concert

North Sea Jazz dag 2: Anderson .Paak, Robert Finley, Nile Rodgers en meer

Onderweg van Den Haag naar Rotterdam valt het ons op hoe jazz, het genre dat al zo vaak werd gecremeerd, eigenlijk leeft. Op het Koningsplein in de Stad achter de Duinen houdt men dit weekend Jazz in de Regentes, een klein festival voor buurtbewoners. En ook op het Grote Marktplein, waar het iets grootschaligere Summertime Festival wordt gehouden, horen we saxofoons en trompetten schallen. Wandelend richting Ahoy duwt een vlotte gozer ons een flyer in de handen. Mondriaan Jazz, zaterdag 13 oktober rondom het Paard van Troje, ook in Den Haag. Jazz: het kan weer, het mag vooral weer. Het was nooit écht dood natuurlijk, maar het leeft.

Mede verantwoordelijk voor de hernieuwde populariteit van het genre is een grote groep jonge Britse jazzcats, waarover OOR, net als de rest van de muzikale wereldpers, al vaker schreef. Deze nieuwe garde uit Londen maakt jazz vol frisse, hippe invloeden uit de hiphop, soul, grime, dance, reggae(ton) en wereldmuziek. Eigenlijk heeft deze new jazz maar één regel, die eeuwenoud is: het moét swingen. Of nouja, swingen… die term klinkt dan weer te oubollig. Je moet er op los kunnen gaan zoals je los hoort te kunnen gaan in een club. Jazz voor een nieuwe generatie, door een nieuwe generatie. We vinden ze op deze tweede festivaldag achtereenvolgens in de Darling, onder het kopje New British Jazz Invasion.

Ezra Collective (Darling, 17:00) mag het spits afbijten, en terecht. Dit superhippe vijftal presenteert immers alles waar de nieuwe Britse jazzbeweging voor staat. Onwijs swingende ritmes die constant in beweging zijn, altijd op zoek naar nieuwe patronen die de voeten van de vloer krijgen. Meerlaagse, catchy blazersrefreinen, net niet té feestelijk. Een flinke scheut futuristische soul achterin de mix, exclusief verzorgd door toetsenist Joe-Armon Jones, zeg maar de Britse Robert Glasper. En bovenal: héél veel hongerigheid. Dit zijn muzikanten die jou willen zien dansen. Ze spelen vanuit de tenen. De passie spat er vanaf. Het verschil tussen old en new jazz zit ‘m ook vooral daarin. Wanneer we aanschuiven bij Mingus Big Band (Hudson, 17:30) zien we vaardige muzikanten mooie muziek maken door louter uit het verleden te putten. Bij Ezra Collective en hun Britse vrienden zien we jonge honden met nieuwe energie.

Op precies dezelfde plek waar ze vorig jaar met haar zus de achtergrondkoortjes verzorgde voor papa Taj Mahal staat zangeres en gitariste Deva Mahal (Congo, 17:15) nu zelf als soloact. Haar vader is vooral van de blues, Deva kiest voor een meer soulachtige richting. Ze doet flink wat liedjes van haar begin dit jaar verschenen debuutalbum Run Deep, al is van echt sterke liedjes nog geen sprake. Haar vocalen zijn wel heel goed en haar aanwezigheid en uitstraling zijn totaal hartverwarmend. En wanneer ze na een knap half uurtje de gitaar ter hand neemt en wat meer variatie in haar repertoire brengt begint ze heel mooi te stralen.

Onder die jongen honden ook Nubya Garcia (Darling, 18:30), de stoerste vrouwelijke jazzcat..eh..dog die ik ooit heb gezien. Ze kan met haar opvallende haardos, bajesoutfit en harde uitstraling ook door als rapper, maar speelt de saxofoon. En Jezus, wat doet ze dat lekker. En hard. En snel! Als een machinegeweer sprayt ze haar noten over razende Afrikaanse ritmes, verzorgd door een band die voor twee derde uit gasten van Ezra Collective bestaat. Zij leggen ook de prachtige soulscapes waarover Nubya spirituele solo’s speelt, en kille grimebeats waarop de saxofoniste met haar heupen zwaait en billen schudt, wanneer ze haar instrument eventjes niet vasthoudt. Het meest bijzondere aan Garcia’s muziek is dat het overduidelijk, honderd procent jazz is, maar eigenlijk helemaal niet honderd procent jazz voelt. Een track als Source, vol improvisatie, voelt eerder als dance.

Leuk, al die blitse Britse jazz, maar ergens lijkt het allemaal wel wat op elkaar, toch? Fout. Moses Boyd Exodus (Darling, 20:00) bewijst dat er ook binnen de moderne dansbare jazz een hoop geëxperimenteerd kan worden. In essentie doet de groep van drummer Moses Boyd hetzelfde als z’n soortgenoten. De muziek swingt constant, is gelaagd, telt een hoop moderne invloeden en wordt met een duidelijke drive gespeeld. De nummers van Boyd zijn echter een stuk experimenteler van aard. Dansbare grooves worden opgebroken door abstracte ritmes, in de jazz ‘moeilijkere’ instrumenten als gitaar en tuba worden gebruikt voor excentrieke uitspattingen. New British Free Jazz, zou je het kunnen noemen. Zo zie je maar weer hoe breed het aanbod in een kleine stroming kan zijn.

Met zijn tweede album Good Thing heeft Leon Bridges (Maas, 20:15) het roer flink omgegooid van sixties soul tot meer neo-soul en r&b. Ook zijn uitdossing op het podium is veel minder retro. Hij staat nu al in een van de grootste zalen en dat is voor hem zeker nog een maatje te groot. Het publiek kent dat nieuwe materiaal nog niet echt en zijn presentatie is te statisch om wezenlijk te boeien.

Op dus naar Nile Rodgers & Chic (Nile, 21:00) in de nog grotere hal. Dat wordt een ware masterclass in hoe je die vult en volop aan de gang krijgt. We zagen de funk, soul en disco van Chic al vaker maar dit is tot nu toe de allerbeste editie. De bezetting rond meestergitarist, schrijver en producer Rodgers is weer eens flink gewijzigd en zeer ten goede. Meest indrukwekkende nieuwkomer is Kimberly Davis, verreweg de meest vaardige zangeres die we ooit in de Chic gelederen hoorden. Zij heeft een volbloed soulstem en brengt daarmee allerlei gospelachtige nuances en accenten tot de liedjes. Nile is zichtbaar dol op haar en hun samenspel is briljant. De hal stroomt al snel bomvol en dat heeft als groot voordeel dat er nu zoveel menselijke demping is in de zaal dat het eindelijk echt goed gaat klinken! De groep doet reeksen hits, zowel de eigen liedjes als de krakers die Rodgers schreef voor allerlei wereldsterren, zoals recent nog de monsterhit Get Lucky van Daft Punk. Nile, met afstand de meest relaxte, coole en dankbare muzikant op dit festival, introduceert het met een hartverwarmend verhaal over hoe hij recent zijn gezondheid herwon en Kimberly zingt het met de grootst mogelijke klasse.

Noem ‘m gerust de Charles Bradley van de blues, deze Robert Finley (Congo, 21:15). De 64-jarige zanger verloor als timmerman bijna zijn volledige gezichtsvermogen – wat er precies gebeurd is blijft een mysterie – en besloot dat hij dan maar straatmuzikant zou worden. Wat doe je anders, wanneer je zwart én invalide bent in Amerika? Niet veel later kwam Dan Auerbach van The Black Keys Finley tegen en in plaats van een dollar in zijn gitaarkist te doen, bood hij de man een platencontract aan. Van American Loser naar American Dream door één gelukkige ontmoeting. Nu toert Finley de wereld rond met de songs van zijn vorig jaar verschenen album Goin’ Platinum. Finley blijkt in levende lijve een hartendief a la Charles Bradley. Het is een warme man die veel heeft meegemaakt en daar lekker over kan lullen. Daarnaast is hij ook een oude deugniet die dames jong en oud – ziet ‘ie toch niet! – om zijn vinger windt. Dat de prima bluesliedjes met soul- en gospelinvloeden, gezongen met een gruizige krachtstem, niet heel erg origineel zijn, doet er zodoende niet echt toe. Bovendien zingt hij als verrassing ook een liedje in loepzuivere falset, de mooiste southern soul-ballad die wij vandaag – en in lange tijd – mochten waarnemen.

Multi-mega-talent Anderson .Paak (Maas, 22:15) staat ook weer op North Sea en heeft zich voor de gelegenheid in de Nederlandse taal verdiept. Om de tien minuten schalt hij ‘Alles goed?’, zo vaak dat het licht begint te jeuken. Maar dat is werkelijk het enige punt van aanmerking. Wat hij presteert grenst aan het onwaarschijnlijke kwa energie, humor, drive en originaliteit. Paak start op een soort krukje bovenop het podium zodat hij de boel goed kan overzien en jaagt het publiek aan als een dolle. Hij danst wild en wonderlijk, rapt en zingt afwisselend en doet tussendoor onderonsjes met zijn muzikanten, The Free Nationals. Veel daarvan zijn al jarenlang vrienden van hem en die sfeer spreekt boekdelen. Halverwege rent hij richting zijn drumstel en ook van daaruit vliegen de vonken er af. Leuke is dat de muzikale sfeer dan ook aangenaam verandert, met minder loops en samples, echt een superslimme zet. En dat nog los van het feit dat hij dit zo ongelofelijk goed kan, waanzinnig drummen én zingen én band leiden én entertainen. Alles tegelijkertijd… De liedjes zijn een wirwar van zijn tot nu toe in vlotte vaart verschenen albums. Bovendien krijgen we zo’n heerlijke North Sea bonus, een gastoptreden van Cee-Lo Green met een lekker hysterische versie van zijn lijflied Crazy. Dat belooft wat voor zijn eigen aantreden op zondag. Zelden eerder zagen we op dit festival ook het publiek zo wild gaan als hier… Paak is de Koning van vandaag.

Zou Sons Of Kemet (Darling, 23:30) bestaan als Pharoah Sanders (Hudson, 23:15) er nooit was geweest? We betwijfelen het. De laatste act van de New British Jazz Invasion werd diep beïnvloed door de inmiddels bejaarde jazzgrootheid en oud-partner van John Coltrane. Sons Of Kemet-leider en Britse jazzheld Shabaka Hutchings blaast immers óók spirituele klanken uit zijn hoorn én is dol op niet-westerse ritmes en sferen in zijn muziek. De stampende nummers van laatste plaat My Queen Is A Reptile, waarop ieder nummer een ode is aan een bekende zwarte vrouw, doen het uitermate goed live. Óveral waar we kijken gaan wel wat jonge mensen compleet uit hun bol. Hun ouders vinden we dus een eindje verderop, bij Sanders, de spiritueel geestesvader van Shabaka. 78 jaar, maar nog steeds een begenadigd saxofonist die bij iedere solo zijn ziel door zijn hoorn duwt. Betoverend. 78 jaar, maar nog steeds in voor geintjes en experimenten. Tijdens één nummer begint de normaliter zo stille man ineens keihard te chanten en scatten. Het overrompelende publiek moet meedoen. 78 jaar, maar nog steeds een cool ass motherfucker. Pikzwarte zonnebril, spierwit pak, fel paars jasje en een paar pantoffels eronder. Altijd memorabel, die Sanders.

We strompelen na deze totaalervaring nog even langs Con Brio (Congo, 23:15) om te zien dat het wel goed zit met zanger Ziek McCarter en zijn zeer muzikale vrienden. Maar hij heeft domweg de pech na de grandioze Paak te staan en tegelijkertijd met Earth, Wind & Fire, bepaald geen dankbare taak. Over dus naar heel wat anders. Het slotakkoord ligt in handen van tenorsaxofonist Hans Dulfer met Dulfer Plays Blues (Mississippi, 23:45), een soort try out van de ode aan folk- en blueslegende Lead Belly die hij komend najaar gaat doen in de theaters. Zoals gebruikelijk presenteert Dulfer een mix van muzikale precisie en gesproken nonchalance, met gortdroge humor zoals alleen Dé Dulfer dat kan. Maar laat je daardoor niet misleiden. Nu hij wat ouder wordt gaat Hans met steeds meer soul en nuance spelen. Het hoeft allemaal niet meer zo stoer, hard en ruig en ook dat kan hij dus geweldig! Naast hem staan vele nationale toppers als Kim Hoorweg (zang), Bas van Lier (Hammond), Rob van de Wouw (trompet) en de geweldige Koen Schouten op bariton sax. Plus zijn vaste ritmetandem Eric Barkman (bas) en Cyril Directie (drums). En ja hoor, uiteraard is dochter Candy op het eind ook van de partij als gast, ze kan het nog steeds niet laten… Geweldig.

De openingsfoto is van Earth, Wind & Fire.

Door Kees Smallegange en Randy Timmers

Fotografie: Dimitri Hakke

Gezien: 14 juli 2018, Ahoy, Rotterdam

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Driemaal Melkweg
nieuws
Anathema

Driemaal Melkweg

Buiten hangt de herfst alweer in de lucht, binnen is het behaaglijk. Ook in de Melkweg, zo weten we uit ...
True Meanings
album
Paul Weller

True Meanings

Paul Weller houdt er de vaart in. Vorig jaar bracht hij A Kind Revolution uit, nu ligt er met True ...
Compilatie Chris Cornell aangekondigd
nieuws
Chris Cornell

Compilatie Chris Cornell aangekondigd

Op 16 november verschijnt er een uitgebreide compilatie van de overleden Chris Cornell. Het album, simpelweg Chris Cornell genaamd, is bedoeld als ...

Recensie: North Sea Jazz dag 2: Anderson .Paak, Robert Finley, Nile Rodgers en meer (concert) | OOR