concert

Destroyer: ontwapenend ongemakkelijk

Niemand die tijdens een concert zoveel sit-downs doet als Dan Bejar. Na ieder couplet gaat hij voorzichtig op zijn knieën, vooral wegkijkend om oogcontact met bezoekers te vermijden. Bejar schreeftals Destroyer onverstoord twaalf albums bijeen. Dik twintig jaar werkt hij als muzikant, nog steeds komt hij trillend het podium op lopen. Hij grijpt naar zijn opzettelijke lage microfoonstandaard, alsof het een wandelstok is. Vier biertjes naast hem, om de zenuwen te onderdrukken. We beseffen nog maar eens hoe fijn het is dat deze artiest nog steeds over zijn podiumvrees heen stapt en de wereld rondtoert.

Bejar geeft daarbij veel uit handen. Met acht muzikanten is Destroyer een verre van standaard band. Een groep die niks van doen heeft met mode en net als bijvoorbeeld The Antlers op een eigen eilandje leeft. Als ze vier nummers bezig zijn krijgt Kaputt een climax waarbij de saxofonist, trompettist en twee gitaristen dwars door elkaar heen soleren, zonder dat het vervelend wordt. Het is een hoogtepunt van de bijbehorende, gelijknamige plaat waarmee Destroyer zes jaar geleden plotseling tot een groter publiek doorbak. Een toevalstreffer, weten we nu. Twee platen later is de band weer even underground als ze altijd geweest zijn.

Daarmee doe je zewel tekort, want Poison Season (meer classic rock, uit 2015) en Ken (meer jaren ’80, van oktober dit jaar) zijn aanschaf waard. Bejar mag dan niet vernieuwend klinken, hij bracht dit decennium geen slecht nummer uit. Allemaal zouden ze werken met enkel akoestische gitaar, maar live worden ze tot op de vierkante millimeter aangekleed. De jongste liedjes klinken vooral een stuk warmer. Overeenkomstig zijn de meespelende synthesizers en Peter Hook-achtige basloopjes, hoewel de saxofonist ook steeds een glansrol opeist. Het ene moment blaast hij een nummer naar dromerige hoogten, dan improviseert hij een ander liedje weer een angstig nerveus randje mee, vergelijkbaar aan David Bowies Blackstar.

Ja, Destroyer treedt zo geregeld buiten de comfort-zone, binnen de eigen comfort-zone. Als er halverwege ruimte is voor een experimentele trompetsolo, gaat de volledige band erbij zitten. Het is een moment van onderlinge interactie, waarbij de introverte groep hun menselijkste kant toont. Naarmate de trompettist steeds overstuurder door de zaal schalt, lachen de muzikanten hun tanden bloot. Bejar doet niet mee. Hij tuurt emotieloos naar de grond, verzonken in gedachten. De wereldvreemde frontman drinkt zijn vier biertjes keurig leeg. Zijn lage mompelzang blijft gelukkig wat het is: een tikkeltje nerveus, warm en licht onvoorspelbaar. Tien seconde voor zijn laatste couplet kijkt hij plots opgewekt uit zijn ogen. Nu lacht hij ook zijn tanden bloot. Wat zou er in hem om gaan?

(oude) foto: Jelmer ed Haas

Gezien: 9 december, Paradiso Noord, Amsterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Electric Light
album
James Bay

Electric Light

James Bay maakte met zijn debuutalbum Chaos And The Calm een zeer geslaagde entree. Hold Back The River, Let It ...
Tell Me How You Really Feel
album
Courtney Barnett

Tell Me How You Really Feel

Biecht: het Barnett-kwartje viel bij mij pas een paar maanden nadat haar debuut Sometimes I Sit And Think, And Sometimes ...
The Kooks terug met twee nieuwe singles
nieuws
The Kooks

The Kooks terug met twee nieuwe singles

The Kooks zijn terug! De Britse band heeft maar liefst twee nieuwe tracks gedeeld: No Pressure en All The Time ...

Recensie: Destroyer: ontwapenend ongemakkelijk (concert) | OOR