concert

North Sea Jazz dag 1: Usher tot Grace Jones

Het is weer zover: drie dagen North Sea Jazz, één van de grootste festivals van het land. Ieder jaar weer een onderneming, maar dit jaar net een beetje meer dan anders. Zo zijn de veiligheidsmaatregelen verscherpt, merken we althans als pers. Mochten we voorheen zo naar binnen walzen; dit jaar worden ook onze tassen en camera’s grondig gecheckt. Goed dat het gebeurt; kunnen we ons puur druk maken om het muzikale programma. En wat dat betreft is er juist níets veranderd; klanken in alle soorten, maten en kleuren vloeien hier zelfs rijkelijker dan het bier.

Voor hen die de festivalbeleving met een knaller willen beginnen is er goed nieuws. Maar liefst drie podia worden dit jaar geopend door een orkest. Buiten, in de Mississippi, maakt dirigent John Beasley de bijna stripachtige composities van pianolegende Thelonious Monk nóg speelser met zijn Monkestra, een uitbundige big band. Op en top feestelijk, zo concluderen we wanneer we de tent in slow motion passeren, op weg naar de Darling. Daar steekt multi-instrumentalist Miguel Atwood-Ferguson namelijk de beats van de veelgeprezen, te jong overleden hiphopgrootheid J. Dilla in een klassiek jasje. Nieuw zijn de composities die hij vandaag met een middelgroot orkest laat horen natuurlijk niet. De Suit For Dilla-ep waarvan ze afkomstig zijn is al acht jaar oud en werd al heel vaak live gespeeld, maar dat maakt de nummers natuurlijk niet minder prachtig. De klassieke inkleuring van instrumentals bedoeld voor rappers als Common en A Tribe Called Quest geeft de producties een emotionele diepgang die de oorspronkelijke beats niet hadden. Mooi, al had de uitvoering in z’n geheel wellicht wat minder strak gekund.

Als je Lettuce een tweede naam zou moeten geven, zou het zoiets als low-key moeten zijn. Aan schreeuwerige promo en grote labels hebben ze nooit gedaan sinds de mannen op het Berklee College of Music in Boston dit funk-collectief vormden. Inmiddels zijn we ruim 25 jaar later en is Lettuce een zee aan fans door mond-op-mondreclame rijker. Die reclame moet wel beperkt zijn gebleven tot de Verenigde Staten, want de Nile staat verrassend leeg bij deze eerste grote openingsband. Geen avontuurlijke jazztochten vol pieken en dalen die het publiek langzaam naar binnen trekken vandaag, maar relaxte funkjams aan het oppervlak zonder al te veel extase – het soort laidback funk waar Booker T. en The Meters trots op zouden zijn, mochten ze in de zaal staan vanavond. Erick Coomes (bas) en Adam Smirnoff (gitaar) jammen onopvallend door op de voorgrond; het is trompettist/percussionist Eric Bloom die met zijn aanwijzingen, dansjes en publiekscontact zorgt voor wat sprankeling. De laatste tien minuten gaat het gas er nog even op voor wat subtiele uptempo funk – dit is een prima act om de dag langzaam maar opbouwend mee in te luiden.

Orkest numero drie is het Casco Philharmonic, speciale gast van Wayne Shorter. Na twintig minuten duizelingwekkende improvisatie door de jazzlegende en zijn vaste club titanen (Brian Blade op drums, John Pattituci op bas en Danilo Perez op piano), schuift het Vlaamse collectief aan voor Shorters laatste en zoveelste baanbrekende project; freejazz vermengd met orkestrale muziek. Het resultaat van deze nieuwe vorm van jazzfusion is wisselend. We horen drie lange composities waarin het bombast van Casco de boventoon voert, en de muziek zodoende meer als puur klassiek dan als jazz klinkt. Moest de fusie fifty-fifty zijn, dan is deze mislukt. Het is natuurlijk superknap dat Shorter ook dit soort reusachtige nummers kan componeren, maar zijn spel is in deze composities ook erg schaars. In vijfenveertig minuten horen we maar één solo van hem die de moeite waard is. Dat is te weinig. Wellicht pakt Emanon, zoals deze muziek op plaat moet gaan heten, op cd beter uit.

De al niet meer zo jonge god uit New Orleans Trombone Shorty is weer lekker zijn hyperenergieke zelf, zoals we hem al eerder zagen hier op het festival, nu 5 jaar geleden. Alles is verder anders. Zijn trombone lijkt inmiddels bijzaak te gaan worden want hij zingt vooral veel en doet dat uitmuntend. Zijn stem is rijp en vol en de waanzinnig geoefende band Orleans Avenue volgt hem in elke subtiele wending. Met diepe wortels in de ruim een eeuw oude r&b- en funk-traditie van The Crescent City is dit de best mogelijk funk-variant anno 2017. Razend lastig gespeelde back-beats met allerlei instrumentale virtuositeiten en toch compleet toegankelijk. Ok, het heeft soms een vrij hoog feesten en partijen gehalte maar wanneer dat zo briljant wordt uitgevoerd vieren wij dolgraag mee.

Er is weer zoveel tegelijkertijd gaande dat we helaas slechts een glimp opvangen van CaboCubaJazz, het laatste fusie-project van de immer bezige percussionist en bandleider Nils Fischer. Hij heeft een mooie mix van vocalisten en muzikanten samengesteld en voor zijn doen is het jazz-gehalte lekker hoog. Slim natuurlijk als je op North Sea staat.

Bij grande dame Grace Jones is het niet de vraag of ze te laat komt maar hoeveel. ‘Slechts’ 20 minuten na planning komt ze op, geheel in de van haar bekende exorbitante kledingstijl, vandaag een soort space pak met doodshoofd. De details daarvan zijn alleen voorbehouden aan hen die zich strak voor het podium hebben weten te nestelen want de grote beeldschermen die de rest van de pakweg 10.000 bezoekers zouden moeten laten meegenieten staat op zwart/wit. En lijken soms zelfs geblurred. Dus gaan al snel de geruchten dat ze naakt zou zijn, enzovoort. Grace is ook eigenlijk helemaal geen festivalartiest. Zonder haar gebruikelijke aanhang van nichten, drag-queens en overige mede-excentriekelingen – die komen hier niet – staat ze er aanvankelijk wat verloren bij. En vallen haar half mislukte grappen over Coke en Cola in het water. Muzikaal is Grace, 69-jaar inmiddels, ook niet meer zo heel scherp. My voice is my weapon of choice, scandeert Jones maar wat ze er mee doet is lang niet altijd goed te volgen. De band die ze vanavond mee heeft is gelukkig wel te gek. Het is verre van duidelijk wat er echt gespeeld wordt en wat er allemaal digitaal ‘meedraait’ maar de totaalindruk is een rechtstreeks eerbetoon aan riddim twins Sly & Robbie en toetsenist Wally Badarou, de architecten van het beste Grace Jones geluid dat nu, ruim 37 jaar na conceptie, nog steeds hypermodern klinkt. Die stuwende bassen en ratelende drumpatronen zijn en blijven onverwoestbaar.

Wat ooit het duo Yussef Kamaal was, is niet meer: Yussef Dayes en Kamaal Williams zijn om persoonlijke redenen uit elkaar. Wat dan als je samen een uitstekende plaat vol invloeden uit afro, fusion en jungle uit hebt (Black Focus), die iedereen die ook maar een beetje van jazz houdt moet horen? Dan ga je los toeren met een eigen band, zo blijkt maar weer. Drie weken geleden op Best Kept Secret mocht toetsenist Williams met zijn nieuwe band, vandaag staat drummer Yussef Dayes op North Sea Jazz om Black Focus ten gehore te brengen. Het onvermijdelijke vergelijken is begonnen: Williams legde duidelijk de nadruk op dansbaarheid en groove, Dayes is van het experiment, jammen en het complexere drumwerk. Dayes zit vanavond achter zijn kit alsof zijn leven er werkelijk van afhangt: hij lijkt vervoerd en onder spanning, alsof er een Tesla coil achter hem staat. Iedere keer als er een tel valt, drumt hij compleet in vervoering van het ritme – met de moeilijke gezichten, gepijnigde bandinstructies en liters zweet van dien. Goed, de podiumpresentatie, dynamiek en publieksopzweping gaan allemaal naar de kant van Williams, maar Dayes en band (bestaande uit een bassist/gitarist, toetsenist en trompettist) kunnen jámmen, met die pijlsnelle drumfills van Dayes als middelpunt. Leuk, dat Strings of Light en die andere songs die op het randje van mellow balanceren, maar de hoogtepunten vallen vanavond tijdens de nog nooit uitgebrachte jams die Dayes en band spelen. De bloedhete Darling zweet en juicht hard als er gedanst mag worden. Terwijl we ook nog dachten dat dansbaarheid meer bij zijn ex-bandlid hoorde. Dayes heeft ons aangenaam verrast.

Jamie Lidell heeft een aangenaam stemgeluid, een prima band en meer dan een paar leuke liedjes. Wat de blue-eyed soulzanger echter niet in huis heeft is spanning of sensatie. Het is prima vertoeven bij zijn optreden in de Maas, maar vraag ons om een memorabel moment of muzikaal hoogtepunt aan te wijzen en het is alsof je ons vraagt welk merk vanille-ijs we het lekkerst vinden.

Nee, doe ons dan maar Joss Stone. De Britse soulzangeres, het amateur zomerjurkjesmodel en de blotenvoetenloopster vervangt vandaag de afwezige Emeli Sandé, die geen festivalganger hier overigens liever had gezien dan good old Joss. Het leuke aan haar is dat het echt geen moer uitmaakt wát ze zingt. Sterker nog, we hebben geen flauw idee of ze überhaupt nog platen opneemt. Nee, Joss is ‘gewoon’ een getalenteerd entertainer, die van ieder dingetje dat tijdens haar shows kan meezitten of misgaan – en haar jurkje heeft me toch veel rotknoopjes! – een onderdeel van het grotere geheel maakt. Microfoontje kapot? Gewoon de geluidsman uitnodigen en met ‘m flirten tot ‘ie met schaamrood op de kaken het podium verlaat. Bij de helft van de nummers zoekt Joss zowel verbaal als fysiek contact met het publiek, dat verdrinkt in haar guitige oogjes en bij iedere stralende glimlach weer week in de knieën wordt. Wat Stone allemaal zingt? We zouden het bij God niet weten. We herinneren vooral de selfies. Muziek is totaal overbodig bij deze mini-Adele.

In de heetste en kleinste zaal van North Sea Jazz maakt het Marquis Hill Blacktet zijn opwachting. De contrabas van Junius Paul kan niet eens recht staan in deze ruimte en het vijftal onder leiding van de trompettist uit Chicago komt al bezweet binnen – voor hen staan er drie shows op de planning vandaag. Een benauwd uur vol uitstekende moderne, haast onpeilbare geluiden. Marquis Hill heeft het mysterieuze, elektronische geluid van Christian Scott in de vingers – dat is ook niet gek als je composities van helden als Hancock volledig omgooit zoals Hill doet – maar dan volledig zonder elektronica. Knap om het publiek zo op het puntje van zijn stoel te houden met uitstekend, strak spel met een fijne harmonie en wisselwerking tussen trompet en alt sax. En let u ook even op Makaya McCraven op de drums? Wat hij doet, is van eenzame klasse. Wie de hitte kan trotseren in deze mini-sauna in Ahoy, wordt rijkelijk getrakteerd op een topshow.

De uit Suriname afkomstige zanger Jeangu Macrooy is hard op weg een van de belangrijkste nieuwe soulstemmen van Nederland te worden. Eerder dit jaar bracht hij zijn prima solo debuutalbum uit en hier op een gemiddeld groot buitenpodium van het prestigieuze festival zijn die liedjes al weer veel verder gerijpt en ontwikkeld. Jeangu staat er schijnbaar heel ontspannen bij en dat siert hem in hoge mate. Doe het maar eens, zo vlak na je nationale introductie. Hij blijkt dus gewoon een rasartiest die helemaal op deze plek thuis hoort. En wellicht is hij helemaal niet op de hoogte van de lange North Sea Jazz traditie en alle honderden, wellicht duizenden illustere voorgangers die hier ooit aantraden. Het publiek smult van hem en op het eind van zijn zinderende soulshow is er op het buitenplein geen doorkomen meer aan. Heel erg verdiend en echt super goed gedaan.

Jazz- en soulzanger Jose James staat voor de tiende keer op North Sea Jazz en viert dat jubileum met een voor zijn doen zeer compacte show, de beste die wij ooit van hem zagen. Hij is uiterlijk weer eens compleet getransformeerd en ziet er nu uit als Jimi Hendrix. En ja, hij neemt ook – zij het niet zo virtuoos als Jimi – de gitaar ter hand. Voor zijn aantreden verklapt de – o, wat ben ik toch street en stoere – presentatrice dat James werkt aan een Bill Withers tribute. Jose erkent dat nieuws maar gewoon en brengt ons drie grandioze covers van Bill, naar James zeggen een van de beste songschrijvers ooit. Hij heeft gelijk. Door die keuze van echte liedjes heeft hij ook uit zijn eigen repertoire de beste composities gekozen met een hoog meezing gehalte. Denk aan It’s Alright, Trouble of  Do You Feel It. En dat is zo’n verademing. Voorheen zagen en hoorden we hem geregeld eindeloos scatten en variëren, tot je er dol van werd. Maar als hij gewoon zingt, met vanavond heel veel mooie soulvolle accenten en uithalen is hij in onze oren op zijn aller, allerbest. De drie begeleiders zijn ook uitmuntend. Hij vertelt heel liefdevol over zijn eerste ontmoeting met pianist Gideon van Gelder – die de volle show zit te stralen – en ook over de legendarische drummer Nate Smith. En de ons tot nu toe onbekende bassist Josh Bari Brozosky is eveneens van bizar hoge klasse…

Er hangt een Prince-vibe in de zaal als Cory Henry zijn eerste tonen speelt. Openingsnummer Testify bevat de smerigst funkende toetspartijen die wij in tijden hoorden, en de volstromende zaal is meteen al zowat overtuigd. Vervolgens ook nog The Purple One himself coveren (in de vorm van een uitgestrekt Controversy) wordt onze heupen bijna iets te veel van het goede. Oké, Cory Henry laat veel meer dan enkel funk horen vandaag: ook zwoele neo-soul die bijna aan John Legend doet denken, gospelpop op een Hammond-orgel en popcovers komen voorbij. Deze toetsenvirtuoos heeft een veelzijdigheid die je versteld doet staan. Of hij nou in jazzcollectief Snarky Puppy achter het orgel plaatsneemt, als gospelduo op de bühne staat, of zoals vandaag een volledige band (The Funk Apostles) aanvoert: Henry kan het allemaal. Zelfs als de songs niet allemaal even interessant zijn (met geloof en prediken als overkoepelend thema schiet je al gauw in clichés als een Proud Mary-cover – enfin, het werkt), heeft Henry nog steeds genoeg energie, uitstekend spel en gunfactor om de aandacht erbij te houden. Deze man zou nog wel eens door kunnen groeien naar de Nile.

Eén van de mooiste dingen aan North Sea Jazz is dat muzikanten die elders maar weinig aandacht krijgen, op dit festival worden ontvangen alsof ze Justin fucking Bieber heten. Zo staat er vanavond al een half uur voor aanvang een gigantische rij voor de Amazon waar Chick Corea moet gaan optreden. De oud-sterpianist van Miles Davis en oprichter van tal van spannende jazzgroepen sindsdien verblijft dit jaar in Rotterdam; hij is de artist in residence en staat dagelijks met een ander gerecht op het menu. Vanavond heeft hij de Chick Corea Elektric Band bij zich; een gezelschap waarmee hij jazzfusion met een kosmisch tintje maakt. De muziek, met z’n over the top science ficion-synths en soms bijna belachelijk zinderende solo’s (vooral gitarist Frank Gambale gaat uit zijn dak), heeft iets fouts, maar swingt tevens als een malle. Vooral het bluesy spel en de chants van bassist en vocalist Nathan East, de enige zwarte man op het podium, zijn onweerstaanbaar.

Als Miles Davis nog leefde, dan zou hij vast een diepe haat-liefde relatie hebben gehad met Avishai Cohen. Deze in Israel geboren trompettist heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot één van de besten die het instrument ooit hebben bespeeld. Wanneer we Cohen vanavond op het podium zien staan en hij de eerste wolken pure emotie uit z’n hoorn zucht, lijkt de schaduw van Miles zichtbaar op de vloer achter hem. Vooral de trage, bedachtzame composities die de bebaarde muzikant met zijn kwartet speelt, betoveren en bezweren je. Cross My Palm With Silver, heet Cohen’s laatste parel, maar het voelt, klinkt en oogt als Sketches Of Tel Aviv. Bloedstollend mooi, zeker zo tijdens de overgang van dan naar nacht.

Om 0:30 is drummer Makaya McCraven nog lang niet moe. Hij heeft er inmiddels drie shows op zitten (met Greg Ward & 10 Tongues, het Marquis Hill Blacktet en als aanvoerder van zijn eigen band), maar komt graag nog even terug voor een toegift, ook al is de Congo al half leeggelopen. Helemaal niet erg hoor: McCraven speelde het afgelopen uur retestrakke jazz zonder concessies vol spannende tempowisselingen, maatsoorten die haast psychedelisch werken en invloeden uit zo ongeveer alle mogelijke genres (hiphop, fusion, klassiek; u noemt het maar). En wát een geoliede band staat hier vanavond voor onze neus. Uiteraard weer Marquis Hill en Greg Ward als onverwoestbaar blazersduo, maar om het enorm funky gitaarspel van Matt Gold en het vleugelwerk(!) ongenoemd te laten gaan zou ook een schande zijn. Jazzdrummers die het componistenvak uitproberen en zelf een band samenstellen en aanvoeren is een carrièrestap die ons tot dusver heel erg bevalt.

Op papier is de samenkomst van r&b-zanger Usher (openingsfoto) en hiphop orkest The Roots een gouden combi. Maar in de praktijk werkt het matig. Is het geluid van The Roots domweg te vet en te dik voor Usher? Of hebben zijn liedjes te weinig portee om in deze rauwe soul-setting echt te kunnen boeien? Of wil de immer dominante Roots rapper Black Thought veel te weinig ruimte afstaan aan de zanger naast hem? Allemaal vragen waarop OOR nu nog geen passend antwoord weet te formuleren. We proberen het echt te ontrafelen, lopen door de zaal, checken de publieksreacties, kijken/luisteren elders even via alleen een scherm maar op geen enkele plek of manier wil deze show echt boeien of tot leven komen. Hou ons ten goede, op dit late tijdstip – ze eindigen pas rond 1.00 uur des nachts – zou het best aan onze oververmoeidheid kunnen liggen dat we er niet (meer) in kunnen komen…

Door Dave Coenen, Kees Smallegange en Randy Timmers / Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 7 juli 2017, North Sea Jazz Festival, Rotterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Neil Young laat de gitaar spreken in Amsterdam
concert
Neil Young

Neil Young laat de gitaar spreken in Amsterdam

Nog maar een paar jaar geleden stroomde het publiek nog tijdens de show van Neil Young de Ziggo Dome uit ...
North Sea Jazz dag 1: Burt Bacharach, Joe Jackson, The Internet e.a.
concert
Dobet Gnahoré

North Sea Jazz dag 1: Burt Bacharach, Joe Jackson, The Internet e.a.

Over smaak valt eindeloos te twisten, maar jazz? Daar lijkt de meerderheid het wel over eens. Jazz is hectische pleurisherrie ...
North Sea Jazz dag 2: Jamie Cullum, Toto, Macy Gray
concert
Mahalia

North Sea Jazz dag 2: Jamie Cullum, Toto, Macy Gray

Met de openingsavond nog als betonblokjes in de onderbenen begeven we ons opnieuw in Ahoy voor de tweede dag van ...

Recensie: North Sea Jazz dag 1: Usher tot Grace Jones (concert) | OOR