Veel muzikanten hebben het gewoon niet. Kunnen mooi zingen, goed gitaarspelen, virtuoos de toetsen vingeren, prachtige songs schrijven, zingen als een engeltje. En dan geven ze alsnog optredens waarvan je in slaap valt. Wie de eerste dag North Sea Jazz begon bij Jamila Woods, zag een mooi voorbeeld van zo’n muzikant die het gewoon niet heeft. Prima zangeres, maar door een gebrek aan charisma, uitstraling en star power maakte ze geen indruk. Bij Judith Hill werkt het juist andersom: de allerbeste zangeres, toetsenist en gitarist is ze stiekem niet, maar als je haar voor het eerst ziet spelen, zou je dat niet meteen zeggen. Haar zelfvertrouwen compenseert het een en ander.
Grote kans dat u nu denkt: Judith Hill… Judith Hill… wie was dat ook alweer? De Amerikaanse zangeres is er dan ook eentje die lang in de schaduw van kolossen heeft geleefd. Door vanuit de achtergrondkoortjes van onder meer Prince en Michael Jackson geleidelijk steeds wat meer naar de voorgrond te treden, ving ze langzaamaan meer zonlicht. Een doorbraak leek eraan te komen toen Hill I Just Can’t Stop Loving You met Jackson zou gaan zingen tijdens zijn laatste tour. Maar helaas overleed de King of Pop al ver voordat de tourbus zou vertrekken en ging dat feest niet door. Aangestuurd door Prince begon Hill vervolgens aan een solocarrière. Inmiddels heeft ze meerdere platen uitgebracht en is de 41-jarige een graag geziene festivalgast.

Tijdens haar optreden in de Congo-tent wordt meteen duidelijk waarom Hill blind wordt geboekt. Gekleed in het zwart, funky hoedje op haar hoofd, komt ze op, speelt ze een soulriedeltje op de piano en zingt ze met soortgelijke barokke tierelantijnen als Diana Ross, die aankomende zondag de poorten van Ahoy mag sluiten. Hills toetsenist sluit zich bij haar aan en zendt dikke, opbeurende synthlagen in de stijl van iedere leuke partytrack van Prince de zaal in. Hill en haar band laten funk vervolgens funken zoals funk op papier ook hoort te funken, alles uitbundig en on the one, en terwijl men begint te jammen volgens het boekje, doet Hill een poging het publiek over te halen om mee te klappen en bewegen.

Maar dat publiek is niet achterlijk. De doorgewinterde North Sea Jazz-bezoeker weet heus wel wat echt virtuoos musiceren is. Aan hun haarkleur te zien was zeker vijftig procent van de aanwezigen er al bij toen Miles zich na anderhalf uur lang herriemaken omdraaide en glimlachte. Hoewel er soms wat wordt gejuicht en geklapt, komt het publiek daarom niet echt in beweging. Hill’s enthousiasme slaat dood op het feit dat haar muziek nogal gewoontjes is.
Met uitzondering van een bij vlagen vurig Gypsy Lover, zingt Hill songs die niet beklijven, en speelt ze solo’s waarbij ze met haar houding laat zien iets van Prince te hebben geleerd, maar waar oranjegele, laat staan paarse vlammen nooit van oplaaien. Hills optreden is wat dat betreft tekenend voor de gehele eerste dag North Sea Jazz, waarop het net iets langer zoeken is naar hoogtepunten buiten de gebaande paden dan we van het festival gewend zijn.
Gezien: North Sea Jazz 2025, vrijdag (18.30 uur) in de Congo.
Fotografie: Dimitri Hakke