Liedjes zijn voortdurend ‘op reis’ en eigenlijk nooit ‘af’, betoogde Tom Smith laatst in een interview met zijn platenlabel. Men is geneigd te denken dat de studioversie het definitieve product is, maar niets is minder waar, aldus de frontman van Editors. En verhip, hij heeft nog gelijk ook: in een stijf uitverkocht Zonnehuis horen we hem op zijn allerkleinst, mijlenver verwijderd van de bombast en theatraliteit die past bij hoe we Smith hebben leren kennen. En dat levert, voor het overgrote deel, een bijzonder mooie avond op.
Zelfs de grootste producties, zoals Honesty en vuurkanonnen-track Papillon, worden teruggebracht tot (veelal) akoestisch gespeelde liedjes, ontdaan van alle (elektronische) fratsen die door producers als Flood en Blanck Mass door de jaren heen juist aan de sound van de Engelsen zijn toegevoegd. Daarvoor wordt Smith geflankeerd door multi-instrumentalist Nicholas Willes, die voor menig Editors-liefhebber geen onbekende is: Willes tourt al ruim een decennium met de band mee als gitarist en toetsenist. Op deze tournee bespeelt hij onder meer de elektronische en akoestische gitaar, de piano en de mondharmonica, en soms doet-ie dat allemaal tegelijk.
Terug naar de echte blikvanger van de avond. Nadat Tom Smith vorig weekend Paaspop aandeed, speelde hij vervolgens twee shows in België en eentje in Parijs, om vervolgens vanaf vandaag drie avonden in Nederland te spelen. Na deze show trekken Willes en hij naar Groningen en daarna nog naar Utrecht. Vier optredens in zo’n klein landje? Het zegt alles over de populariteit van Editors in ons land, waar vrijwel iedere plaat sinds het debuut in de top tien van onze hitlijsten belandde.
Sinds 2022 is het stil rond de band, maar, vertrouwt Smith ons toe: tegen het einde van dit jaar verschijnt er een nieuw album. Achterin de set speelt hij in zijn uppie The Hills We Died Upon, een track die op die plaat moet verschijnen. Gezien hoe ieder Editors-liedje compleet gestript wordt van alle productionele aankleding, is het op deze manier een fraai, maar nietszeggend voorproefje.


De daadwerkelijke reden van deze rondgang langs allerhande intieme podia door heel Europa is echter het verschijnen van Smith’s eerste soloplaat: There’s Nothing In The Dark That Isn’t There In The Light. Collega Reinier van der Zouw merkte hierover al terecht op dat er met de summiere, muzikale aankleding (op een paar neigingen tot bombast na) weinig mis is, maar dat het tekstueel af en toe wel wat te wensen overlaat. Het inhoudelijke contrast tussen het solowerk van Smith en het werk met zijn bandmaten valt ook vanavond op, getuige holle frasen als: ‘Now something beautiful can leave a scar / I love you just the way you are’ (Leave) en ‘Life is for living / live it till it’s gone’ (Life Is For Living). Nee, het getuigt niet van briljante songwriting wat de 44-jarige Engelsman op zijn eerste eigen werk laat zien.
Het maakt de keuze voor een cover van Bob Dylans It Ain’t Me Babe, door Smith gekscherend omschreven als ‘a song by Timothée Chalamet’, des te grappiger. Hij kondigt ‘m aan door te zeggen dat hij de tekst niet zelf geschreven heeft en ‘m voortdurend vergeet, en zet de standaard met zijn notitieboekje dichterbij om te voorkomen dat hij de mist ingaat. Het gevolg daarvan is dat iemand op de voorste rij van dit zitconcert hem niet meer kan zien, waarvoor hij zich vriendelijk verontschuldigt en grappend zegt dat ze maar een klacht moet indienen over dit ene nummer met ‘restricted view’.


Dankzij dit soort geintjes realiseert iedereen in het Zonnehuis zich: dit is een uitzonderlijke situatie, om de zanger van een band die normaal de Ziggo Dome’s en enorme festivalpodia aaneen rijgt, nu van zo dichtbij mee te kunnen maken. Uiteindelijk spelen Smith en Willes dik anderhalf uur aan één stuk door, waarbij negen van de tien nieuwe sololiedjes voorbij komen – gek genoeg slaat hij Saturday, slottrack en prijsnummer van het album over – en de rest van de setlist (23 tracks) gevuld is met Editors-werk.
Hoogtepunten daarvan zijn het prachtige The Phone Book, niet geheel toevallig een track die op plaat ook aan de kleine kant is en het eerder genoemde Papillon, dat met Willes op de elektrische gitaar een volledig ander liedje wordt – beter dan het origineel.
Het is een avond die de lucky few die er een kaartje (à 45 euro) voor heeft weten te bemachtigen lang zal heugen, al is het maar omdat het wel eens weer heel lang zou kunnen duren totdat de frontman in zo’n setting te bewonderen valt. Voor Smith zelf is dit solo-uitstapje merkbaar een welkome afwisseling ten opzichte van wat hij gewend is, getuige de ontspannenheid en het duidelijke plezier dat hij erin heeft. Een zaterdagavond waarop iedereen als winnaar uit de bus komt.
Gezien: 11 april 2026 in Zonnehuis, Amsterdam
Fotografie: Arend Jan Hermsen