concert
Metal

Het koningsnummer van Anthrax

Het werd de New Yorkse thrashers van Anthrax de laatste jaren nogal eens verweten, verworden te zijn tot een veredelde coverband. Tijdens recente supportshows en festivaloptredens bestond vaak twintig tot dertig procent van de set uit nummers van andere artiesten. De vijf heren lijken de kritiek ter harte genomen te hebben. Met de dertigste verjaardag van doorbraakplaat Among The Living (1987) en het sterke studioalbum For All Kings (2016) als uitgangspunten begonnen ze op 9 februari aan hun Europese Among The Kings-tour. Tien dagen later tovert Anthrax door middel van een integrale vertolking van eerstgenoemde release en een set met door de fans gekozen eigen materiaal de Ronda van TivoliVredenburg om tot een moshend gekkenhuis.

Dat de enthousiaste publieksreactie ook een keerzijde kent, blijkt halverwege de avond. Tijdens een korte ombouwpauze tussen de twee akten wijst een medewerker van de Utrechtse concertzaal de toeschouwers op de aanwezigheid van zakkenrollers. In het geduw en getrek van de moshpit zijn al verschillende mobiele telefoons ontvreemd. De zaal is gewaarschuwd. Een smet op het blazoen van een glorieuze en broederlijke metalavond. Toch laat het hoofdzakelijk mannelijke publiek zich niet uit het veld slaan. Anders dan bij eerdere shows in Groot-Brittannië zijn misschien niet alle kaarten verkocht, na intro Impaled komen de voorste rijen van de goedgevulde zaal direct in beweging.

Frontman Joey Belladonna geldt als grootste aanjager. Niet alleen is hij uitstekend bij stem en haalt hij zelfs de hoogste uithalen, ook werken zijn energie en presentatie aanstekelijk. Hij rent het podium over, geeft handjes, maakt oogcontact, strooit met de plectrums van bassist Frank Bello en betrekt zelfs de achterste rijen bij de show. Het geheel oogt verzorgt, van de backdrop met de hoesafbeelding van For All Kings, tot de uniforme, zwarte outfits, inclusief Motörhead-logootjes als eerbetoon. De band – Bello, gitaristen Scott Ian en Jon Donais en drummer Charlie Benante – speelt nagenoeg foutloos en het geluid is uitstekend. Zelfs de vrees dat Benante het vanwege een beknelling van de middelste handzenuw in de pols (het zogenaamde carpaal tunnel syndroom) niet volhoudt om ruim twee uur te drummen, blijkt ongegrond. Hij lijkt soms zijn pijn te verbijten, maar elke klap is raak.

De eerste set bestaat uit acht songs die de fans kozen uit een longlist van ruim veertig tracks. Er klinken oude nummers als A.I.R., het luidkeels meegezongen Madhouse en Medusa. Maar ook nieuwe albums komen aan bod met onder meer Evil Twin en Blood Eagle Wings. Geen wonder dat Belladonna tijdens zijn welkomstpraatje ‘Metal is alive’ roept. Helemaal als blijkt dat er niet alleen oude metalheads in spijkerjacks vol patches vooraan staan, maar ook een grote groep jonge thrashers; jongens en meisjes. De altijd zo actieve Ian springt wat minder rond dan normaal en sologitarist Donais (Shadows Fall) houdt zich wat afzijdig. Gelukkig houdt Bello van aandacht. Dat doet hij met sterke achtergrondvocalen, veel mimiek en een actieve houding met zijn rechtervoet naar voren en de bas op zijn knie. De fans gooien de vuisten in de lucht en dansen en moshen continu. En als bij setafsluiter Be All, End All ruimte is voor een Bro Hymn-achtig woohoo-moment, grijpt de zaal die kans met beide handen aan.

Voor de tweede set pakt de groep uit met een frisse backdrop die het artwork van Among The Living combineert met de koningselementen van For All Kings. Aan weerszijden van het drumpodium staan verhogingen die door middel van twee trapjes te beklimmen zijn. De band komt na tien minuten pauze op na Blues Brothers-intro I Can’t Turn You Loose en wordt daarbij begeleid door stoomfonteinen. De negen nummers van het album uit 1987 zijn geshuffeld. Toch opent de set met de titeltrack en Caught In A Mosh. De band speelt vol overgave, waardoor de security het druk heeft met crowdsurfers en mannen die het podium willen beklimmen. Belladonna houdt alles goed in de gaten en maant de grootste rouwdouwers tot kalmte. Toch kan hij niet voorkomen dat de vlam in de pan slaat. Tot groot genoegen van de band.

Aangespoord door het publieksenthousiasme soleert Donais nog net iets beter en doet Ian eindelijk zijn grote stappen-dansje. Als hij daarna even het woord neemt, bedankt hij Nederland voor de vele jaren van support en vertelt hij dat A Skeleton In The Closet nog steeds zijn albumfavoriet is. Belladonna, die een deel van zijn zwartgeverfde haar bedekt met een Anthrax-muts, maakt op zijn beurt van de gelegenheid gebruik om voorafgaand aan Efilnikufesin (N.F.L.) een stukje Whole Lotta Love te zingen. Daarna gaat hij snel over in het refrein van het eigen nummer, om maar niet weer beticht te worden van overmatig coveren. De zaal vergeeft het hem en neemt de zangdiensten uiteindelijk van hem over. Via een korte gitaarsolo die overgaat in A.D.I./Horror Of It All komt de groep via een inleidende drumsolo uit bij albumhit Indians. De zaal kolkt en doet de door Ian geïnitieerde war dance. Na zo’n geweldige show mag Anthrax uiteindelijk dan toch een cover doen. Om met Antisocial niet alleen af te zwaaien, maar ook de zakkenrollerij van vanavond treffend te benoemen.

Fotografie: Niels Vinck

Gezien: 19 februari 2017, TivoliVredenburg, Utrecht

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws

Zanger Chester Bennington (Linkin Park) overleden

Zanger Chester Bennington van Linkin Park is overleden. Volgens de Amerikaanse site TMZ heeft de 41-jarige frontman zelfmoord gepleegd. Verschillende ...
nieuws
Linkin Park

In Memoriam: Chester Bennington (1976-2017)

Chester Bennington is dood. Het nieuws van de dood van de zanger van Linkin Park wordt gisterenavond Nederlandse tijd als ...
nieuws
Passenger

Passenger stopt er (voorlopig) mee

Passenger houdt het voor gezien. Althans, voor nu. Dat kondigt Mike Rosenberg, zoals de singer-songwriter eigenlijk heet, gisterenavond aan via ...