Er zijn artiesten die leunen op hun livereputatie en artiesten die het vooral moeten hebben van hun studioalbums. Nilüfer Yanya behoort duidelijk tot die laatste groep. De consistente kwaliteit die ze vanaf debuutplaat Miss Universe (2019) levert, heeft haar fanschare gestaag doen groeien. En of de liveshow nu meegegroeid is of niet, de Britse met Turkse wortels ziet zich vrijdag pardoes geplaatst tegenover een aardig gevulde Two.
Fotografie Anne-Marie van Rijn
Ze lijkt er zelf een beetje van onder de indruk, zo opgelucht als ze na haar optreden poseert voor een foto met het festivalpubliek. De tent is inderdaad vol gebleven, maar het zitvlees van de neutrale toeschouwer werd vandaag op de proef gesteld. ‘Saai hè?’, klinkt het tussendoor tegen een achtergrondruis van Brabants geouwehoer. Daar is wel een en ander tegenin te brengen, maar eerlijkheid gebiedt te zeggen: de podiumaanwezigheid van Yanya is nou niet echt sprankelend.
Vrij statisch staat ze erbij, driekwartier lang, met beide benen in leer gestoken stevig op de grond. De ogen gesloten om bij de diepgevoelde emotie van haar teksten te komen, dan weer neergeslagen in concentratie op haar gitaarspel. We moeten goed opletten om een glimp op te vangen van haar dromerige, diepblauwe kijkers. Dat is de presentatie.

Dan over de inhoud, daar is weinig aan op te merken. Begeleid door haar band neemt ze de tijd voor een stevige greep uit haar laatste twee albums. In die liedjes zit namelijk haar kracht en daar durft ze te bouwen.
Fris opent ze in de broeierige tent met het ritmische Method Actor. Terwijl haar haren door een windmachine naar achteren worden geblazen, verkoelt ze het publiek met haar onderkoelde zang en wufte gitaarloopjes. In de nummers die volgen komt haar handelsmerk bovendrijven: verstilde tokkelliedjes, gitaarlijntje voor basloopje opgebouwd die culmineren in refreinen met muren opgetrokken van gruizig gitaargeweld.
Het tempo blijft lang op heupwiegen liggen. De intermezzo’s met soundscapes en langgerekte saxofoonklanken helpen dan ook niet mee maar lijken noodzakelijk om genoeg ruimte te laten tussen de ene zorgvuldige opgebouwde compositie en de volgende.

De opluchting is voelbaar wanneer de zware kost plaatsmaakt voor het lichtvoetige en meer uptempo The Dealer. Op dit werk krijgen de fans in het publiek tenminste kans hun waardering tot uiting brengen met wat pasjes op de plaats. Zo volgt een meer overtuigend afsluitend blokje met PJ Harvey-cover Rid Of Me en prijsnummer Midnight Sun, waarin de aloude hard-zacht dynamiek fraai tot wasdom komt.
Nilüfer zal nooit een publiekspleaser worden, maar dat hoeft ook niet. Met haar klasse kan ze zich een teruggetrokken houding op het podium veroorloven en het valt enkel te prijzen dat ze in alles haar jongere zelf met gitaar op slaapkamer trouw blijft. Op naar het volgende album en, als het echt moet, begeleidende tour. Wij komen ook.
Gezien: Best Kept Secret 2025, 13 juni (17.30 uur) in de Two.