Tussen het debuut Lungs en het vorig jaar verschenen Everybody Scream zitten 16 jaar, maar het lijkt alsof Florence + The Machine al een leven lang bij ons is. Op Down The Rabbit Hole wordt die band warm aangehaald met een innemende show vol kale rock en campy bombast.
Florence Welch, de enige artiest die dit festival de aanwezige popfotografen hun werk niet laat doen (alleen de huisfotograaf wordt toegestaan), start met Everybody Scream. Gekleed als Stevie Nicks en ondersteund door een ballet waar Kate Bush trots op zou zijn, verbindt Florence Welch het heden met het verleden. Verwijzend naar de traumatische gebeurtenissen die aan de basis van deze beladen opening liggen (een buitenbaarmoederlijke zwangerschap die haar bijna het leven kostte), laat de 39-jarige furie de misère met indrukwekkend volume snel achter zich.
Dankzij een kinderlijk koortje in Shake It Out, de opgeklopte, Keltische bombast van Which Witch en de sprookjesachtige opening met viool en harp in Spectrum (Say My Name), lijkt het even alsof we in de fokking Efteling zijn beland. Gelukkig neemt de headliner snel afstand van deze kitscherige aanpak door aan het laatstgenoemde nummer de eerste dansbeats toe te voegen. Het doet de volgestroomde Hototweide hoorbaar én zichtbaar goed.

Florence + The Machine is vanavond op z’n sterkst als het collectief dicht bij de Britse indieroots blijft. Bij One Of The Greats zit ‘m dat vooral in de lekker vuige gitaarriffs van Harry Fausing Smith. Zodra de eenvoud van zo’n rocksong samensmelt met de opborrelende wanhoop en woede van hun boegbeeld, wint The Machine meteen aan zeggingskracht. Datzelfde zien we in de opwindende cover van Candi Stantons You Got The Love gebeuren. En in het intieme Buckle, een stemmige ballade waarbij Welch zich een paar minuten heel kwetsbaar openstelt. Met rauwe, snielsnijdende emotie zoals we dat ooit van haar grote voorbeelden Grace Slick, Siouxsie Sioux en Stevie Nicks gewend waren.
Het contrast met de buitensporige theatraliteit van Heaven Is Here, Never Let Me Go en Sympathy Magic is groot. Florence + The Machine gaat bombastisch over de top met liedjes die op een Europees Songfestival ongetwijfeld de douze points zouden aantikken. Aardse rockers als King, Howl en What Kind Of Man houden de set gelukkig prima in balans. Wel vragen we ons af waarom er geen enkele interactie of synergie tussen frontvrouw en haar begeleiding is. The Machine speelt strak en solide, maar oogt als een noodzakelijk rekwisiet in een gelikte onewomanshow.

Voor de finale met sterke versies van Dog Days Are Over en het afsluitende Free doet Florence Welch traditiegetrouw een beroep op saamhorigheid: ‘Ik wil dat iedereen zijn telefoon wegstopt. Het belemmert je om dit moment te beleven met de mensen van wie je houdt en die je hier hebt ontmoet.’ Het werkt. Als één verbonden menigte golft het uitbundig op en neer. Zodra de podiumlichten dimmen en het stof is neergedaald, verlaten we de warme, driedaagse geborgenheid van het konijnhol en worden we moe maar tevreden huiswaarts gestuurd.
Gezien:Â Down The Rabbit Hole 2026, zo 21.25 uur (Hotot)
Fotografie: Bart Heemskerk