Pittig geprijsde toegangskaartjes (65 euro) houdt de gemiddelde Morrissey-fan niet tegen, zo blijkt vanavond maar weer. Ook de professionele fotograaf neemt het advies om geen leer of bont te dragen in de stijf uitverkochte grote zaal van TivoliVredenburg op de koop toe. En als Mozza een vleesvrij zalencomplex eist, dan moeten de internationale meesterpianisten van het Franz Liszt-concours elders in het gebouw het dus zonder broodje ham doen. Tja, some artists are bigger than others, zullen we maar zeggen, en Morrissey is ook anno 2014 nog altijd een grootheid van bijna mythische proporties.
Een (nog) levende legende bovendien die al een tijdje met zijn gezondheid sukkelt en waarvan onlangs bekend werd dat hij kanker heeft. En dus zou dit optreden ook zo maar z’n laatste op Nederlandse bodem kunnen worden. Niet dat de TivoliVredenburg anders niet was volgelopen, maar toch, ergens werpt het toch ook een schaduw over de avond. Of beter gezegd, over de aanloop naar het concert toe.
Want als de inmiddels 55-jarige zanger furieus aftrapt met een onverwoestbare klassieker van The Smiths, The Queen Is Dead, heeft niemand het meer over principes of prijskaartjes en zijn alle speculaties over gezondheidsproblemen even naar de achtergrond verdwenen. Hier staat een grootse Morrissey die zijn fans vanaf de eerste minuut om de vingers windt. Ook het daaropvolgende Suedehead laat de planken in de pit trillen. ‘I’m so sorry…’, zingt een kolkende zaal massaal en de voortekenen voor een heerlijk avondje Morrissey lijken meer dan gunstig. Zeker als al meteen vanaf de aftrap blijkt dat his masters voice nog altijd in tact is, sterker, het is tijden geleden dat we ‘m zo krachtig en vol door een Nederlandse zaal hebben horen galmen.
Die sterke openingsfase – inclusief een intens gebracht Speedway en het warmbloedige Kiss Me Alot – duurt een half uurtje. Dan neemt Mozza wat gas terug, zakt de boel qua tempo in en lost de euforie van een vrij fenomenale beginfase langzaam op. Dat komt deels door de vijfkoppige begeleidingsband die letterlijk en figuurlijk niet uit de schaduw van de kopman komt en die de gedachten – of je wilt of niet – even naar Johnny Marr dirigeren. De oud-Smiths-gitarist met het vlinderachtige vingerwerk die nota bene over een paar dagen in Amsterdam optreedt. Vanavond moeten we het doen met een frivool akoestisch solootje in Staircase At The University en een virtuoos piano-introotje van Trouble Loves Me.
Maar ook de setkeuze speelt een rol in het wat mindere tweede deel. Veel songs van laatste album World Peace Is None Of Your Business komen voorbij en waar een uptempo liedje als First Of The Gang To Die de set weer wat vaart had kunnen geven, krijgen we nu vooral traag voortschrijdende sleepliedjes die dankzij een in blakende vorm verkerende Morrissey overigens makkelijk overeind blijven. In tegenstelling tot eerdere concerten ontbreekt bovendien Smiths-kraker How Soon Is Now?, een publieksfavoriet die de boel ook had kunnen aanzwengelen. En ondanks dat, blijft er vanavond genoeg te genieten over. Van de getormenteerde uithalen (en Mozzers wenkbrauwen die ritmisch met de lettergrepen mee bewegen) op Meat is Murder (‘K…F…C… is murder’), van het plechtige statement I’m Not A Man waarmee de reguliere set wordt afgesloten en van het door 1700 zielen snijdende pianoliedje Asleep dat door de eerdere onheilsberichten rond Morrisseys gezondheid extra lading krijgt. Als kers op de taart is er nog een majestueuze afsluiter (Everyday Is Like Sunday) waarbij de zanger zowaar het shirt uittrekt en zijn blote torso toont. Gegil en gejuich, en een triomfantelijke blik van een overwinnaar. Gelukkig, sommige dingen veranderen nooit.
Door Raymond Rotteveel / Fotografie: Luuk Denekamp
Gezien: 28 oktober 2014, TivoliVredenburg, Utrecht

