concert

Le Guess Who? 2019: het portaal naar een ander hemelgewelf

We need events like Le Guess Who? to remind us that a better world is possible. Woorden die al een paar maanden te lezen waren op paarse posters in de grote steden. Bij elk ander festival zou zo’n uitspraak lacherig worden weggewuifd, bij Le Guess Who? is het de onbetwistbare waarheid. Het is een kwestie van reputatie opbouwen; Le Guess Who? is een festival dat je vertrouwt. Vandaar dat er zelfs bij de meest obscure acts rijen tot aan buiten vormen en de meest ondoorgrondelijke artiesten op een goedgevulde zaal, kerk of club kunnen rekenen. Vandaar dat we vertrouwen hebben in degenen die de LGW-organisatie vertrouwt: de curatoren. Dit jaar onder meer The Bug, Moon Duo, Jenny Hval en Patrick Higgins, wiens keuzes maar al te interessant zijn om te volgen. En dan benoemen we natuurlijk nog even het blokkenschema: beangstigender dan ooit tevoren. Een kleine selectie van een groots festival. 

DONDERDAG

Op donderdag is de Ronda het territorium van muzikant, producer en dubzwaargewicht Kevin Martin, beter bekend als The Bug, die als curator dit jaar de vlagvoerder voor horreur, herrie en harde beats is – al vallen orgelminimaliste Kali Malone en psychedelische geluidstovenaar Drew McDowall (Coil) ook onder Martins patronaat. Zijn eerste keus voor de Ronda getuigt in ieder geval wel van een fijne smaak voor schurende randen: powertrio Caspar Brötzmann Massaker. Niet zomaar een achternaam, Brötzmann, maar toebehorend aan een familie waar avant-garde in de genen zit. Vader Peter een beruchte free jazzlegende, zoon Caspar een notoire noiserockveteraan. Een echte ‘junior’ is Caspar overigens niet meer; zijn debuutplaat The Tribe stamt uit 1987 en sinds Mute Massaker uit 1999 is er op het gebied van albumreleases eigenlijk weinig nieuws onder de zon – de reissues via Southern Lord daarbij uitgezonderd. Gelukkig is er genoeg om op voort te kabbelen, en dat hoeven niet eens echte ‘songs’ te zijn. Brötzmann laat probleemloos zijn gitaar minutenlang gillen en loeien, leunend op de feedback uit zijn netjes opgestapelde versterkerformatie, om vervolgens met zijn dreunende ritmesectie het vroege LGW-publiek voor eens en altijd wakker te schudden. 

Podiumopvolger Godflesh is een naam met een minstens zo legendarische status als de voorganger; dat geldt alleen al voor meesterbrein Justin Broadrick, die ook al jaren met The Bug samenwerkt onder de projectnamen Techno Animal en Zonal. Met al Broadricks projecten opgeteld zou hij nagenoeg een volwaardig vierdaags festival kunnen organiseren, maar Godflesh geldt misschien toch wel als het gewichtigste van zijn oeuvre. Eind vorige eeuw stond het duo, dat naast Broadrick nog bestaat uit bassist G.C. Green, aan de wieg van het industrial metalgenre. In 2017 bewezen ze met het indrukwekkende Post Self nog net zo relevant te zijn als in de dagen van doorbraakplaat Streetcleaner. Het is die laatstgenoemde plaat die de kern van de set vormt; bij aanvang verschijnt er een vertrouwd brandend kruis op het doek en klinken de snerpende drummachinegeluiden van Like Rats. Daarna volgen we het rijtje: Christbait Rising, Pulp, Dream Long Dead… etc. Godflesh klinkt militant en maniakaal als vanouds – twee onvermurwbare legendes achter elkaar, dus. Doet ie goed, die Martin. En er is meer: later die avond krijgt de Ronda de dronegoden van Earth nog voorgeschoteld en bundelen Broadrick en Martin hun krachten om de recente release van Zonal’s debuutplaat Wrecked te vieren. Voor de afwisseling dalen we twee verdiepingen af, op zoek naar een contrast.   

En hoe groot dat contrast kan zijn: in de Grote Zaal staan de Deense weldoeners van Efterklang de harten van menig toeschouwer te verwarmen. Al bijna twintig jaar – met nodige tussenpauzes – maakt het gezelschap een aangename vorm van broeierige elektronische indiepop; de eerste vier albums in het Engels, de meest recente, Altid Sammen, voor het eerst in het Deens. Met een frontman als Caspar Clausen kun je overigens weinig verkeerd doen; een sympathieke blikvanger met een stem als boter. Zelfs een Deenstalige sing-a-long is niet te veel gevraagd. Het klinkt nog verrassend mooi, en als hij ons achteraf vertelt dat we echt wel iets aardigs hebben gezongen, geloven we hem van harte. Vervolgens is het tijd voor wat Engelstalige nummers, from the old days. Van prachtige albums als Magic Chairs en Piramida. Achteraf blijven de leden nog even op de rand van het podium hangen om handen te schudden en fans te omhelzen. Het is misschien wat braaf en binnen de lijntjes, maar ook dát kan de LGW-bezoeker nodig hebben op een festival waar je kan verzuipen in muzikale grenzeloosheid en een doorsnee melodie soms ver te zoeken is.

VRIJDAG

Het probleem met Deerhunter, indiehelden te Atlanta, Georgia, is dat ze live eigenlijk altijd tegenvallen. Ondanks geweldige platen als Halcyon Digest (2010) en Monomania (2013) verzandden de grillige optredens vaak – afhankelijk van de mood swings van frontman Bradford Cox –  in shoegaze-gerommel waarin nauwelijks nog de oorspronkelijke songs te herkennen zijn. In 2015 was Deerhunter ook al een hoofdact op Le Guess Who? maar de show was niet bepaald headlinewaardig. Die van vandaag is dat wel. De melancholieke popplaat Why Hasn’t Everything Already Disappeared? van eerder dit jaar wordt meer dan recht gedaan met mooie uitvoeringen van Death In Midsummer en What Happens To People? in het begin. Het geluid is kraakhelder, de band speelt sterk en Bradford zingt geconcentreerd, alsof ie er nu echt iets goeds van wil maken. Hij oogt als een excentrieke crooner, en als toetsenist Javier Morales er de saxofoon bijpakt moeten we onwillekeurig aan Roxy Music of David Bowie denken. Deerhunter is vanavond een indieglamgroep, en dat bevalt goed. Het dromerige Desire Lines van gitarist Lockett Pundt klinkt meeslepend, het ontroerende Sailing intiemer dan Deerhunter live ooit was. Driekwart van het optreden is vrij indrukwekkend, maar als Bradford vindt dat ie al over de streep is, haalt hij eigenhandig de angel eruit met een gezellig praatje over The Raincoats, die hij nu eigenlijk had willen zien. Uit respect voor hen belooft hij alleen nog maar slechte nummers te spelen. Dat valt wel mee, maar de magie is verbroken en het afsluitende He Would Have Laughed doet wat plichtmatig aan. Maar Deerhunter was solide en voor het grootste gedeelte ijzersterk. Eindelijk.

De Bradford Cox-promo zorgt voor een flinke rij bij de Pandora voor The Raincoats. Die lost vrij snel op, want de kneuterige rammelpop van deze Britse postpunk-oma’s is niet aan iedereen besteed. De Le Guess Who?-legacy is groot; Kurt Cobain was fan en Hole coverde The Void van het titelloze debuutalbum uit 1979 dat bijna volledig wordt gespeeld. De drie dames en later ingestapte drummer ogen als je buurvrouw, je tante, daar weer een vriendin van en haar nieuwe vlam. Ze hebben dezelfde charme als The Vaselines – ook al zo’n Cobain-favoriet. De liedjes zijn best leuk maar oh, wat worden die rommelig gespeeld. The Raincoats klinken als The Velvet Underground in de demo-fase met Moe Tucker op zang. Maar wat hebben ze er een plezier in, en dat slaat over op het publiek. Dan worden er maar gitaar- of vioollijntjes in de poep gereden, aan de inzet van The Raincoats ligt het niet. De blijvers bedanken ze met steeds langere applausgolven en ze verlaten als echte legendes het podium. Heel goed was het niet, maar je kreeg er een uitstekend humeur van. 

Het optreden van Girl Band wordt ingeleid door The Robots van Kraftwerk. Geintje natuurlijk, de muziek van het viertal uit Dublin komt juist voort uit diep menselijke emoties. De band lag een paar jaar stil door de wankele geestelijke gezondheid van zanger Dara Kiely en lange tournees doen ze niet meer. Maar dat is wel wat de bij vlagen behoorlijk industriële noiserock van Girl Band voedt; het is primal scream-rock, Dara’s paniekaanvallen op muziek gezet. Dat klinkt ongezellig, maar wordt muzikaal imposant ingevuld met bezwerende en dynamische spanningsvelden waar je de ene keer lekker in kunt gaan hangen en die het volgende moment verwoestend uithaalt. Girl Band is net als Swans een overweldigend brute ervaring. Dara tiert, schreeuwt en oogt als James Murphy waarmee iets is misgegaan en als er in Shouderblades een gortdroge technobeat wordt ingezet laat Girl Band de tot het einde toe praktisch volle Ronda dansen en springen op naargeestige noise. 

ZATERDAG

De mysterieuze trapeziumvormige kooi op het Ronda-podium wekt voor aanvang van de show van Moon Duo al een hoop interesse. Het psychedelische echtpaar, bestaande uit Ripley Johnson en Sanae Yamada, was in de afgelopen jaren nog met hun eigen projecten, respectievelijk Wooden Shjips en Vive La Void, op Le Guess Who? te zien en keert nu terug als duo – met een curatorschap en een nieuw wapenfeit: Stars Are The Light. Op die plaat heeft een duo een flinke hoeveelheid disco- en funkelementen geïncorporeerd, die hun trademark krautrock nog een tikkeltje dansbaarder maakt. En als de muziek de luisteraar moet doen opstijgen, dan is die kooi op het podium waarschijnlijk het portaal naar een ander hemelgewelf. Vanuit alle kanten wordt er met lichten en beamers op de kooi geprojecteerd – de Ronda transformeert in een heuse microkosmos. Puur visueel genot. Kleurrijk en oneindig, zoals de muziek van Moon Duo zelf. Het zet je echter wel aan het denken: hoe interessant zou het zijn geweest zónder al die visuele bekoorlijkheid? Al volgt die vraag gelukkig pas ná de set, wanneer de ogen zijn geopend en de voeten weer op de grond staan. 

‘The black family is the strongest institution in the world.’ Die woorden blijven na de show van Angel Bat Dawid in Cloud Nine nog wel even hangen. Eindeloos werden ze herhaald; schreeuwend, krijsend, dreigend, confronterend. Door haarzelf en door de MC’s van haar backingband Tha Brothahood. Niet per se wat je verwachtte na het beluisteren van haar debuutplaat The Oracle, dat eerder dit jaar verscheen op het gerenommeerde jazzlabel International Anthem. Op die plaat, overigens ook barstensvol preek en protest, heeft Dawids spirituele jazz een meer ijzingwekkende onderlaag, zoals te horen op het kippenvel wekkende What Shall I Tell My Children Who Are Black? Live is het met meer bombast, meer funk en vooral meer overtuiging. Dawids stem is kolossaal en haar piano- en klarinetspel onnavolgbaar. Het komt aardig dicht in de buurt van haar eigen iconen; Sun Ra en Pharoah Sanders. Eerst nog wat meer platen zoals The Oracle uitbrengen, daarna zien we haar terug in de Grote Zaal. 

ZONDAG

Op zondagavond treffen we twee vaste festivalgasten. Bij oerpunkband The Ex blijkt het al snel nodig over ruggen te klauwen, dus kiezen we – hoewel hoogst ongepast op dit festival – voor de weg van de minste weerstand: Cate le Bon. De Welshe zangeres zag de laatste jaren elke uithoek van Utrecht (al dan niet met Drinks) maar triomfeert deze editie met een spot op de officieuze mainstage Ronda. Komt natuurlijk door het recente album Reward, waarop haar freaky houtje-touwtje-pop opeens bijzonder aanstekelijk begon te klinken. Xylofoontje (Home To You), saxofoontje (Miami) en postpunkbasje (Mother’s Mother’s Magazines): ook live blijken de subtiele toevoegingen zeer functioneel in het overeind houden van de nummers, ondanks Le Bon’s toch wat onvaste, nee, laten we eerlijk zijn, gewoon krááienvalse zang. ‘The best festival in the world’, noemt ze Le Guess Who?. Een festival waar deze dame – voorzichtig koorddansend tussen pop en experiment, met een kaspel dat twijfelt tussen Nico en Ziggy Stardust – het tot headliner kan schoppen, is inderdaad iets bijzonders.

Wie na alle subtiliteit even met zijn kop in de betonmolen wil, kan terecht in de eveneens ramvolle Pandora, waar Tropical Fuck Storm-zanger Gareth Liddiard geslaagde en minder geslaagde pogingen doet zijn eigen omhoog getufte speeksel de zaal in te koppen. Na één liedje weet je het eigenlijk al: hoogtepunt van het festival. Dankzij de maniakale performance van voorman Liddiard (vroeger: The Drones), maar zeker ook door de volledig vrouwelijke band die hem bijstaat in zijn driekwartier aanhoudende woedeaanval. De veelkleurigheid van topplaten A Laughing Death In Meatspace (2018) en Braindrops (2019) gaat in deze opgefokte setting nagenoeg verloren, maar dat kan ons weinig schelen. Wat telt is de energie, het volume en de drive, voortgezweept door de kleine drumster Lauren Hammel, met drumstokken die in haar handen net bezemstelen lijken. Brillen breken links, tanden kraken rechts. En als Liddiard zich aan het einde van de set over zijn pedalenbord buigt voor een laatste fuck storm, dwingt hij ook een (licht-gepijnigde) grijns op ons gezicht. Die nemen we na vier lange festivaldagen mee naar huis.

Verslag: Sjoerd Aarden, John Denekamp, Thomas Snoeijs

Fotografie: Erik Luyten, Tim van Veen, Jelmer de Haas, Rogier Bogaard

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

OOR's Eindlijst 2019: Lana Del Rey maakt album van het jaar
eindlijst

OOR’s Eindlijst 2019: Lana Del Rey maakt album van het jaar

Norman Fucking Rockwell! van Lana Del Rey is door de verzamelde Nederlandse muziekcritici uitgeroepen tot het beste album van het ...
Kerstmuziek, maar dan leuk: 8 albums voor fijne feestdagen
tips

Kerstmuziek, maar dan leuk: 8 albums voor fijne feestdagen

Kerstboom, knipperlichtjes, een klauterende kerstman tegen de gevel en dan alleen nog... de muziek! Rond deze tijd van het jaar ...
Grauzone met o.a. Shame, The Murder Capital, Stephen Mallinder, Damo Suzuki
Club OOR
Grauzone met o.a. Shame, The Murder Capital, Stephen Mallinder, Damo Suzuki

Grauzone met o.a. Shame, The Murder Capital, Stephen Mallinder, Damo Suzuki

Lees alle inter­views, achter­grond­verhalen, recensies, columns en agenda­tips van OOR nu ook op OOR.NL. Exclusief voor abonnees. ABONNEE EN WIL ...

Recensie: Le Guess Who? 2019: het portaal naar een ander hemelgewelf (concert) | OOR