concert
Avant-garde

Koyaanisqatsi komt tot leven in HMH

Morgen staat het circus op Lowlands, gisteravond speelde het Philip Glass Ensemble voor de niet-festivalgangers alvast de integrale soundtrack van Koyaanisqatsi in de HMH, uiteraard met vertoning van Godfrey Reggio’s hypnotiserende filmklassieker uit ’82 op groot scherm. OOR was erbij en keek toe.

 

Over exact 24 uur staat het hier weer vol met Ajax-supporters. Op deze vrijdagavond, zo rond half acht, is het echter een heel ander slag fans dat metro 54 bevolkt: de aanhang van Philip Glass, op weg naar station Bijlmer-Arena. Grote bekers van Starbucks aan de mond, in plaats van halve liters bier. Niet de transfer van Jasper Cillessen of de basisplaats van Kenny Tete, maar de opstelling van het Ensemble is het gesprek van de dag. Koor of geen koor? Zijn alle blazers mee? En in welke vorm verkeert de grote baas zelf? Net zoals bij de voetbal wordt er hier en daar wat gepocht en opgeschept, alleen niet over kampioenswedstrijden of die keer dat Barcelona het in Amsterdam aflegde tegen de thuisclub. Een meneer was er beide keren bij in de Melkweg toen Glass er optrad, in 2011 en 2012. De dames aan de overkant zagen Einstein On The Beach, een jaar later in het Muziektheater, alleen zonder Glass. Het echtpaar bij de deur zat een week eerder ook bij de marathon-opera, toen wél met Glass. ‘En in vier uur tijd niet één keer van m’n plaats geweest, he?’ Gelach in de coupé, zij begrijpen elkaar. Terwijl de Arena rechts als een waar Spaceship voorbij glijdt neemt de spanning toe, komen de kaartjes vast te voorschijn en worden de ogen groot van verwachting. F-sider of Glass-adept: wij mensen zijn ook allemaal hetzelfde.

De reden van alle opwinding heet Koyaanisqatsi, een bezwerend filmisch meesterwerk uit 1982, waarin regisseur Godfrey Reggio met monumentale natuurshots, indringende close-ups en manische cityscapes het wankele evenwicht tussen de planeet, z’n inwoners en diens uitvindingen laat zien. ‘Leven in verwarring’ is een gangbare verklaring van de term uit de taal van de Hopi-indianen en vooral de mensheid zelf komt er niet best vanaf, als onverstoorbare antagonist in een dramatische klucht, die in z’n pogingen de aarde te bedwingen vooral geneigd blijkt deze – en zichzelf – te vernietigen. Bepaald geen lichte kost, maar toch doen we met z’n vijfduizenden een avondje Koyaanisqatsi – en dat is weer vooral de verdienste van de soundtrack van Philip Glass. Meester van de minimal music en zonder twijfel de grootste nog levende componist van de moderne tijd. Binnenkort wordt ie tachtig en vijfendertig jaar geleden maakte hij de muziek bij de film, die het toch al indrukwekkende geheel net even de extra dimensie meegaf om ‘m de eeuwigheid in te slingeren. Uitleggen is moeilijk; kijken, luisteren en nadenken, dát is het devies bij Koyaanisqatsi.

De meeste mensen die nu de metro uitrollen kunnen film en soundtrack wel dromen, al is dat eigenlijk niet eens nodig: kijk om je heen, we zitten gewoon ín Koyaanisqatsi. De eindeloze rij achterlichten zonet in de file op de A10, de volle roltrap op het station, de lichtreclames op de boulevard. En natuurlijk de Bijlmerflats, opdoemend in de verte. Het decor waarin wij leven is in de contouren weinig veranderd sinds Reggio en camerman Ron Fricke eind jaren zeventig stad en land afreisden voor hun ingenieuze shots, alleen de inhoud heeft zich wat verder ontwikkeld. We denken, over het spoor kijkend, aan de scene uit Koyaanisqatsi waarin het Pruitt-Igoe-project tegen de vlakte gaat. In de jaren vijftig opgebouwd om de woningnood onder de arme bevolking van St. Louis (VS) aan te pakken en binnen twee decennia uitgegroeid tot oncontroleerbare urban jungle. De vroegtijdige sloop in ’75 zou het eerst geschoten materiaal voor de uiteindelijke film opleveren, Glass maakte er het nummer Pruit-Igoe (met één t) over en nu wordt het werk opgevoerd in de schaduw van eenzelfde staaltje planologische desillusie in Amsterdam Zuid-Oost.

Het is één van de vele kleine dingetjes die deze avond meerwaarde geeft boven het thuis nog eens opzetten van dvd en koptelefoon. Met de omgeving van de HMH als naadloos voorportaal komen we, eenmaal binnen, eerst nog in een andere voorstelling terecht: de fijnbesnaarde muziekliefhebber in den vreemde. Niet dat Glass en film louter elitair publiek aantrekken, maar het is net als in de Melkweg jaren geleden (‘Een ríj? We hebben káártjes!’) een belevenis op zich om de well-to-do jasjes en dasjes te zien worstelen met de rock & rollsetting. ‘Múnten? Wat massáál’, roept een mevrouw verontwaardigd. En druk is het eveneens bij de enige geopende bar buiten de zaaldeuren. Vier tot zes rijen dik, Stopera-chique versus het recht van de brutaalste. De twee koffieketels kunnen de vraag niet aan, de cappuccino ligt er als eerste uit, de gewone koffie volgt snel. Ook de plastic bekers roepen grote ogen op. ‘Nee, schenkt u ‘m alstublieft niet uit!’, roept de meneer die op twee wijntjes wacht. Helaas, glaswerk mag niet naar binnen. ‘No glassworks. Hoe ironisch’, gnuift de man. Gelach bij de omstanders, zij begrijpen elkaar. Het barmeisje kijkt blanco toe. Dan klinkt het startsein en zijn horeca en consument van elkaar verlost. Had iemand dit tafereel van leven in verwarring in optima forma nou maar gefilmd.

Zoals gezegd, film en soundtrack kunnen we wel dromen, dus wat doen we hier, enkele duizenden man sterk, voor 85 minuten voorstelling a 70 euro per ticket? Wel, hoofdbestanddeel van de aantrekkingskracht is natuurlijk dat the man himself erbij is, alsof je Mozart of Beethoven één van z’n eigen klassiekers ziet uitvoeren. Onder het scherm zitten de blazers en ook de spaarzame leadvocalen zijn live. De koorklanken komen uit de orgels en synths, die in een U-vorm naar het doek staan opgesteld. En voor we het weten zit de grote Philip Glass er al, op rechts, met warrige haardos en bril. Muzikaal dient hij vanavond vooral een ondersteunende rol, de leiding is in handen van Michael Riesman. Ondanks de groepsnaam is Riesman al jarenlang de feitelijke aanvoerder van het Philip Glass Ensemble en volgens de wetten van de klassieke muziek neemt de dirigent als laatste van het stel zijn plaats in. ‘Dat is ‘m’, horen we om ons heen. Nee, dat is ‘m dus niet. Een leven in verwarring kent vele schijven en gradaties.

Aan de grote beschouwingen des levens die Koyaanisqatsi in zich herbergt kan ieder zijn eigen interpretatie geven, maar één ding maakt de film zonder meer duidelijk: de perfectie zit ‘m in de imperfectie. Kijk naar die scheef geparkeerde rij bij de autofabriek. Het opwapperende haar van het meisje op Times Square. De weigerende aansteker van de oude rookster. Dat ene worstje dat de hotdogmachine blokkeert. De twee donkere tegeltjes van de flikkerende discovloer. De leegstaande flats van Pruitt-Igoe. De ontploffende raket aan het eind (overigens niet de Challenger, maar een onbemande Atlas-raket uit de jaren zestig).

In die context komt de uitvoering van de Koyaanisqatsi-soundtrack vanavond helemaal tot z’n recht. Honderden keren speelde dit gezelschap het pittige stuk reeds in z’n geheel, al is de laatste keer alweer even geleden. En net als in de film lijken het technische vlak en de menselijke inbreng elkaar soms flink te schampen. Aansluitingen worden soms nét gehaald, soms ook net niet, kleine slippertjes klinken alom. Zoals in het hypnotiserende sleutelnummer The Grid, op volle snelheid bijna te gecompliceerd om door mensenhanden te worden neergezet, maar eenmaal op stoom een overweldigende partij gecontroleerde chaos. De baslijn dendert diep en genadeloos voort, terwijl blazers en zangeres worstelen met hun cues en razendsnelle vingerwerk. Ondertussen beweegt Riesman, één oog op de film, twee handen op de toetsen, de stroom aan bliepjes en geluidssalvo’s synchroon aan de cuts op het scherm richting de finishlijn. En dan is het stil. Oorverdovend stil.

De meneer even verderop, die een half uur geleden nog fluisterend aangaf zich wat te vervelen, zit nu met open mond te kijken. ‘Pfoe’, zucht hij, zich vergapend aan de ruimtelijke luchtshots, in de stilte pas beseffend uit wat voor intrigerende kakofonie hij na twintig minuten weer losgelaten is. Niet zo disciplinair strak als we van de plaat gewend zijn, maar daar komen we dus ook voor: Koyaanisqatsi live. Het kán, sterker nog, het gebeurt pal voor onze neus. De missertjes maken de avond, op alle mogelijke niveaus, maar vooral omdat ze bewijzen dat ook dit buitenaardse muziekstuk gewoon door mensen gemaakt is, in harmonieuze samenwerking met de techniek, op de aarde die ons allemaal bindt.

Glass, Riesman en hun ensemble tonen aan dat er ook goede dingen uit mensenhanden voort kunnen komen. Misschien niet perfect, maar de weg ernaartoe is avontuurlijk en bijzonder genoeg, zo wijst het slotstuk van de avond nog maar eens uit. Terwijl de raket neerstort en de dreigende basstem de titel opdreunt, klink aanhoudend gehoest vanaf de tribune. Vanachter een dienstdeur horen we kratten met lege flessen die worden opgestapeld. De ouvreuse loopt op klikkende hakjes van voor naar achter. Een securityman met piepzolen volgt. Iemand krijgt een appje – de ringtone doet plots ‘koekkoek!’ door de zaal klinken. Gelach op de rijen, zij begrijpen elkaar. Want hoewel ook het publiek streeft naar perfectie – als in: een muisstille zaal – lukt dat soms gewoon niet. En dat het diepe ‘Koyaanisqatsi’ wordt gevolgd door ‘koekkoek’, had zelfs Philip Glass niet kunnen verzinnen. Koyaanisqatsi, indeed. Verward en tevreden lopen we terug richting de opdoemende Bijlmerflats, de lichtreclames, de roltrap naar de metro, de eindeloze rij achterlichten die nog steeds in de file op de A10 staat – het decor van onze eigen levens, met voor ieder een eigen film en eigen soundtrack. Over 24 uur staat het hier weer vol Ajax-supporters. Ook die hoef je niets te vertellen over leven in verwarring. Wij mensen zijn ook allemaal hetzelfde.

Fotografie: Niels Vinck (gemaakt bij eerder concert)

Gezien: 19 augustus 2016, Heineken Music Hall, Amsterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

nieuws
Hüsker Dü

Hüsker Dü-drummer Grant Hart overleden

Triest nieuws. Hüsker Dü, een van de grondleggers van de hardcorepunk, is zijn drummer en co-songwriter Grant Hart verloren. Hart ...
album
Prophets Of Rage

Prophets Of Rage

De verrassing van Pinkpop dit jaar? Dat een stelletje veteranen zonder een album uit unaniem werd gebombardeerd tot hoogtepunt van ...
album
Foo Fighters

Concrete And Gold

Greg Kurstin produceerde! Paul McCartney speelt mee als drummer! Shawn Stockman van Boyz II Men doet zangkoortjes! Nog veel meer ...