Twee jaar geleden stond Matt Berninger met The National tijdens een matig bezocht optreden halfdronken op het Down The Rabbit Hole-podium. Neemt hij revanche en slaat de vonk nu wel over?
Matt Berningers writer’s block en de daaropvolgende depressie zijn in de media breed uitgemeten. De charismatische Amerikaan kroop dapper uit het dal, en hoewel hij ons met The National al drie jaar op een nieuw (elfde) album laat wachten, verscheen vorig jaar Get Sunk. Opmerkelijkste weetje? Veel van de teksten voor die tweede soloplaat zijn op honkballen ontstaan, zo vertelde hij vorig jaar aan bijvoorbeeld NME: ‘Als ik een woord op een honkbal moet schrijven, blijf ik er net iets langer bij stilstaan. Mijn hersenen overwegen de opties en zeggen dan: ‘Nee, dit is een beter woord. Ga niet naar links, maar ga terug.’ Als je op een honkbal schrijft, heb je maar kort de tijd om het cliché te vermijden.’
Met 55 jaar op de teller is Matt Berninger in de Teddy Widder-tent zijn midlifecrisis en podiumangst voorbij. En van overmatig drankgebruik lijkt gelukkig geen sprake. Tot zover staan de sterren gunstig voor een melancholieke topavond met de grijze bariton. Helaas gooit de slechtste geluidsmixer van drie dagen DTRH roet in het eten. Zeker in de eerste helft zijn de, met ‘free Palestine’ op de voorkant beplakte keyboard van Ronboy (artiestennaam van Julia Laws) en Sean O’Briens gitaren nauwelijks te horen. Alsof er een deken over de speakers is gegooid en alle hoge tonen worden weggefilterd. Tamelijk funest voor de begeleiding van een zanger die uitgerekend zelf graag de lage regionen opzoek.

Misschien komt de show dáárom wel zo stroperig en flets op gang met No Love en Frozen Oranges, beide van Get Sunk. In Distant Axis van solodebuut Serpentine Prison (2020) zorgt Berningers harmonica voor een beetje americanakleur, waarna in het gloednieuwe Martini Me Fatso het tempo wordt opgeschroefd en hij zijn beste Lou Reed laat horen.
Dat de veteraan uit Connecticut op een mooie, visuele manier verhalen kan vertellen, is een understatement. Zijn talent als woordkunstenaar komt nergens zo goed tot z’n recht als in de intense spraakwaterval van Nowhere Special: ‘Write on a baseball until the white skin runs out’, horen we hem proclameren. Mooi! Met warme credits voor de steun van compagnon O’Brien, direct na afloop van dit huzarenstuk.

Gospel, een wat obscure The National-track van Boxer uit 2007, trekt daarna bijna argeloos voorbij, in tegenstelling tot publieksfavoriet Terrible Love waarbij verrassend Ben Lanz uit The Nationals liveformatie met trombone aansluit; ook hij is nauwelijks in de mix te horen. Berninger klimt ondertussen over de balustrade en brengt tussen zijn fans het nummer tot een kolkend hoogtepunt. Waarmee Terrible Love eigenlijk de perfecte afsluiter had kunnen zijn.
De zanger kiest na het Leonard Cohen-achtige Bonnet Of Pins en een welgemeend ‘Fuck Trump super hard’, echter voor Inland Ocean als emotioneel beladen slotstuk. Intiem en droevig, maar Inland Ocean heeft ook iets optimistisch. En geeft het volk hoop. ‘Isn’t there anything I can do?’, horen we hem vragen. Met deze woorden en een nieuwe geluidsman komt het namens Matt Berninger en ook volgens ons uiteindelijk allemaal goed.
Gezien:Â Down The Rabbit Hole 2026, zo 18.30 uur (Teddy Widder)
Fotografie:Â Hub Dautzenberg