Speciaalbier. Chocolade. Frieten. Kuifje. Tomorrowland. Jean-Claude Van Damme. Stromae. Belgiƫ heeft een merkwaardig talent om dingen voort te brengen die groter worden dan hun bescheiden afkomst doet vermoeden. De Belgen grossieren in exportproducten die balanceren tussen vakmanschap en eigenzinnigheid. Dat geldt ook voor Yong Yello, die vrijdagavond tussen de grote shows elders op het veld zijn aantreden maakt op Stage 4.
De Antwerpse rapper heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van belofte tot een van de meest herkenbare stemmen binnen de hiphopscene van onze zuiderburen. Hij is niet het type rapper dat zo nodig de grootste moet zijn. Eerder een troubadourstype, die schrijft over ambitie, twijfel en succes dat nooit helemaal zonder keerzijde komt. De Antwerpenaar heeft het vermogenĀ om de kleine absurditeiten van het dagelijks leven om te zetten in herkenbare liedjes.
Dit blijft live op Pinkpop ook mooi overeind. Waar sommige rappers hun muziek op een podium zien verdampen, of een immens grote wereldbol nodig hebben om de aandacht op zich te vestigen, weet Yong Yello zijn songs juist extra gewicht mee te geven. Terwijl op andere plekken van het festival confettikanonnen de hemel volschieten, kiest Yong Yello voor observatie en zelfonderzoek.

Tijdens het indrukwekkende Waarom ben ik zo destructief? legt Staelens zijn bescheidenheid zelfs bijna letterlijk af als hij zijn shirt uittrekt. De vriendelijke Belg die eerder nog opmerkt dat het ‘altijd spannend is wanneer we de landsgrenzen overgaan’, maakt plaats voor een bezielde levenspredikant. Het vuur brandt in zijn ogen en het veld ligt aan zijn voeten. Er wappert een Belgische voor het podium. Geloofwaardiger wordt het vandaag niet meer in Landgraaf.
Veel materiaal komt uit Bennie & De Banaliteit Van Ons Bestaan, het album waarop Yello Staelens zijn alter ego Bennie opvoert: een personage dat worstelt met ambitie, verwachtingen en de vraag wanneer iets nu eigenlijk genoeg is. Of van zijn vorige plaat Marcel & het magnetisme van de goot. De Belg zelf grapt dat bepaalde titels uit zijn oeuvre nog het meest weg hebben van een Suske & Wiske-album – nog zo’n Belgisch exportproduct.

Ondertussen worden de teksten zichtbaar meegedragen door de bandleden, met of zónder microfoon. ‘Fanfare van de goede hoop’, zo doopte hij zijn ensemble, dat doet denken aan de muzikaliteit en vibe van de titanenband van Neerlands eigen trots Typhoon. De blazers, percussie en ritmesectie geven de nummers van Yello een warmte die op plaat soms slechts wordt gesuggereerd. Tijdens Tis Nooit Genoeg of Super Mario krijgen de koperblazers alle ruimte om te shinen in het laatste streepje zon van vandaag.
Toch draait deze show niet om virtuositeit, maar om herkenning. Yong Yello schrijft niet over onbereikbare dromen of mythologische helden. Zijn universum bestaat uit mensen die twijfelen, uitstellen, piekeren en zichzelf geregeld in de weg zitten. Juist daardoor voelen zijn nummers opvallend dichtbij. Net als dat Belgische accent.
Gezien: Pinkpop 2026, vr 19.50 uur (Stage 4)
Fotografie: Lisa Hussaarts