Een bezoeker gaat tegen de vlakte, wordt vrijwel direct overeind geholpen en verdwijnt daarna weer in de mensenmassa voor het podium. Het tafereel duurt nauwelijks enkele seconden, maar vat opvallend goed samen wat IDLES anno 2026 is geworden. Dit is onweer zonder regen. De muziek klinkt nog altijd als een botsing, maar onder de chaos schuilt een gevoel van saamhorigheid. Terwijl de temperatuur op Pinkpop eindelijk iets draaglijker wordt, mikt de Britse postpunkband een molotovcocktail van een optreden de menigte in.
Toen IDLES halverwege de jaren tien doorbrak, draaide alles om confrontatie. Die urgentie is gebleven, maar kreeg op recente albums als Tangk (2024) een nieuwe vorm. Empathie bleek soms net zo ontwrichtend als woede. Wie dacht dat die verschuiving de scherpe randjes van IDLES zou afvijlen, komt op Pinkpop bedrogen uit.
Vanaf het werkelijk oorverdovende Levitator staat de band vol op het gaspedaal. Mark Bowen en Lee Kiernan schieten als ongeleide projectielen over het podium, terwijl bassist Adam Devonshire en drummer Jon Beavis het geheel met indrukwekkende precisie bijeenhouden. Gitaren schuren, zagen en knarsen. IDLES vult zalen door heel Europa, maar speelt nog altijd alsof succes dagelijks opnieuw bevochten moet worden. Routine krijgt geen seconde de kans.

Midden in die maalstroom blijft Joe Talbot het zwaartepunt. Hij bezit een geloofwaardigheid die veel festivalfrontmannen ontberen. De zanger tuft meer om zich heen dan een lama op een warme zomerdag en kondigt Gift Horse aan met een grinnikende imitatie van een hobbelpaard. Tijdens Car Crash balanceert hij op zijn hoofd, om vervolgens zichtbaar duizelig het volgende nummer in te strompelen. ‘I nearly passed out so I’m gonna start the next song.’ Nét op tijd gered door Danny Nedelko. ‘He’s made of bones, he’s made of flesh.’ Je zou het bijna vergeten.

Ook buiten de muziek houdt Talbot moeiteloos de aandacht vast. Wanneer hij informeert naar de voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal die net begonnen is, krijgt hij direct de lachers op zijn hand. ‘Wales is not playing, so who cares? Such a silly, silly game.’ Geen hooligan die hem durft tegen te spreken. Seconden later domineert hij tijdens I’m Scum het podium als een Britse Bokito zonder blad voor de mond, waarna hij het complete veld letterlijk op de knieën krijgt om de gisteren jarige gitarist Kiernan te eren.

Ondertussen trekken crowdsurfers voor het podium voorbij als aangespoelde golven, terwijl Bowen en Kiernan om beurten het publiek induiken. Niet als rocksterren die zich laten dragen, maar als deelnemers aan hun eigen ritueel. Voor enkele minuten verdwijnt het onderscheid tussen podium en veld; de band bevindt zich letterlijk tussen zijn publiek. Het is een beeld dat perfect past bij IDLES: luidruchtig en confronterend, maar altijd gericht op verbinding. Hard botsen, zonder elkaar kwijt te raken.
‘We’ve been IDLES. You’ve been perfect. Ciao ciao ciao.’ Nee, jullie dan.
Gezien: Pinkpop 2026, za 18.45 uur (North Stage)
Fotografie: Hub Dautzenberg
