Je haalt ze er onmiddellijk uit, de plukjes Roadburn-bezoekers die het centrum van Tilburg doorkruisen tussen de ene festivallocatie (013) en de andere (de Spoorzone, een minuut of vijf verderop – er zijn nog een paar kleinere zaaltjes in gebruik, zoals jazzclub Paradox). Of onderweg naar terras of eettentje. Veel zwart, aanzienlijk langere baarden en meer tattoos dan in de gemiddelde kantoortuin. Maar toch ook best wat kleur, in regenboogstijl zelfs – tot en met sommige van die baarden.
Tilburg verwelkomt die mensen, voor een heel groot deel afkomstig uit meer of minder verre buitenlanden, altijd allerhartelijkst. Logisch ook: het is immers een ontzettend lieve community, waarin de onderliggende samenhang zich niet beperkt tot uiterlijke kenmerken.
Alleen: die community hoef je niet met de neus op de feiten te drukken. Precies daar gaat het mis bij Maruja. Zanger-gitarist Harry Wilkinson roept op tot publieksparticipatie, benadrukt het community-gevoel en dwingt ons bijna om onze buurman te huggen en om van elkaar te houden. Geforceerd, zeggen we dan. Misschien ligt het daar wel aan dat de saxgestuurde postpunksound van Maruja eigenlijk niet heel erg Roadburn aanvoelt, en minder aan die sax en die postpunk.
Want zulk soort waarden (community, huggen, etc.) zijn in feite ingebakken in Roadburn, organisch verankerd in de fundamenten van het festival. Het DNA. Daar hoef je het vanaf het podium helemaal niet over te hebben. Er zijn wel andere zaken om vanaf die kansel ter sprake te brengen.



Maruja, Spoorzone, Shearling
Roadburn, wat is dat? Dat gemeenschapsgevoel, die rituelen, de weldadige effecten daarvan en wat ‘zwaarte’ (Redefining Heaviness is de laatste jaren de ondertitel, en dat geldt niet alleen de muziek) nu precies is, kortom: de betekenis van Roadburn, is onderwerp van het onderzoeksproject Archiving Heaviness (van onder andere 013, podiumkunsten.net en ‘erfgoed’-opleiding Reinwardt Academie). Dat project probeert daar greep op te krijgen, met op het terrein verspreide notitieboekjes, diepte-interviews in een speciale installatie en podcasts. Immaterieel erfgoed, dat sowieso. En in de woorden van Walter Hoeijmakers, geestelijk vader van Roadburn: ‘Dit is vier dagen lang onze wereld’.
We doorsnijden dit verslag met citaten uit dat onderzoek. Want waarom moet zoiets altijd maar draaien om de mening en het perspectief van precies één oudere, grijzende en eigenwijze witte man?
‘Je bent nooit alleen op Roadburn. Het is een community-ding’
Mijn eerste band op de donderdagmiddag, nog geen druppel bier in de mik, is Shearling, voorheen actief als Sprain. Vijf stijlwisselingen in ongeveer evenveel minuten maken het me lastig om me meteen in de festivalervaring mee te laten zuigen. Dus dan maar een loopje van een minuut of vijf van de Spoorzone naar Krallice, die de boel aftrapt in de grote zaal van 013. Krallice is lang niet de enige band die dit lange festivalweekend meerdere sets speelt, vaak verdeeld in de tijdvakken ‘past’, ‘present’ en ‘future’.
Slimme zet in een tijd dat alle festivals, dus waarom Roadburn niet, de broekriem aan moeten trekken: één band die drie optredens doet is, alleen al qua kosten, minder prijzig dan één optreden elk van drie bands. Krallice laat op deze eerste dag zijn toekomst horen, en dat smaakt naar meer. Een soort doorontwikkelde black metal, met meer lage bulderzang dan gebruikelijk in deze hoek, en een erg ‘drukke’ instrumentale basis die werkelijk associaties oproept met de technische death metal van een Blood Incantation. Kijk, zo verleg je grenzen. Zo breng je de Roadburn-pelgrim in de juiste stemming, ontvankelijk voor de zegeningen van riffs en volume, van noise en drones, van catharsis en verlossing.



Ufomammut, Krallice, Cult Of Luna
Je houdt altijd mensen die vinden dat Roadburn zo ver is afgedwaald van de wortels in stoner, doom en sludge. Maar goed ook!, ben ik dan geneigd te roepen, maar dan heb je toch weer een festivalveteraan als Cult Of Luna. Weinig brengt je meer in aloude Roadburn-sferen dan de blik op een zaal gevuld met pelgrims die hoofd en bovenlichaam op het golvende ritme van de riffs mee laten deinen, in wisselende stadia van intensiteit. Het schitterende, ijzig witte licht werkt mooi mee aan het bedwelmende effect, de dubbele slagwerkbezetting net zo goed.
Of neem Ufomammut, roemrucht trio uit Italië. De banden met Roadburn gaan zowaar terug tot voor het festival, toen ’t nog slechts een online-community was. Hun sound is even herkenbaar als indrukwekkend, even bot als genuanceerd – ja, dat kan, luister maar. Heavy en psychedelisch, in de vorm van lange en effectief opgebouwde nummers. Het effect van een steeds drukkender intensiteit, door steeds zwaardere effecten, en dan weer los! – het tilt je bijna op, zo goed. Mooi zijn ook de achtergrondprojecties, omgeven door twee ronddraaiende, zichzelf in de staart bijtende slangen. Ofwel: de Ouroboros, zo’n archetype dat ook hoort bij de onderstroom van Roadburn.
‘Dit festival heeft een ziel. Andere festivals geven niet die immersieve ervaring die Roadburn heeft. Die inner sanctum-vibe’
Al wordt Roadburn natuurlijk des te spannender als het de grenzen opzoekt (of herdefinieert). Met hiphop bijvoorbeeld, ook weer niet nieuw in de programmering – zie Dälek, op de derde dag, en niet voor het eerst op Roadburn. Elucid en Billy Woods (billy woods spelt hij zelf – die valse bescheidenheid ook altijd) zijn samen hiphopduo Armand Hammer, maar doen hier ieder voor zich een set, en met volle overtuiging. Billy Woods is toch de grotere naam in de grotere zaal, een meeslepende verteller over zaken als crackverslaving en ander onheil. Het is donker in zijn muziek, en niet alleen letterlijk (op het podium). (En o, het kan zijn dat ze samen nog wat Armand Hammer-nummers deden, we kunnen ook niet alles zien of meekrijgen.)
Voor noiserocktrio Unsane (sinds 1988!) in de kleinere Next Stage staan de rijen tot ver buiten 013, terwijl de grote zaal voor Blawan, tegelijkertijd, een maatje te groot blijkt. Regiefoutje, kan gebeuren. Niet dat technoman Blawan, Brit te Berlijn Jamie Roberts, hier niks te zoeken heeft, integendeel. Wat hij verstaat onder techno is escapistisch noch gepolijst. De rafels hangen aan zijn grooves, zware vervormingen omringen zijn ritmische spitsvondigheden. Met de ogen dicht, de doppen diep in de oorschelpen en genoeg bier op is het verschil met ‘reguliere’ Roadburn-bands, als die al bestaan, werkelijk miniem. Of op zijn minst te overzien.



Teardrinker, Unsane, Blawan
De tweede dag begint met een staaltje transformatie van het soort dat ook bij Roadburn hoort. Ook al omdat het een opdracht is, nog zo’n constructief trekje van dit festival. We kenden Kim Hoorweg als jazzzangeres, spectaculair debuterend op haar vijftiende. Waarna Kim zich bekeerde tot hardere sferen, brak met diens ouders en in duo Vulva (eerder ook al op Roadburn) diens frustraties en de staat van de wereld van zich afschreeuwde. Teardrinker borduurt daarop voort, maar dan grootser, orkestraler bijna. Hope This Hurts is niet voor niets de ondertitel. Zo tegen het eind weten een paar diepe streken op een eenzame cello me flink te raken, de tranen slaan al toe. En dan moet de climax nog komen: Kim en een koor opgetrokken uit verschillende geestverwante bands, die ontzettend roerend ‘Remember, Remember Love’ (of zoiets) zingen. Tuiten!
Daar moet je dan wel de geprojecteerde teksten bij bedenken – van denkers als James Baldwin, Audre Lorde en Hannah Arendt, onder andere. Ook over ‘heksen’: nog zo’n archetype dat past bij de onderstroom van het Roadburn van nu als je dat opvat als de verzameling outcasts, trans mensen, buitenbeentjes, eigenheimers die hier zo’n warm bad vinden. En zo krijgt ’t allemaal nog een activistische, bijna politieke lading ook. Citaat ‘Your silence will not protect you’ (Audre Lorde – had de naam van een Roadburn-band kunnen zijn) kan dienen als activistisch motto voor dit hele festival (heavy immers), de hele gemeenschap. Zulke momenten, daar heb je wat aan.
‘Als ik naar Roadburn ga, kan ik het leven weer een tijdje aan. Dan kan ik twee maanden mijn medicatie laten staan’
Nog zo’n uiterst veelbetekenend moment: Wiegedood, Belgische black metal met een best wel beetje problematische naam, en Blindman (Bl1ndman, schrijven ze zelf), saxofoonensemble uit datzelfde land. Het moment in kwestie is het begin: een langzaam aangeblazen noot op de baritonsax, verstild en trillend van de wisselende boventonen. En dat dus voor een goed gevulde, muis- en muisstille grote zaal. Saxofoons zijn ook gemaakt van metaal, dus kom op, die combinatie kan best. Hoewel die saxen in het geluidsspectrum wel een beetje weggeblazen worden, zodra het Wiegedood-cohort voluit gaat. Misschien dat daarom de boel niet helemaal van de grond komt, en de structuur een beetje blijft hangen in de los zand/work in progress-modus. Maar alla, durf is ook wat waard.
Alleen al daarom is het fijn dat jazzclub Paradox op vrijdag en zaterdag ook in de programmering zit. Niet dat het op de overige podia ontbreekt aan zaken als durf en visie, maar als het aan types als mij ligt: het universum van Roadburn (en alle andere universa) kan flink opknappen van een portie jazz. En dan moeten we Ragnarök Trio en Italiaans bas-drums-baritonsax-trio Zu (enorme rij voor de deur!) nog missen.



Acid Mothers Temple, Wiegedood, Agriculture
Maar 137 blijkt ook al een openbaring, en niet alleen vanwege de namen: gitarist Adrian Utley en bassist Jim Barr van Portishead, drummer Seb Rochford van Polar Bear en Sons Of Kemet en saxofonist Larry Stabbins van jazzdance-achtige acts als Weekend en Working Week (welke Roadburn-ganger zet dat nog wel eens op?) en allerlei Britse jazzgroepen. Jazz, impro, vloeiende grooves, een uitgeklede versie van Miles Davis in zijn Bitches Brew-tijd: het houdt niet op. In zo’n organisch opererend kwartet moet je geen uitblinkers aanwijzen, maar wat die Utley uit de snaren wringt en uit de effecten trapt! Hoe inventief, en eerder weids kosmisch dan bruut riffend.
Wat ons brengt bij Acid Mothers Temple, een van de bands in het Past, Present, Future-programma. Dit is de band van gitarist Kawabata Makoto, al decennialang sleutelfiguur in de Japanse psychedelische underground-scene. De past-set donderdagavond brengt heerlijk chaotische freakouts (hooggeplaatste OOR-collega: ‘ik had mijn vrienden vriendelijke psych-folk beloofd’), met zwiepende synths, heftige vrouwenzang en Makoto’s snaren wel wat verdronken in de mix. Het heden van vrijdagavond klinkt wel wat opener en glooiender – en steeds volkomen authentiek en bloedje-eigenwijs.
Mandy, Indiana heeft de hype aan de kont hangen, maar stelt niet teleur. Dit is wel een van de leukere bands die met synths en elektronica in de weer zijn, en zangeres Valentine Caulfield brengt haar slogans met heerlijk veel theatrale flair. Schreeuw het er maar uit (trauma’s omtrent medisch onheil, en een verkrachting), Valentine.
Agriculture speelde hier hun laatste plaat The Spiritual Sound (ook al typisch Roadburn, bands die complete albums van toen en nu op de setlist hebben). En dat is dan dus black metal van nu, even technisch als aangrijpend – zie ook Krallice.
‘Roadburn voelt meer als een safe space dan andere festivals’
Ladybird Skatepark is een wat ongebruikelijke plek voor een festivallocatie: hellingen en verhogingen door de hele hal, want skaten, en bij de optredens blijft het tl-licht (wellicht noodgedwongen) aan. Maar daarom juist: een goede plek voor de laat aangekondigde secret shows, die getuige de lange rijen zelden meer zo secret zijn maar toch nog net die guerilla-vibe hebben.
‘Punk-esthetiek’, noemt Joost Vervoort zo’n hal dan. Joost, zanger en altijd overtuigend frontman van Terzij De Horde. Weinigen kunnen zo welluidend boos zijn als hij: een ruwe brul over het verzengende zwarte vuur van zijn bandmaatjes. Hij maakt zich druk over, we noemen maar wat de obsessie met ‘macht’ en ‘kracht’ (eigenlijk zegt hij ‘power’, want vanwege die grote buitenlandse instroom bij de bezoekers kondigt iedereen alles aan in het Engels) en zulk soort concepten in de black-metal-scene.
‘De ware kracht zit in omkijken naar mensen die kwetsbaarder zijn dan jij’, en daar rolt de machine weer voort. Het is maar goed dat hij zijn charismatische kwaliteiten inzet voor de goede zaak – zoals daar zijn twee covers van hardcoreband Integrity. Overigens kan Joost ook heel zacht zingen, blijkt uit de ep van zijn folkproject Sunlight Altar (titel: Twilight Altar).
Echt ongenadig beuken doen we dan bij Primitive Man, hier integraal in de weer met nieuw album Remembrance. In de gitaaraanslagen van Ethan Lee McCarthy zit een brute kracht, een lang aangehouden akkoord ingekleurd met distortion, boventonen, gruis, kleurblokken (voor de synestheten onder ons), kortom: zo ongeveer wat je in de achtergrondprojecties langs ziet komen.
‘Wat me hier bracht is familie…. Chosen family bedoel ik. Opgaan in een groep Roadburn-veteranen is een ervaring!’
Boris doet hier integraal het album Pink, ook al twintig jaar oud en een van hun meer toegankelijke platen (een dag later zal het meer ambient-achtige Flood een re-enactment-aanpak krijgen). Het is een waar feest van alles waar dit Japanse trio voor staat: felle doom, dikke drones, de opmerkelijk ‘lichte’ zang van Takeshi – wiens dubbelhalzige gitaar/bas (zie ook Angine De Poitrine) echt een blikvanger is. Net als de frêle Wata, die een omgekeerd evenredige bak herrie uit haar gitaar weet te persen. De veelkleurigheid van Pink wordt gevangen in een reeks messcherp geperste klankbrokken, waarbij drummer Atsuo, compleet met een enorme gong achter zich, de grote gangmaker is. En kijk, Maruja, als zo’n Atsuo ons tot handjeklappen beweegt, dan geloven we hem.



Terzij De Horde, Primitive Man, Boris
Van het ene Japanse psychedelische monster naar het andere, zevenkoppig in dit geval. De derde set van Acid Mothers Temple, die van de future, lijkt wel de meest uitgefreakte van de drie. Twee bonkende bassen, twee wild in thereminstijl zwiepende synths, twee kosmisch uithalende gitaren – waaronder de snaren van spiritueel leider Kawabata Makoto: het is genoeg om je ziel in ieder geval tijdelijk binnenstebuiten te keren.
‘Ik was een moeder in een droom. Goed gevoel… Maar nu bier’
Het contrast met Bitchin Bajas is beslist groot, maar niet onoverkomelijk – dat is het mirakel van al die zeer uiteenlopende kanten van de Roadburn-medaille. Even sierlijke als afgepaste fluit- en saxpartijen, minimal-achtige synth-arpeggio’s, een bescheiden beat: het verknoopt je hersencellen in zeer symmetrische patronen, met een licht verslavende werking.
Bij het herenigde Oathbreaker (net als Wiegedood, zie eerder, afkomstig uit de Church Of Ra-kringen, rond Belgische helden Amenra) treft als altijd het contrast tussen de bijna dromerige zang van Caro Tanghe en haar duiveluitdrijvende screams. Altijd een waar genot, ook bij de integrale uitvoering van album Rheia, toch ook al weer tien jaar oud. Waarna Slift, uit Frankrijk, voor ons de avond afsluit met een, voor een trio, bijzonder vol en maximaal bandgeluid – ook qua noten.
‘Ik heb last van sociale angsten. Hier ervaar ik dat praten niet zo moeilijk is’
De laatste dag, de zondag, rustdag in de eigenlijke wereld. De drukte is al iets minder, net als ons energieniveau. Loutering, katharsis, verlossing zelfs: het vreet energie. We slepen ons naar KMRU, ofwel Joseph Kamaru, uit Kenia via Berlijn. KMRU, eerder in de weer met Roadburn-veteraan Kevin Martin (dan krijg je dus KMR & KRMU), dompelt de ontvankelijke zielen onder in schurende lagen vol dissonanten en prikkeldraad, in wisselende tinten van intensiteit, erg indringend op dit oorsplijtende volume. Ambient, maar dan van een heel ander temperament dan, zeg, Brian Eno’s Music For Airports op zondagochtend bij de koffie. En buitengewoon Roadburn. Net als de omzwervingen op akoestische gitaar, en eigenlijk niks meer, van Sir Richard Bishop (ooit in Sun City Girls): ergens tussen raga en blues.
Lili Refrain trekt haar eigen ritueel op met allerlei geloopte belletjes en ander klein slagwerktuig, een even theatrale als effectieve manier om je eigen begeleiding te regelen. Dat loopt verder uit op strenge elektronica en zang volgens Lisa Gerrard/Dead Can Dance-model, maar dan iets te zwaar in de overdrive – en uit het lood.



Inter Arma, Nothing, Lijkschouwer
Inter Arma is de band met de meest toepasselijke bandnaam in deze tijd (‘in tijden van oorlog’, vrij vertaald) en heeft verder ook goede papieren. Nadat men bij wijze van secret show al tweede album Sky Burial (2013) de skatehall in slingerde, is deze zondagavond in de grote 013-zaal The Cavern aan de beurt. Het is, verzekert de band, de eerste en de laatste keer dat dit precies één nummer (van drie kwartier) tellende album een live-verklanking krijgt.
Beloftes zijn er om gebroken te worden, want wat deze band uit Richmond, Virginia flikt met deze indrukwekkende, gelaagde compositie doet ons tintelen tot in tenen en vingertoppen. Aangevuld met gastmuzikanten op toetsen en altviool en zelfs, voor één segment, een zangeres wordt een ware regenboog aan klankkleuren en emoties ons deel.
Een verpletterende afsluiter voor dit OOR-smaldeel. Eeuwig zonde dat we nog eens Boris, Sonic Youth-drummer Steve Shelley (met Bill Orcutt en Ethan Miller, een droomtrio), KXP, DJ Haram, Dan Meyer en Lijkschouwer deze zondagavond moeten laten lopen. Plus wat ons verder dit festival nog ontgaan is. Maar een festival is altijd ook: meer missen dan je meemaakt, en dat vrolijk accepteren. Spijt daarover kan niet op tegen de euforie over wat ons wel heeft aangeraakt. We kunnen er weer tegenaan.
‘Ik zag licht in het donker’
Gezien: 16 t/m 19 april 2026 in Tilburg
Fotografie: Niels Vinck