concert

North Sea Jazz dag 2: Jamie Cullum, Toto, Macy Gray

Met de openingsavond nog als betonblokjes in de onderbenen begeven we ons opnieuw in Ahoy voor de tweede dag van North Sea Jazz. Normaliter staan er op zaterdag veel grote publiekstrekkers geprogrammeerd, maar dat valt deze keer een beetje tegen. Geen Stevie, Earth, Wind & Fire, Solange of John Legend dit jaar. Wel is North Sea vandaag voor de verandering eens een écht jazzfestival. Trio’s, kwartetten en vocal jazz-acts domineren het blokkenschema.

Openingsfoto hierboven: Mahalia, Britse popsoul-zangeres, bekend van haar gastrol op Rudimentals We The Generation.

Zo beginnen we vandaag met Gary Bartz (16.00), een saxofonist die in zijn jonge jaren speelde met onder meer McCoy Tyner, Art Blakey, Eric Dolphy, Pharoah Sanders en Miles Davis. Geen kleine jongen dus en het is dan ook geen kinderspel, wat we in de Hudson horen. Bartz speelt de muziek van zijn in 1969 uitgebrachte opus Another Earth, een relatief onbekend meesterwerk dat zoals maar weinig andere jazzplaten uit die tijd het perfecte midden aanhoudt tussen hardbop en spirituele jazz. Snelle en vurige solo’s uit de ene jazztak worden kortom afgewisseld door dikke, zweverige, meerstemmige lagen sax en trompet over rinkelende donderwolken-percussie uit de andere tak. Het is old-school jazz, veelzijdiger dan je het gewend bent, en het spelniveau is torenhoog. Want niet alleen is Bartz een veteraan onder de virtuozen; in zijn band zitten onder andere trompettist Charles Tolliver, die nog aan het originele album meewerkte, en Ravi Coltrane, die de rol van Pharoah Sanders op zich neemt. Machtig.

Van machtig naar luchtig. Geen mainstream meuk als opener van de grootste festivalzaal vandaag, wel My Baby (16.15). De Nederlandse band maakt alleen maar vrienden, want een uur lang is het alle remmen los, alle energie eruit, keihard stampen en beuken op poppy beats en licht funky gitaargrooves tot het eindsignaal luidt. Dat er weinig subtiel is aan de normaliter veel meer psychedelisch en muzikaler overkomende dance van My Baby, maakt nu niet zoveel uit. Spelers van subtiele muziek zie je op North Sea genoeg; bands die simpelweg één groot feest willen bouwen zijn er zeker deze editie niet veel. Lekker dus.

Juanes

Tijd voor het Frans Timmermans-segment van het festival; een muzikaal reisje door Europa. In de Maas speelt eerst Zaz (17.15), al bijna tien jaar supersuccesvol in Frankrijk met haar jazzy chansons en catchy popliedjes. Isabelle Geffroy, zoals de zangeres volgens haar paspoort heet, heeft een wat hees stemgeluid, waardoor ze een goed alternatief kan zijn voor de enige chansonzangeres die je wat mij betreft nodig hebt in het leven: Françoise Hardy. Hoewel niet al haar liedjes blijven hangen, maakt ze een gezellige indruk, waardoor de tijd vliegt. Dat is ook het geval bij Juanes (18.30). Stiekem een Colombiaan, maar da’s óók Spaanstalig, dus ik reken het goed. De ooit totaal onbekende metalzanger werd ineens wereldberoemd toen hij overging op latin pop. Met uitzondering van toevalshits als La Camisa Negra en Adios Le Pido klinkt ieder liedje zowel inwisselbaar als leuk in mijn Hollandsche oren. Jammer dat Juanes het na nog geen uur voor gezien houdt en ook geen toegift geeft. Alsof hij het niet naar zin heeft gehad. Terwijl het publiek hem uitfluit, stappen wij weer in ons denkbeeldige vliegtuig, negeren Brexit en reizen door naar onze laatste EU-bestemming: Groot-Brittannië. Londenaar Jonathan Jeremiah (19.45) brak door in 2012 en is zeven jaar later bijna onderdeel van het North Sea-meubilair. Hij stond al veel vaker op het festival, meestal in de Maas-zaal net als vanavond, en doet daar wat hij altijd doet: radiovriendelijke, dik met soul- en gospel belegde popliedjes zingen met die tijdloze stem van ‘m. Een beetje saai maar wel erg mooi. Vandaar dat er geen meter ruimte meer is op zowel de vloer als de tribunes.

De Amerikaanse zangressen Becca Stevens (links) en Lizz Wright (rechts) en de Chileense Camila Meza (midden), begeleid door het Metropole Orkest.

Terwijl dit allemaal gaande is, kruipt Joey DeFrancesco (18.15) achter zijn Hammond-orgel in de Hudson. Aanvankelijk maakt hij er een moeilijk optreden van met zijn trio, naast hem bestaand uit saxofonist Troy Roberts en sterdrummer Billy Hart, door te beginnen met hectische freejazz vol lange solo’s. Daarnaast is DeFrancesco ook wel een beetje een show-off. Razendknap dat hij op zijn trompet kan blazen terwijl hij orgel speelt, maar voegt het echt iets toe? Met ieder nummer komt de swing echter meer in het optreden. De moeilijkheidsgraad van het materiaal neemt daarnaast steeds meer af, de nummers worden iets traditioneler. Refrein, solo, brug, refrein. Dat ligt de toetsenist beter. Halverwege de rit zit ‘ie grijnzend achter z’n orgelkast, Jimmy Smith-achtige relaxsolo’s te spelen. Back At The Chicken Shack. Ook het nummer waarbij DeFrancesco – wat kan hij niet? –  zachtjes saxofoon speelt over Billy Hart’s strakke drumritmes is ontzettend mooi.

 

In dezelfde zaal treffen we even later opnieuw Robert Glasper (20.45). Dit tweede optreden op het festival van de artist in residence is zijn meest reguliere, meest traditionele performance. Voordat Glasper vele jaren terug voornamelijk een genrevernieuwer werd, was hij ‘gewoon’ een jazzpianist, en hij doet die dagen vanavond herleven door op te treden met zijn akoestische trio (Vincente Archer op bas, Damion Reid op drums). Desalniettemin hoor je ook in zijn meest doorsnee jazztracks weer dat vleugje hiphop en beetje soul in het toetsenspel, en uiteraard kan de pianist het weer niet laten om niet alleen maar pure jazz te spelen. Door de Hudson-zaal, waar de meeste ouderwetse jazz geprogrammeerd staat, blaast hij hoe dan ook een frisse wind.

Fris is dan weer geen woord om Jamie Cullum (20.45) te omschrijven. De zanger stond hier immers al veel vaker en aan zijn jazzact is door de jaren heen maar weinig veranderd. Maar goed, er viel natuurlijk ook weinig aan te verbeteren. Cullum maakt (vocal) jazz toegankelijk voor de massa’s. Hij staat altijd barstensvol energie op het podium en publieksinteractie is een belangrijk onderdeel van zijn shows. De Coldplay-factor, ofwel dat de muziek ondergeschikt is aan de ervaring, is bij Cullum ruimschoots aanwezig, zeker wanneer hij hyperactief over het podium hipt terwijl het beter voor zijn stem en pianospel zou zijn om even rustig te doen. Maar goed, wie daar over klaagt koopt maar een plaat van ‘m om thuis in alle stilte te beluisteren.

De soulmuziek was niet erg goed vertegenwoordigd vandaag, maar gelukkig is daar op de valreep Macy Gray (22.00). Alhoewel, gelukkig… De 52-jarige zangeres maakt een niet al te nuchtere indruk en heeft moeite het optreden vol te houden. Gelukkig heeft ze een prima band en goede achtergrondzangeres bij zich om een echt rampzalige vertoning te voorkomen. Ook leuk zijn de nieuwe arrangementen van haar oude hits. Maar écht goed wordt het niet. Jammer hoor. Zeker omdat er vandaag de dag meer dan genoeg nieuwe, jonge soultalenten zijn die ook in dit tijdslot hadden kunnen staan. Maar zelfs als ze er vanavond niet met de pet naar zou hebben gegooid, was Macy Gray natuurlijk een allesbehalve spannende boeking. Met naast haar nog meer oudgedienden op de late night-affiche, snakken we deze zaterdagavond naar iets nieuws.

Maar helaas krijgen we niets nieuws. De zon gaat langzaamaan onder en de tweede festivaldag loopt op z’n einde met afsluiter Toto (22.45), een band die ooit zo’n grote hit scoorde dat de rest van z’n oeuvre er voor het merendeel van het publiek eigenlijk nooit meer toe leek te doen. Uit puur protest – en het feit dat je niets van muziek af weet als je het nummer niet kent – ga ik de titel van die hit hier niet eens noemen. Belangrijker is dat Toto stiekem een hele goede band is met bergen songs waarin onvervalst muzikaal vakmanschap het belangrijkste element is. De vele lange instrumentale stukken vol deels geïmproviseerde gitaarsolo’s die vanavond worden gespeeld, passen prima bij de insteek van North Sea Jazz. Dat gezegd hebbende mist Toto wel de pure feestelijkheid die andere recente afsluiters met zich mee brachten. Africa – oeps! – blijft een klassieker, maar is geen dansplaat a la September. Desalniettemin sturen de Amerikanen je met een goed gevoel de nacht in. Tijd voor een powernap, want morgen volgt nóg zo’n drukke festivaldag.

Gezien: 13 juli 2019, Ahoy, Rotterdam

Fotografie: Dimitri Hakke

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Erykah Badu breekt uit haar bubbel in 013
concert
Erykah Badu

Erykah Badu breekt uit haar bubbel in 013

22. Een angeliek getal in de spirituele wereld, een symbool voor gidsing en doelmatigheid. Ook is 22 de huidige leeftijd ...
This Is Not A Safe Place
album
Ride

This Is Not A Safe Place

Even de oude succesnummers oppoetsen, rondje om de wereld, cashen en weer terug naar moeder de vrouw. Zo ging het ...
Black Midi
Club OOR
Black Midi

Black Midi

Lees alle inter­views, achter­grond­verhalen, recensies, columns en agenda­tips van OOR nu ook op OOR.NL. Exclusief voor abonnees. ABONNEE EN WIL ...

Recensie: North Sea Jazz dag 2: Jamie Cullum, Toto, Macy Gray (concert) | OOR