concert

Bezeten genie Jack White gunt AFAS Live geen rust

Geen enkele telefoon schiet de lucht in als Jack White maandagavond het podium van de volle Afas Live opstapt. Geen een! Is het desinteresse? Welnee. Op verzoek van White is ieders telefoon bij de entree verzegeld – of beter, in een zakje gestopt dat alleen bij de uitgang kan worden open gemaakt. White wil dat we van het concert genieten zonder afleiding en dwingt dat op deze manier af. Bellen en appen kan alleen in speciale zones, niet geheel toevallig juist niet in de zaal, maar op de gang. Sta je dan, met een zakje met je telefoon er in. Dat is toch best een gekke gewaarwording.

Heel eerlijk: het is best een verademing, niemand voor je neus die een nummertje filmt van meters afstand en waarschijnlijk nooit meer naar dat filmpje kijkt. Het zorgt er bovendien voor dat de zaal aanvankelijk helemaal op de hand is van White en zijn maniakale bewegingen. Opeens staat hij er, als een showman pas nadat zijn band al is begonnen. De haren halflang, de blik op standje intens. Het leren jasje gaat al snel uit, en zijn in het begin wel heel erg onvaste stem – hij piept even meer dan hij zingt – raakt al snel prettig geolied. 

De podiumopstelling is slim: de band staat op een verhoging die half rond over het podium loopt, White staat lager, in een grote halve cirkel, alle gitaren en microfoons binnen handbereik. Van die ruime opstelling maakt hij intens gebruik. Dan weer springt hij op de verhoging, om een duel aan te gaan met zijn drummer, dan weer verschijnt hij aan de rand van het podium. Wild zwaaiend, als een dirigent, naar zijn fans vooraan. White raakt zo indrukwekkend snel op dreef vanavond, als een beul heersend over zijn gitaren en over zijn publiek. Hier staat geen volksmenner die het doet ‘voor het publiek’, maar een bezeten genie. Eentje die een concert wil beginnen met een uitbarsting van geluid, niet met een rustige entree.

Aan publieksparticipatie maakt hij ondertussen weinig woorden vuil. ‘De laatste keer dat ik hier was zat ik op dat balkon en zag ik Tom Petty’, vertelt hij opeens, een bijzondere anekdote. ‘Tom is er niet meer, maar jullie en ik wel.’ Einde boodschap – en daar is ‘ie weer, die scheurende gitaar, ondersteund door de band met daarin zelf twee toetsenisten. White is de onbetwiste leider van die groep, die met handgebaartjes ook zijn band regelmatig richting muzikaal ravijn duwt, om ze er daarna hoogstpersoonlijk weer uit te trekken – net op tijd, voor de boel in chaos verzandt. 

Die aanpak past prima bij de nieuwe, grotendeels absurde plaat Boarding House Reach, die als een toverbal alle kanten op schiet en die een paar maanden na verschijnen nog steeds zwaar op de maag ligt. Geen makkelijke kost. Op die plaat houdt White weinig rekening met het deel van zijn publiek dat toegankelijkere liedjes wil – en live doet hij dat ook niet, al speelt hij wel degelijk werk uit zijn hele oeuvre, van prille White Stripes tot hits van The Raconteurs. De vraag is of liedjes als Hotel Yorba en Dead Leaves And The Dirty Ground wel geschikt zijn om met zo’n logge, grote band uit te voeren. Er zat natuurlijk altijd veel lucht, veel beweging en veel dynamiek in het werk van Jack en Meg White, maar deze band maakt er genadeloze, vaak logge, regelmatig onberekenbare, genadeloze, ruige monsterrock van. Niet gek dat nummers die zich daar voor lenen, I’m Slowly Turning Into You van The White Stripes en I Cut Like A Buffalo van zijproject The Dead Weather bijvoorbeeld, vanavond het beste uitpakken.

Wie overigens tien jaar geleden had durven beweren dat White zou toeren met lichtschermen en (digitaal gemaakte!) visuals zou voor gek zijn verklaard. Anno 2018 is het zo, maar raak niet misleid: White stelt zijn fans wel degelijk genadeloos op de proef. White gunt de zaal, en zichzelf, geen rust. Rustpunten staan er nauwelijks op het programma – White heeft haast. Letterlijk, zo lijkt het: ‘Ik moet gaan, ik wil niet gaan, maar ik moet gaan,’, zegt hij tegen de tijd dat Seven Nation Army als beloning aan het publiek wordt opgediend. Dat nummer, met die briljante, meesterlijke, klassieke gitaarlijn is als een oase in een woestijn. Toegankelijk, makkelijk mee te zingen, euforisch. Het publiek heeft er op gewacht. Deze beloning is zo meesterlijk zoet dat de duizenden bezoekers alsnog blij neuriënd de Amsterdamse avond inlopen. Starend op hun telefoons natuurlijk, want die worden bij de uitgang weer uit de zakjes gehaald.

Fotografie: David James Swanson

Gezien: 2 juli 2018, AFAS Live, Amsterdam 

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Neil Young laat de gitaar spreken in Amsterdam
concert
Neil Young

Neil Young laat de gitaar spreken in Amsterdam

Nog maar een paar jaar geleden stroomde het publiek nog tijdens de show van Neil Young de Ziggo Dome uit ...
North Sea Jazz dag 1: Burt Bacharach, Joe Jackson, The Internet e.a.
concert
Dobet Gnahoré

North Sea Jazz dag 1: Burt Bacharach, Joe Jackson, The Internet e.a.

Over smaak valt eindeloos te twisten, maar jazz? Daar lijkt de meerderheid het wel over eens. Jazz is hectische pleurisherrie ...
North Sea Jazz dag 2: Jamie Cullum, Toto, Macy Gray
concert
Mahalia

North Sea Jazz dag 2: Jamie Cullum, Toto, Macy Gray

Met de openingsavond nog als betonblokjes in de onderbenen begeven we ons opnieuw in Ahoy voor de tweede dag van ...

Recensie: Bezeten genie Jack White gunt AFAS Live geen rust (concert) | OOR