Nonchalant blijven is het uitgangspunt van Cameron Winter. Hij is 23 jaar oud, gitarist en zanger van de dit jaar doorgebroken rockband Geese (nr. 2 in OOR’s Eindlijst 2025!) en zit midden in een internationale solotour. Zijn solodebuut Heavy Metal (2024) is een ongrijpbare mix van echt singer-songwriterwerk, hevige jazzy pianoballads, folky getokkel en zachte percussie. Dinsdag in TivoliVredenburg betrad hij echter in zijn eentje het podium. En hoe.
Stipt half negen wandelt Winter het podium op. Witte sneakers, donkere jeans, een donkerblauw knoopjeshemd. Een luchtige begroeting, iets te drinken. De laksheid waarmee de New Yorker zich door de ruimte beweegt, kan niet verder verwijderd zijn van de performance die volgt. Niets aan deze avond is ondoordacht, al moet het wel zo lijken. Gebogen over een gigantische vleugel start hij met Try As I May, na een aantal iets te perfect getimede valse startnoten die voor gegniffel in de zaal zorgen. Op deze korte reacties na is heel de uitverkochte Ronda stil. Winters stem is ongelooflijk.

Winter schrijft onbekommerde Joyceiaanse teksten. Dit jaar werd hij al vaak als een van de meest veelbelovende songwriters bestempeld. Niet onterecht. Al zijn woorden vallen op de juiste manier in elkaar. De vraag of zijn teksten onzinnig of betekenisvol zijn, is overbodig. De absurde zegswijzen in zijn songs hebben duidelijk een neutraliserende functie. Het ene moment klinkt er wartaal vanaf het podium (‘The conga line behind me is a thousand chickens long’), het andere moment vullen ogen zich met tranen bij een zin als ‘I’ll be at your feet in every lifeboat’. Ook de keelgrijper ‘My name is gonna sound old to you’ wordt omringd door domme zinnen om maar zand over de diepte te gooien. Het moet nonchalant blijven.
Het solowerk van Cameron Winter is geen slappe versie van Geese. Integendeel. Zijn kwaliteiten liggen eerder onder een vergrootglas, een intiemere microkosmos, waarin zijn eigen wereld verder wordt uitgebouwd. Er is meer vrijheid om nieuwe routes uit te kerven. Love Will Call volgt op The Rolling Stones, Nina + Field Of Cops volgt op Cancer Of The Skull. Stuk voor stuk innemende nummers die, ondanks hun onderlinge verschillen, bijzonder makkelijk te onderscheiden zijn van andere hedendaagse muziek. Winter heeft muzikaal goud in handen – en hij weet het.

Met zijn indrukwekkende zangtechniek en onberispelijke pianohanden draagt hij het optreden met gemak alleen. ‘Try as I may, to love what fits in my hand.’ Past perfect. Nummer na nummer wordt het duidelijker: zijn talent is allesbehalve casual. Sluik haar voor zijn ogen, gericht naar beneden, toch nadenken over iedere zin. De stream-of-consciousness lijkt inderdaad uit zijn mond te stromen, een bezetenen aan de piano, die van iedere vergelijkbare artiest het meest aan Nina Simone doet denken. Ook haar stem alleen was meer dan genoeg.
In Nina + Field Of Cops zijn de jazzinvloeden het duidelijkst: de klanken springen overal heen, de groteske piano groeit alleen maar en vormt een torenhoge berg waar je als luisteraar lastig weer van naar beneden komt. Dat wil je ook niet, het uitzicht is prachtig. Deze manier van songs schrijven heeft hij van zijn vader, een gerespecteerd componist in Brooklyn – wat duidelijk te horen is in Winters muzikale techniek. ‘God is real, God is real, I’m not kidding God is actually real, I’m not kidding this time, I think God is actually for real’, luidt de gigantische gospeloutro van $0 – de waarde die hij zichzelf in de tekst schat.

Zijn gezicht is weggedraaid van het publiek. Zij die in een hoek staan, krijgen niet meer dan een rug en de rommelige collectie drankjes rond de pianokruk te zien. Cameron Winter verdwijnt in zijn vleugel, het lijkt vanzelf te gaan. Op zijn stem staat geen effect, dit is werkelijk hoe hij klinkt. Regelmatig schijnt er een gigantische lamp de zaal in, zodat iedereen de kans krijgt een keer verblind te worden. Zijn het bewuste keuzes? Is het toeval? Je weet het nooit met Winter, maar het maakt indruk – daar gaat het om.
Sinds zijn eerste soloalbum wordt Winter vergeleken met zowel Dylan als Cohen. Zijn interviews voelen vaak akelig voorbereid voor iemand wiens rocksterimago wordt uitvergroot door een Dylanesque onverschilligheid. De jarenlange inspanning en toewijding die nodig is om dit type muziek te maken, lijkt niet in de belangstelling te mogen staan. Alleen het artistieke genie blinkt uit, niet de vakkundige muzikant erachter. Winter zet een fantastische onemanshow neer waarmee hij vooral wil uitstralen dat het hem makkelijk af gaat. Misschien is het ook zo, maar makkelijk is het absoluut niet.
Gezien: 2 december 2025 in TivoliVredenburg, Utrecht
Fotografie: Marc Prodanovic