concert

Eddie Vedder geeft AFAS Live alles behalve zijn hand

In twee jaar tijd kan er veel veranderen, maar bij Eddie Vedder is er vooral veel hetzelfde gebleven. Net als bij zijn vorige reeks soloconcerten in AFAS Live zien we de Pearl Jam-zanger vooral in zijn eentje op een krukje met een gitaar of ukelele in de aanslag, opnieuw zijn de ticketprijzen exorbitant hoog, opnieuw staat Glen Hansard in het voorprogramma, opnieuw wordt Vedder soms vergezeld door het Amsterdamse Red Limo String Quartet en opnieuw, jawel, is het hartstikke mooi. Het is zo’n avond waarop op het podium eigenlijk alles mag. Het publiek heeft wel wat restricties; gebruik van mobieltjes en andere devices is strikt verboden, dus geen foto’s of video’s. Maar ook dat komt niet uit de lucht vallen, Vedder zong het in 1994 al: take my hand, not my picture.

Een hand krijgt het publiek vanavond niet, verder geeft Vedder ruim twee uur lang het publiek zo ongeveer alles wat hij heeft. Hij begint nog rustig, met twee covers – eentje van Warren Zevon en eentje van Neil Young – maar zodra de eerste klanken van Pearl Jams I Am Mine van het podium af schallen is de extase in de zaal te voelen. Een emotioneel Elderly Woman Behind The Counter In A Small Town wakkert dat alleen nog maar aan. De kracht van deze show is dat dit nummer, samen met een ouderwets venijnig Porch en een kippenvelopwekkend Betterman en Just Breathe, eigenlijk de enige Pearl Jam-klassiekers zijn die voorbij komen. Vedder had ook makkelijk twee uur kunnen vullen met uitgeklede versies van alle hits en publieksfavorieten, maar kiest juist voor deep cuts, solomateriaal en een hele hoop covers.

Zo passeren twee nummers van de buiten de harde kern weinig geliefde anti-Bushplaat Riot Act de revue, waarvan Can’t Keep dankzij de bijdrage van het eerdergenoemde Red Limo String Quartet zelfs tot een onbetwist hoogtepunt gerekend mag worden. Ook wordt Gone van het self-titled Pearl Jam-album uit 2006 (die met de avocado) voor het eerst sinds 2014 uit de kast getrokken. Een feest der herkenning voor de echte fan en een goed excuus voor de meer casual liefhebber om toch ook eens de wat mindere broeders uit het repertoire van de band een kans te geven. Het is fascinerend om te zien hoe Vedder de nummers verbouwt. Zo krijgen we vanavond een kijkje in een alternatief universum waarin het op plaat juist uiterst verstilde Sometimes een stadionrocker is en transformeert de maestro het furieuze Lukin in een akoestische folk-kraker waar Marcus Mumford zich een hoedje van zou schrikken.

Dat wil overigens niet zeggen dat het accent uitsluitend op Pearl Jam-nummers ligt. In de laatste veertig minuten van de show horen we zelfs alleen maar covers. Dat is tekenend voor een show waarbij Vedder gewoon doet waar hij zin in heeft. Hoewel hij zelf aangeeft zenuwachtig geweest te zijn, komt hij uiterst ontspannen over. Hij kletst op zijn gemak met en tegen het publiek. Soms vrolijk en bemoedigend, zoals wanneer hij verhaalt over hoe hij in 1992 na een show in Nederland verdwaasd op de stoep achterbleef, waarna een vriendelijke passant hem een lift op de fiets naar zijn hotel aanbood. Maar soms spat de onderkoelde woede er bijna vanaf. Natuurlijk niet gericht naar het publiek, Vedder zegt dat hij van ons allemaal houdt en het is moeilijk hem niet te geloven, maar vooral naar politici en that guy in zijn thuisland in het bijzonder.

Halverwege de show betrapt hij zichzelf er op dat hij bijna aan het preken is: ‘look at me, I came here to play music and now…’, maar niemand in die zaal die daar wat om geeft. Het is juist mooi om te zien hoe open hij zich naar het publiek opstelt. Helemaal in de – zoals het een Pearl Jam/Eddie Vedder-show betaamt – enorm lange toegift, waarin hij vertelt dat Glen Hansards Song Of Good Hope hem zoveel troost bracht dat hij zonder dat nummer niet zeker wist of hij er nog zou zijn. Met een wonderschone versie van dat nummer, waarbij Hansard natuurlijk ook meespeelt, tot gevolg.

Sowieso is het in de toegift een drukke bedoening op het podium. Naast Hansard en het strijkkwartet wordt ook E-Street Band-saxofonist Jake Clemons (het neefje van) uit de coulissen getoverd, die eerst Betterman al verrijkt met een heerlijk solo, maar even later in een prachtige versie van The Boss’ Drive All Night (die dit drietal ook al eens op plaat zette) helemaal tot nieuwe hoogte stijgt. Na dit zinderende hoogtepunt volgen nog een aantal covers, waarna uiteindelijk de hele crew op het podium getrokken wordt. Het is een mooi contrast met hoe alleen Vedder in de eerste helft van de show was. De onvermijdelijke, maar daarom niet minder euforische, afsluiter is natuurlijk Keep On Rockin’ In The Free World, waarbij de helft van de zaal zich uit de stoelen heft en richting de rand van het podium rent, waar en passant meteen massaal de telefoonregel verbroken wordt. Het zal ons vergeven worden.

Fotografie: Luuk Denekamp

Gezien: 9 juni 2019, AFAS Live, Amsterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Genadeloos Tool neemt de tijd in de Ziggo Dome
concert
Tool

Genadeloos Tool neemt de tijd in de Ziggo Dome

Tool-boegbeeld Maynard James Keenan was de afgelopen jaren relatief vaak op de Nederlandse podia te bewonderen. Twee keer op Pinkpop, ...
Fatal Flowers live: De epiloog van het jongensboek
concert
The Fatal Flowers

Fatal Flowers live: De epiloog van het jongensboek

De reünietour van The Fatal Flowers is in volle gang, met nog een week te gaan voor de twee afscheidsconcerten ...
Loose Ends Festival
concert
Fontaines D.C.

Loose Ends Festival

Op voorhand vonden we Loose Ends al de leukste nieuwkomer aan het festivalfront en met - misschien wel iets te ...

Recensie: Eddie Vedder geeft AFAS Live alles behalve zijn hand (concert) | OOR