Het is een ‘welcome’ vol Amerikaanse bravoure waarmee Leon Thomas een volgepakt TivoliVredenburg ontvangt. Het vervolg bevestigt de ingebakken flair: ‘I just won two Grammys’. Een ‘showkêrel’ zou mijn Brabantse opa hem noemen. Als tienjarige jongen speelde de talentvolle Amerikaan al in Broadway-musicals en nog voor zijn twintigste vervulde hij de ultieme showbizz-droom, maar het is ‘pas’ op zijn tweeëndertigste dat hij ook zijn eigen muzikale droom iedere dag mag leven. Toch blijkt in Utrecht zo’n leven in Hollywood ook gevaren met zich meebrengt; is het kunst of kitsch?
Al tijdens het voorprogramma worden we geconfronteerd met de veelzijdigheid van zijn achtergrond. De DJ draait de openingstrack van de Nickelodeon-serie Victorious, waarin de wereld hem leerde kennen als André, een leergierige jongen met een muzikale droom. Samen met co-ster Ariana Grande – voor wie hij later ook muziek schreef – zaten ze op een fictieve theaterschool, maar wisten het script beiden om te buigen tot realiteit. De vervolgtrack is Snooze van SZA, misschien wel de grootste R&B-hit sinds 2020, waar ook weer de naam Leon Thomas opduikt in de kleine lettertjes.
Na jaren te hebben geschreven voor de groten der aarde (Drake, Kanye West, Post Malone) was daar eind 2024 dan eindelijk zijn grote doorbraaksingle- en album: Mutt. Op dit ijzersterke album profileert de Amerikaan zich als een snelle jongen, een ex-rokkenjager die niet ongehavend uit die strijd is gekomen. Om ook dit verhaal een tweede gezicht te geven, was het zijn zeer aandoenlijke moeder die deze playboy-Grammy voor ‘best r&b-performance’ in ontvangst nam, Thomas moest namelijk nog optreden. En dat Hollywood er een nieuwe perfecte showpony bij heeft, wordt ook vanavond binnen het eerste biertje duidelijk.

We zijn zo’n vijf minuten onderweg als de onmiskenbare hoofdpersoon de eerste pirouetjes uit de mouw schudt en er op zijn knieën gitaarsolootjes uitperst. Om hem heen staan enkele pilaren verkleed als discoballen, een glinsterend symptoom waar ook het wolkendoek dat achter de zanger, zijn drummer en bassist/gitarist hangt aan lijdt. Op zijn stem staat een overdreven bak galm en de backingtrack is wel érg vol en aanwezig. Zeggen dat het ‘een beetje veel’ is zou een understatement zijn, maar we staan tenslotte ook niet bij een Stef Bos-concert.
Ondanks de maniertjes, die wel érg over the top aanvoelen, staat er een muzikant die niet alleen zijn r&b-huiswerk gedaan heeft, maar duidelijk op zoek is naar onontdekte muzikale smaakcombinaties. De ambachtsman heeft namelijk niet enkel maniertjes in huis, maar zoekt op Dancing With Demons zijn band op en komt tot een samenspel dat eerder aan Metallica doet denken dan aan de verwachte soepele r&b.
De eerste signalen dat we niet met kitsch te maken hebben staan op groen, totdat de drummer op een – in eerste instantie – boom-bap-versie van Far Fetched doorschuift naar de toetsen en Thomas zelf achter de trommels plaatsneemt. Een gecoördineerde lichtshow valt samen met een minuut aan nette drumfills, maar het voelt misplaatst. De drummer had best een eigen momentje mogen hebben.
Halverwege de avond laat de muzikale duizendpoot de singles eventjes voor wat het is en gaat hij op ontdekkingsreis. Goud, zal hij vinden. De backingtrack waar de zanger al een half uur mee converseert wordt eindelijk uitgekleed en hij oogst bewondering met een indrukwekkende rock & roll-versie van Blue Hundreds, gevolgd door een stevige bluesvertolking van zijn obscure Aquarius. Het drieluik wordt afgetopt met Baccarat, waarop de rockinvloeden en de stuiterende hiphop-handen van het publiek perfect samenvallen. Het is die slimmigheid waarmee hij ook als schrijver scoort: Thomas doet niet aan rashonden, maar enkel aan slimme vuilnisbakken.

Naast de showelementen zorgen al die muzikale variatie en constante afwisselende ritmes ervoor dat de avond voorbij vliegt. De Mutt-parade wordt vervolgd om op te bouwen naar het beoogde hoogtepunt: ‘Baby I’m a dog, I’m a mutt.’ Toch valt die ontploffing eigenlijk wel mee, gedeeltelijk omdat het refrein weer wordt overgelaten aan de backingtrack en het publiek. Daarnaast blijken de aanwezigen hun kaartjes te hebben gekocht voordat die ene single de Nederlandse radio bereikte, zo wordt eigenlijk de hele avond (niet onverdienstelijk) meegezongen en ligt de waardering niet in een paar zinnetjes: een goed teken voor de toekomst van Leon Thomas.
Utrecht voelt deze donderdagavond eerder aan als Vegas en zit daarmee een smetteloze avond een beetje in de weg. Wat een samenspel tussen backingtrack en Thomas’ ongelofelijke live vocalen moet zijn, voelt soms eerder als een gevecht; sommige nummers bestaan live voornamelijk uit adlibs en harmonieën. Het was een avond die soms voelt als ‘Leon Thomas featuring Leon Thomas & Leon Thomas’, maar het is de toverpot waarin de Amerikaan traditionele r&b feilloos samenbrengt met zoveel verschillende smaken, kleuren en geuren waardoor zijn onbetwistbare talent het hardst straalt. We hebben al een kaartje gekocht, de etalage hoeft niet zó uitvoerig gedecoreerd te worden.
Fotografie: Azumi Tchadjobo
Gezien: 19 maart 2026 in TivoliVredenburg, Utrecht