concert
Rock

Lang aftellen bij Europe

Het is een beproefd recept: acts die al wat langer meedraaien en een rondje doen met een integrale uitvoering van hun bekendste plaat. De ene band heeft wat meer van die klappers gescoord dan de andere, maar ook met één uitgesproken hoogtepunt in je oeuvre kan je dertig jaar na dato nog altijd een zaal van een man of tweeduizend vullen, zo bewijst Europe vanavond in TivoliVredenburg. En het toverwoord is – uiteraard – The Final Countdown. Wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen. Aftellen mag ook.

Ah, 1986. Stukjes spaceshuttle werden nog van het strand in Florida geraapt, Reagan regeerde Amerika, Europa maakte zich sterk voor een aanstaande, diepgaande verbintenis en vanuit Zweden werkte het toepasselijk genaamde Europe zich de kijker in met een al even actueel thema: het grote aftellen. We hadden de Challenger zien ontploffen, wachtten in spanning af tot het Witte Huis (of het Kremlin) op de grote rode knop zou drukken en headbangden onze zorgen en angsten weg met The Final Countdown – als de grote ondergang zich dan zou aandienen, dan maar met deze grootse stamphit als soundtrack. Wij, the kids of the eighties, waren er klaar voor.

Europe had in ’86 alles mee: van alle Europese, niet-Britse nationaliteiten was Zweden sowieso al hét land om muzikaal rekening mee te houden en hun toegankelijke mix van dikke synths en gierende gitaren bleek het perfecte geleidingsmiddel om de talenten van Joey Tempest de wereld in te helpen. Groot haar, grote stem, grote gebaren en een al even grote aanleg voor een pakkend liedje – de andere vier jongens van Europe mochten ook in de video’s en op de posters aan de muur, maar centraal stond daar toch altijd Joey Tempest.

De wereld ging in de jaren tachtig niet ten onder, maar The Final Countdown belandde wel in de geschiedenis als het muzikale ijkpunt van het tijdperk. Als nummer stond het op zichzelf, we durven het hier zelfs de herkenbaarste en misschien wel beste hardrocksingle aller tijden te noemen. En ook de gelijknamige plaat mocht er wezen. Rock The Night en Cherokee vergezelden de titeltrack als wapenbroeders in de charts, ballad Carrie toonde de gevoelige kant van de vijf stoere Zweden en ook minder legendarische songs als Danger On The Track, Ninja en Love Chaser komen zowaar nog wel eens voorbij op de classic rockstations – en wat klinken ze dan nog altijd lekker.

Het is precies de reden dat er vanavond een kleine tweeduizend kaartjes worden gescand bij de deur van de oude Vredenburgzaal. Zoals je vanuit de moderne TiVre-foyer ineens in het lichte hout en betonsteen van weleer staat, wandelen we vanuit de actualiteit van 2016 ineens weer onze jeugd binnen. Verschil met dertig jaar geleden is er op menselijk vlak zeker: ooit zaten we allemaal in dezelfde klas op lagere of middelbare school. Een enkeling heeft het spijkerpak uit de kast getrokken of zelfs altijd aangehouden, maar ook lopen er jasje-dasjes rond in de steriele periferie van de meest onoverzichtelijke zaal van Nederland.

En we zien kids van een jaar of twaalf met hun vaders, die even oud moeten zijn geweest toen The Final Countdown in de hitparade stond. Zij zullen het deuntje voor het eerst als ringtone hebben gehoord, waarop pa verschrikt zijn oude lp’s erbij pakte en zei: nee, jongen, dat was een echte band! Vroeger, in een andere wereld! Al is er op wereldlijk niveau eigenlijk bijster weinig veranderd in dertig jaar tijd: stukjes raket worden nog altijd van een veld in Oekraïne geraapt, in het Witte Huis (en het Kremlin) wordt de rode knop weer voorzichtig opgepoetst, alleen die Europese eenheid is wat verder te zoeken dan dertig jaar geleden. Maar waar Europa als concept wankelt, staat de band zelf stevig overeind.

Zo blijkt wel als om negen uur het bombastische introfilmpje start, dat ons een heuse tijdreis belooft. ‘But first the whole experience of War Of Kings!’ Het aftellen in de zaal stopt even en mensen kijken elkaar aan. Huh? Kings Of Wie? Want Europe dúrft wel, hoor. De band heeft na The Final Countdown natuurlijk niet stilgestaan: na twee minder succesvolle opvolgers gingen de groepsleden begin jaren negentig ieder huns weegs, om rond de eeuwwisseling de draad weer op te pikken. Ze bleven aardige platen maken, waar War Of Kings (2015) de meest recente van is. Een solide en kundig eerbetoon aan hun vele inspiratiebronnen, met ouderwetse uitbarstingen en innemende rustmomenten, dat de trouwe doch ietwat selectieve fanschare zeer kon bekoren maar de buitenwereld vooral niet van z’n gebaande pad deed wijken. En nu staan wij, the kids of the eighties, in plaats van naar The Final Countdown ineens een uur lang naar een totaal andere plaat te luisteren. Nostalgie naar de jaren tachtig – je moet er wat voor over hebben.

Nou is het natuurlijk Europe’s goed recht om hun laatste werk nog even extra te pluggen en die afgehaakte fans te laten zien dat ze er nog zijn, strong as ever. Het wat opdringerige karakter van dit eerste uur maakt het huidige Europe ook zeker geen slechte band. Het ‘huidige’ Europe is zelfs één op één dezelfde groep jongens die we in ’86 toejuichten: naast Tempest is gitarist John Norum – destijds vliegensvlug vertrokken onder druk van de roem – alweer ruim tien jaar op z’n post. We zien toetsenist Mic Michaeli schuilgaan onder een cowboyhoed, drummer Ian Haughland achter een grote zonnebril en John Leven achter z’n basgitaar. De enige handmatige spot volgt Joey Tempest, altijd en overal, ook als hij even naast het drumstel bij staat te komen en Norum de sterren van de hemel soleert. Hij draait en zwaait met z’n micstand, poseert en paradeert dat het ‘m een lieve lust is, heeft z’n hoge uithalen ingeleverd maar daar wel een stevig constant geluid voor teruggekregen en oogt, ondanks de typische trekjes van de eighties-rockster, als een sympathieke jongen. Voor wie Utrecht nog steeds de handen in de lucht wil steken.

Maar War Of Kings wordt door het gros van de aanwezigen terstond vergeten als de twee beeldschermen na een uur dan écht aftellen naar 1986. De intro van The Final Countdown wordt ge-autostart, Europe komt opnieuw vanuit de coulissen op en het voelt alsof de hoofdact eindelijk is begonnen. Zo doe je dat dus, beseffen we als Rock The Night z’n iconische voorganger nog overstijgt als ideale sucker punch. De schermen vertonen een heel plakboek aan huis-, tuin- en keukenplaatjes van toen: reizen, wachten, backstage, on stage, de fans, de meisjes, de posters aan de muur en de eindeloze knipsels uit de internationale Hitkranten. De beloofde memory lane wordt triomfantelijk ingeslagen, TivoliVredenburg bladert weer even gloeiend van plezier door de eigen schoolagenda van ’86/’87. De meisjes zingen mee met Carrie, de jongens gooien de vuisten weer de lucht in voor Danger en Ninja en iedereen is weer even twaalf, of zestien, maar zeker geen veertig plus.

Zo lang als de eerste helft duurde, zo snel gaat de main course voorbij en als het slot van The Final Countdown na een klein uurtje handig achter plaatafsluiter Love Chaser wordt geplakt zit het er alweer op. Een uur lang aftellen, een uur lang knallen – over heel de avond gezien is het evenwicht er zeker. De fan van ’t eerste uur (letterlijk en figuurlijk, er lopen veel tourshirts van Europe door de jaren heen richting de uitgang) mogen tevreden zijn; Tempest beloofde zojuist nieuw plaatwerk en meer optredens in de toekomst. ‘Hun’ lievelingsband heeft de geijkte knieval naar het verleden met verve doorstaan en en passant ook hun vorige album nog eens flink geplugd. Hoezo nostalgie? Europe is nú, zien we ze denken. En helemaal ongelijk hebben ze niet.

De fans van het tweede uur waren vanavond echter in de meerderheid en kregen precies waar ze voor kwamen. Een paar noten meer, al boeiden die minder. Het concert waar we dertig jaar geleden nog niet naartoe mochten wegens teveel huiswerk, te jong, te duur, te ver weg, te hard of te gevaarlijk, of allemaal tegelijk, is voor bijna tweeduizend cold war kids alsnog waarheid geworden. Eenmaal in de trein checken we de telefoon. De xylofoon gaat eruit, The Final Countdown wordt teruggezet als ringtone. En app of niet, Teletekst is nog net zo zwart-blauw als dertig jaar geleden. Trump belt Poetin, lezen we. Tja, wie tot tien kan tellen, kan de hele wereld bellen. Het aftellen kan beginnen?

Fotografie: Marcel Poelstra

Gezien: 14 november 2016, TivoliVredenburg, Utrecht

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

concert
Ayreon

Het wondere universum van Ayreon

Uitgesloten was het; dat Arjen Lucassen de muziek van zijn progmetalproject Ayreon ooit zou vertalen naar een livesetting. Dat maakte ...
nieuws
Eddie Vedder

Eddie Vedder speelt met straatmuzikanten

Het moet je hart even stil doen staan: een verzoek om te jammen met Eddie Vedder. Het gebeurde een straatmuzikant ...
nieuws
The Killers

The Killers naar de Ziggo Dome

The Killers komen naar Nederland. Op woensdag 28 februari 2018 staan Brandon Flowers en co in de Ziggo Dome in ...