30 jaar Dauwpop. Wat in 1995 begon als een bescheiden eendagsfestival op Hemelvaartsdag, is uitgegroeid tot een geliefd festivalweekend tussen de Sallandse bossen. Voor het jubileum trok Dauwpop alles uit de kast, tijdens een weekend vol uitersten op zowel de podia (Sugababes, Skunk Anansie en The Wombats) als in het veld (hitte en regen, modder en moshpits).
De vrijdag begint tropisch. Zodra de poorten opengaan, tikt de temperatuur al ruim dertig graden aan. De Nachtwacht warmt The Barn op, al is dat niet bepaald meer nodig. Frontman Jiri laat zien dat hij zichzelf – na zijn tijd als rapper onder de naam Jiri11 – succesvol opnieuw heeft uitgevonden samen met een complete band en een veel kwetsbaarder geluid.
Het publiek meekrijgen in een bloedhete tent blijkt nog wel een klus, ondervindt ook Douwe Bob. ‘Ik heb het fucking warm, maakt niet uit’, roept hij, waarna hij het publiek welkom heet in The Outcast Town. Uiteindelijk wordt er dan toch luidkeels meegezongen.



Douwe Bob, regen op vrijdag, Sor
Niet veel later gooit het weer roet in het eten. Regen en onweer jagen bezoekers richting de tenten. Voor Sor betekent dat spelen voor een vrijwel leeg veld, maar met een simpele set-up en een handvol trouwe fans op de eerste rij maakt hij er alsnog het beste van. Kingfishr profiteert juist van die omstandigheden. De tent staat ruim voor aanvang al vol. Vanaf het eerste nummer blijkt uit het luidkeels meezingen dat de tent niet enkel volstaat om te schuilen voor de regen. En laat het maar aan frontman Eddie Keogh over om zo’n menigte te bespelen – en uiteindelijk ook zelf het publiek in te duiken.
Gitaren zijn sowieso goed vertegenwoordigd op Dauwpop, met onder meer stevig rockende sets van Stone en Shame. Die laatste vult de schuur met bier, zweet, moshpits en crowdsurfers. Toch wordt het nergens grimmig op Dauwpop: wie omvalt, wordt direct weer overeind getild.
Uiteindelijk laat Son Mieux het zonnetje weer verschijnen op vrijdag. Toeval of niet: het past perfect bij de feelgoodshow waarmee de band momenteel rondtrekt. En wie dan nog niet is opgedroogd kan terecht bij Hiqpy, dat zich met een goede dosis zelfverzekerdheid in het zweet werkt. ‘We zijn toch niet van suiker’, roept frontvrouw Abir, waarmee ze het startschot geeft voor het stevig beukende gedeelte van de set.



Kingfishr, Son Mieux, Skunk Anansie
Afsluiter Skunk Anansie maakt de eerste dag helemaal af. Frontvrouw Skin klimt al vroeg in de set tussen het publiek, laat zich crowdsurfend door de mensenmassa dragen en bewijst dat haar indrukwekkende stem na al die jaren nog niets aan kracht heeft verloren.
Dag twee begint rustiger: bezoekers hangen brak in de schaduw of liggen op picknickkleedjes, verspreid rondom de verschillende podia. Eén van de redenen waarom Dauwpop al dertig jaar overeind blijft, wordt op deze dag opnieuw duidelijk: de enorme muzikale diversiteit. Het programma vliegt alle kanten op. Voor ieder wat wils, zonder dat het geforceerd voelt.
Binnen enkele minuten kun je schakelen tussen de folksongs van Sarah Julia, de hyperpop van Gotu Jim, de garagerock van Iguana Death Cult, de indierock van Chloe Slater (openingsfoto) en de energieke Vlaamse punk van Kaat van Stralen. Voor vrijwel iedere muziekliefhebber is er wel iets te vinden.



Fat Dog, The Barn, Grote Geelstaart
Naarmate de middag vordert, wordt het steeds ruiger op de podia. Ploegendienst kroont zich tot koning van de King King. Vanaf de eerste kreet die Ray Fuego uitkraamt gaat het los. The Wombats laten vervolgens zien waarom ze al jaren een geliefde festivalband zijn en Grote Geelstaart maakt indruk met een explosieve set waarin drumsticks breken, hi-hats losschieten en apparatuur het zwaar te verduren krijgt.
Dat het Dauwpop-publiek weinig nodig heeft om los te gaan, blijkt opnieuw bij Fat Dog. Bier vliegt door de lucht, crowdsurfers lijken overal tegelijk op te duiken en de combinatie van punk, elektronica en blazers werkt verrassend goed. Zelfs wie eigenlijk wacht op Sugababes, staat hier vrolijk mee te bewegen.



The Wombats, Antony Szmierek, Sugababes
Over Sugababes gesproken: de Main Stage puilt uit. Een uur aan nostalgie vult het hoofdpodium. Na die nostalgische piek, blijkt een lekkere beat en een flinke dosis charisma voor Antony Szmierek voldoende om het publiek te laten dansen.
Zo lopen indiekids, punkers, gezinnen en nostalgische popliefhebbers moeiteloos door elkaar heen in de Sallandse bossen, door de hitte, regen en modder. Typisch Dauwpop, al dertig jaar.
Gezien: 29 en 30 mei 2026 in Hellendoorn.
Fotografie: Bert Treep