Gimmicks. Kekke foefjes en geinigheden die verder helemaal niets toevoegen aan de werking of inhoud van een product. Het is een woord dat je regelmatig leest in recensies van smartphones, spelcomputers en andere technologie. 3D in films is bijvoorbeeld vaak een gimmick. In muziekbesprekingen lees je het woord zelden, maar toch is de gimmick ook op platen ruimschoots aanwezig. Neem bijvoorbeeld 22, A Million van Bon Iver. Zanger en frontman van dit wisselende collectief, Justin Vernon, liet zelfs een heuse machine bouwen om als een soort cyborg te kunnen klinken, zo lazen we overal. Maar wat veranderde dat technische experiment aan het geluid van zijn band? Bar weinig. Het derde album van Bon Iver klonk in essentie gewoon weer als typisch Bon Iver.
Fotografie Nathan Reinds
Dat de vernieuwingen die we op plaat als gimmick kunnen afdoen wel degelijk iets essentieels hebben veranderd, merken we vanavond in TivoliVredenburg. Daar lijkt Bon Iver zelfs maar zelden op het Bon Iver dat de laatste jaren van kleine zaaltjes naar een uitverkochte HMH (nu AFAS Live) doorgroeide. Vernon treedt bijvoorbeeld aan met slechts twee sessiemuzikanten in plaats van de folkband van pakweg twaalf man sterk die hij voorheen leidde. Het drietal bezet ieder een stukje grond en speelt slechts een paar instrumenten, waarvan het merendeel multifunctionele toetsen. Door die beperkte middelen is het vroegere doel dat Bon Iver altijd leek na te streven, namelijk het creëren van weelderige, overrompelende schoonheid, geen optie meer. Het Bon Iver van vandaag, de live-versie van Bon Iver tenminste, klinkt dan ook niet meer als een constant sprankelend sprookje, maar meer als een machine die het merendeel van z’n nummers rauw en hard en vol prikkelende upgrades uitspuugt.
Zo kent 22 (Over S∞∞n) een lange, grimmige saxofoon-solo in het slot die naadloos aansluit op het post-apocalyptische sfeertje van het geheel. De schuddende groove van het bas-zware 10 d E A T h b R E a s t □□ maakt van dit op plaat juist tamme nummer een stampend feestje. Bij het normaliter bloedmooie Perth is vrijwel iedere weelderige klank ingeruild voor een keihard gitaargeluid. Ook geweldig is het een-tweetje Woods en 33 “GOD”, waarbij het laatstgenoemde nummer een finale versie van het eerstgenoemde knutselwerkje lijkt te zijn, maar dat feitelijk niet is. En dan zijn er nog tal van verlengde intro’s en outro’s waarin het drietal experimenteert met electro, klassieke muziek en zelfs free jazz. Justin Vernon neemt vanavond een groot risico door de toegankelijke schoonheid van weleer bijna volledig in te ruilen voor een complexer geluid. maar het pakt geweldig uit. Bon Iver klinkt vrijwel de hele avond spannend en als nieuw.
Ouderwets toegankelijke, typische Bon Iver-schoonheid is er overigens nog wel, maar komt óók in verrassende vormen tot uiting. Als een oubollige countrywestern-versie van Calgary bijvoorbeeld, alleen nog te herkennen aan z’n ongewijzigde songtekst. Of als een cover van het reeds kapot gecoverde A Song For You in de toegift, zó traditioneel gespeeld en gezongen dat het wel een grap lijkt, gezien alles wat eraan vooraf ging. Alleen Skinny Love en Flume horen we in hun welbekende versies, maar zetten je juist daarom op het verkeerde been. Totale stilte in het publiek tijdens deze liedjes, die Vernon weer speelt alsof het de allereerste keer is. Hoe doe hij dat toch? Zit hij met z’n kop nog steeds half in die blokhut in de bossen nabij Wisconsin? Of wisselt hij al even snel en overtuigend van emotionele mindset als zijn Bon Iver vanavond van klank en kleur wisselt? Hoe dan ook: Justin Vernon is een muzikant die blijft boeien.
Gezien: 19 september 2017, TivoliVredenburg, Utrecht

