‘De zangeres doet werkelijk helemaal niets! Ze beweegt nauwelijks en staat maar achter die microfoon geplakt…’, appt de gestreste OOR-fotograaf, die ook nog eens kampt met slecht licht en veel rook. Zijn noodkreet maakt duidelijk dat sommige dingen aan Just Mustard – gelukkig – niet zijn veranderd. Het Ierse noise-rockcollectief stond in 2019 nog in de kelder van Paradiso en drie jaar later in de Kleine Zaal. Vanavond staan ze, gehuld in paarse nevelen, op het hoofdpodium. Erg indrukwekkend allemaal, maar Katie Ball durft haar publiek nog steeds niet aan te kijken. Geen seconde.
Eind vorig jaar kwam de triphop-gekleurde formatie uit Dundalk met hun derde album We Were Just Here, waarbij ijskoude poolwinden worden opgejaagd door tranceachtige ritmes. Waar het ijle, hoge gezang van Ball voorheen nog werd weggeblazen door gitaargeweld, houdt het nu stand. Ook in Paradiso blijft haar stem overeind en zweeft rond als een echo uit een oude Ierse sage. Ball overleeft, ondanks de aanhoudende pogingen van de twee gitaristen en de bassist – alle drie met een arsenaal pedalen aan hun voeten – om haar alsnog te verzwelgen in drones, feedback en distortion.

Bij Just Mustard loont het om linksvoor te gaan staan, de vaste plek van zanger en gitarist David Noonan. Ogenschijnlijk gebeurt er misschien weinig op het podium, maar schijn bedriegt. Wat Noonan, die de formatie in 2015 samen met Ball oprichtte, allemaal uithaalt is bijkans geniaal. Zo laat hij onder meer zien dat een gitaar niet bespeeld hoeft te worden om als instrument sfeerbepalend te zijn. Zijn snaarpartijen bestaan dan ook eerder uit textuur dan uit riffs.
Voor hem op de grond staat een serieuze noise-ambient-postrock-setup waar alle pedalen zijn gericht op lagen bouwen, op delays, reverb, fuzz en modulatie. Dat zijn Fender Jaguar vooral als ruisinstrument dienstdoet illustreert hij ook door hem meermaals tegen de versterker te duwen. Het geluid van de speaker wordt daardoor opnieuw opgepikt en belandt in een lus die zichzelf versterkt. Wat anderen als een storing ervaren wordt door Noonan ingezet als expressiemiddel.

Op de laatste plaat horen we ook Helmholtzresonantie, het klapperende geluid dat ontstaat tijdens het rijden met twee open autoramen. In de hoge kerkzaal pakt dit effect nog heviger uit en komt daardoor fysiek vol binnen. Bij titeltrack We Were Just Here bewijzen de baslijnen hun immense impact door af en toe juist even niet mee te doen, waarbij hun terugkeer – met dat bonkende effect – des te harder inslaat.
Rob Clarke’s Stingray-basgitaar heeft een extreem krachtige brugpickup en is daardoor in staat het lage geluid als een drukgolf door de kerk te rammen. Het benadrukt nog eens die hechte wisselwerking tussen de snaarinstrumenten van Just Mustard. En juist dat contrast tussen de loepzuivere, verwaaide treurzang van Ball en een wereld die sonisch lijkt te vergaan geeft Just Mustard zijn volstrekt eigen signatuur.

De andere helft van de ritmesectie, drummer Shane Maguire, valt in meerdere tracks terug op rim clicks – korte tikken op de rand van zijn toms – en zet zo de intensiteit een stap terug zonder de regie los te laten. Net als de bas werkt hij met gecontroleerde dynamiek: spanning zakt even in en wordt daarna des te harder weer opgetrokken.
De setlist bestaat voor meer dan de helft uit nummers van We Were Just Here en is al weken statisch. Hoewel niet iedereen het zal hebben gemerkt, krijgt Paradiso vanavond een bonustrack cadeau. The Steps, eveneens van de nieuwe plaat, is er handmatig bijgekrabbeld. Zelfs de techniek wist niets van deze impulsieve actie. En er is nog iets opvallends: het is stil in Paradiso. Er hangt een collectieve focus, een ingehouden stilte. Zonder zichtbare inspanning – Just Mustard laat solo’s, backdropprojecties en publieksinteractie achterwege – ontstaat er een bezwerend lijntje met het publiek.
Na Seed van hun tweede album Heart Under is het klaar. Aan toegiften doen ze namelijk ook niet. Een band naar ons hart.
Gezien: 15 april in Paradiso, Amsterdam
Fotografie: Daniël De Borger