concert

North Sea Jazz dag 1: The Roots, Maxwell, Gary Clark Jr. en meer

Waar is de Jazz op North Sea? Het is dé kritische vraag die men altijd stelt wanneer het bekendste jazzfestival van Europa zijn programmering weer bekendmaakt. Dit jaar hoorden wij ‘m echter minder vaak. North Sea Jazz 2018 is de meest jazzy editie in de recente geschiedenis van het festival. Door de afzegging van D’Angelo èn het feit dat veel van de andere grote namen hier onlangs nog stonden, vinden we de échte spanning bijna uitsluitend bij de swingers, de crooners, de dromers en de free spirits. Althans, op papier dan. Om de praktijk te toetsen meerde Team OOR vrijdag aan in havenstad Rotterdam, waar North Sea Jazz drie dagen the talk round town is.

Dat muziekfestivals tegenwoordig méér dan optredens bieden wist u natuurlijk al. Van biologisch voedsel tot theater en straatacts; we zagen het allemaal al eens binnen de omheiningen van menig evenement. Het leuke aan North Sea is dat het randprogramma geen bijeengeraapt zooitje is, maar juist in dienst staat van de gespeelde muziek. Naast de nodige eetgelegenheden en shops zijn er bijvoorbeeld clinics met geprogrammeerde jazzmuzikanten. Supercrooner Kurt Elling schuift aan voor de welbekende blindfold test, waarbij je blind moet raden van wie een instrumentale jazztrack is. Er worden jazzkunstwerken en klassieke jazzposters- en foto’s tentoongesteld. Er is dit jaar zelfs een heuse live-talkshow, North Sea Late Night, waarin de dag wordt besproken. Ook zijn er thema’s; vandaag relevante ‘onderwerpen’ waaronder bepaalde optredens vallen.

Eén van die thema’s is Female Bandleaders en Maria Schneider (Hudson, 17:15) is de eerste naam die onder die vlag in het blokkenschema staat. De 58-jarige Schneider mag dan een grote onbekende zijn in de popwereld; in de klassieke muziek en jazz is ze een hele grote. Ze componeerde en dirigeerde meerdere betoverende meesterwerken, waarvan het majestueuze The Thompson Fields de meest recente is. Op North Sea heeft Schneider zowel een jazztrio als het Esemble Denada, een Noorse big band tot haar beschikking. Prachtig om te zien hoe vloeiend en evenwaardig ze de twee groepen in haar muziek en performance integreert. Haar trio dient vooral als ritmesectie, en vanuit het orkest worden constant solisten naar voren geschoven die het groepje completeren, en die uiteraard geïmproviseerd vuurwerk uit hun instrument schieten. De beste dirigent werkt immers alleen met de beste muzikanten. Schneider stuurt het imposante gezelschap alsof het niets is en vult de zaal met bombast, melancholie en grote schoonheid. En ook belangrijk bij zo’n eerste optreden: je zintuigen, vaak toch nog in de sferen van pop, rock en ander FM-radiowaar, synchroniseren meteen met het bijzondere muziekaanbod van North Sea.

Van Cameron Graves (Congo, 17:15) hadden we slechts vaagjes gehoord. De Amerikaanse toetsenist is verantwoordelijk voor de pianopartijen op The Epic, het megadebuut van Kamasi Washington en bracht vorig jaar een eerste soloplaat uit, die volledig aan ons voorbij is gegaan. Van plan om zijn debuut op North Sea mee te gaan maken waren we dus niet eens. Toch struikelen halverwege de show de Congo in, waar we vervolgens tot het einde blijven. Wat blijkt namelijk: niet alleen speelt deze Cameron Graves duizelingwekkende pianopartijen en maakt hij lekker creatieve en excentrieke nummertjes; hij heeft ook één van de tofste drummers die we in tijden zagen. Mike Mitchel heet deze donkere man, maar iemand moet snel een funknaam voor hem bedenken, want zo ziet hij eruit, en zo speelt hij: alsof hij regelrecht met de rest van het zooitje uit het Parliament-Funkadelic ruimteschip is gestapt. Mitchel (funkhaar, funkbril, funkbroek) bewerkt zijn drums als een losgeslagen Borneose orang-oetan en is in ieder opzicht (humor, spel, creativiteit) dé smaakmaker van Graves groep. Laat George Clinton ‘m maar niet zien, dan is Cameron z’n drummer kwijt. En altijd mooi natuurlijk, zo’n totaal onverwacht en uitermate vroeg hoogtepunt op een festival.

Het Nederlandse podiumdebuut van The Mighty, Mighty O’Jays (Nile, 17:15) is geen onverdeeld genoegen. Dit klassieke seventies soultrio start met Ship Ahoy’ nog altijd een ijzingwekkend liedje over hoe de zwarte Afrikaanse slaven in Amerika terecht gekomen zijn. Leadzangers Eddie LeVert – de  prediker – en Walter Williams – de crooner – wisselen elkaar prachtig af met respectievelijk rauwe oerkreten en verzachtende smooth-talk. Op de achtergrond veel bijzondere visuals met foto’s van zuidelijke plantages. Het went nimmer. En het is een keihard openings statement. Daarna zakt de boel behoorlijk in. Dat zal komen omdat de band deels uit huurkrachten bestaat die de funky lijnen van papier spelen, dat werkt bijna nooit. Maar ook de acoustiek van die grote hal werkt niet mee, de bassen galmen maar rond. En zoals vaak, veel foute synths. Leuk is wel te zien dat er grofweg twee soorten O’Jays liefhebbers bestaan: Zij die de hits kennen van de radio, Love Train, For The Love Of Money en de wat betere kenners en fans die helemaal wild gaan als het trio de ijzersterke ballad-medley start met klassiekers als Stairway To Heaven en Cry Together.

Moonchild (Darling, 20:00) is een groep die pop, r&b, neo-soul, jazz en funk in één geluid tracht te vangen, maar die bij dat proces het belangrijkste element van alle muziek vergeet: gevoel. Want ja, de liedjes van laatste plaat Voyager zijn stuk voor stuk aangename soulvolle popnummertjes besprenkeld met snoepjes afkomstig van alle bovengenoemde (sub)genres. Zangeres Amber Navran heeft ook een leuke stem, een beetje Badu-achtig, waar je best even naar kunt luisteren eer je ‘m zat bent. Maar meer dan leuk en aangenaam werd het in de studio al nooit bij Moonlight (Voyager is al hun derde worp), en meer dan leuk en aangenaam wordt het live dus ook niet. De Britten hebben een formule, maar missen simpelweg het gevoel dat de muziek van, we noemden haar al, Badu wél heeft.

Kurt Elling (Amazon, 20:15) stond al vijfhonderd keer (ruime schatting) eerder op North Sea, maar wat zou het? De meest invloedrijke en succesvolle jazzvocalist van pakweg de laatste twintig jaar levert áltijd kwaliteit. Het is een artiest waar je op kunt vertrouwen. Een artiest om op terug te vallen ook, wanneer een op papier spannendere act (zoals Moonlight) tegenvalt. Vanavond is Elling minder joviaal dan gewoonlijk. Hij zingt namelijk de liedjes van zijn laatste plaat, The Questions. En die is geïnspireerd door een man die deze festivaldag al vaker werd afgebekt: Donald Trump. Begeleid door zijn trouwe jazzkwartet croont, scat en rant (scatten, maar dan met echte woorden) Elling weer op het hoogste niveau. Zijn versie van Dylan’s A Hard Rain’s a Gonna Fall is met afstand de mooiste, want meest emotionele song die wij ooit live van hem hoorden. Ook de samenwerking met Marquis Hill is geweldig. In hun eerste gezamenlijke song volgt de trompettist de stem van de scatman één op één, om uiteindelijk over te gaan op een zinderende solo. Tja, Elling is misschien wat te netjes en traditioneel voor de cool kids, maar een geweldenaar hoor, deze man.

The Blues Is Still Alive. Genregrootheid Buddy Guy noemde zijn laatste album zo, maar met alle respect: die bejaarde muzikant gaat het genre niet overeind houden. Gary Clark Jr. (Maas, 20:15) kan en doet dat wel. De bescheiden buzz rond zijn muziek is allang voorbij, maar dat zal de meestergitarist  worst wezen. Avond na avond staat hij op de bühne, waar hij zijn interpretaties van regenachtige standards afwisselt met zijn eigen, modernere variant op de blues. Vandaag is North Sea weer eens aan de beurt. Vooruitgang is er natuurlijk amper in de ouderwetse blues, maar voor het eerst merken we wél vooruitgang in de originele songs van Gary Clark Jr. Doelbewust of per natuurlijke progressie: de man heeft duidelijk aan zijn stem gewerkt. Soulvollere liedjes als Our Love en Cold Blooded zijn ineens de moeite waard, want Gary’s hoge zang klinkt veel lekkerder dan voorheen. Niet zo lekker als die zieke gitaarsolo in het slot van bluesrockkraker Don’t Owe You A Thang, nee. Maar kom op: wat wel?

Jazzgroepen die het genre compleet vernieuwen, door de muziek te fuseren met hiphop, soul en funk van alle soorten en maten. Ze zijn dit weekend massaal van de partij. Eerder op de avond bundelden toetsenist Robert Glasper, vocoderverslaafde Terrence Martin en de altijd vernieuwende trompettist Christian Scott al hun krachten in een supergroep. Hun R + R = NOW (Congo, 19:15) is een van die vele shows voor de echte moderne jazzheads. Heel verantwoord allemaal en briljant gespeeld en geimproviseerd. Een feestje dus voor hoogbegaafde jazzstudenten maar de entertainment factor is betrekkelijk laag. Of het moet het opvallende hoofddeksel zijn van trompettist Scott, een van de velen inde maffe hoedjes parade dit jaar.

Op dezelfde locatie zien we tijdens zonsondergang ook Chris Dave & The Drumhedz (Congo, 21:15) en BadBadNotGood (Congo, 23:15). Eerstgenoemde is de al langlopende band van een meesterdrummer die onder andere voor D’Angelo werkte, en die begin dit jaar dan eindelijk z’n lang uitgestelde soloplaat uitbracht, na voordien een paar zeer wonderlijke en chaotische mixtapes.  De tweede is een veelbesproken experimentele jazzgroep bestaande uit drie blanke creatievelingen, die van obscure mixtapes en videogame-themesong covers naar het maken van volwaardige platen gingen. Beide bands zijn belangrijke namen in de jazzvernieuwingsstroming, maar slagen er niet echt in een geslaagde liveshow neer te zetten. Daarvoor is de muziek te doordacht en te technisch. Vooral het optreden van Chris Dave lijkt meer een drumclinic dan een concert. Teveel fragmenten, te weinig liedjes. Het is een bekend probleem bij de vernieuwers: in vele opzichten kunnen ze nog wat leren van de oude rotten in het vak.

Uberfunky Phillybusters THE ROOTS (Maas, 22:15) hebben voor dit North Sea aantreden wat vrienden uitgenodigd die toch al op het festival zijn. Dus horen we The Roots and Friends, waarvan Corey Henry, de befaamde Snarky Puppy organist de eerste is. Hij speelt een aardig moppie op allerlei toetsenspul. Vervolgens mogen vele bandleden soleren waarvan de sousafoon solo van Damon ‘Tuba Gooding Jr.’ Bryson weer eens hilarisch is. Volgende vriend is zanger Bilal die ons als altijd bloedserieus en afstandelijk aanstaart maar vanavond wel onwaarschijnlijk mooi zingt. Hij heeft vele kanten aan zijn stem maar hier horen we vooral zijn messcherpe falset in bijzonder gedragen en zwaar songmateriaal. Jammer toch dat Roots rapper Black Thought daar geregeld totaal onverstaanbaar doorheen spuugt… De hoofdprijs gaat evenwel naar de man van de samples die er met zijn toetsenapparaten een waar spektakel van maakt. Gary Clark Jr. zou ook nog meedoen maar die is door ons niet gespot…

We spoeden ons even naar salsalegende Willie Colón (Hudson, 23:15) om te horen dat de krasse baas zijn orkest nog prima in de hand heeft. Maar we kunnen toch niet heen om het vrijwel gelijktijdige slotconcert van de avond dat wordt verzorgd door neo-soulheld Maxwell (Nile, 23:30) die als vervanger is gevonden voor de weer eens ziek, zwak en misselijke D’Angelo. ‘Ik ben op tijd!’ spreekt hij in fraai Nederlands, refererend aan een hopeloos vertraagde show van nu al een decennium geleden. Maar zijn geheugen laat hem verder wel in de steek. Meermaals spreekt hij van Amsterdam en denkt dat hij daar zijn debuut maakte anno 1996. Maar dat jaar op North Sea Jazz was toch echt zijn allereerste aantreden hier. Leuk dus dat hij na al die jaren weer een terug is. Hij doet nu eens niet zijn strak geregisseerde soulshow maar improviseert er een beetje op los. En dat is kennelijk niet zijn sterkste kant. Voor de eerste rijen publiek is het een groot genoegen want hij charmeert dat het een lieve lust heeft, komt huggen en handjes schudden. … Maar als je niet tot die paar tientallen gelukkigen behoort die vlak vooraan staan kom je er als bezoeker een beetje bekaaid vanaf. ‘I’m 45 now and I don’t give a fuck.’ laat Max ergens halverwege weten en dat is precies de indruk die zijn halfbakken voorstelling maakt. Zijn zang is ok, maar niet meer dan dat, de liedjes doorgaans prima maar als geheel is het te veel los zand. Jammer.

Door Kees Smallegange en Randy Timmers

Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 13 juli 2018, Ahoy, Rotterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!
abo-actie

Word lid en kies je eigen cd-pakket. Nu met nog meer keus!

OOR deelt uit! Neem nu een halfjaar- (€34,-) of jaarabonnement (€66,95) op OOR en kies je eigen doldwaze cd-pakket uit. We ...
Coup De Grace
album
Miles Kane

Coup De Grace

Miles Kane zou een uitstekend romanpersonage zijn. Hij gaat door het leven als ‘die andere van The Last Shadow Puppets’ ...
Dave Grohl lanceert PLAY, een tweedelige mini-documentaire
nieuws
Foo Fighters

Dave Grohl lanceert PLAY, een tweedelige mini-documentaire

Foo Fighters-frontman Dave Grohl heeft PLAY online gezet. PLAY is een tweedelige mini-documentaire waarin Grohl in 23 minuten een nummer ...

Recensie: North Sea Jazz dag 1: The Roots, Maxwell, Gary Clark Jr. en meer (concert) | OOR