concert

Best Kept Secret Dag 2: The National, Vince Staples e.a.

Het échte best bewaarde geheim van het weekend? Niks geen Hangout; het weerbericht! Die onweerswolkjes zijn sneller van ons telefoonscherm verdwenen dan Wolf Alice op de ONE, en het is verdomme zelfs 27 graden en hartstikke zonnig vandaag. Vroeg op de dag zien we bij Nana Adjoa een uitstekende show, maar worden we bij een blik op het meer jaloers van mensen die drijven op een opblaasbanaan. Hoogste tijd voor een duik in de middag, tussen al die muziek door. Dag twee van deze Best Kept Secret-editie wordt nu al een frissere, vrolijkere dag dan de eerste. En we zijn nog maar net begonnen.

Door: Dave CoenenJeroen Sturing en Reinier van der Zouw

Fotografie: Arend Jan Hermsen

Het fijne aan kamperen op Best Kept Secret is dat je ’s ochtends vroeg je tent niet uit brandt. De bomen van de Beekse Bergen redden je nachtrust, al doet Best Kept Secret er alles aan om diezelfde nachtrust weer naar z’n grootje te helpen. Nu die supermarkt met groene dennenboom zijn intrede heeft gedaan op de Best Kept Secret-camping, zijn ook de ontbijtjes dik in orde en is het nog flink haasten naar het festivalterrein. De rijen voor de ingang liegen er niet om en dus is het kwartiertje speling tussen het openen van de poorten en de aanvang van het programma ineens erg krap. Eenmaal in de bossen schalt Terrified door de bomen. Wakker worden met singer-songwriters is een beproefd recept en dus is de spot van Isaac Gracie (12:15, TWO), geschikt te noemen. Dat deze jonge Britse singer-songwriter het druk ging krijgen kondigde zich al een beetje aan na zijn fantastische onthaal op Eurosonic en de uitstekende debuutplaat. Gracie heeft het vermogen de festivalganger nog even door te laten dromen (reverie), maar daarna ook weer hardhandig wakker te schudden (the death of you & i), zoals Jeff Buckley dat ook kon. 23 is ‘ie nog maar, maar de show van Gracie staat als een huis. Fijne stem, aardige liedjes en een prima attitude. Voorzichtig denken we aan wat dit op Pinkpop zou doen. (JS)

Omni (13:00, FIVE)geeft vanmiddag een spoedcursus zieltjes winnen. Dat doen ze natuurlijk grotendeels door het optreden. De band, met ex-Deerhunter gitarist Frankie Boyles, in de gelederen, maakt stuwende post-punk vol tempowisselingen en straalt vooral heel veel coolheid uit. Zanger en gitarist Philip Frobos heeft bij de eerste noten van opener Afterlife het publiek voor een groot deel mee, de uitstekende ritmesectie doet de rest van het werk. Aan het gevaar van eentonigheid wat bij bands als dit op loer ligt ontsnapt Omni niet, zeker in het midden van de set beginnen de songs wel erg veel op elkaar te lijken, maar door de swingende presentatie wordt het nooit saai en – ook niet onbelangrijk – komt het publiek steeds losser. Tegen het einde van de show heeft Omni de hele tent voor zich gewonnen, en dat legt ze geen windeieren. Als Frobos na afloop van de show achter de barrière wat shirts en albums klaar heeft staan, staat daarvoor een grotere rij dan we dit weekend voor de officiële merchandise-kraam op het terrein hebben gezien. (RvdZ)

Exact een jaar geleden kwam de debuutsingle van Nana Adjoa (13:30, THREE) uit; The Resolution. Eigen muziek maken deed ze al langer, maar het leeuwendeel bewaarde ze voor huiskamer. Met The Resolution splitste ze zich af van Sue the Night waar ze achtergrondzangeres was. En wat vinden we het een jaar later fijn dat ze deze beslissing gemaakt heeft, en dat moet ze zelf ook vinden. Met alles dat ze uitbrengt – twee EP’s nu – drijft ze verder van Sue the Night af om lekker eigenwijs haar eigen plan te trekken. Ook de zalen worden steeds groter, dan wel voller. De belangrijkste show to day is logischerwijs deze, op Best Kept Secret. Betekent overigens niet dat ze gespannen overkomt. Adjoa straalt meer plezier uit dan in de vorige shows die we van haar zagen en is nu echt goed op de band ingespeeld. Plezier haalt ze ook uit een onverwachte cover: Waterfalls van TLC. Inderdaad, die 90’s r&b-classic, die ze overigens goed haar eigen straatje in weet te duwen. Wat dat eigen straatje dan is? Sfeervolle, soulvolle, indiepop met af en toe net ff een tegendraads drumritme of een schurende gitaar. Popliedjes maken kan ze ook, wanneer ze The Resolution en Late Bloomer – met die fijne donkere baslijn – met behoorlijk wat overtuiging de barn in vlamt. Laat dat debuutalbum maar snel komen.(JS)

Indierockers met grunge neigingen Bully (14:30, FIVE) waren we na de fijne debuutplaat Feels Like uit 2015 even uit het oog verloren. Het is niet zo gek dat de vorig jaar verschenen tweede worp van de band nogal onder de radar bleef, want dat is een vrij voorspelbare plaat waarop het de band onder leiding van frontvrouw Alicia Bognanno niet lukt zijn sound wat verdieping te geven. Toch is het fijn dat de band hier staat, want we hebben Bully al een tijd niet meer aan het werk kunnen zien in ons land. Op het podium gaat de muziek van het viertal net wat meer te leven, al moet daar bij gezegd worden dat het vanmiddag voor zowel band als publiek iets te heet is om echt los te gaan. Bully op halve kracht staat echter nog steeds garant voor een vermakelijke show, vooral door de vermakelijke nonchalante houding van Bognanno en fijne songs als Trying en I Remember. Het is alleen jammer dat de band het tien minuten eerder dan in het blokkenschema staat aangegeven voor gezien houdt, terwijl de boel tijdens de afsluiter pas echt goed los komt. Daardoor smaakt deze show toch naar meer. (RvdZ)

Twee reünies achter elkaar in stage two. Het verhaal van JOHAN (15:10, TWO) is bekend. Vier platen gemaakt, in 2009 gestopt middels een uitgebreide afscheidstour. Tranen vloeiden rijkelijk, maar het toen aangekondigde einde van Johan bleek slechts het begin van een negen jaar durende pauze. Comebackalbum Pull Up werd uitstekend ontvangen, maar ruim voor het verschijnen van dat album waren de meeste festivalboekingen al binnen. Organisatoren en boekers vertrouwden blindelings op de goede naam die de band van Jacco de Greeuw, vooral live, had neergezet. Deze verslaggever uit 1995 heeft de hoogtijdagen van de Nederlandse indieband nooit bewust meegemaakt, maar Pull Up heeft behoorlijk wat digitale rondes gemaakt. Ook in de rest van de tent lijkt dit het geval. We tellen veel jonge koppies die er nog niet bij kunnen zijn geweest ten tijden van Pergola – en getuige de setlist weet de band dit ook. Mooi dat het juist deze jonge koppies zijn met de grootste glimlach op de snoet. Overwegend nieuw materiaal dus in de set, maar natuurlijk blijven oude singles Tumble And Fall en Oceans de kippenvelmomenten. Een bomvolle tent voor Johan, die heel summier wordt toegesproken. De Greeuw is namelijk geen man van duizend woorden. Hij komt niet verder dan ‘dankjewel, weertje niet?’. Spelen is het credo, dat doen ze vol overtuiging en dat is fijn. ‘Everybody knows this is your finest hour’, klinkt Everybody Knows van het debuutalbum, lang geleden, maar met een opnieuw aangewakkerd vuur en geloof. Iemand die er in het eerste gedeelte van de carriere niet bij was zou bijna geloven dat het nu inderdaad Johans finest hour is, iemand die er toen wel bij was misschien ook wel. (JS)

Wolf Alice (16:10, ONE)stond al twee keer eerder op Best Kept Secret, maar echt memorabel waren de shows van deze Britten in 2013 en 2015 niet. Even lijkt ook deze derde poging in het water te vallen, tijdens het openingsnummer valt het geluid opeens uit. Dus verdwijnen frontvrouw Ellie Rowsell en haar consorten naar de coulissen, om een kleine tien minuten later weer onder triomfantelijk gejuich het podium op te komen. Dit technische mankement zet Wolf Alice mooi in een toevallige underdogpositie. Dat lijkt de band ook goed te doen. Waar het enthousiasme er vroeger niet altijd vanaf spatte bij de shows van het viertal, staan ze nu vol lol op het podium, al heeft gitarist Joff Oddie nog wel eens ruzie met zijn gitaar. Dat mag de pret echter niet drukken, want Wolf Alice levert hier een prima rockshow volgens het boekje. Enige minpunt is dat de nadruk wel erg veel op de vorig jaar verschenen tweede plaat ligt, terwijl in de vorm van You’re A Germ en Fluffy twee van de fijnere nummers toch echt van het debuut komen. Het onbetwiste hoogtepunt is echter toch een nieuweling; het epische, uitgesponnen Visions of a Life behoort tot de mooiste staaltjes gitaarmuziek die we dit weekend voorlopig gehoord hebben. Als Rowsell aan het eind van de set dan ook nog een Samuel T. Herringtje doet en via het publiek het podium verlaat, heeft Best Kept Secret haar en haar band helemaal omarmd. Drie keer is scheepsrecht. (RvdZ)

Die andere reünie in de tent vandaag: Slowdive (17:00, TWO). Talloze voorbeelden zijn denkbaar over mislukte of onnodige comebacks van jeugdhelden – Best Kept Secret had een paar edities geleden nog The Pixies. Je kan alles over de terugkeer van Slowdive zeggen, maar onnodig is toch niet een woord dat omhoogkomt. Zangeres Rachel Goswell is net als in 1995 nog steeds de koningin van de shoegaze en ook op de rest van deze iconische band zit geen sleet. Sterker: de vorig jaar uitgekomen titelloze plaat is sterk genoeg om een groot gedeelte van deze show te dragen. Het geluid in stage TWO laat dit weekend nog weleens ter wensen over, maar bij Slowdive is er werkelijk niets op aan te merken. De stem van Goswell zweeft over de vakkundig opgezette galmende gitaarmuren en komt daarna weer op z’n pootjes terecht. Een wat vergaand metafoor voor dat het met geluid en de sound van Slowdive in ieder geval wel goed zit. Ook hier is het niet alleen maar het publiek van 22 jaar geleden dat voor de neus van Engelse grootmacht staat. Nieuwe oortjes dus voor de band die zoveel andere bands inspireerde (luister maar eens naar de laatste plaat van Beach House) en die hoorden dat het uitstekend was. (JS)

The Kills (18:00, ONE) heeft veel getoerd sinds de release van comeback plaat Ash & Ice uit 2016. Héél veel. Zo kan het dat ze vanavond al voor de vierde keer in twee jaar tijd in ons land te zien zijn. Het enige verschil met de shows hiervoor is dat de band inmiddels twee nieuwe nummers heeft om te spelen: List of Demands (Reparations) en Stepping Razor. Verder verschilt de set nauwelijks met die van – om er maar een te noemen – Lowlands 2016. Dat kan je gemakzuchtig vinden, maar in het eerste gedeelte van de show blijkt zelfs een herhalingsoefening van The Kills de moeite waard. De riffs van Jamie Hynes schuren net zo lekker als altijd, de drummachine – die op het podium ondersteunt wordt door een toetsenist en een drummer – doet zijn werk en Alisson Mossheart gooit zich vol overgave in de rol van podiumbeest, haar haar zit vaker voor haar ogen dan achter haar hoofd. Vooral het heerlijk venijnige U.R.A. Fever gooit een heerlijke energiestoot het publiek in. Langzamerhand komt toch de sleur erin, wat er vooral door komt dat Mossheart er niet zo veel zin meer in lijkt te hebben. Haar gezicht staat dikwijls op onweer, ze steekt af en toe maar een peukje op en drentelt dikwijls wat verveeld over het podium. Het gebrek aan energie van zijn muzikale wederhelft zorgt er voor dat ook Hynes steeds meer afzwakt, wat zich uiteindelijk uit in een niet vooruit te branden slotstuk met Pots & Pans en Monkey 23. Misschien hebben The Kills toch even een tijdje pauze nodig. (RvdZ)

Ze hebben het haast allemaal: de songs, de teksten, de dynamiek, het spel, een aantal behoorlijk getalenteerde muzikanten. The Internet (19:00, TWO) is op papier de perfecte festivalact die afwisseling biedt tegenover al die witte gitaarbandjes. Met een mix van hiphop, r&b, funk, en zelfs een beetje slacker kan het zomaar eens een onvergetelijk feestje worden bij dit diverse collectief uit Los Angeles. Maar de impact op het publiek is halfslachtig, en dat komt voornamelijk door één ding: het stemgeluid van frontvrouw Syd. Op plaat lieflijk en zijdezacht, maar live zó flinterdun dat zelfs de achtergrondkoortjes op tape haar overstemmen. Als ze tussen de nauwelijks hoorbare partijen dan haar aanmaningen tot publieksparticipatie uitspreekt, klinkt dat wél verstaanbaar, haast hard. De slechte wisselwerking tussen artiest en geluidsman maakt alles nog een tikkie erger. Gelukkig is daar Steve Lacy nog: de gitarist en topproducer met vissershoedje die de vocalen verzorgt in funky hitje Roll (Burbank Funk) en met zijn solo-slackerhit Dark Red wordt onthaald als de heuse Black DeMarco. Hij is samen met toetsenist Matt Martians de vocale ondersteuning die Syds stem krachtiger doen klinken en de extra energie die deze show nodig heeft. Jammer, want de beerput van hits (Special Affair, nieuwe single Come Over en anthem Girl) is bodemloos tijdens dit uur. Dan thuis maar extra genieten van nieuwe plaat Hive Mind (wanneer verscheen die ook alweer?), dé potentiële funkplaat van deze zomer. (DC)

Stel: je bent de frontvrouw van een band met een duidelijke politieke boodschap, maar staat op een festival, waar je weet dat er van die types zijn die zweren bij de scheiding tussen cultuur en politiek en daar dus niet op zitten te wachten. Dan zou je die politieke boodschap langzaam in je muziek door kunnen laten sijpelen, zodat het misschien niet zo opvalt. Zo niet Victoria Ruiz van punkband Downtown Boys (19:30 FIVE). Er is nog geen noot gespeeld of de woorden fascist government zijn al gevallen. Ruiz en haar consorten vinden namelijk van alles van de misstanden in de wereld (en in het bijzonder die in de Verenigde Staten) en steken dat niet onder stoelen of banken. Waar haar praatjes vaak wat ongemakkelijk didactisch zijn, geldt dat gelukkig niet voor de muziek. Dat is namelijk gewoon ijzersterke punk, met een geheim wapen: Joe DeGeorge een waanzinnig energieke saxofonist. Het is spijtig dat hij veelal de enige is die door de geluidsbrei heen weet te komen, maar de rest van de band speelt met dermate veel vuur dat dat eigenlijk ook niet zo veel uitmaakt. Het heeft een show tot gevolg die met de minuut energieker wordt en uiteindelijk uitmondt in een kolkende moshpit, waar zelfs Ruiz en DeGeorge zich uiteindelijk bij voegen. Moet je nagaan wat Downtown Boys teweeg zou kunnen brengen als het geluid niet klinkt alsof er een muur tussen band en publiek staat. (RvdZ)

Soms blader je door een programmaboekje en denk je bij jezelf: wat doen die hier eigenlijk? Niet dat we de dames van Warpaint (20:00, ONE) niet graag zien, maar een herhaling van de show op Down the Rabbit Hole vorig jaar, is dat echt nodig? En inderdaad: het jaar daarvoor stonden ze op Lowlands. Een echte hattrick dus, met deze ONE-show als debuut in de Nederlandse openlucht. Ze touren maar en touren maar met die laatste plaat (Heads Up, 2016), maar daarnaast hebben de dames van Warpaint ook nog tijd voor solo-uitstapjes. De laatste is van zangeres Theresa Wayman, TT geheten, daarvoor hadden we al bassist Jennylee. Het frappante is: geen van deze soloprojecten haalt het in kracht en overtuiging bij het moederschip, al is dat moederschip vandaag op Best Kept Secret niet zo heel krachtig. Het is een beetje gezapig. Tuurlijk, ze hebben fijne dansbare liedjes en er wordt wel wat bewogen, maar de vonk is er niet echt en kan dan ook niet overslaan op het aardig gevulde strand. Ach laten we het vooral niet groter maken dan het is. Stage ONE was misschien net een maatje te groot, of de hattrick bleek er net eentje te veel, kan gebeuren, bij de volgende plaat beter? (JS)

Beter heb je een hermetisch afgesloten fanny pack bij en een goed paar oordoppen in, want niets of niemand is veilig bij Vince Staples (21:00, TWO). Overal in de tent ontploft de boel, met alom kolkende circle-pits die lomp in de maat meedraaien met de loeiharde beats die door ruimte bulderen. Geen concessies, geen geintjes: de stoïcijn op het podium is de sereniteit zelve – een prachtig contrast met het razende publiek. Fuck het hele politieke regime en corrupte politie, de president kan aan z’n pik zuigen (ja, dat SWAT-vest is dan wel op z’n plaats voor de veiligheid). Er is geen tijd meer om weg te kijken en plichtmatig genuanceerd te gaan doen. Het enige wat Staples wil, is dat iedereen luistert en hard gaat. Met een minieme podiumbezetting (enkel Vince zelf en een muur van in cynisch kader geplaatste popculturele en politieke visuals) levert Staples zijn songs af precies zoals ze bedoeld zijn: hard en direct. Rustpunten zijn er nauwelijks, al zijn 7:45 en Rain Come Down niet de rake klappen in het gezicht die de rest van het uur worden uitgedeeld. Maar dat mag ook wel even; we moeten immers ook opdrogen tussen al dat gemosh door. Als het meedogenloze Yeah Right stilvalt, is Staples alweer verdwenen. Een absoluut gemis is het ontbreken van een compleet verdiende toegift (Crabs In A Bucket, anyone?), want beter dan dit worden zowel uitbundige publieken als hiphopshows niet. Vince Staples heeft op jonge leeftijd een flow en een next level realness waar menig rapper jaloers op zal zijn. (DC)

De afgelopen tijd speelde hij heel Nederland en delen van Europa plat met zijn family, nu vindt boogie-Rotterdammer Arp Frique (22:00, FOUR) een uurtje de tijd om solo te komen DJ’en op uitnodiging van St Paul. In zijn set weerspiegelen zijn muzikale invloeden: island boogie, kwaito en flink wat andere Afrikaanse en Caraïbische uptempo-genres. Het markeert een uurtje vol spannende deep digs; nimmer traag, nimmer saai, maar soms wel érrug vol en prikkelend. Mister Frique piekt aan het einde ergens rond de 158 bpm, een tempo zo moordend snel dat veel toeschouwers er geen raad meer mee weten. Maar vooruit, verfrissende platen uit dit genre werken zelfs te snel nog wel met een magisch mojo. Voor een DJ-rookie met wat technische schoonheidsfouten draait Arp Frique hier een fijne set, al zou dit uurtje wel een Nos Magia of Ijo Ya als afsluiter kunnen gebruiken. Maar Frique blijft de bescheidenheid zelve en kiest in plaats van eigen werk voor zijn muzikale darlings. (DC)

Al jaren stond The National (22:00, ONE) op het verlanglijstje van Best Kept Secret. Balen dus dat grote concurrent Down The Rabbit Hole ze in 2016 te pakken had. De troost voor BKS was destijds wel dat die show niet heel erg goed was. De altijd onberekenbare frontman Matt Berninger dronk wat te veel rode wijn en was een beetje dronken. Maar goed, de aanhouder wint en dus is de eerstvolgende Nederlandse festivalshow van The National er eentje op Best Kept Secret en het is misschien wel de beste show die ze ooit op Nederlandse bodem gaven.

Onberekenbaar dus, die Matt Berninger. Net jasje, een tikkeltje vreemd in bewegen en praten. Ongemakkelijk was ‘ie altijd al een beetje, maar niet altijd weet hij zo te emotioneren als vanavond. Hij – en de rest van The National – is in bloedvorm. Het zwaartepunt ligt toch wel bij het vorige jaar uitgekomen Sleep Well Beast, waar Berninger weer een nieuwe – of eigenlijk dezelfde – manier vond om verdrietige, grijze liedjes te maken. Groots opgezet, Day I Die, of klein; Nobody Else Will Be There is vanavond de opener. Een glimlach breekt nauwelijks door het werk van de Amerikanen, maar vanavond is dat anders. Het is, behalve snotteren, meebrullen (‘I won’t fuck us over, I’m Mr. November’), meelachen om de capriolen van Berninger, het tegen de maat klappen zoals alleen festivalweides dat kunnen of breed glimlachend genieten van de meegebrachte psychedelische visuals. Bijzonder: de frontman blijft grimmig en schuw als ‘ie is toch moeiteloos de aandacht naar zich toe weet te trekken. Graceless is deze tour zijn cue om het publiek in te duiken. Een stagehand sprint het podium op en staat klaar met een paar meter snoer in z’n hand om Berninger – met lichte paniek in de ogen – vakkundig elke keer een stukje extra snoer van de microfoon toe te werpen. Als een dierenverzorger met een gorilla aan de lijn stuurt hij de zanger door de eerste rijen van het Best Kept Secret-strand, waar Berninger wordt onthaald met een woud van armen van smartphones.

Het grootste moment van euforie hebben we te pakken met Fake Empire, dat een fantastische opbouw heeft naar een zowaar voorzichtig dansbare climax compleet met vrolijke blazers en stuwende drums. Het collectieve snottermoment is het kleine About Today, vlak voor de toegift, waar je een speld op het strand kan horen vallen – denk daar maar eens over na. Als we daarna meegezongen hebben met Vanderlyle Crybaby Geeks laten Berninger en de zijnen het strand in een roes achter. Een memorabele headlineshow van een band in topvorm.

Geen visuele prikkels vanavond bij Four Tet (0:00, TWO). Het magische lichtjesplafond van de Britse electro-avonturier blijft thuis. De muziek van zijn meest recente plaat New Energy is echter genoeg om je een uur lang compleet in vervoering te brengen. Spiri-trance met fluweelzachte kicks en plotse clicks, omsierd door sitarklanken – zo zou je nummers als Lush en Two Thousand and Seventeen kunnen omschrijven. Maar van Kieran Hebden verwacht je meer verrassingen. En ja hoor, halverwege verrast hij met wat subtiele breakbeat en jungle, om vervolgens weer technisch foutloos te mixen naar nieuwer werk (SW9 9SL). Al zou je het niet verwachten, Four Tet is anno 2018 minder complex dan je van tevoren denkt. Een uurtje zielsverrijkend zalige house en trance, het valt niet verkeerd bij een bij vlagen euforische TWO. Fijne aftrap van de warme tweede BKS-nacht. (DC)

Gezien: 9 juni 2018, Beekse Bergen, Hilvarenbeek

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Het kon niet uitblijven: Toto covert Weezer
nieuws
Toto

Het kon niet uitblijven: Toto covert Weezer

Daar is ie dan: de Weezer-cover van Toto. Nadat Rivers Cuomo en de zijnen Africa coverden, is het nu de ...
De Staat terug met nieuwe single Kitty Kitty
nieuws
De Staat

De Staat terug met nieuwe single Kitty Kitty

De Staat is terug! De Nijmeegse band heeft een gloednieuwe single uitgebracht: Kitty Kitty. Het is de eerste track van ...

Recensie: Best Kept Secret Dag 2: The National, Vince Staples e.a. (concert) | OOR