Lowlands beleeft topeditie

Midden augustus. Zowel de zomer als het festivalseizoen loopt op zijn einde, wat maar één ding kan betekenen: het is tijd voor Lowlands. Met aan de ene kant de prima line-up – met de door tragische redenen afzeggende headliners The Prodigy als enige noemenswaardige zwarte rand – en aan de andere kant de niet al te beste weersvoorspellingen in gedachten trekken we met gemengde gevoelens naar Biddinghuizen, waar we drie dagen lang de krenten uit de muzikale pap visten.

Aan Frank Turner & The Sleeping Souls de eer om de Alpha te openen. Daar is de show van de immer sympathieke Britse folkpunktroubadour op papier meer dan geschikt voor (Turner verbroedert vrijwel altijd), maar toch heeft het publiek hem niet weten te vinden. De Alpha is angstvalig leeg als de band aftrapt met Get Better en heel veel voller wordt het. Niet dat dat Turner veel lijkt te deren, die geeft net zo’n sympathieke en aanstekelijke show als wanneer er 30.000 mensenvoor hem hadden gestaan. Zo krijgen de aanwezigen een lesje in circle pits (iets wat later op de avond bij De Staat ongetwijfeld van pas zal komen) en steekt Turner voor Be More Kind een hartstochtelijk betoog af over dat we allemaal wat liever voor elkaar moeten zijn. Het echte hoogtepunt van de show zit aan het einde in de vorm van prijsnummer Four Simple Words, waarbij iedere aanwezige dan ook compleet uit zijn of haar plaat gaat. Een iets grotere opkomst was leuk geweest, maar Turner heeft ongetwijfeld wat (slapende) zieltjes gewonnen. En, ook niet onbelangrijk, we zijn wakker!

Echt druk op het terrein is het nog niet, maar bij PUP kunnen we toch al een eerste opstopping constateren. Een crowdsurfers-opstopping, welteverstaan. Er vliegen dermate veel mensen de lucht in op de morbid stuff die dit Canadese punkviertal de X-Ray voorschotelt dat een paar botsingen en veel paniekerige ‘o-nee-help-ik-val-bijna’-gezichtsuitdrukkingen niet te vermijden zijn. Niet zo gek dat dat uitgerekend hier gebeurt, want PUP heeft eigenlijk alleen maar anthems. Dat deze anthems titels als My Life Is Over and I Couldn’t Be Happier en Full Blown Meltdown hebben, laat wel zien dat het tekstueel zeker geen lichte kost is dat de band vanmiddag presenteert, maar door de opzwepende riffs en de heerlijk meeschreeuwbare refreinen word het toch een feestje. De moshpit is er eigenlijk al vanaf minuut één en laat alleen een beetje af wanneer frontman Stefan Babcock tijdens het (relatief) rustige Scorpion Hill het publiek induikt. Om te crowdsurfen, natuurlijk. Zo dreunt PUP met verve een klein uurtje door. In de vorm van het eentweetje If This Tour Doesn’t Kill You, I Will en DVP (met daartussen een fantastische overgang) bereikt de show een heerlijke climax, waarna we alvast van een eerste hoogtepunt mogen spreken.

Een van de grootste hypes van deze editie hangt rond het Ierse Fontaines D.C. Met Dogrel bracht de band dit voorjaar een van de meest vermakelijke rockdebuutplaten uit die we in lange tijd hoorden en sindsdien groeit hun ijzersterke livereputatie per optreden. Ondergetekende zag het vijftal een paar maanden geleden al als een stoomwals over Loose Ends heen denderen en is daar nog steeds niet helemaal van bijgekomen, dus de verwachtingen voor dit weerzien zijn hooggespannen. Die worden niet helemaal waargemaakt, daarvoor is de geluidsmix iets te rommelig en heeft de setlist te veel mankementen. Zo zit ideale afsluiter Big wat te vroeg in de set en heeft daarom niet de maximale impact, ook speelt de band tien minuten korter dan de aangekondigde tijd, terwijl er nog wat nummers van Dogrel worden overgeslagen. Dat gezegd hebbende, staat buiten kijf dat Fontaines D.C. nog steeds een van de leukste (en strakste!) rockshows van het weekend geeft.

‘This is our last gig, after this, poof, gone!’ Huh, kondigt Damon Albarn nu echt zomaar het einde van The Good, The Bad And The Queen aan? Het lijkt erop. Het is natuurlijk een eer dat de laatste show van deze supergroep – met naast Albarn ook bassist Paul Simonon (ex-Clash), gitarist Simon Tong  (ex-Verve) en Afrobeat-fenomeen Tony Allen (die o.a. bij Fela Kuti drumde) in de gelederen – op Lowlands plaatsvind, maar dat dat dan in een halflege Bravo moet gebeuren is dan weer enigszins tragisch. Gelukkig krijgt de band wel anderhalf uur de tijd, waarin bijna het hele oeuvre de revue kan passeren. Albarn, voor de gelegenheid uitgedost met een hoge doodgravershoed, toont zich een charismatische aanvoerder, terwijl de rest van de band de sterren van de hemel speelt. De muziek van het collectief schiet alle kanten op. Licht gestoorde kermismuziek (The Truce Of Twilight), opgefokte pianoblues (The Last Man To Leave), ontsporend gitaargeweld (The Good, The Bad And The Queen) en alles daar tussenin passeert de revue. In de handen van mindere muzikanten zou deze show makkelijk een rommeltje kunnen worden, maar Albarn en consorten leveren anderhalf uur lang puur vakwerk af.

De headlinershow van De Staat heeft natuurlijk een wrang randje. Als Keith Flint van The Prodigy niet was overleden, had de band hier waarschijnlijk niet gestaan. Maar wanneer Torre Florim en consorten aftrappen met een tribute in de vorm van hun ingetogen versie van Firestarter is meteen duidelijk dat de band het verdient om hier te staan. Wat volgt is op een paar nieuwe toevoegingen na een Staat-show volgens het boekje (de setlist wijkt niet bijster veel af van de show die de band vorig jaar in Biddinghuizen gaf), maar dan wel eentje die zeldzaam strak word uitgevoerd. De openingsriff van Me Time of de kreten in Input Source Select galmden nog nooit zo lekker door de Alpha. Ook qua show haalt de band alles uit de kast. De lichtshow is indrukwekkend en Florim begeeft zich meermaals op een catwalk boven het publiek. Al zit de grootste troef halverwege. Dat Rico & Sticks aan zouden schuiven was al bekend gemaakt, maar dat maakt de ontlading wanneer die twee onder begeleiding van De Staat een blokje Opgezwolle-krakers inzetten niet minder groot. Hier zitten mogelijkheden voor een toertje in! Daarna dendert de band weer terug op eigen kracht via een heerlijk onstuimig Make Way For The Passenger, een naar hartenlust meegezongen Make The Call, Leave It All en het dampende oudje Old McDonald Don’t Have No Farm No More naar de onvermijdelijke climax: Witch Doctor met circle pit(s) en Kitty Kitty met een (poging tót, het Alpha-publiek heeft ‘m nog niet helemaal in de vingers) wall of death. Maar natuurlijk niet voordat Florim ons nog even van harte bedankt voor deze eer. Het genoegen was geheel wederzijds.

De vertrouwde ‘even wakker worden’-spot op de vroege zaterdagmiddag wordt geclaimed door Joep Beving, maar wij beginnen onze dag in ruiger vaarwater. The Howl & The Hum komt uit York en bestaat uit vier bleke heren die duistere postpunk maken. Op zich niks wat je nog nooit gehoord hebt dus, maar The Howl & The Hum gooit er genoeg kwinkslagen tegenaan om het geheel toch interessant te houden. Zo begint vrijwel ieder nummer met een (soms iets te hard) dreunende synthesizerlijn en volgt de gitaaruitbarsting vaak net wanneer je hem niet verwacht. Ook zanger Sam Griffiths is een blikvanger; tijdens de rustige momenten klinkt hij een beetje als Joe Newman van Alt-J, maar wanneer de songs tot uitbarsting komen schiet hij nog een paar octaven hoger en, eh, howlt hij als de besten. Ook stuitert hij als een op hol geslagen dinosaurus over het podium. Je vervelen is dus bijna onmogelijk, al mag het daadwerkelijke songmateriaal soms nog wel wat scherper. Wat niet wil zeggen dat de band nog helemaal geen klappers in het arsenaal heeft. Single Hall Of Fame is bijvoorbeeld een heerlijke emokraker waarin Griffiths een oude liefde in een oude thuisbasis bezingt, met een gepassioneerd geschreeuwd refrein dat gegarandeerd de rest van het weekend in je kop zal blijven rondzeuren. Ook de wat overstuurde bluesrocker Don’t Shoot The Storm is geinig, zeker wanneer de band hem net inzet als buiten de hemel openbreekt. Aan het einde van de set vertelt Griffiths dat de band nog nooit zo’n grote show heeft gegeven, maar zodra er straks een debuutalbum in de kast ligt, houdt dat record vast niet lang stand.

Billie Eilish is opeens een van de publiekstrekkers van Lowlands geworden. Twintig minuten van tevoren is de Alpha dan ook al afgeladen voor de 17-jarige popster. Zó druk zagen we het dit weekend nog niet eerder. Als Eilish na een macaber animatie-intro meteen aftrapt met hit Bad Guy is het hek ook direct van de dam. De ‘du-du-du-du’-melodielijn wordt vrolijk meegeblèrd en ook de geestige tekst – over dat Eilish zo’n bad guy is dat ze misschien zelfs wel je vader gaat versieren – vind veel bijval. Eilish stuitert direct als een volleerd popster over het podium. Haar muziek is vaak ontzettend neerslachtig – grootste hit Bury A Friend heeft als sleutelzin ‘I wanna end me’ – maar vanmiddag spat het speelplezier er vanaf. Eilish heeft de uitpuilende Alpha dan ook vanaf de eerste tot de laatste seconde om haar vinger gewonden. De vraag ‘do you wanna go crazy?’ voorafgaand aan You Should See Me In A Crown is dan ook al beantwoord voordat ze hem goed en wel gesteld heeft. Alle clichés van een grote festivalshow passeren de revue; zo is het tijdens het lekker lompe Copycat al vroeg in de set tijd voor een sitdown, maar door de scherpe randjes die de songs van Eilish kenmerken is het geheel een stuk interessanter dan de gemiddelde popshow. Dat de show halverwege enigszins inkakt en de tweekoppige begeleidingsband een beetje plastic klinkt, mag de pret dan ook verder niet drukken. Billie Eilish kwam, zag en overwon.

Sharon Van Etten is duidelijk trots op haar nieuwste plaat Remind Me Tomorrow. Net als dit voorjaar in Paradiso komt die bijna in zijn geheel voorbij en net als toen werkt dat buitengewoon goed. Ja, de voor Van Etten nieuwe sound – weifelende folkgitaarlijntjes hebben veelal veld moeten ruimen voor soms beukende, soms zachtjes zoemende synthesizers – is soms even wennen, maar de passie voor muziek en speelplezier die van het podium afspatten, maakt deze show toch tot een aaneenschakeling aan hoogtepunten. Zo is daar het op plaat al redelijk stevige maar op het podium helemaal volwaardig stadionrockende Hands, met dikke bluesriffs waar The Black Keys nog een puntje aan kunnen zuigen. Maar ook het nieuwe materiaal kent nog wel kleine liedjes, zoals het spookachtige Memorial Day, vrijwel geheel opgebouwd rond een vocale sample van Van Etten zelf. Het echte hoogtepunt van de set komt echter in de vorm van über-anthem Seventeen en dan vooral de climax, waarin Van Etten de persoon waar het nummer over gaat streng toespreekt en bijna letterlijk de longen uit haar lijf schreeuwt. Metersdik kippenvel tot gevolg, iets waar Van Etten sowieso in specialiseert vanmiddag.

Geeft IDLES a) een van de hardste shows van het weekend, b) een van de leukste show van het weekend of c) allebei? Iedereen die Joe Talbot en zijn kompanen al eens aan het werk gezien heeft, zou niet lang na hoeven te denken op het antwoord op die vraag. Vanaf het moment dat Talbot – die net als gitarist Mark Bowen solidair met het natgeregende Lowlands-volk een poncho heeft aangetrokken – en zijn mannen het podium bestijgen, gaat het dak van de India er nog net niet af. De combinatie van politiek geëngageerde teksten en moeiteloos meezingbare hooks slaat vanmiddag in als een bom. Bowen en co-gitarist Lee Kiernan duiken voortdurend het publiek in voor ongein (zoals een geïmproviseerde, lallende cover van Linger van The Cranberries), waardoor de show soms wat dreigt in te kakken, maar wanneer de band dan weer de volgende, retestrak gespeelde hit inzet is dat direct vergeven. Dat prijsnummer Colossus word overgeslagen en niet eens echt gemist wordt, spreekt boekdelen over hoe goede deze show verder is.

Optredens van The National op een festival zijn altijd enigszins een vraagteken, want in welke vorm de band verkeert, kan van avond tot avond zeer variëren. Was het op Down The Rabbit Hole 2016 een rommeltje, op Best Kept Secret vorig jaar was het wonderschoon. Tel daarbij op dat de band eerder dit jaar met I Am Easy To Find niet bepaald zijn meest toegankelijke plaat afleverde en het is nog maar de vraag in hoeverre de show in de Bravo een succes gaat worden. Gelukkig blijkt al snel dat het wel goedkomt. Toegegeven, frontman Matt Berninger is soms best slecht bij stem (vooral tijdens Bloodbuzz Ohio klinkt hij alsof hij net als ondergetekende alles bij IDLES heeft staan meeschreeuwen), maar hij heeft er overduidelijk wel zin in en de rest van de band verkeert in bloedvorm. Het mooiste moment van de set zit in de eerste helft, wanneer Berninger tijdens The Day I Die besluit door het publiek heen te gaan wandelen. Dat doet hij wel vaker, maar vanavond loopt hij linea recta de Bravo uit, richting bar. De camera volgt hem, dus zien we op de grote schermen hoe de barman hem verbouwereerd een biertje aanreikt en hoe mensen zich verbaasd omdraaien als er opeens iemand recht in hun oor staat te zingen. Het is een chaotisch moment in een show van een band die juist hele precieze, doeltreffende muziek maakt en in dat contrast zit hem de kracht van de show. Zo blijft Berninger plaagstootjes uitdelen, zowel aan zijn kompanen als aan het publiek, terwijl de rest van de band speelt als een precisiebombardement. De setlist is dan ook perfect opgebouwd: enkel de betere nummers van (het wat te lange) I Am Easy To Find en verder vooral heel veel prijsnummers uit het inmiddels aardig uitgebreide oeuvre van de band. Wanneer het afsluitende trio Mr November, Terrible Love en About Today voor kippenvelmoment na kippenvelmoment zorgt is duidelijk dat dit een show voor de jaarlijstjes is.

Na een zaterdag vol hoogtepunten komt de zondag wat traag op gang (of kozen wij gewoon de verkeerde acts uit? Dat kan natuurlijk ook). Zo slaat rapper Willem van de al dan niet herenigde Opposites de plank mis met zijn soloshow, die geheel in het teken staat van zijn dit jaar verschenen album Man In Nood. Op zich een mooie plaat, waarop Willem uiterst openhartig zijn mentale en emotionele worstelingen bespreekt, maar een uur lang zoveel zelfmedelijden is op een redelijk zonnige festivaldag wat te veel van het goede. Dan deed de Belgische rapper Zwangere Guy, van wiens show we vóór Willem een stukje meepakten, iets soortgelijks toch een stuk beter, door kale, emotionele nummers af te wisselen met uptempo krakers. Dat zorgt voor een show met een constante spanningsboog, die Guy direct tot cultheld bombardeert, getuige de ‘Guy! Guy! Guy!’-kreten die al na de eerste paar nummers door de X-Ray scanderen.

Zou iemand Always Ascending, de vorig jaar verschenen vijfde plaat van Franz Ferdinand, nog wel eens opzetten? Als je die vraag aan de flink volgelopen Alpha zou stellen, zouden er waarschijnlijk maar weinig handen de lucht in gaan, iets wat de band rond Alex Kapranos ook lijkt te beseffen, want er passeren maar twee nummers van dat album de revue. Het zwaartepunt ligt zoals verwacht op hun eerste drie albums, waarvan vooral de eerste twee nog altijd prima meekunnen, dus ons zul je daar niet over horen klagen. Een The Dark Of The Matinée hier, een Do You Want To daar – Franz Ferdinand strooit hits over de Alpha uit alsof het niets is. Die worden dan ook gretig in ontvangst genomen, al duurt het tot het zoals altijd onverwoestbare Take Me Out voordat de vlam echt in de pan vliegt. Maar als het dan zo ver is, staat er ook bijna niemand in de Alpha meer stil. Het is een algemene wijsheid dat Franz Ferdinand overal voor een feestje kan zorgen en deze leuke show doet niets om dat te ontkrachten. En hé, speelt de band nou een behoorlijk aardig nieuw nummer? Jazeker, Black Tuesday heet het, om precies te zijn. Misschien komt het met album nummer zes dan wel weer helemaal goed.

Zal ie er zijn of niet? Het is de vraag die aan deze Lowlands-editie vooraf gaat. Zal A$AP Rocky uit de Zweedse gevangenis zijn als hij in Biddinghuizen moet optreden? Het verlossende woord komt een paar dagen voor de aftrap: A$AP is wel schuldig bevonden aan mishandeling, maar hoeft niet terug de cel in. Goed nieuws voor de hiphopliefhebbers, mede omdat Lil Uzi Vert in de week voor Lowlandsal ook al afzegde. Dat de Alpha dus uitpuilt voor de rapper is niet verwonderlijk; dat hij meteen een van de leukste en meest energieke shows van het weekend weggeeft is dat gezien zijn grillige livereputatie tot op zekere hoogte wel. ‘I spent most of my summer in a place where I didn’t want to be, so let’s have some fun now’, luidt zo ongeveer het enige wat hij over de situatie zegt, maar daarmee weet je eigenlijk ook wel genoeg: A$AP heeft zin om er een feestje van te maken. Dat spat van al zijn fratsen af. Zo krijgt hij de lachers op zijn hand als hij de security vooraan plaagt door met beha’s die hem net toe zijn geworpen in het gezicht van een van hen te zwaaien. Ook geeft hij met behulp van een instructievideo de Alpha een lesje moshpit-etiquette, waarna er maar liefst acht joekels van pits ontstaan. A$AP Rocky is duidelijk blij dat hij hier mag, nee, kan staan.

Naast Fontaines D.C. de meest gehypede band van het festival: de onnavolgbare mathrockers van Black Midi. Al vertaalt een lyrische muziekpers zich niet in een volle X-Ray. Die is namelijk aan het begin van de show al niet helemaal gevuld en loopt gaandeweg steeds verder leeg. Dat heeft twee redenen: ten eerste maakt Black Midi niet bepaald toegankelijke muziek en ten tweede zijn er wat technische problemen. Zo komt van de drie bandleden die vocalen voor hun rekening nemen alleen bassist Cameron Picton enigszins boven de mix uit. Dat is jammer, want het zorgt ook zichtbaar voor irritatie bij de band. Dat merk je gelukkig verder niet heel erg aan het optreden, want muzikaal gezien zien we hier een uur lang puur vuurwerk. Nummers vloeien in elkaar over, ontsporen volledig of blijven juist angstvallig klein; in het Black Midi-universum is niks onmogelijk. Ondertussen slaat drumbeest Morgan Simpson – de beste drummer van het festival – de meest onmogelijke partijen soms letterlijk met zijn ogen dicht en besluit gitarist Matt Kwasniewski-Kelvin halverwege de show minutenlang op zijn gitaar in te bijten, waarna hij de rest van de show met een fikse streep bloed op zijn kin rondloopt. U begrijpt, het was bepaald geen vlekkeloze show, maar wel een constant spannende.

Komt er vervolgens met Tame Impala dan een perfect einde aan deze erg fijne Lowlands? Ja en nee. De band rond Kevin Parker komt wat stroef op gang. Dat grootste hit Let It Happen als openingssalvo wordt ingezet, kennen we nog van de vorige passage op Lowlands, in 2015. Dat werkte toen uitstekend, vanavond iets minder. Deels omdat dat nummer inmiddels wat is weggezakt in het publieke bewustzijn en deels omdat de geluidsmix nog niet helemaal lekker staat afgesteld. De eerste Tame Impala-platen werden compleet gecreeërd in Parkers slaapkamer en tijdens het eerste deel van de set klinkt het geluid alsof we naar een live-feed uit die slaapkamer luisteren in plaats van naar een volwaardige band. Vanaf The Moment is dat euvel verholpen en klinkt de band kraakhelder, waarna er ook steeds beter gespeeld wordt. Dat A$AP Rocky het podium op gesommeerd wordt voor twee nummers – zijn eigen L$D en Sundress, dat gebouwd is op een sample uit Tame Impala’s eigen Why Won’t You Make Up Your Mind – is leuk, maar het echte hoogtepunt komt in de vorm van het eentweetje Borderline en Eventually. Vooral wanneer bij die laatste de lichtshow op tilt slaat, hangt er een soort magie in de lucht die je eigenlijk alleen kan krijgen op Lowlands. Zo werd het toch nog een waardige afsluiter.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de vrolijke Australische punks The Chats, de routineuze rockshow van Royal Blood, de net iets te luchtige soul van Durand Jones & The Indications, de pompeuze headlineshow van Twenty-One Pilots (foto hierboven), de meezingfestijnen bij Johnny Marr (uiteraard alleen bij de Smiths-nummers) en Giorgio Moroder (wiens producties voor Donna Summer – I Feel Love! – uiteraard op de meeste bijval mogen rekenen), de net iets te veel falset bevattende vroege middagshow van het Belgisch-Egyptische talent Tamino, de zompige psychedelica van Tame Impala-afsplitsing Pond en natuurlijk het voor het eerst sinds 1985 (!) weer eens in Nederland optredende New Order, dat voldoet aan álle verwachtingen: er wordt weliswaar afgetrapt met relatief nieuw werk (het openingssalvo van Music Complete uit 2015), maar daarna zet Joy Division-klassieker Transmission de knop om en wordt het een feest der herkenning: evergreens als Bizarre Love Triangle, True Faith en Blue Monday krijgen, begeleid door visuals waar Kraftwerk zich niet voor zou hoeven schamen, strakke en bevlogen uitvoeringen mee, waarna – geen verrassing – Love Will Tear Us Apart het roerende einde mag vormen. Zo’n moment waarop je weer even beseft hoe sneu het eigenlijk is dat verloren zoon Peter Hook – de man van de allesbepalende baslijnen – met zijn bandje The Light al jaren het internationale clubcircuit afschuimt met covers van precies diezelfde krakers (om niet te zeggen het héle Joy Division/New Order-oeuvre), als een al even treurige postpunkvariant op de UB40-constructie van tegenwoordig. Maar goed, kniesoor. Lowlands beleefde een topeditie en dan viel het weer, op een paar fikse plensbuien op zaterdag na, ook nog mee. Tot 2020!

Gezien: 16-18 augustus, Biddinghuizen.

Fotografie: Arend Jan Hermsen

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Ayreon in 013: kasteelheer Lucassen verbindt werelden
concert

Ayreon in 013: kasteelheer Lucassen verbindt werelden

Zijn glimlach aan het eind van de avond had niet breder kunnen zijn. Het was er een van grote tevredenheid ...
The Tallest Man On Earth
Club OOR
The Tallest Man On Earth

The Tallest Man On Earth

Lees alle inter­views, achter­grond­verhalen, recensies, columns en agenda­tips van OOR nu ook op OOR.NL. Exclusief voor abonnees. ABONNEE EN WIL ...
Charli
album
Charli XCX

Charli

Dat het bedenken van catchy popnummertjes zo makkelijk nog niet is, blijkt maar weer eens op Charli, het nieuwe album ...

Recensie: Lowlands beleeft topeditie () | OOR