Het duurde ontzettend lang voordat we – eindelijk – weer iets van Dev Hynes hoorden. Dat kwam niet alleen doordat hij allerhande muzikale hand- en spandiensten voor anderen verrichtte, van een Broadway-show tot het voorprogramma van Harry Styles. Het had onderaan de streep, meer dan wat dan ook, te maken met het overlijden van zijn moeder. Zes jaar na zijn laatste wapenfeit (Angel’s Pulse), is dat gegeven voor Blood Orange de hoofdmoot van Essex Honey.
Op die nieuwe plaat staat de Engelse zanger en multi-instrumentalist stil bij tal van herinneringen uit zijn jeugd, vol verdriet, maar gevoelsmatig óók met het grootste gemak van de wereld. Het is een album met een adembenemende hoeveelheid gastartiesten, van Caroline Polachek tot voormalig blog-lieveling Tirzah, terwijl iemand als Lorde ook nog even meeschrijft en zingt op het waanzinnige Mind Loaded.Het is haast niet voor te stellen dat al die bijdragen live óók overeind blijven.
Leer dan Dev Hynes kennen. De Londenaar lijkt bij zijn geboorte verzopen in een vat met muzikaliteit. Hoe kom je anders in vredesnaam op het idee om, overigens heel vroeg in de show, The Smiths’ How Soon Is Now? solo op een elektrische cello te coveren? Het is een van de vele, vele voorbeelden die zijn show in de Grote Zaal van TivoliVredenburg uitzonderlijk maken.

Dat heeft Hynes overigens niet alleen aan zichzelf te danken: de twee achtergrondzangers die ook op plaat een belangrijke rol vervullen – man (Ian Isia) en vrouw (Eva Tolkin), waarbij eerstgenoemde een set bewonderenswaardige danspasjes in huis heeft – en de band (toetsenist, bassist, drummer) zijn van een dusdanig niveau dat je af en toe bijna vergeet dat Hynes zelf ook nog op het podium staat.
Hij geeft ze dan ook alle ruimte: het vertrouwen dat hij in zijn muzikanten heeft, is enerzijds een luxe, gezien hoe briljant het in elkaar zit, maar laat tegelijkertijd zien dat hijzelf maar een paar momenten nodig heeft om te schitteren. Bij opener Look At You staat ie zielsalleen op het podium, omringd door de instrumenten die pas later aan bod komen. Na anderhalve minuut lijkt het tijdens Time Will Tell haast alsof hij zich in een muziekstudio begeeft: hij zou zomaar, als de muzikale kameleon die hij is, van instrument naar instrument kunnen kruipen.
In die kwetsbare opening van zijn set wordt ook iets anders duidelijk: Blood Orange trekt een uitzonderlijk leuk publiek aan. Men is muisstil wanneer het moet, en luidkeels wanneer het hoort, inclusief staande ovaties en veelvuldig gedans. Mooi om te zien, want dat is wel eens anders bij Gen Z’ers die prat gaan op dit soort artiesten.


Terug naar de band: Hynes’ drummer blijkt weergaloos, bijvoorbeeld op Jesus Freak Lighter en Best Of You, liedjes die hij even staccato als rotsvast op de best mogelijke manier dichttimmert. Op het ronduit ontroerende The Last Of England, een van de liedjes waarin Hynes specifiek ingaat op het overlijden van zijn moeder (‘Time has made it seem we can talk / but then they took you away’) is hij niet alleen tekstueel op zijn allerkwetsbaarst, maar ook muzikaal van de buitencategorie. Opnieuw neemt hij de elektrische cello ter hand, om het liedje grotendeels solo in te leiden, totdat halverwege zijn drummer (weer) fantastisch instapt.
Het zijn dit soort natuurlijke overgangen die dusdanig vanzelf lijken te gaan dat de zwaarte van de show nauwelijks voelbaar is. En dat is een onwijs compliment. Blood Orange verweeft zijn rouwproces met grenzeloze muzikaliteit en zet op die manier een verbluffende show neer. Dat hij in die tegenstrijdigheden – rouw op het podium, enthousiasme en zelfs euforie in de zaal – in vijf kwartier klaar is, en zich af en toe geen houding weet te geven, is daarin dan ook bijzaak: musici van deze categorie zijn, zo blijkt vanavond, per definitie een geval apart.
Gezien: 5 november 2025 in TivoliVredenburg, Utrecht