Ineens is hij er. Binnen een minuut is Nick Cave het podium afgebeend, de catwalk op gestormd, heeft hij een bos bloemen aangepakt en vijftig handen uit het publiek vastgegrepen. Get Ready For Love is nog amper begonnen of de ONE is al veranderd in een openluchtkerk voor mensen die niet precies weten of ze hier voor rock & roll, rouwverwerking of handoplegging zijn gekomen.
Een uur eerder zag datzelfde podium er nog uit als een operatiekamer. De vleugel werd nauwgezet afgestoft. Het podium gezogen. Acht Cave-crewleden in identieke zwarte shirts liepen met stofdoeken, kruimeldieven en ondoorgrondelijke ernst door elkaar heen. Achter de piano testte iemand zelfs de armbewegingen van Cave. Ooit was Cave degene die voor onvoorspelbaarheid zorgde. Tegenwoordig wordt die onvoorspelbaarheid tot op de millimeter georkestreerd.
Dat maakt de huidige Nick Cave niet minder indrukwekkend. Wel fascinerender. De man die ooit het podium op kwam alsof hij persoonlijk verantwoordelijk was voor de Apocalyps, is veranderd in een spiritueel aanspreekpunt met de conditie van een olympische volksmenner. Hij sprint de catwalk op, schiet terug naar de piano, heft zijn armen, grijpt handen, commandeert samenzang en kijkt de eerste rijen aan alsof hij ieder individu persoonlijk uit de modder komt trekken.


Naast hem staat Warren Ellis, harige vice-dominee, bliksemafleider en onruststoker tegelijk. Van de vier rijen muzikanten staat alleen hij naast Cave in de voorste linie. Tijdens Bright Horses mag hij heel even zingen, tot Cave de leiding weer overpakt. Cave blijft altijd het middelpunt. Niet omdat hij alles naar zich toetrekt, maar omdat alles naar hem toe buigt. Met een bezetting van elf, koor inbegrepen, klinken The Bad Seeds als een rondreizende kathedraal. De vierstemmige achtergrondzang tilt Wild God richting gospel. Hier regeert de overtreffende trap.
Cave geeft alles. Niet alleen vocaal, al is hij goed bij stem, maar met zijn hele lijf. Zijn gezicht zingt mee. Zijn handen zingen mee. Zijn armen dirigeren de massa. Bij Tupelo klapt het hele veld, bij Red Right Hand loopt hij over de handen als Jezus over water. ‘I forgot the words’, zegt hij ergens. Natuurlijk komt hij ermee weg. Zijn misdienaars vergeven alles.


Cave is totaaltheater op het randje van overacting. Het is zijn superkracht. Jubilee Street voelt als de catharsis, het punt waarop alles samenkomt. Hier had het concert kunnen eindigen, maar dat doet het niet. Hiding All Away gaat er nog even overheen. Op de backdrop staat in grote letters: ‘THERE IS A WAR COMING’. Cave sleurt zijn volledige glitterkoor naar de catwalk, als generaal van zijn eigen verlossingsleger.
‘Dit nummer is lang, donker, prachtig. En het is ook meteen het laatste.’ Hij heeft het over Hollywood, een lied uit het universum van Ghosteen, het album dat Cave schreef na de dood van zijn zoon Arthur: ‘Darling your dreams were your greatest part / I carry them with me in my heart.’ Het nummer wordt hier in Hilvarenbeek pas voor de derde keer live uitgevoerd, samen met Train Long-Suffering (sinds 1988 niet meer gespeeld) een unicum op de setlist.
De Bad Seeds vertrekken en de projectieschermen doven. De zon was al eerder verdwenen. Het is donker. Alleen Cave is er nog, achter de vleugel. Into My Arms. Geen decor. Geen koor. Geen grote gebaren. Alleen Cave en een veld dat zachtjes ‘Oh Lord’ meezingt. Nick Cave heeft niets meer te bewijzen. De wederopstanding is voltooid.
Gezien: Best Kept Secret 2026, zaterdag (22.00 uur).
Fotografie: Anne-Marie van Rijn