Daar sta je dan, op het podium van een stijf uitverkochte Ziggo Dome. Je hebt jezelf net de afgelopen honderd minuten helemaal uit de naad gewerkt, bent nu triomfantelijk bezig met de laatste loodjes en dan laat je middenin de ontlading van de grote apotheose van de show je microfoon vallen. Het overkomt Tom Smith van Editors vanavond, plotseling wordt de harmonie van slotnummer Marching Orders verstoord door een kristalheldere, luide ‘TOK!’. Je ziet dat hij er even van schrikt, maar zonder ook maar een seconde te aarzelen pakt hij de microfoon weer op en brengt hij het publiek weer in vervoering met heerlijke zwelgleuzen als ‘try to give more, try to give more than you take!’.
Dit kleine voorval vindt dus plaats in de laatste minuten van een verder tot in de puntjes perfect uitgevoerde en geregisseerde stadionrockshow. Zo wordt een dikke 16.000 man er weer eens eventjes aan herinnerd dat Smith en zijn kompanen ook maar mensen zijn. Een welkome herinnering, want de rest van de avond is er een geoliede rockmachine op het podium te zien. Dat is geenszins een probleem, want er zijn maar weinig bands zo goed in het zijn van een geoliede rockmachine als Editors. Als de vuurwerkmachine al overuren gedraaid heeft voordat de laatste noot van openingsnummer Hallelujah (So Low) gespeeld is, weet je het eigenlijk al: het wordt weer een fijne avond. Editors heeft zijn uitstekende livereputatie al zo vaak op Nederlandse bodem bewezen dat je daar op voorhand eigenlijk al wel vanuit kon gaan, maar dankzij het kersverse album Violence hing er toch een beetje een vraagteken boven deze show.
Waar de band op zijn laatste paar platen steevast óf voor de gitaar óf voor de synthesizer als voornaamste instrument koos, gaan die twee op Violence de gehele plaat lang hand in hand. Dat werkt voor het grootste gedeelte prima – mede dankzij de uitstekende productie van drone-held Blanck Mass – maar of die mix ook live uit de verf zou komen is op voorhand nog maar de vraag. Gelukkig kunnen we die al snel met een volmondig ‘ja’ beantwoorden. De meer gitaar-georiënteerde nummers van de nieuwe plaat knallen net zo hard uit de speakers als het oudere post-punkwerk van de band, maar ook de wat ‘moeilijkere’ elektronische nummers worden vaak net in een iets steviger jasje gestoken. Hierin is het de heren te prijzen dat ze zeker niet altijd voor de makkelijke weg kiezen. Zo gaat het dreigende titelnummer van Violence middenin de instrumentale climax op een prachtige manier over in het verstilde No Harm.
Dit voortkabbelende, maar o zo sfeervolle nummer, valt duidelijk niet bij de hele zaal in de smaak en kan dan ook op wat ironisch gejoel rekenen, maar voor de liefhebber is het smullen geblazen. Omdat de band natuurlijk ook wel beseft dat dat niet voor iedereen geldt, wordt dit blokje ontoegankelijk direct opgevolgd door een blokje toegankelijk, met maar liefst drie nummers van debuutplaat en evergreen The Back Room. Zo gaat het eigenlijk de hele avond; de band lijkt te opereren onder het principe one for me, one for them. De minder toegankelijke songs zoals veel van het nieuwe materiaal en dreunende synthkraker In This Light And On This Evening worden moeiteloos afgewisseld met hits als The Racing Rats, Sugar en Munich. Nummers waarvan je het de band wel zou vergeven als ze ze een keer beu waren, maar ook bij het oude vertrouwde materiaal spat het speelplezier er vanaf.
De hele band heeft het bijzonder goed naar zijn zin, vooral bassist Russell Leetch zoekt regelmatig contact met het publiek. Toch gaat alle aandacht vooral naar zijn frontman. Smith is niet echt een publieksmenner. Het blijft bij een wagonlading aan handkussen en bedankjes, maar hij gaat overduidelijk helemaal op in de muziek. Zo brengt hij zijn soms wat gemaakte zwartgallige teksten met zoveel overtuiging dat je haast gaat geloven dat je bloed gaat kwijlen van het eten van rauw vlees. Hoewel de show dus op de meeste punten een rockshow volgens het boekje is – veel hits, veel vuurwerk en nog meer confetti – laat de band op een paar cruciale momenten zien dat ze op dit punt van z’n carrière niet bang is om risico’s te nemen.
Zo zijn veel van de oudere nummers in een nieuw jasje gestoken, met als beste voorbeeld Ocean Of Night, dat na een akoestisch begin en een rockend middenstuk pas in de climax herkenbaar is als de dansbare pianoballade die we van In Dream kennen. Ook de setlist getuigt bij momenten van lef. Hoewel veel van de hits wel pas aan het einde langskomen, leunt de slotfase van het concert hier niet alleen op. De toegift begint zelfs met drie nieuwe nummers, waarvan vooral Cold en single Magazine zich direct bewijzen als publieksfavorieten in de dop. Als uitsmijter kiest de band dus het enigszins obscure en ontoegankelijker Marching Orders. Daarmee overtreffen ze natuurlijk niet de euforie die het daarvoor gespeelde Papillion wist lost te maken, maar bewijzen de heren wel dat hun liveshow nog nooit spannender is geweest.
Fotografie: Luuk Denekamp
Gezien: 27 maart 2018, Ziggo Dome, Amsterdam



