concert

Down The Rabbit Hole dag 2: van Anderson .Paak tot David Byrne

Het is weleens minder weer geweest op Down The Rabbit Hole. Sterker nog, het is bloedheet in Beuningen. Dat is in de eerste plaats erg fijn: het nieuwe hoofdpodium komt prima uit de verf en er wordt overdag volop gezwommen. Maar zal de zon bands en bezoekers – die ongetwijfeld veel te vroeg hun tent uit werden gebrand – geen parten spelen? Wil men nog wel van het koele strand afkomen? Wie een blik op het affiche werpt, weet eigenlijk het antwoord al. Van Fever Ray tot First Aid Kit en van de immer vooruitstrevende veteraan David Byrne tot nieuwe headliner Anderson .Paak: het is een dag vol artiesten die hun sporen zowel op plaat als op het podium lang en breed verdiend hebben. En mocht het dan toch té warm blijken, is er altijd nog de interessante nachtprogrammering – met onder meer The Black Madonna en dj-sets van De Jeugd van Tegenwoordig – die redding kan brengen. Kortom, wie zich goed heeft ingesmeerd, kan de tweede dag van Down The Rabbit Hole onbezorgd tegemoet treden.

Als Down The Rabbit Hole een band was, dan zou het festival La Femme (14:15, Teddy Widder) zijn. Zoveel is wel duidelijk als de Franse formatie even na tweeën z’n opwachting maakt in Beuningen. Het zestal ziet eruit alsof ze afkomstig zijn van een piratenschip dat kapseisde en aanspoelde op de kust van een kleurrijke kunstacademie. Stuk voor stuk zijn ze eigenzinnig, stuk voor stuk op de meest modieuze manier. De über-Fransoos van het stel is frontvrouw Marlon Magnée, die voor de gelegenheid zelfs een hemelblauwe baret heeft opgezet. Samen met de kick van drummer Noé Delmas geeft zij telkens het bevel: handjes – of vuisten, liever nog – de lucht in voor La Femme! Soms is een subtiel handbaar genoeg, want steeds meer mensen stromen vanuit het meer toe en dansen zich droog op de psychedelische punk van de Parijzenaren. De band blijkt een wolf in schaapskleren die stiekem de venijnigste muziek speelt die Down The Rabbit Hole tot nu toe hoorde. Maakt het dan uit dat de vocalen van Sacha Got soms niet te verstaan zijn? Welnee, dat waren ze toch al niet, want ons Frans is bijna net zo slecht als dat van de flauwe aankondigster. Veel belangrijker is het dat Got tegen het eind van de show, als na de springerige hit Sur La Planche met een Dick Dale-achtig surfintermezzo teruggegrepen wordt op voormalig thuisstad Biarritz, zijn keyboard spontaan in z’n klauwen neemt. De show piekt wat vroeg, maar afsluiter Antitaxi doet vermoeden dat wij dat misschien allemaal wel doen vandaag. Bij dat nummer gaat Down The Rabbit Hole vrolijk verder waar het gisternacht gebleven was en blijkt eens te meer dat het in Beuningen nooit te vroeg is om te dansen. En te warm al helemaal niet. (DB)

Op zo ongeveer het heetste moment van de dag staat Karel (15:15, Future Fuzzy Field) op het Future Fuzzy Field om de mensen nóg wat meer te laten zweten. Zo simpel als zijn artiestennaam is, zo is dat op een goede manier ook met zijn show. Alles wat Karel nodig heeft om het publiek al na het eerste nummer aan het springen te krijgen is een iPod met zijn jaren tachtig synthesizermuziek en zijn eigen aanstekelijke dansmoves. Met een flink chorus-effect op zijn stem en het springen tussen de mensen, op de tafels en op de geluidstoren, zou je hem kunnen plaatsen in het rijtje tussen een vrolijke Jon Maus en Jimmy Whispers. Het is haast onmogelijk om niet meegenomen te worden in alle energie die hij je geeft. Als je zo kunt feesten als Karel, hoeft het verder allemaal niet zo moeilijk te zijn. (MR)

Een van de eerste elektronische acts van de zaterdag is James Holden & The Animal Spirits (16:15, Teddy Widder). Met zijn Animal Spirits heeft Holden een magische combinatie gevonden. Terwijl hij zijn buitenaardse geluiden uit zijn modulaire synthesizers haalt, zit er schuin voor hem een percussionist op een kleed. De muziek van Holden krijgt een volledig andere sfeer, nu hij een volledige band om zich heen heeft. De nummers worden ongelofelijk strak gespeeld en, als je naar de grote schermen aan de zijkanten van de tent kijkt, zie je dat ook Holden er helemaal in opgaat. De show is misschien niet altijd spannend – de nummers zijn zelfs soms wat langdradig – maar het lukt Holden wel om je in trance te krijgen. Maar dat kan ook door de hitte komen natuurlijk. (MR)

Als we het programmaboekje van dit jaar moet geloven, worden we bij Masego (16:15, Fuzzy Lop) getrakteerd op muzikaal spektakel. Hij kan een ‘orkestbak aan instrumenten bespelen’, maar geen van al die tools zien we vandaag. Laat staan dat die instrumenten tot hun recht komen in de muziek. De 25-jarige Micah Davis, bekend van zijn chille-hiphop-voor-bij-het-studeren-songs die viraal gingen op YouTube, staat wat aan te rommelen met een loopstation. Daar beatboxt hij vrij slapjes een ritme in, om vervolgens allerlei knopjes in te drukken die de extra lagen toevoegen. Wie al samen met ons denkt dat hij de luiste multi-instrumentalist op aarde is; het kan nog erger. De show schakelt roekeloos van liveperformance naar een hiphopshow met DJ, waar nummers rigoureus worden afgekapt na anderhalve minuut en al na een kwartier wanhopig wordt geprobeerd het publiek op te zwepen met Snoop Doggs Sensual Seduction, Fergies Glamorous en Michael Jacksons Dirty Diana. Een vreemde combinatie van nummers, niet eens met enige moeite gemixed door de DJ. Compleet richtingloos worden dan weer de nummers uitgespeeld op een sampler, en voor hit Tadow is afgelopen – het YouTube-kanon werkt na nog geen twee minuten al compleet in op je zenuwen – zijn we de tent alweer uit. En niet alleen door de bloedhete tent krijg je zin in een frisse douche: Masego zet hier het muzikale equivalent van een Temptation Island-aflevering neer. Doodsimpel je publiek lokken met cheap thrills, zo onnoemelijk lui en laag dat je er bijna van zou gaan genieten. (DC)

De vorige keer dat we First Aid Kit (18:15, Teddy Widder) op een groot Nederlands festival zagen, zorgde de band voor een van de hoogtepunten tijdens de show van Lowlands-headliners Mumford & Sons. Om maar aan te geven: het ging goed met de Zweedse zusjes. Het tweetal werd zelfs zó succesvol dat de band tussen Johanna en Klara Söderberg op klappen kwam te staan. Het duo vertrok naar de VS, legde het bij, kocht een paar glitterlaarsjes voor elkaar en liet zich op het dit jaar verschenen vierde album Ruins inspireren door de Fleetwood Mac-klassiekers die tijdens de trip door de speakers geklonken hadden. ‘Sorry dat we zo Amerikaans klinken als we praten’, verontschuldigt Johanna zich nog vlak voor de gezusters een cover van Paul Simons America inzetten. Er wappert wel een Zweedse vlag in de volle Teddy Widder, maar de sterren op de ketting van Johanna en de gitaar van Klara laten er geen twijfel over bestaan: First Aid Kit haalt is een Amerikaanse act geworden. Een act inderdaad, want het duo schildert een nogal romantisch beeld van dat land, dat as we speak worstelt met geïnstitutionaliseerd racisme en Trumps rariteitenkabinet. In plaats daarvan zien we beelden van lange snelwegen door Death Valley en bandleden met van die bloesjes die je alleen draagt als je wilt laten zien dat je uit Amerika komt. Als een soort Haim met minder pit speelt First Aid Kit een foutloze folkshow die zo stevig staat als de gemiddelde IKEA-kast, maar zo suf is als de medewerkerskleding van die meubelgigant. Natuurlijk is het mooi dat Johanna en Klara weer zij aan zij op het podium staan. Tijdens meezinger My Silver Lining maken de Söderbergjes zelfs elkaars zinnen af: ‘I won’t take the easy road, the easy road, the easy road.’ Wij denken toch anders over deze middle of the roadtrip. (DB)

De Brit Sampha (19:15, Hotot) is binnen twee jaar enorm gegroeid, en dat is wel te zien als hij met een nummer als No One Knows Me Like The Piano de grote mainstage in z’n macht krijgt met slechts zijn stem en zijn piano. Het meeste publiek zit overigens achteraan op de heuvels, om vanaf daar te genieten van zijn breekbare soulstem. Veel van zijn andere nummers zijn heel dansbaar en het blijft een ontspannen show. Af en toe raakt hij misschien net een beetje een valse noot, maar hij is niet bang om continu te blijven schakelen naar zijn zwoele kopstem. Ook wanneer de percussie behoorlijk stevig is, is het zijn stem die alles ontspannen houdt. Daardoor is het misschien geen show waarvan het publiek compleet uit zijn dak gaat, maar wel een hele fijne starter voor het begin van deze zomerse, zwoele zaterdagavond. (MR)

Power to the pussy: Karin Dreijer Andersson zet met haar all-female Fever Ray (20:15, Teddy Widder) een ijzersterke femi-electroshow neer in de grote tent. Elementen van het grandioze spektakel dat ze telkens weer met broerlief Olof neerzetten zitten ook in een Fever Ray-show verwerkt: performance art, de meest prikkelende kostuums (is haar Karins rechterhand nou gehuld in een hypermasculien bodybuild-outfit of in de framboos van Flipje uit Tiel?) en groots uitgespeelde synthpop. De liveshow is net als recente topplaat Plunge een viering van feminisme, seksualiteit en queerdom. Het creëert een fijne inclusieve sfeer in de tent, vol regenbogen, hoofden vol glitters en extatisch gedans op de stampende percussie die vanaf beide flanken van het podium komt. In de toegift wordt de vooruitstrevende show naar een hoogtepunt getrokken door absolute drietrapsraket If I Had A Heart, Mama’s Hand en I’m Not Done. Dreijer is zichtbaar in haar element, als ze met haar doordringende stemgeluid de laatste regels zingt. It ain’t over, I’m not done. Toen vier jaar geleden de brui werd gegeven aan The Knife, vreesden we even dat dat zo was, maar gelukkig is Fever Ray nog steeds niet en nog lang niet dood. Dreijer is een performer die haar tijd ver vooruit is en is niet alleen inhoudelijk een waardevolle toevoeging aan alle festivalposters, maar ook visueel en muzikaal een van de betere shows die je op een weekend als dit zal zien. (DC)

Ergens halverwege zijn snoeiharde punkshow speelt IDLES (20:30, Fuzzy Lop) plotseling een cover van Mariah Carey’s All I Want For Christmas Is You. ‘A christmas miracle’, kirt gitarist Mark Bowden, die de beste snor van Down The Rabbit Hole bezit. ‘Anything can happen’, voegt Joe Talbot toe als hij IDLES’ eerste liefdesnummer inleidt. ‘Except some things.’ Geluk, dat dwing je bijvoorbeeld niet af. Een jaar geleden brak Talbots band door met het Brutalism, een manifest tegen alles dat kut is in Groot-Brittannië. Hij had net een huis buiten Bristol gekocht met z’n vrouw Beth, die zwanger was van een dochtertje. Nu, met tweede plaat Joy as an Act of Resistance op komst, is de intens verdrietige waarheid dat dat dochtertje al overleden is. Wie dat weet, begrijpt helemaal waarom Talbot zo tekeer gaat. Hij speelt niet voor de lol op Down The Rabbit Hole, maar staat in Beuningen uit bittere noodzaak, stukje bij beetje zijn trauma’s te verwerken. Talbots razernij richt zich vanavond op politici die de gezondheidszorg willen privatiseren (Divide and Conquer), mensen die immigranten als minderwaardig beschouwen (nieuwe hit Danny Nedelko) en rijkeluiskinderen die niet pessimistisch zijn vanwege hun privileges: “Hoeveel optimisten heb je nodig om een lamp te vervangen? Geen, want dat doet de butler wel.” Terloops legt hij nog even uit hoe het is om in een shithole op te groeien met niets dan slechte drugs ter beschikking. Wat IDLES dan zo anders maakt dan al die andere boze punkbands die het daar ook over hebben? Dat de show van het vijftal eigenlijk best een vrolijke bedoeling is. Stick it to the man is het motto, maar in de moshpit gaat het er vriendschappelijk aan toe, vooral als Bowden en collega-gitarist Lee Kiernan er samen induiken. Bij afsluiter Well Done weten we het zeker: vreugde kan inderdaad de beste vorm van verzet zijn. (DB)

Het gebied rondom de Hotot staat opnieuw helemaal vol zodra David Byrne (21:15, Hotot) begint te spelen. Het gigantische podium is volledig leeg, met lange kralengordijnen aan de randen en in het midden een klein tafeltje, een stoel en een stel hersenen. Zodra Byrne aan de tafel aanschuift en met de hersenen in zijn hand begint te zingen, zie je direct: hij is niets van zijn creatieve kracht verloren. Natuurlijk zijn de meeste mensen gekomen voor de hits van Talking Heads, maar zijn nieuwere nummers hangen daar niet zomaar omheen. De volledige band van Byrne heeft draagbare instrumenten, zodat ze allemaal continu hun indrukwekkende choreografie kunnen laten zien. Ook Byrne staat niet stil; op blote voeten en in een pak met teveel zakken doet bij ieder nummer zijn hele lichaam mee. Het voelt vaak meer als theater dan als een festivalshow, zeker wanneer Byrne zijn betogende nummers brengt, over het leven in deze wereld en het je afvragen hoe het is om je eigen tong te zijn. Alles aan dit optreden laat zien dat hij niets van zijn vervreemdende stijl heeft verloren. Byrne speelt de Talking Heads-klassiekers Once In A Lifetime en This Must Be The Place en eindigt, geheel in lijn met zijn persoonlijkheid, het grote feest met een sterk politiek nummer. Het is een cover van Janelle Monáe die vooral bekend werd tijdens de Women’s March in Washington vorig jaar, waarin namen van afro-Amerikaanse mannen en vrouwen voorbij komen die zijn omgekomen door politiegeweld. Een zware afsluiter, maar eigenlijk past het heel goed in de rest van de show. Byrne laat je met zijn 66 jaar nog altijd maar moeilijk onverschillig. (MR)

Dat publiek in de Fuzzy Lop was leuk hoor, maar eigenlijk vond Joe Talbot van IDLES het vooral een eer dat hij het ‘voorprogramma’ van “de beste rockband ter wereld” mocht verzorgen. Daarmee overdreef de Brit niet eens zoveel, want John Dwyer van Oh Sees (22:45, Fuzzy Lop) is een levende legende in de punkscene van Los Angeles en omstreken. Dat ondergekliederde mannetje links op het podium inderdaad, die heeft een nóg grotere cultstatus dan Karel. Tot ver buiten de tent verdringen mensen zich om een glimp van de veertiger op te vangen. Al snel wordt duidelijk waarom: Dwyer heeft maar een klein gitaartje in z’n handen, maar doet er grootse dingen mee. In een mum van tijd verbouwt ‘ie de tent tot een gruizige garage, waarin zompige riffs net zo hard scheuren als de motorfiets waarop de Amerikaan naar verluidt steevast rondrijdt aan de West Coast. Dwyer speelt de dwarsdoorsnee van het twintigtal albums dat Oh Sees uitbracht zó overtuigend, dat de band zelfs geen tweede gitarist meer nodig heeft. In plaats daarvan heeft het viertal de beschikking over twee drummers die beter synchroon kunnen bewegen dan een stel Chinese schoonzwemmers en de boel nóg meer kracht bijzetten. Af en toe maant Dwyer ze tot rust en lurkt ‘ie tevreden aan een welverdiende versnapering. Dan vliegen ze er gevieren weer vol in. De legende lééft. (DB)

Al vanaf haar uitgraving is Down The Rabbit Hole een festival dat een headline-slot biedt aan acts die weinig ervaring hebben met deze taak. Zo kan je nog steeds zeggen dat je Foals op de eerste DTRH zag voordat ze écht groot en cool waren, of dat je één van de 18 mensen was die in 2016 bij ANOHNI in de Hotot stonden. Het is maken of breken dus bij de Hotot-headliner, één dag per Rabbit Hole-editie. Deze editie is die spannende eer weggelegd voor Anderson .Paak en zijn Free Nationals (23:30, Hotot), die de gecancelde set van vorig jaar komen inhalen. Op papier de minst gerenommeerde headliner van de drie die er deze editie staan, niet alleen door de best nog wel recente doorbraak (begin 2016 in een uitverkochte Tolhuistuin viel in Nederland het kwartje) en het niet zo lijvige – maar wel constant uitbreidende – oeuvre. Op talloze featurings, onafhankelijk uitgebrachte albums waarbij het succes uitbleef en samenwerkingsproject NxWorries met Knxwledge heeft cheeky Andy slechts twee bekende studioplaten op zijn naam: het veelbelovende poppy Venice (2014) en het meesterlijke R&B/hiphop-crossoverfeestje Malibu (2016).

Het kan dus snel gaan: de rapper/drummer/vocalist met de kenmerkende hese stem en septumring heeft een herkenbaar, eigen stijl opgebouwd en met samenwerkingen met de allergrootsten (Dr Dre, A Tribe Called Quest, Chance The Rapper) al flink wat strepen in de showbiz verdiend. De Hotot-weide zit drie kwartier van tevoren dan ook al goed vol met een jong publiek voor Anderson .Paak, misschien dan niet de meest gerenommeerde, maar wel de populairste onder de jongeren. En hiphopshows als hekkensluiter op de grote podia, vol frisser, dansbaarder materiaal dat niet alleen gitaren bevat, daar snakken festivals als deze naar. Andy komt lekker energiek binnen, met vissersmuts, hoge sportsokken, John Lennon-shades en oranje shorts, eveneens een interessante doch treffende opener: Parking Lot. Bad trip-anthem Come Down gooit de energie goed omhoog, Glowed Up zorgt voor net zo veel spanning.

Van midstage schakelt Anderson makkelijk over naar de rechterkant om achter zijn drumstel plaats te nemen. Een fijne toevoeging, eveneens het unique selling point van zijn hiphopshow, en het is niet eens een gimmick. Paak is een uitstekende, retestrakke drummer, die zijn soms wat karakterloze band compleet doet verbleken. Zijn beste muzikale evenknie vindt hij in toetsenist Ron Tnava Avant, een beer van een vent met de langzaamste planga van het hele terrein, die naast excellente vingervlugge solo’s ook een eigen interlude krijgt en tijdens Parking Lot heerlijk het normaal wat weggemoffelde orgeltje naar de voorgrond trekt. Maar eerlijk: soms is het muzikaal wat dunnetjes. Room In Here krijgt niet de bezieling die het op plaat heeft en voelt verrassend bleek zonder de verse van The Game, ‘Til It’s Over en Bubblin’ zijn nieuwe tracks van de nog niet aangekondigde derde langspeler laten een eigen geluid horen, maar missen de groove en inhoudelijke diepgang van Malibu.

Anderson .Paak wint alsnog de Hotot-challenge, maar niet met volle overtuiging. De sfeer zit er in, iedere gevraagde participatie wordt moeiteloos beantwoord door het publiek, en er zijn genoeg fijn gespeelde hits. Maar wat we vooral zien, is nèt geen vuurwerk. Het is overduidelijk dat Anderson .Paak de potentie heeft om een veel grotere, uniekere show neer te zetten dan hij nu in handen heeft. De set van vanavond is vooral een verlenging van wat we in de zomer van 2016 al op PITCH, North Sea Jazz en Lowlands zagen. Met een grotere betere (big) band (inclusief toetsenist Ron) en meer nieuw materiaal kan Anderson .Paak een van de meest dynamische, energieke en beste hiphop/crossover-artiesten op deze planeet worden. En dat is hem gegund: het wereldsterren-niveau ligt nu echt binnen handbereik. (DC)

Door Dirk Baart, Dave Coenen en Matthijs van Rumpt

Fotografie: Kamiel Scholten

Gezien: 30 juni 2018, Down The Rabbit Hole, Beuningen

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Driemaal Melkweg
nieuws
Anathema

Driemaal Melkweg

Buiten hangt de herfst alweer in de lucht, binnen is het behaaglijk. Ook in de Melkweg, zo weten we uit ...
True Meanings
album
Paul Weller

True Meanings

Paul Weller houdt er de vaart in. Vorig jaar bracht hij A Kind Revolution uit, nu ligt er met True ...
OOR Tipt: Left Of The Dial
achtergrond
SONS

OOR Tipt: Left Of The Dial

Left Of The Dial is de laatste aanwinst binnen de Nederlandse verzameling van showcasefestivals. Het Rotterdamse evenement biedt een spannende ...

Recensie: Down The Rabbit Hole dag 2: van Anderson .Paak tot David Byrne (concert) | OOR