concert

Best Kept Secret dag 3: de eenzame klasse van Radiohead

Met een reeks shows van hoge kwaliteit, een internationaal publiek en dé twee headlineshows waar haast iedere bezoeker al het hele jaar naar uitkijkt, heeft Best Kept Secret met editie 2017 een soort nieuwe kwaliteitsnorm neergezet. De balans na twee fijne festivaldagen: de show van Arcade Fire werd door velen alvast moedig tot onovertrefbaar hoogtepunt bestempeld en bizarre vergelijkingen tussen Arcade Fire en Radiohead volgen op de filterbubbel die Twitter heet. ‘Hoe hoog ligt de lat nu wel niet voor Radiohead? En al zeker voor volgende edities van het festival?’ Een lastige kwestie voor diegene die graag vliegtuigen met bankstellen vergelijkt, in ieder geval. Met geslaagde shows van nieuwe en gevestigde namen en een mooie focus op soul, wereldmuziek en jazz in de vroege avond wordt het snelwandelen tussen podia vandaag. En de Radiohead-fans uit Zuid-Amerika? Die staan al gewoon vooraan vanaf de opening van het terrein. Dit is de zondag van Best Kept Secret.

Marlon Williams (14:15 uur, Stage One) is een van de meest spannende artiesten uit de countryscene en past dan ook prima in de brandende zon op de Mainstage. Het is op deze zondag zo’n 28 graden: lekker vertrouwd voor deze Nieuw-Zeelander dus. Zijn naamloze debuutalbum is inmiddels ruim een jaar uit, en waar Whitney rustig twee jaar toert met zijn succesplaat, strooit Williams naar hartenlust met nieuwe nummers. Nog steeds is Dark Child het hartverscheurende hoogtepunt, maar over de breedte wordt het er alleen maar sterker op. De voorbode voor plaat twee is dan ook veelbelovend, al is de authentieke contrabas ingeruild voor een normale basgitaar. Het geheel nijgt meer naar country-soul dan vroeger, het was toch vooral zoveel mogelijk aspecten van country laten zien. Zijn klassiek geschoolde stem komt dan ook steeds beter uit. Fijn optreden. (JS)

Slacker-rockers Canshaker Pi (14:30 uur, Stage Five) brachten vorig jaar een van de beste Nederlandse debuutplaten van de laatste tijd uit. Het is dus jammer dat ze daar niet zo veel van spelen vanmiddag. De focus van de band ligt vooral op nog niet uitgebracht werk, dus krijgt Stage Five veel onbekend materiaal over zich heen gestort. Daar kunnen we over gaan zeuren, maar de band verkeert vandaag in een dergelijke vorm dat zelfs nummers die niemand kent nog voor een feestje zorgen. Vooral een track die verdacht veel klinkt als een cover van Hey Ya van OutKast (maar dat niet is) doet het goed. De hoogtepunten komen echter nog steeds van de debuutplaat, vooral single JALS is een Nederlandse festivalklassieker in de dop. De nogal lompe podiumpresentatie (‘dit is een liedje om op te dansuhhhhh’) draagt alleen maar bij aan de charme, evenals het feit dat de band er af en toe een rommeltje van maakt. Nog een paar van deze shows en Canshaker Pi is de komende jaren van geen enkel podium meer weg te slaan. (RvdZ)

Aurora (15:00 uur, Stage Two) huilt van blijdschap. Grote festivaltenten als deze ziet ze niet vaak vanaf het podium. Het is ook nog eens een festivaltent die haar bijzonder goed gezind is. Het gaat heel erg goed met de jonge Noorse – net drie dagen 21. Bekijk haar plays op Spotify maar eens en de miljoenenaantallen vliegen je om de oren. Ze maakt hitgevoelige pop, met aardig wat elektronica erin gestouwd. Gestouwd ja, want het klinkt bij vlagen behoorlijk lomp. Afwisseling is niet de sterkste kant van Aurora, waardoor je – met uitzondering van een paar nummers – precies kunt uittekenen hoe een nummer gaat klinken. Een rustig begin, opbouwend naar groot en bombastisch refrein, waar de registers van de stem van Aurora Asknes ,zoals ze voluit heet, ver opengaan. Als je haar uithalen hoort, is de vergelijking met Florence Welch makkelijk gemaakt. Hoewel ‘als’ is een beetje misplaatst, het onmogelijk om aan de uithalen van Asknes te ontkomen. Sterker: luister twee minuten en je hebt ‘m gegarandeerd te pakken. Dit is dan ook precies wat het geheel wat saai maakt. Maar ze is nog jong en dus kan het alleen maar beter worden. (JS)

Kaleo (16:00 uur, Stage One) cancelde onlangs alle optredens voor de maand juli. Op doktersadvies, luidt het statement De optredens daarvoor, zoals deze vandaag, bleven raadselachtig genoeg gewoon staan. Is er dan iets te merken van ziekte in de band? Nee. Kaleo speelt gewoon zoals je van ze mag verwachten: onvervalste bluesrock met een fijn randje op de stem van zanger en modepoppetje Jökull Júlíusson. De door De Volkskrant bedachte sticker Netflixpop past perfect op de IJslanders, die dan ook in een flink aantal series zijn te horen. De muziek is sterk genoeg om de scène kracht bij te zetten, maar niet sterk genoeg om de aandacht volledig naar zich toe te trekken. Dit is ook toepasbaar op de set: Kaleo is best leuk, maar bijzonder is het (natuurlijk) niet. Dat ze een kwartier korter optreden dan aangekondigd is dan ook voor niemand het einde van de wereld. Hoe lang nog tot Radiohead? (JS)

De naam van het festival doet zich op zondag weer een aantal keren veel eer aan. Voor muziekliefhebbers die wel eens naar Roadburn afreizen was Zeal & Ardor (16:00 uur, Stage Five) geen Best Kept Secret meer, voor veel anderen wel. Monniken kappen, zwarte T-Shirts en liederen die aan de spirituals op katoenplantages doen denken, maar dan verpakt in donkere Delta blues en black metal. Snoeihard, een overdosis laag, dubbele bassdrums, elektronische beats soms en twee machtige, licht krakende soulstemmen en een grunt. Een bijna onvoorstelbare combinatie, op voorhand, maar wat een meesterlijk sterke band. Mocht het niet zo warm geweest zijn deze zondag, de aarde van BKS zou in een kilometer omtrek rond stage five alsnog verschroeid zijn. Om met een song van hun laatste album te spreken: Devil Is Fine! (WJ)

Een ander goed bewaard geheim was de dj-set van 2ManyDJ’s (16.30 uur, Stage Four). Het is bloedheet en in de brandende zon leveren de broers Dewaele een paar uur voor ze met Soulwax het podium opstappen toch een even leuke, knappe als strakke set af vol dansplaatjes: techno, house, beetje hiphop, maar ook gewoon een oude hit als Safety Dance van Man Without Heads of de eigen remix van Let It Happen van Tame Impala. De ene broer maakt ter plekke de sound, door als een bezetene aan knopjes te draaien: hup, alle laag weg, hup een nieuwe climax als de bassen als een bom terugkeren. De andere broer bedenkt ter plekke welke track naadloos in de vorige past. En krijgt degene die de sound bepaalt ook plots een ingeving, dan geeft die zijn broer een beuk, zodat die met lichte tegenzin de koptelefoon weer een tijdje afgeeft zodat de ander die mash-up kan gaan maken. Wat een feest! Dit moet de enige eeneiige tweeling op de aarde zijn waarvan de mannen onderling vijf jaar in leeftijd verschillen. (WJ)

Het duurt niet lang voordat Timothy Showalter, de man achter Strand Of Oaks (17:50 uur, Stage One) het publiek plechtig toespreekt: ‘The sun is out and I think that means something.’ Wij denken ook dat dat iets betekent, namelijk dat het op het veld écht bloedheet is, met als gevolg dat de band het voor het grootste gedeelte van de show met een halfleeg veld moet doen. Wie toch de brandende zon trotseert wordt daarvoor wel weer beloond met een uitstekende show. Showalter, die begon als breekbare folk-troubadour maar drie jaar geleden met het album HEAL een switch naar rock & roll inzette, is met Strand Of Oaks inmiddels uitgegroeid tot een van de meest betrouwbare live-acts in het genre. Zelfs een matige opkomst weet zijn tomeloze enthousiasme namelijk niet uit te putten, dus herinnert hij er ons voortdurend aan hoe blij hij is om hier te mogen staan en gaat hij al zijn materiaal te lijf met een enorme grijns op zijn gezicht. Het prachtig voortslepende epos JM is als vanouds weer het hoogtepunt, maar doordat het nummer al vrij vroeg in de set voorbij komt voelt alles wat daarna komt toch een beetje aan als een slappe hap. Tegen het einde herpakt Showalter zich gelukkig weer moeiteloos, met de fijne rocker Rest of It. Als hij uiteindelijk zijn overhemd uitdoet en zich met ontbloot torso aan wat dansmoves waagt, krijgt hij zelfs het oververhitte veld in beweging. Topartiest. (RvdZ)

De volgende aangename verrassing is Junun ft. Shye Ben Tzur & The Rajasthan Express (18:50 uur, Stage Two). Tulbandpop op Best Kept Secret? Ja, en die werkt nog ook. De muziek is van de Israëlische componist Shye Ben Tzur, de band is The Rajasthan Express uit India, met daar achteraan op het podium, wat verscholen en zonder tulband de producer van het album Junun uit 2015: Jonny Greenwood, inderdaad, de gitarist van Radiohead die een paar uur voor hij nogmaals optreedt ook deze band van de nodige gitaar- en basakkoorden voorziet. Trancemuziek is het, met oosterse mantra’s, veel percussie, koper, een trekorgeltje en een hoop klaagzang om op te dansen. Iets minder dansbaar dan die Syrische muziek vol elektronische beats van Omar Souleyman, maar het effect qua curiositeit in op een popfestival als dit min of meer hetzelfde. Currypop die ervoor zorgt dat er toch nog een vleugje wereldmuziek op dit voornamelijk blanke festival met nog altijd veel gitaren geïntegreerd wordt. Dankzij die blanke gitarist van Radiohead waarschijnlijk, dat dan weer wel. Het publiek danst, klapt massaal mee en de bandleden genieten volkomen terecht van hun zeer succesvolle doortocht. (WJ)

Het meest verwarrende verhaal van Best Kept Secret naast het ticket-op-naam-systeem: de heisa rondom de komst van Yussef Kamaal, een Londens fusion-duo bestaande uit drummer/toetsenist Kamaal Williams en drummer Yussef Dayes. Afgelopen jaar maakt debuut Black Focus een behoorlijke indruk: een plaat vol jazz- en fusiongrooves gebaseerd op hiphop, afro en zelfs grime. Het liep echter niet allemaal soepel tussen de twee muzikanten: het duo Yussef Kamaal is inmiddels niet meer. ‘Om persoonlijke redenen’, luidde het (inmiddels verwijderde) Facebookbericht van afgelopen mei, met daarbij de aankondiging dat Kamaal met eigen band verder gaat om de plaat live te spelen. Tenminste, dat was de afspraak. Intussen vormde Yussef Dayes óók een eigen band en hij zal degene zijn die zijn opwachting zal maken op Best Kept Secret, volgens de website. Maar een kijk op het hernieuwde blokkenschema leert ons vlak voor het festival dat producer/drummer Henry Wu komt met bevriende muzikanten – Yussef Dayes blijft thuis. Maar: wie is Henry Wu dan eigenlijk? Hij is dus blijkbaar weer de man die het alter ego Kamaal Williams voor zichzelf schiep. Snapt u het nog? We zien dus Henry/Kamaal vanavond; wat er is gebeurd met Yussef zullen we nooit weten. Gelukkig zijn we die heisa al snel vergeten als de Kamaal Williams Experience (18:50 uur, Three) vandaag aan zijn eerste noten begint. Van de mellow toetspartijen op keyboard en orgel tot de blazer tot een sterk staaltje bass slapping tot het feilloze drumwerk van Wu: álles is een genot om naar te luisteren. Ook om te zien trouwens – de vier op het podium zijn South East London-cool, hebben oprecht plezier in het spelen en zijn naadloos op elkaar ingespeeld. Wu staart intens naar de toetsenist, de bassist ertussenin, met een oplettende scheidsrechtersblik op de twee muzikale topsporters die constant op elkaars improvisaties inspelen. Van het toegankelijke groovy Lowrider tot het intense Strings Of Light: hier klinken composities en een sound door de tent die precies het juiste doen: vakmanschap tonen, het gevoel afleveren en een euforische publieksreactie terugkrijgen. Wu maakt het nog even wat bonter door drumstokken in het rond te gooien, zijn publiek flink op te jutten met intense dansmoves en handgebaren, en nog even de traditionele wietgrappen te maken met de toetsenist. Als er dan om een minuut stilte wordt gevraagd voor de flatbrand in West-Londen tijdens een fluitsolo die qua techniek verdomd veel doet denken aan St Germains So Flute, lukt dat wat lastiger bij het uitbundige publiek. Maar dat is slechts een smetje op een haast perfecte, korte maar krachtige set. (DC)

Een primeur: emoband American Football (19:50 uur, Stage Five) speelt vandaag zijn eerste show ooit in Nederland! Sterker nog, rond de release van het titlelloze debuutalbum in 1998 speelde de band amper live, waarna de groep ook weer vlug uit elkaar ging. Vorig jaar verscheen dan echter de, opnieuw titelloze, tweede plaat, dus deze show is onderdeel van de eerste Europese tour van de heren. Dan zou je misschien wel een grote opkomst verwachten, maar de tent is maar voor de helft gevuld. Dat mag de pret niet drukken voor de aanwezigen, want wie er wel is kijkt gebiologeerd toe. Het is dan ook helemaal geen straf om prachtige nummers van het debuut als I’ll See You When We’re Both Not So Emotional en Stay Home voor het eerst live te horen. Het werk van de tweede plaat doet daar ook nauwelijks voor onder, alleen begint het zich wel enigszins te wreken dat allebei die albums best veel op elkaar lijken. Zo speelt de band dus een uur lang in vrijwel dezelfde versnelling en zorgt eigenlijk alleen de uitstekende drummer Steve Lamos er voor dat het niet té gezapig wordt. Prima band en we zijn blij dat ze weer terug zijn, maar de liveshow mag nog wel wat scherper. (RvdZ)

Het is warm op het strand voor het hoofdpodium. Toch nestelen zich daar al heel veel mensen, omdat er straks een band gaat afsluiten die ze niet willen missen. James Blake (19:50 uur, Stage One) profiteert ervan mee. Hij deinst er niet voor terug om heel ingetogen, met de nodige stemvervorming, gewoon het eigen kleine ding te doen. Het moet een prachtig gezicht voor hem zijn, zo’n vol strand naast dat meer, onder die strakblauwe hemel en dat al wat lager staande zonnetje dat voor mooi kleureffecten zorgt. Het is voor Blake al de tweede keer op de Mainstage van Best Kept Secret, maar nu wat eerder op de avond en qua timing ook wat minder relevant. Zijn doorbraaksong (van Feist eigenlijk) Limit To Your Love is inmiddels zeven jaar oud en ver vooraan in zijn set belandt. Het publiek geniet, maar wacht toch ook met smart op wat krachtiger werk. Ook dat volgt, met lekker veel laag, en wat extra beats. Het blijft echter te warm om te dansen en de set van Blake eigenlijk ook iets te bleek om bij dit lome weer zowel voor als op het podium uitbundig los te gaan. Volgend keer toch maar in een tent voor alleen zijn fans? (WJ)

Geen verrassing dat de Three een uur voor aanvang van Thom Yorke en consorten halfleeg is. De gemiddelde Radiohead-liefhebber zal weinig ophebben met een uurtje dampende electrofunk en fusion als offer voor een goede plek voor de grote headliner. Toch jammer, want Stephen Bruner aka Thundercat (20:50 uur, Three) is een van de meest vermakelijke en vaardige artiesten op dit festival. Met rood geverfd haar, een zilver glimmende neusring, een pyjama-achtig gewaad en witte Birkenstocks met zwarte sokken bevat hij inherent de meest gezonde dosis schijt die je kunt hebben als artiest. Wie komt voor een doorsnede van zijn nieuwste langspeler Drunk komt een klein beetje bedrogen uit: oudere platen Apocalypse en The Golden Age Of Apocalypse zijn net zo sterk vertegenwoordigd. Het laat vooral horen wat Thundercat nou allemaal kan – heerlijke mellow ballads à la grote invloed Michael McDonald, idioot hyperactieve jazz en smerige funk-baslijnen. De focus ligt dan uiteraard ook op het basspel van Bruner: een toetsenist en een drummer zijn precies genoeg om je niet verder af te leiden. Dat leidt ertoe dat de nummers soms wat leeg klinken – maar de echte funk missen ze nooit. Bruner is een echte virtuoos in het middelpunt: zijn basloopjes zijn memorabel, en de vingervlugheid waarmee hij mini-improvisaties in één tel stopt is ongekend. De nonsense van zijn teksten – Bruner zingt onbeschaamd en miauwend over hoe hij gewoon een kat wil zijn, en hoe hij liever Diablo speelt dan dat hij zijn liefdesleven naar een hoger peil tilt – komt het beste samen met het vakmanschap en goed songschrijftalent op smerige funkjams als Them Changes en Friend Zone. Dan gaan de mensen die niet bij Radiohead zijn, helemaal uit hun dak. Fijne show, maar met meer nieuw materiaal was het nog beter geweest. Thundercat levert met dit optreden in ieder geval een perfecte naleving van zijn rolmodel: de eigenwijze katachtige. (DC)

Amper een paar uur na hun meesterlijke dj-set staan de broers Stephen en David Dewaele met hun nieuwe zevental als Soulwax (20:50 uur, Stage Two) op het podium. Een nieuw masterplan van de mannen. Het eerste sinds Nite Versions, twaalf jaar geleden. Met muziek dit keer gemaakt om live te spelen in plaats van een studioproject dat vertaald moest worden naar het podium. Voorafgegaan door Transient Program For Drums And Machinery was daar plots From Deewee en staat het gezelschap met een berg keys, elektronica en op het eerste gezicht slechts één drumkit op het podium. Tot het doek valt van de twee daarnaast geposteerde kubussen en er nog twee kits verschijnen. Het optreden in Hilvarenbeek is een brok gebalde energie, mede dankzij het spel Blake Davies (Turbowolf), Igor Cavalera (Sepultura) en Victoria Smith (M.I.A.), drie beestachtig krachtige drummers. Het optreden krijgt daardoor iets van ‘Everybody Wants To Be The Drummer’. Bijna al het werk van From DeeWee komt voorbij, maar dan toch weer net even anders, met nieuwe dingen ertussen en de oude hit NY Excuse daarin geïntegreerd. Kraftwerk is een aantal keren niet ver weg, maar wat geeft dat? Wat zouden die ook nog altijd actieve, on stage altijd statische Goden van weleer denken als ze deze dynamische band op podium zouden zien? Want ja, zo kan het dus ook, elektronisch gestuurde muziek helemaal live brengen. Soulwax mixt op het podium tracks aaneen zoals ze dat achter hun dj-booth ook doen: energiek, origineel en met iedere keer een nieuwe climax. Verveling is dodelijk, dus de boel zakt nooit in en iedere keer opnieuw geven die beesten achter hun kits en keys opnieuw vol gas. Er wordt euforisch gejuicht, geklapt, gedanst en mensen klimmen in de stalen constructie die deze megafestivaltent overeind houdt. Gekkenhuis. Soulwax is met niemand te vergelijken en staat ook live op eenzame hoogte. (WJ)

Onderweg naar de One voor een nog enigszins aanvaardbare plek bij  Radiohead (One, 22.00) vragen we ons af waar we mee bezig zijn. De headliner der headliners reviewen? Even onze mening spuwen over een religie onder muziekliefhebbers? Ja, we gaan het echt doen. Ach, wat zou het ook, we krijgen toch een dik twee uur durende achtbaan van een show van eenzame klasse. 

Als de eerste tonen van het prachtig eenzame Daydreaming – een reguliere opener in de setlist sinds de release van A Moon Shaped Pool – klinken, valt de menigte stil. Of velen weten dat deze echtscheidingsplaat een diepere, nog zwaardere valentie heeft gekregen sinds december 2016 is een raadsel. Thom Yorkes partner Rachel Owen, die ongeveer de helft van zijn leven bij hem was, scheidde vorig jaar van hem, maar werd vervolgens gediagnostiseerd met kanker. Een loodzware binnenkomer, maar buitengewoon vertolkt. Na het jazzy Desert Island Disk volgt Ful Stop  – een onheilspellend broeierig IDM-epos duidelijk geïnspireerd door collega en vriend Flying Lotus. Het is altijd gissen welke kant Radiohead live in slaat, maar een ding lijkt al vrij duidelijk: de setlist van deze avond wordt een a-typische, misschien nog wel meer dan bij andere recente Radiohead-shows.

Radiohead is mysterie, verrassing, experiment. De meest onwaarschijnlijke songs die je op een grote weide kunt horen, komen voorbij. Hoe kan je als groep muzikanten een nummer uit een ander sterrenstelsel als Idioteque bedenken en – vooral ook – goed afleveren aan een groot publiek van duizenden mensen? Het lijkt onwaarschijnlijk om voor te stellen, maar het gebeurt, en nog geslaagd ook. Ook bij waarneming van ongrijpbare composities als 15 Step, Bloom doemt het onwaarschijnlijke headliner-vraagstuk meermaals op. Niet dat er ook maar een fout te bespeuren is hoor – deze band klinkt fantastisch, en behoort al jaren tot de buitencategorie. Mede dankzij uitstekende Portishead-drummer Clive Deamer is er muzikaal vakmanschap dat je nergens anders ziet. Neem daarbij multi-instrumentalist Jonny Greenwood, die op de rechterflank allerlei spannende elektronische elementen toevoegt en live remixt (zoals de vocals tijdens Everything In Its Right Place), ervoor zorgend dat geen enkele vertolking van een Radiohead-song ooit identiek aan een andere zal klinken.

Yorke is een dynamische persoonlijkheid op het podium: van afstandelijke artiest-in-z’n-eigen-wereld verandert hij in uitbundige frontman. Als een kruising tussen Karl Hyde en een feestganger op het toppunt van z’n haast manische euforie danst, deint en heupwiegt hij over de breedte van het podium, om even snel weer te wisselen naar de rustigere, emotionele momenten van de avond. Het gedans doet niet af aan zijn foutloze zang, die soms op zeer doordringende, haast beangstigende frequenties opereert. Als balans voor het experiment zijn er genoeg herkenningspunten – The Numbers, Pyramid Song, Exit Music en Street Spirit zijn de nummers die met emotionele diepgang en tijdloze doch constant vernieuwende arrangementen de gehele weide bekoren – zeker de liefhebber van de ‘hits’ en de top 2000-noteringen. Maar we weten allemaal dat het overgrote deel van het veld hier niet in de eerste plaats voor is gekomen.

Radiohead schakelt pijlsnel tussen songs uit het gehele oeuvre, van onpeilbaar naar herkenbaar, met een soort zee-egel-discobal die het moment tussen de songs markeert waarop de band even terug in de startblokken springt: klaar om opnieuw te verbazen, bekoren en te raken. Wie na twaalven, als de discobal lang uit is en het nog maar de vraag is of Radiohead terugkomt, nog een Burn The Witch of een Karma Police verwacht, komt bedrogen uit. Er komt een tweede toegift: Lotus Flower en Hail to The Thief-parel There There besluiten. Ook weer zo’n onpeilbare keuze, die een open blik of veel ervaring met het oeuvre en de liveshows van de band vereist. Veel mensen blijven vertwijfeld en doodstil achter als de lichten weer aangaan na vijf minuten stilte; ik zal niet ontkennen dat ik tot die groep behoor. Met net zo veel vragen en mysterie als tijdens de show worden we achtergelaten. Meer een filosofie dan een religie, is Radiohead een ongrijpbare act: interessant, muzikaal van het hoogste niveau haalbaar en nooit hetzelfde. Best Kept Secret 2017 wordt afgesloten door de spannendste headliner die deze aardkloot te bieden heeft. Beter dan dit wordt het niet. (DC)

Best Kept Secret kan terugblikken op een waardige, zeer geslaagde vijfde editie. Een festival zonder wanklank, met gedroomde afsluiters en vooral op de laatste dag stiekem ook genoeg om te ontdekken. En dan hebben we het niet alleen over het geweldige eten op het terrein. Het festival krijgt tevens steeds meer de uitstraling van een driedaags feestje, met muziek bij de foodtrucks (wel jammer dat je niet meer rustig kunt eten met het geluid van Stage One op de achtergrond), een karaokebar en tot laat in de nacht doordraaiende dj’s. De verregende vierde editie is hiermee weer snel vergeten. Vorig jaar stond alles onder hoogspanning omdat de voorzieningen en indeling van het terrein niet het aantal bezoekers leek te kunnen verwerken, mede door de miserabele omstandigheden. Maar bij mooi weer bestaat er voor een festival echt geen mooiere locatie dan dit stukje natuurgebied tussen de leeuwen en giraffen. De organisatie heeft slim een aantal aanpassingen gedaan (een nieuwe ingang, meer toiletgroepen en een andere terreinindeling waardoor iedereen de hoofdacts kon zien) zodat alles (nou ja, bijna alles) op rolletjes verliep. Nu nog een cursus ‘hoe laat ik gestructureerd een aantal velden met duizenden auto’s leegstromen’ en ons hoor je niet meer klagen. Best Kept Secret 2017 was top. We wensen de organisatie veel wijsheid toe om deze editie ooit nog te evenaren. Tot volgend jaar!

Door Dave Coenen, Willem Jongeneelen, Jeroen Sturing en Reinier van der Zouw / Fotografie: Ben Houdijk

Gezien: 18 juni 2017, Best Kept Secret, Hilvarenbeek

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

concert
Ryan Adams

Flitsende Ryan Adams kan geen flits verdragen

Bij de merch verkopen ze een linnen tas met de tekst ‘I love Ryan Adams because I love Satan’. Die ...
blog

Mijn 25 jaar Lowlands

25 jaar Lowlands – dat schreeuwt zo vlak voor de aftrap om een terugblik. Op mijn vakantieadres heb ik er ...
concert
Megadeth

De muzikale overtuiging van Megadeth

Naar aanleiding van het optreden dat Megadeth op zondag 6 augustus gaf als onderdeel van de Lokerse Feesten schreef OOR-collega ...