur, Stage Two) gaat weet wat hij kan verwachten: rechttoe rechtaan indierock met een schepje noise en aardig wat fijne hooks. Dat is ook precies wat Dylan Baldi en consorten ons vandaag leveren. Het pas verschenen vierde album Life Without Sound sneeuwde een beetje onder, maar is nochtans een van de betere gitaarplaten van het jaar. Het nieuwe materiaal valt dan ook prima in de tent, waar, zeker vooraan, al gauw een bescheiden rockfeestje uitbreekt. Er valt genoeg te zeuren, bijvoorbeeld dat die geinige single, Internal World, van de laatste plaat ontbreekt, dat een uur Cloud Nothings eigenlijk véél te lang is en dat de band technisch wel eens wat steekjes laat vallen. Om wat stoom af te blazen is deze show echter perfect en dat konden we vandaag wel gebruiken. (RvdZ)

Wild Beasts (19:05 uur, Stage Two) is anno 2017 een band geworden met twee gezichten. Er is de Wild Beasts van de eerste paar platen, dat galmende synthpop maakt met een grote rol voor de falsetstem van zanger Hayden Thorpe en er is de Wild Beasts van het vorig jaar verschenen album Boy King, dat bijzonder lelijke (maar stiekem ook best lekkere) industriele electrorock maakt met een vrij grote rol voor schurende gitaren. De balans tussen die twee gezichten is nog zoek, met als gevolg een show dat van het lompe He The Colossus meteen weer overschakelt naar het breekbare Hooting and Howling. De band heeft allebei die stijlen gelukkig wel prima in de vingers zitten, het is alleen jammer dat het niet lukt die twee wat beter te vermengen. Alleen tegen het einde lukt dat een beetje, met het een-tweetje van het nieuwe Get My Bang en oudje All The Kings Men. Dan voelt het voor het eerst alsof we niet naar een show van twee verschillende bands staan te kijken. (RvdZ)

Bij aankondiging van zijn volgende gast op de door hem gecureerde Stage Four is DJ St Paul net zo enthousiast als wij. De Nieuw-Zeelander die een uurtje komt draaien leverde de afgelopen jaren heerlijke platen vol soulvolle disco, reggae en dub af, met het onlangs verschenen Harmonies als hoogtepunt. Lord Echo (19:30 uur, Stage Four) is de naam van deze speciaal voor dit uur overgevlogen muzikant/producer/DJ, die de dance-area een tandje terug doet schakelen met deep cuts uit disco, soul en reggae. Zijn plaatkeuze is fijn en interessant – van klassiekers (William DeVaughns Be Thankful For What You Got) tot moderne reworks in eigen straatje (een groovy rework van Missy Elliotts Pass That Dutch) naar eigen werk (oudje That’s Right, gele kaart wel voor het tweemaal spelen van Only You). Een prima vibe, perfect passend bij het eigen oeuvre van Echo. Technisch gezien verloopt het minder soepel: zijn overgangen zijn plots en maken grote stappen over genres – van groovy uptempo disco in één keer naar laidback reggae, om dan weer doodleuk terug te gaan naar uptempo afrobeat. En dan wéér helemaal de sfeer omgooien. Echo lijkt eigenlijk gewoon opnieuw op play te drukken als het voorgaande nummer afloopt. Laten we eerlijk zijn: voor iemand die meerdere instrumenten de meester is, een rijk muzikaal verleden heeft en uitblinkt achter de knoppen, voelen Echo’s DJ-vaardigheden als benedenmaats. Dat deed St Paul een uur geleden toch een stuk beter: mooi gemixte overgangen, voortreffelijke kennis van platen en een mooie combinatie van hits en vergeten parels die bij de dan draaiende gast-DJ past. Toch even een grote shout-out naar Paul Nederveen: de artiest die de meest uren maakt, tijdens alle headliners gewoon sets moet verzorgen en zelf een gevarieerd en sterk danceprogramma neerzet op de Four. (DC)

De show van The Wytches (20:05 uur, Stage Five) heeft op voorhand alles in zich om een van de hoogtepunten van deze festivaldag te worden. Gruizige punk terwijl we de hele dag bestookt zijn met middle of the road-pop, dat zou er als zoete koek in moeten gaan. Als de band aftrapt lijkt het dan ook maar een kwestie van afwachten tot de vonk overslaat met het publiek, dan hebben we een feestje te pakken. Alleen, die vonk slaat dus nooit over. Zanger Kristian Bell kan niet zingen, maar dat houdt hem niet tegen en ook de rest van de band gaat zonder finesse hun instrumenten te lijf. Dat hoort natuurlijk bij een band als dit, maar ondertussen gaan ze wel bijna alle enigszins genietbare nummers die op hun eerste twee platen te vinden zijn uit de weg. Wat rest is een hoop inwisselbare  rag-nummers, die de band dan ook nog zonder enige publieksinteractie, maar met ellenlange pauzes tussen de nummers door, ten gehore brengt. De band geeft vanavond duidelijk zero fucks en hoewel dat op zich wel zijn charmes heeft, zorgt het er wel voor dat die houding al gauw wederzijds wordt. (RvdZ)

De aanwezigheid van George Ezra (20:05 uur, Stage One) op het affiche van BKS deed vooraf menig wenkbrauw fronsen. Net voor zijn doorbraak naar een breed publiek met de hit Budapest stond hij al eens eerder op BKS, maar inmiddels lijkt de aanwezigheid van de hitzanger op dit hippe festival licht misplaatst. Op het grote hoofdpodium, voor een nog warm aanvoelend strand nog wel. Met die diepe karakteristieke stem die amper bij het ventje zelf past. Maar zingen kan hij wel, de blazers in de band zijn van een geweldige meerwaarde en die brave liedjes matchen precies goed bij deze zwoele zaterdagavond. Met een propvol strand. Of staat iedereen daar alvast om een plekje vooraan bij Arcade Fire te bemachtigen? En natuurlijk zingt iedereen dat koortje mee, tijdens afsluiter Budapest. Want veel bezoeker van BKS luisteren ook gewoon naar 3FM en willen soms een feestje, ook als ze niet in de karaoketent staan. Was dat nu trouwens nodig, die karaoketent op het terrein? (WJ)

Alle alternatieve gitaarliefhebbers zoeken een plekje in de tent bij The Thurston Moore Group (21:25 uur, Stage Five). Dan maar wat later naar Arcade Fire. Ze hebben gelijk, want de oude gitarist van Sonic Youth (met tevens drummer Steve Shelly uit die band aanwezig) verkeert in een bloedvorm. Hij opent met het stevige Cease Fire, de gratis te downloaden single die niet op zijn sterke laatste album Rock N Roll Consciousness staat. Hij schreef het nummer in een opwelling na een opmerking van zijn dochter over aanslagen en schietincidenten. Hij vindt niet dat zij bang moet zijn als ze naar een popfestival gaat of ’s avonds een bioscoop verlaat. Het moet maar eens afgelopen zijn met dat vrije wapenbezit van die Amerikanen, al vreest hij dat het daar onder Trump niet van gaat komen. Ook in de andere tracks van zijn nieuwe album, zoals het heerlijk groovy rockende popnummer Turn On, klinkt Moore (58) even gedreven als in zijn beste vroegere jaren met vroegere band. ‘We hebben ons daarmee vaak lang en met plezier opgehouden in de Effenaa’, legt hij het publiek uit als hij een nummer opdraagt aan Carlos van Hijfte, oud-programmeur van de Eindhovense poptempel en tourmanager van Sonic Youth. Met bassiste Deb Googe (My Bloody Valentine) als de nieuwe Kim Gordon en gitarist James Sedwards (Chrome Hoof) in de rol van Lee Renaldo heeft Thurston Moore weer een band naar zijn hart. En het oudere publiek geniet. Dichter bij het geluid van hun oude helden zal geen enkele band komen, ook al soleert Sedwards anders. De passie, het gevoel en de klasse van de liedjes van Moore zijn hetzelfde en dat op zich is al geweldig nieuws. (WJ)

Normaliter vliegt de tijd aan het Hilvarenbeekse meer, vandaag lijkt er iets geks aan de hand. Met de kabbelende shows van van George Ezra en The Boxer Rebellion op de Mainstage kruipt de tijd voorbij. Het is vooral wachten. Wachten op die ene band. En langzaam wordt het dan toch tijd voor de show waar we al de hele dag – of nee, weekend – naar uit kijken: Arcade Fire (22:15 uur, Stage One). De Canadezen zijn gegroeid tot het formaat waarmee je moeiteloos elk festival kunt headlinen. Al vier albums lang horen ze tot de top van de indiescene waar Best Kept Secret zo graag uit put. Arcade Fire stond naar verluidt al langer bovenaan de verlanglijstjes en dit is dan ook een absolute droomheadliner. De setlist is van tevoren niet zo raadselachtig als die van dat bandje uit Oxford waar we morgen mee te maken krijgen. Een beetje speurwerk liet alleen nog de opener en de afsluiter open. Lekker overzichtelijk, mét enigszins een verrassingsfactor.

Als eerste knalt Wake Up van de bühne en direct is duidelijk: deze band is in bloedvorm. Zoals al het hele weekend is ook het geluid van Stage One erg goed. Niets staat een monsterzege in de weg. Op de eerste rijen wordt al vanaf de eerste tonen gehuild en gesprongen, niet lang daarna gaat ook de rest van het veld verloren. Vroeg hoogtepunt is Everything Now. De titeltrack van album vijf is ook live een feestje dat moeiteloos uitmondt in het dansbare Afterlife van vorig album Reflektor. Arcade Fire vindt het niet erg om uit het verleden te putten, debuut The Funeral is met vijf nummers licht favoriet. Van het nieuwe album horen we er drie. Creature Comfort, vrijdag uitgebracht, is tegen de verwachting in zelfs een van de hoogtepunten. De op zich al prima lichtshow verandert in dreigend zwart en wit met een enorme hoeveelheid rook. Later horen we met Signs of Life nog een nieuw nummer, die net als Everything Now enigszins disco-invoeden heeft, maar toch onmiskenbaar als Arcade Fire klinkt.

Aan deze show klopt alles tot in de details. Van de prima visuals tot de bandkleding met het logo van het fictieve bedrijfje Everything Now Corps – dat eerder deze week nog reclame maakte voor ontbijtgranen. Op het podium negen man, waaronder een uitgebreide ritmesessie, blazers en strijkers. Wat deze negen samen kunnen is echt buitengewoon. Tel daarbij op de energie die van het podium afspat en je hebt een veld dat compleet plat gaat. De band beloonde dat met een pure toegift: Intervention stond niet op de setlist, maar als toegift was Everything Now natuurlijk nóg beter geweest. We kunnen nog wel even doorgaan, want deze show was écht een van de buitencategorie.  Eentje waar nog lang over zal worden nagepraat. En over de verder weinig verrassende zaterdag zal helemaal niemand het meer hebben. De lat ligt voor Radiohead morgen in ieder geval gigantisch hoog. (JS)

Ongetwijfeld heeft een groot deel van het strand nog energie voor tien weken na het legendarische Arcade Fire, en dat betekent: even de tranen van geluk drogen, zeggen hoe cool die Will Butler wel niet was met z’n mast-actie, biertje halen en hup de Two in, want daar staat Floating Points (0:00 uur, Stage Two) een uur lang live de nacht in te luiden. De muzikant/neuroloog (ja, echt) uit Manchester is niet vies om op dit belangrijke tijdstip te experimenteren met tracks die gerust een kwartier duren, ruime opbouw, gedurfd knip- en plakwerk en rewinds van een halve minuut. Doordacht genie of impulsieve prutser? Soms is het lastig te zeggen, maar Sam Shepherd is je altijd een stap voor en komt er prima mee weg. Voor zijn doen is hij zelfs nog vrij toegankelijk vannacht: al vroeg valt het jazzy Arp3, vervolgens het heerlijk minimale, doch opzwepende Vacuum Boogie. Om vervolgens de hele boel weer opnieuw op te bouwen terwijl de spiraalvormen op de visuals de ontwikkeling van de tracks visualiseren. Vervolgens mag Best Kept Secret weer los bij Nuits Sonores en stopt Shepherd – inmiddels een handelsmerk – precies op de climax. Dit is onnavolgbare dance-erotiek op z’n best. (DC)

Wie dacht dat de bezoekers van BKS na Arcade Fire uitgefeest waren heeft het drastisch mis. Niet alleen bij Floating Point is het druk, ook voor STUFF. (00:00 uur, Stage Three) vult de tent zich in rap tempo. En iedereen die er niet in past zoekt een plekje naast de open zijwanden of achter de tent. Om toch maar iets mee te krijgen van het weergaloze geluid van deze vijf Vlamingen die op geraffineerde wijze met heel veel passie, technisch vernuft en spel een muziekgenre ontwikkelde waarin evenveel funk, hiphopbreaks, jazzpatronen als elektronische dance zit verweven. Ging het er in de intieme sessie voor 3voor12 eerder op de avond nog heerlijk subtiel aan toe (maar niet met minder passie, spoor die beelden op!), voor deze grote menigte volk geeft de band extra gas en gaat het extra hard tekeer. Maar wat een magnifieke grooves, wat een speelplezier. En wat een lef om met instrumentale muziek (als we de samples van DJ Menno even buiten beschouwing laten) en ronduit ingewikkelde patronen toch een heel groot, niet aan vrij improviseren met een jazzattitude gewend zijnde mensenmassa op deze manier te betreden. Wereldband. Punt. Tot morgen! (WJ)

Door Dave Coenen, Willem Jongeneelen, Jeroen Sturing en Reinier van der Zouw / Fotografie: Ben Houdijk

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

concert
Ryan Adams

Flitsende Ryan Adams kan geen flits verdragen

Bij de merch verkopen ze een linnen tas met de tekst ‘I love Ryan Adams because I love Satan’. Die ...
blog

Mijn 25 jaar Lowlands

25 jaar Lowlands – dat schreeuwt zo vlak voor de aftrap om een terugblik. Op mijn vakantieadres heb ik er ...
concert
Megadeth

De muzikale overtuiging van Megadeth

Naar aanleiding van het optreden dat Megadeth op zondag 6 augustus gaf als onderdeel van de Lokerse Feesten schreef OOR-collega ...