concert
Soul/r&b

De onvergetelijke comeback van D'Angelo

Nu, achteraf, is het eigenlijk wel logisch. Een getroebleerd artiest als D’Angelo, een man die zoveel jaren een mysterie was, zou niet zomaar in volle glorie terugkeren. Er moest iets gebeuren. ‘Wie of wat verlost deze man van zijn demonen?’, vroeg OOR zich in 2012 nog af, nadat de zanger het publiek op North Sea Jazz ruim een uur liet wachten op een ongeïnspireerd optreden. Het antwoord is Ferguson. Toen een blanke politieagent de onbewapende zwarte tiener Michael Brown in dit Amerikaanse plaatsje doodschoot (en daar later niet voor werd vervolgd), ontstonden er onder de zwarte gemeenschap protesten die uitliepen op rellen. Het inspireerde D’Angelo tot het afmaken en uitbrengen van zijn langverwachte derde plaat. Het politiek geladen Black Messiah werd op een willekeurige decembermaandag de wereld in geslingerd en universeel als meesterwerk ontvangen. Een optreden bij Saturday Night Live bevestigde: D’Angelo was niet zomaar, maar écht terug, gedrevener dan we hem ooit zagen.

Het leidt vanavond in Paradiso tot een weergaloze comebackshow die nog lang in ons geheugen gegrift zal staan en waar je als recensent, zou je ieder bijzonder punt benoemen, een krant over vol kunt schrijven. Te beginnen met de manier waarop D’Angelo rond half tien (opnieuw een uurtje te laat en ná een fluitconcert) in reverse aftrapt. In tegenstelling tot zo’n beetje iedere andere artiest, zeker diegenen die zich na lange tijd afwezigheid weer eens vertonen, betreedt de zanger als eerste het podium en voegt zijn band zich pas halverwege opener Prayer bij hem. D’Angelo is dan ook niet de enige ster op de bühne, want The Vanguard bestaat uit de absolute wereldtop onder de muzikanten: drummer Chris ‘Daddy’ Dave, ace on bass Pino Palladino, gitarist Jesse Johnson en zangeres Kendra Foster. Stuk voor stuk klinkende namen die zowel solo als met grootheden als Parliament-Funkadelic, The Who en Prince hebben geschitterd.

Vooral tijdens het tweede deel van de set spatten de vonken van het podium. Het collectief funkt onafgebroken en zoals het volgens leermeester Bootsy Collins hoort: zó vuig dat het lekker wordt en making something out of nothing. De enige structuur in het kolkende modderbad zijn de herkenbare klanken van D’Angelo-klassiekers (in spé) die gedurende dit weergaloze jamspektakel opduiken: Lady, Back To The Future I & II, Left & Right en Chicken Grease. Herhaaldelijk kapt de zanger het feest af, om het vervolgens weer op te starten en met het enthousiasme van een jonge James Brown door te knallen. D’Angelo marcheert en danst over het podium, high-fivet het publiek en lijkt in de verste verte niet op de onzekere man die we een paar jaar geleden nog op North Sea zagen. Wanneer dit funkfeest na een dik pauzevrij half uur, tegen middernacht, eindigt, druipt de helft van het publiek vermoeid en bezweet richting de buitendeuren. Maar met een extra toegift tilt D’Angelo zijn show de nieuwe dag in. Wie tijdens de eerste twee uur achterin de zaal stond, kan nu doorschuiven en de slotstukken Till It’s Done (Tutu) – met een geweldige drumsolo van Dave – en Untitled – met zowel bloedmooie solo- als samenzang – vooraan meemaken.

Door het grote aantal funkknallers en nieuwe nummers, waarin het instrumentale aspect een grotere en zwaardere rol speelt, valt het vooral bij de oude en lichtere hits op hoe sterk D’Angelo nog steeds bij stem is. Hij wisselt dieper dan diep en hoog gekraai af in Alright, rapt de coupletten van Brown Sugar vloeiend en zingt het begin van One Mo Gin met zoveel gevoel dat je het verhaal achter dat nummer – de gevoelens van oude geliefden die elkaar weerzien – daadwerkelijk ervaart. Helaas vindt tijdens deze uitvoering van One Mo Gin ook het enige bedenkelijke momentje van de avond plaats. ‘Is it alright if I moan a little bit?’, vraagt D’Angelo herhaaldelijk aan het publiek in het lang uitgerekte slot. Het is een bijna exacte kopie van wat James Brown (daar is hij weer!) doet in Lost Someone, te horen op het legendarische Live At The Apollo. Behalve dan dat zijn geschreeuw door D’Angelo wordt vervangen door gekreun.

De zanger mag dan flink buurtje lenen bij niet alleen Brown, maar ook bij bijvoorbeeld Prince; feit is dat er qua muzikaliteit en performance weinig acts in de buurt komen bij het niveau waarop D’Angelo en The Vanguard vanavond in Paradiso spelen. Het collectief vloeit naadloos van vuige funk naar suikerzoete soul en bestookt de zaal met virtuositeit; duizelingwekkende gitaarsolo’s, drumslagen en handclaps waar je uren later nog van wakker schrikt, baslijnen zo vet dat de Febo ze zou moeten verkopen. Zelfs al is D’Angelo niet meer de grote vernieuwer, zijn klasse is nog steeds opmerkelijk. Neem bijvoorbeeld toekomstige single Really Love. Genoeg andere muzikanten, waaronder Prince met Te Amo Corazon en Santana met Maria Maria, die zo’n Spaans-Amerikaans liefdesliedje probeerden te maken en daar slechts half in slaagden. In de handen van D’Angelo is het idee goud. Laten we hard hopen dat deze geniale man vanaf nu in ieder opzicht gezond blijft. Veel beter dan dit wordt (live)muziek niet.

Door Randy Timmers / Fotografie: Daniël de Borger

Gezien: 3 maart 2015, Paradiso, Amsterdam

D’Angelo (nog) een keer zien? Hij staat 4 maart in TivoliVredenburg, Utrecht (uitverkocht) en 10 juli op North Sea Jazz, Rotterdam.

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Gratis vinyl bij een abonnement op <span class="oor">OOR</span> (vanaf 36 euro)!
abo-actie

Gratis vinyl bij een abonnement op OOR (vanaf 36 euro)!

OOR deelt uit! Neem een halfjaar- of jaarabonnement op OOR en kies je vinyl. Met nieuwe lp's van Pearl, English ...
Dark Matter
rock
Pearl Jam

Dark Matter

Pearl Jam lijkt er weer zin in te hebben. De laatste door de pandemie uitgestelde Gigaton-shows werden vorig jaar nog ...
The Tortured Poets Department
pop
Taylor Swift

The Tortured Poets Department

OOR-collega Thomas Snoeijs noemde Taylor Swift onlangs ‘de grote winnaar van de wereldwijde aandachtseconomie’. Een betere omschrijving van de Amerikaanse ...

De onvergetelijke comeback van D'Angelo