De zon stort bakken met licht en warmte uit over het Werkspoorkwartier, het oude industriegebied aan de rafelrand van Utrecht-West. De weergoden zijn het Loose Ends-festival blijkbaar gunstig gezind, want onderweg trotseerden we nog slagregens. dB’s, een lekker rommelig muziekclubhuis in een voormalige loods, heeft een concertzaal, een café en een veganistische keuken. Buiten is het gezellig druk bij de vele barretjes en eettentjes. Op nog geen honderd meter achter het podium raast een trein voorbij.
Mên an Tol is aan het soundchecken. Ze dragen zonnebrillen. Nodig, want de muzikanten kijken recht in de koperen ploert. Loose Ends beleeft dit jaar zijn vijfde editie. Het festival begon in 2019 op de NDSM-werf in Amsterdam en streek uiteindelijk neer in Utrecht.
Onder een strakblauwe lucht zingt frontman Bill Jefferson over stormy weather. Met een steelstring-westerngitaar om zijn nek vraagt hij of we Cornwall kennen. Als jongen speelde hij folk in de plaatselijke pub, vandaar ook die mandoline. Carlos O’Connell van Fontaines D.C. produceerde dan misschien de recente single Not Ideal, maar Mên an Tol staat nog aan het begin. Ze passen precies bij de programmering. Loose Ends is een springplank voor jonge alternatieve bands die nog niet groots zijn doorgebroken, maar wel al duidelijk in beweging zijn. Net als bij Misty Fields staan er bands met groeipotentie, al richt Loose Ends zich strakker op postpunk, garage, punk en aanverwante gitaarherrie.
dB’s heeft een binnen- en een buitenlocatie, waardoor je niet hoeft te wachten tot sets zijn omgebouwd. Wel loopt de binnenzaal steeds snel vol, waardoor we op tijd richting Vals Alarm gaan. Het Haagse punktrio begon als een uit de hand gelopen grap, maar werkte live goed genoeg om door te gaan. Hun zelfrelativering slaat over op de zaal die meteen aanhaakt bij de punk- en grungegitaren en de directieve staccatozang van Yanna Panagopoulos.



We staan in de rij bij de friet. Het uitgelezen moment voor een inventarisatie van bandshirts, want die vormen het DNA van elk festival. Cabaret Voltaire, Chalk, Deftones, DIIV, The Exploited, Fatal Flowers, Fontaines D.C., Geese, Gorillaz, Grote Geelstaart, HOOFS, John Coffey, Kaboutertje Putlucht, Marathon, Oasis, Ploegendienst, Queens Of The Stone Age, Shame, Sonic Youth, 16 Horsepower, TAXITAXI en Tramhaus. Duidelijk: Loose Ends trekt mensen die van herrie houden, maar niet van één soort herrie. Ze kennen hun klassiekers, volgen nieuwe postpunkbands en staan open voor Nederlandse rariteiten. En tussen de nostalgische rockmannen lopen ook nog eens verrassend veel jongeren.
Achter ons beklimt Lime Garden het buitenpodium. Ook weer met zonnebrillen, want, sodeju, wat is het hier goed nazomeren. De meiden uit Brighton hebben al een behoorlijke following, dankzij oorwurmen als I Want To Be You, Clockwork en het tweede album Maybe Not Tonight, dat dit voorjaar uitkwam. Ze zijn niet zo uitzinnig als stadsgenoten Lambrini Girls en zitten meer op melodie, pop en onderkoelde zang. Met veel humor krijgen ze het rozige publiek – bier en zon, dan heb je dat – voorzichtig aan het dansen.
‘Ik ben al naar buiten, want ik trek de zang niet!’, appt mijn festivalgenoot. Toegegeven, de stem van Tara Wilts van de Amsterdamse garagepunkband L.A. Sagne is een acquired taste, maar wel uit duizenden herkenbaar. De muziek omschrijven ze zelf als bulldozerpunk en de zaal vreet het. In maart verscheen hun debuut Good Company.



Eenmaal buiten moeten we wennen aan het licht. Op het podium soundcheckt Marathon. Vooraan claimen al wat mensen hun plek. Net genoeg tijd om een falafel te scoren. Tijdens de set van de Amsterdammers valt het iedereen op hoe bassiste Nina Lijzenga – als een nieuwe Bobbie Rossini – het podium claimt. We roepen haar hierbij uit tot dé podium-presence van Loose Ends. Sea Of Leaves en Alive, twee nieuwe nummers, wijzen mogelijk op een tweede plaat.
Boven de bar is een open ruimte – een soort vrijstaat in een vrijstaat – waar mensen worden getatoeëerd, geknipt en geschoren. Frontman Kay Koopmans staat er eigenhandig zijn Marathon-merch aan de man te brengen. We besluiten geen tattoo te nemen, laten ook de tondeuse voor wat ie is en zetten koers naar hoofdact STONE. Onderweg pauzeren we even bij de grote schermen in het café om FIT mee te pakken. ‘UTREEEEEEECHT!’ schreeuwt zanger Ide Ploeg zijn onderdanen toe. De postpunkers spelen een thuiswedstrijd en winnen die met zichtbaar gemak.
Op plaat heeft STONE zich de afgelopen twee albums van postpunk behoorlijk richting pop gewerkt, met grootse melodieën en gratuite teksten die vooral lekker moesten rijmen. Verrassend genoeg rammen ze diezelfde tracks als onversneden punksalvo’s de menigte in. Fin Power – what’s in a name – is de ultieme volksmenner. Hij dirigeert, springt tussen het publiek, beklimt het dak van de bar en blijft vanaf daar – letterlijk top-down – doorcommanderen. Zelfs de zon knijpt ’m: tijdens de set wordt het aardedonker.



Het is ronduit lullig wanneer je na STONE staat geprogrammeerd. Als je – na charisma-bom Fin Power – met je opengeknoopte glitterblouse, getoupeerde haar, oogpotlood en aangemeten rockster-attitude voor een nog uitdampende menigte staat. Het overkomt BILK, indierocktrio uit Essex. Verbouwereerd kijkt het publiek – dat als een biertje doodslaat – naar de geforceerde act. De pit blijft stil en je voelt het ongemak van zanger Sol Abrahams. Dit gaat mis. Tot hij besluit zijn geheime wapen in te zetten: Spiked. En jawel, alsnog slaat de stappenteller op hol, gaat de pit los en staan de mensen dansend op de tafels. En met Daydreamer pakken ze meteen door. Act weg, avond gered.
Do I Ever Cross Your Mind, Wildflowers, Old Flames Can’t Hold A Candle To You: zoals de hele dag al waart Dolly Parton voorafgaand aan de optredens door de inmiddels wat lege binnenzaal. Mensen zijn moe of al vertrokken. Daar, in een donkere, rood uitgelichte zaal, verstilt de avond als Alan Duggan-Borges woordeloos tussen de snoeren achter een tafel vol elektronica kruipt. De gitarist en producer van Gilla Band is hier als The Null Club, zijn soloproject. Hij trekt zijn muur van techno, industrial en experimentele elektronica zorgvuldig op met oude synths, drummachines, effectpedalen en – uiteraard – zijn gitaar. Het handjevol mensen dat wel luistert, wordt toegelaten achter zijn waterval. Zeldzaam mooi.
Zwijgend lopen we terug naar de auto.
Gezien: 5 september 2026 in dB’s, Utrecht
Fotografie Shali Blok