festival

Onze 10 favoriete shows van Motel Mozaïque 2023

MOMO is in town. Het festival is minder alom aanwezig dan de marathon een dag later, maar wandelend door de binnenstad van Rotterdam kun je toch moeilijk om Motel Mozaïque heen. Vanaf de Westersingel schieten mensen blokkenschema-gewijs de stad in, zigzaggend langs performance art, dans, talks, tours en muziek. Het moge duidelijk zijn waar onze prioriteiten weer eens lagen. Dit zijn de optredens die het meest bijbleven. Inclusief een headliner die het festival even compleet uit het lood trok.

Door Reinier van der Zouw en Thomas Snoeijs

Tony Njoku herpakt zich volledig

Foto Niek Hage

Het is geen ideaal begin van de MOMO-donderdag: een klein kwartier na de beoogde aanvangstijd van Tony Njoku zijn de deuren van Rotown nog dicht. Als we dan eindelijk naar binnen mogen, zijn de Brits-Nigeriaanse producer en zijn driekoppige band nóg niet klaar met hun soundcheck. Dat lijkt een recept voor een stroeve show. Maar waar de eerste nummers inderdaad nog weifelend aankomen, herpakt Njoku zich na ongeveer een kwartier volledig. Veel van de songs kennen eenzelfde stramien: op een bedje van synthesizers lokt de falset van Njoku je in een trance, waarna zijn band je halverwege laat wakker schrikken. Dat blijkt keer op keer enorm effectief. Zo bloesemt de climax van In Greyscale, op plaat al behoorlijk indrukwekkend, live op als een dansvloerkraker: Njoku stuitert zwetend op en neer achter de knoppen, de tijdelijk tot percussionist gepromoveerde gitarist en de drummer trommelen alsof de duivel hen op de hielen zit, de saxofonist blaast nog net niet de longen uit zijn lijf en Rotown heeft een eerste festivalhoogtepunt te pakken. (RvdZ)

De comeback van Alamo Race Track

Snel door naar – primeur! – de comeback van Alamo Race Track, ooit Hollands eerste YouTube-hype dankzij Black Cat John Brown (2006) en nu dus terug op de podia na jaren afwezigheid. ‘De kat is al een tijdje dood’, zegt frontman Ralph Mulder. En zo is er wel meer veranderd om hem heen, zien we aan de gewijzigde bandformatie. Met Robin Berlijn (Fatal Flowers, Ellen ten Damme) heeft hij ieder geval pure vaderlandse gitaar-adel naast zich staan. Al blijkt het nog wel onwennig. Welk akkoord spelen we hier? Wie tikt er af? Een, twee… o, opnieuw. Geef het wat tijd. Net als de liedjes van de nog te verschijnen comebackplaat, die hier op MOMO al moedig een groot deel van de set in beslag nemen. Verder ligt de nadruk op door­braakalbum Black Cat John Brown, dat binnenkort op vinyl verschijnt. Dat Unicorn Loves Deer – door een toonaangevend muziekblad bestempeld als een van de beste Excelsior-platen ooit – hier compleet wordt genegeerd, vatten we maar niet persoonlijk op. (TS)

Ogen dicht bij Murky Ghost

Foto Rosa Quist

Het Taiwanese performance art-collectief Murky Ghost resideert vijf dagen in Rotterdam, waar ze naast dit optreden op donderdag in Worm onder meer ook nog in de studio duiken met lokale artiesten. Daarmee hebben we weer een primeur te pakken, want het gezelschap speelde nog nooit buiten de eigen landsgrenzen. Even lijkt het internationale debuut niet te klikken. De mix tussen rap en spoken word voelt afstandelijk en het publiek kijkt de kat uit de boom. Maar als de band de zaal een paar nummers later in een meditatie leidt, waarbij we onze ogen dicht moeten doen, slaat de stemming om. Een kleine minuut lang kun je een speld horen vallen. Wanneer de ogen weer open mogen, is de connectie tussen band en publiek gemaakt. Dan blijkt Murky Ghost ook nog behoorlijk behapbare songs te hebben. Zoals Road To Taipei, waarmee je onder de juiste omstandigheden ook WOO-HAH! aan het springen zou kunnen krijgen. Zo bleek deze performance toch niet zo ondoordringbaar als gedacht en is deze eerste passage in ons land hopelijk niet de laatste. (RvdZ)

In de fik met Terzij de Horde

Gemoedelijk sfeertje in Rotown. Een paar minuten voor aanvang staan de bandleden van Terzij de Horde nog tussen het publiek; zo’n twintig bebaarde gasten plus band-ambassadeur Esther Ouwehand. Er worden handjes geschud en schouders gemept. Hoi hey, leuk dat je er bent. Hoe was je reis? Om vervolgens het podium te betreden en – WHAAAAARGH!!! – de hel op aarde te verkondigen. En dan staat de tent al gauw in de fik dankzij die fijne mix van blackmetal, noise en het meer roezige werk. Hoe langer je in de decibellen staat, hoe verder je wordt meegesleurd in de diepte en hoe meer je ervan overtuigd raakt dat hier de beste band van Nederland staat. Ja, je gaat al snel in onnozele krachttermen denken bij deze band. Maar je gelóóft ze. Allereerst zanger Joost Vervoort, die de hele show naar het plafond kijkt, zoekend naar iets, of gewoon met zijn hoofd in de muziek, tot hij aan het einde door zijn knieën zakt en zijn voorhoofd tegen de houten vloer voor het podium drukt. WHAAAAARGH!!! (TS)

Pruillip laat V11 nog net niet zinken 

Het Belgische Pruillip is een puike toevoeging aan een fijn subgenre: muziekduo’s waarvan het absoluut niet te begrijpen is dat twee mensen zo’n bak herrie kunnen neerzetten. Gitarist Louis Evrard en drummer Annelies van Dinter verdienden hun sporen in de Belgische underground in bands als Grid Ravage en Echo Beatty en hebben nu de handen ineengeslagen als sludge metal-duo. In de drijvende concertzaal V11 vertaalt zich dat vrijdagavond in pure ontlading. Evrard zet de toon met zweverige gitaardrones die gaandeweg vervormen tot brute riffs, waar Van Dinter dan als een bezetene op inhaakt. Het duo heeft nog geen enkel nummer uit, maar dit voorproefje smaakt absoluut naar meer. Naarmate het optreden vordert, worden de bankjes aan de zijkanten van de zaal steeds vaker bezet door mensen uit het publiek die even een adempauze nodig hebben. Dat is geen overbodige luxe, maar deze uitputtingsslag is er eentje die we niet snel zullen vergeten. (RvdZ)

Black Country, New Road is overal

Foto Niek Hage

Een andere band met een residentie in Rotterdam is een veel grotere naam: Black Country, New Road. Het gevierde indierockgezelschap staat iedere dag met een andere show op het festival. Je moet bijna moeite doen om niets van de band mee te krijgen. Op donderdag is er in de Arminiuskerk een ‘improv battle’, waarbij de band er met bevriende Nederlandse en Belgische muzikanten vrolijk op los jamt. Saxofonist Lewis Evans dient als dirigent en draagt de muzikanten via A4’tjes op wat er gespeeld moet worden. Één lange noot, staccato korte noten, een spontane cover; Evans vraagt en het volgestouwde podium van de kerk draait. Dat klinkt als een feest van muzikale expressie, in de praktijk voelt het net iets te vaak alsof je naar ’s werelds langste soundcheck staat te kijken. Al bereikt het geheel een paar crescendo’s waar je haren overeind van gaan staan.

Vrijdagavond, als de band een ‘gewone’ show speelt in Theater Rotterdam, is die ontlading een stuk consistenter. Het zestal houdt grotendeels de setlist van Live At Bush Hall aan, waarop Evans, bassist Tyler Hyde en keyboardspeler May Kershaw de leadvocalen afwisselen. Dit allemaal na het vertrek van zanger Isaac Wood, met wie de band twee veelgeprezen albums uitbracht. De formatie die hier op het podium staat heeft dus al het een en ander meegemaakt, wat duidelijk een hechte band heeft gecreëerd. ‘Look at what we did together, BCNR, friends forever!’, schreeuwt Hyde in opener Up Song, een slogan die door het publiek uitbundig wordt teruggekaatst. Het hoogtepunt is, net als op het album, het door Kershaw gezongen Turbines/Pigs. Tien minuten lang is de schouwburg in volledige vervoering, met een einde dat de rest van het festival nog door de oren zal suizen. Een show waarmee de band zijn prominente spot op het festivalaffiche dubbel en dwars verdient. (RvdZ)

Ichiko Aoba met een mooie bonus

Foto Rosa Quist

Met de Arminiuskerk als festivallocatie heeft MOMO misschien wel zijn grootste troef in handen. Het meer dan honderd jaar oude gebouw biedt ieder optreden een dosis extra sfeer, al heeft Ichiko Aoba dat niet eens echt nodig. Haar muisstille folk-liedjes zijn waarschijnlijk nog sfeervol in een betonnen kolos als de AFAS Live, maar de kerkelijke ambiance op vrijdagavond is een mooie bonus. Voorafgaand wordt het publiek door een afgezant van het festival geïnstrueerd om geen foto’s met flits of klikgeluiden te maken en vooral stil te zijn. Een voorzorgsmaatregel om de beruchte Dutch disease tegen te gaan. En eentje die gehonoreerd wordt. Een blok aan gitaarliedjes bereikt zijn apotheose met het prachtige Dawn In The Adan en een eerbetoon aan de pas overleden componist Ryuichi Sakamoto, waarna Aoba verschuift naar de piano voor een zo mogelijk nog meer betoverende tweede helft. Tussen de nummers door doet ze weinig meer dan de namen van de songs fluisteren en het publiek bedanken, maar meer is ook volstrekt onnodig. Aoba’s prachtige muzikale universum spreekt een uur lang voor zich. (RvdZ)

Het grunge-hart van Softcult

Eventjes voelt de muziek van het Canadese Softcult nét iets te glad voor Motel Mozaique. We horen vrij gladde rock met een dikke knipoog richting de grunge-acts van de jaren negentig. Gespeeld met veel enthousiasme, maar niet heel onderscheidend. Dat begint te veranderen als leadvocalist Mercedes Arn-Horn een nummer gepassioneerd opdraagt aan Sarah Everard, een jonge Britse vrouw die verkracht en vermoord werd door een politieagent. Het viertal heeft het hart dus duidelijk op de juiste plaats. Op muzikaal gebied scoort het viertal vervolgens punten met een flard van Deftones-klassieker Change (In The House Of Flies) die we aan het einde van een nummer denken te detecteren. Maar dan, net wanneer de band echt zieltjes aan het winnen is, vliegt het geluid eruit. ‘Oh no, we rocked too hard!’, wordt er semi-ironisch vanaf het podium geroepen. Net als gitarist Brent McSwiggan grapt over een akoestische set, beginnen de lichtjes op de versterkers weer te knipperen en lukt het de band toch nog om een goed einde aan de set te breien. Geluk bij een ongeluk, want na dit ongeval heeft Softcult iedereen in de V11 aan zijn kant. (RvdZ)

Fenomenale ‘off day’ voor Hania Rani

Foto Daniël de Borger (Tolhuistuin, 2023)

Wanneer Hania Rani aantreedt in de grote zaal van Theater Rotterdam is het pikdonker, met alleen een bescheiden hoeveelheid schijnwerpers gericht op de formatie van synthesizers en piano’s waar tussen de Poolse neoklassieke componist plaats neemt. Als een soort geobsedeerde wetenschapper in een sciencefictionfilm staat ze vervolgens gebogen over haar instrumenten, bijna altijd met de rug naar het publiek. Al zien we haar achter de piano nog vanaf de zijkant. Dat lijkt misschien een afstandelijke aanpak, maar het werkt wonderwel. Zeker tijdens het onafgebroken blok muziek van een ruim half uur dat het middenstuk van de set in beslag neemt, brengt Rani de zaal in complete extase. Net als bij Ichiko Aoba op vrijdagavond kun je een speld horen vallen. Wanneer de componiste zich vervolgens na drie kwartier voor het eerst tot het publiek richt, zegt ze niet in topvorm te zijn na een intense week. Als dit niet haar topvorm is, kan je alvast een plek aan de top van de concert-jaarlijstjes reserveren voor wanneer ze haar revanche komt nemen. (RvdZ)

Big Thief (voor wie binnenkwam)

Foto Niek Hage

Big Thief is een bijzondere band. Bij weinig acts zal het een oorverdovend applaus opleveren als de broer van de frontvrouw het podium betreedt om mondharp te spelen. En maar weinig bands binnen het MOMO-kader trekken zóveel publiek dat de rij een uur voor aanvang al richting de uitgang van het theater strekt, en veel wachtenden niet eens binnen kunnen komen, in ieder geval niet op tijd voor de hele show. Eigenlijk is Big Thief dus een veel te grote afsluiter voor de capaciteit van het festival. Maar wanneer de show eenmaal begonnen is…

Adrianne Lenker en haar band staan traditiegetrouw dicht op elkaar en vuren het ene na het andere prachtige liedje op het publiek af, ogenschijnlijk zonder moeite. Soms behoorlijk fel, dan weer zo klein en ingetogen dat het haast ongemakkelijk voelt om er in zo’n volle zaal naar te kijken. Het vorig jaar verschenen Dragon New Warm Mountain I Believe In You – door OOR uitgeroepen als beste album van het jaar – steelt de show. Vooral het bedwelmende Simulation Swarm en het jubelende country-anthem Spud Infinity (allemaal tegelijk: ‘What’s it gonna taaaaaaakeeeee’) zijn van een buitenklasse, maar ook relatief ouder werk als Not of juist een nog onuitgebracht nummer als Vampire Empire worden, terecht, ontvangen als moderne klassiekers.

Maar weinig bands kunnen neerzetten wat Big Thief zaterdagavond op MOMO doet. Dat wordt nog eens extra duidelijk in de toegift, die de band grotendeels improviseert omdat Lenker een te korte setlist had samengesteld om de geplande anderhalf uur te vullen. Waar het eerst al léék alsof Big Thief al deze pracht zomaar uit de mouw schudde, gebeurt dat nu echt, en de resultaten zijn er niet minder mooi om. (RvdZ)

Gezien: 13-15 april op verschillende locaties in Rotterdam

Openingsfoto: Niek Hage

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

De nieuwe OOR is uit! Bestel 'm nu in onze shop of lees digitaal
oor-shop

De nieuwe OOR is uit! Bestel ‘m nu in onze shop of lees digitaal

IDLES, Air, Douwe Bob, Het Zesde Metaal, The Waterboys, Meltheads, Porcelain id, The Bony King Of Nowhere, Craig Leon, Blackbird en meer ...
Where Did All The Cool Kids Go?
album
Douwe Bob

Where Did All The Cool Kids Go?

Ik ben niet zo op de hoogte van de ontwikkelingen in BN’er-land, maar door OOR-collega Jeroen Woe en zijn collega ...
Loss Of Life
album
MGMT

Loss Of Life

Het zit de heren van MGMT niet mee. Nadat de band in één klap wereldberoemd werd met debuutalbum Oracular Spectacular, ...

Recensie: Onze 10 favoriete shows van Motel Mozaïque 2023 (festival) | OOR