concert

North Sea Jazz dag 3: Kamasi Washington, Gladys Knight, Janelle Monáe

North Sea Jazz dag 3, op papier een dag vol bewezen klappers. Kamasi Washington: altijd machtig. Janelle Monáe: altijd een spektakel. Ook ervaren we in de sloturen van vandaag eindelijk weer eens het grootste dilemma van North Sea: de ouderwetse keuzestress waar het festival normaliter om bekend staat. Oude en nieuwe soul- en jazzsterren (onder meer Lauryn Hill, Jorja Smith, Jacob Collier, Joshua Redman en Shai Maestro), verspreid over zalen in iedere uithoek van het terrein. Rennen, lachen, huilen.

We beginnen onze lange, verzadigende dag bij het eerdergenoemde zekerheidje: Kamasi Washington (16.15). Toen de Amerikaanse saxofonist een paar jaar geleden doorbrak, zorgde zijn bekendheid voor een nieuwe stroming binnen de jazz van zowel kersverse artiesten als een nieuw, jonger publiek. Debuut The Epic is een lang, groots en machtig meesterwerk waarop Washington de op en top spirituele jazz van onder meer Coltrane en Sanders voorzag van soul, hiphop en gospelimpulsen. Met opvolgers Harmony Of Difference en Heaven And Earth gaf hij vooral extra betekenis aan zijn nummers, want grootser en gevarieerder kon het niet meer worden. Het zou fijn zijn als de saxofonist het in de toekomst ook eens aandurft om het klein te houden, maar wat overdonderende, epische jazz betreft toont hij zich vandaag weer eens heer en meester. Een orkest is onnodig bij Washington en zijn ensemble. Het gezelschap dompelt de Maas kopje onder in zware, meerstemmige, spirituele blaaslijnen, lange – soms eigenlijk een beetje te lange – solo’s en bulderende geluidsgolven, waar Kamasi negen van de tien keer doorheen breekt met euforisch gillend saxofoonspel. Heel verrassend is het allemaal niet meer, maar het blijft prachtig hoe deze man mensenmassa’s van hun sokken blaast met zijn heftige vorm van jazz.

Hall & Oates (of Oates en Hall, daar wil ik vanaf zijn – red.)

Bij Stefon Harris (17.30) gaat het er beduidend rustiger aan toe, maar ook deze klassiek getrainde Charlie Parker-fan maakt frisse en fruitige jazz waarmee hij een nieuw publiek weet te bereiken. Ten eerste is Harris, net als zijn leermeester Bobby Hutcherson, een virtuoos op vibrafoon en marimba, instrumenten die sowieso al een apart doch aantrekkelijk geluid produceren. Ongelooflijk met wat een snelheid en souplesse hij z’n uit de kluiten gewassen wattenstokjes over de toetsen laat gaan. Ten tweede wisselen Harris en zijn band, Blackout, tussen temperamentvolle, Blue Note-achtige bebopnummers en sonische experimentjes waarin jazz, funk en soul worden versmolten. Hierbij speelt saxofonist Casey Benjamin, reeds bekend uit Robert Glasper Experiment, een grote rol. Benjamin is zo’n type dat gek is op kabeltjes, knopjes en pedaaltjes. Hij zingt vandaag onder andere een vocoderballad, speelt de keytar en maakt zijn saxgeluid middels effecten superfunky. Grappig hoe de foutste muziek van Herbie Hancock anno 2019 ineens zo’n grote invloed heeft op de hedendaagse jazz. Over foute muziek gesproken: Hall & Oates (17.30) zijn vandaag ook van de partij. In de grote Nile-zaal blijkt hun poppy soulrock nog altijd zo glad als Jan Smit met drie palingen in een oliebad. De heren gaan daarnaast schaamteloos voor de nostalgievibes. Ze hebben zelfs hun kapsels niet meer aangepast sinds hun hoogtijdagen. Maar eerlijk is eerlijk: ze spelen de oude hits ontzettend lekker en staan met een aanstekelijk, bijna kinderlijk enthousiasme op het podium. I Can’t Go For That, Maneater en zo nog wat hits uit het Foute Uurtje-playlist gaan er na een vermoeiende twee-en-een-halve festivaldag prima in.

O Gladys Knight (18.45), wat zou ik jou toch graag als oma willen. Wat ben je toch een leukerd. En wat kleurt je knalrode jurk toch prachtig bij al die hartjes die we vanavond in onze social media-posts over jou zetten. Berichtjes die jij natuurlijk niet gaat lezen, want je nichtje moest jou onlangs nog uitleggen wat LOL betekent, vertelde je. En zo vertelde Gladys wel meer tijdens haar hartverwarmende feelgood-zegetocht in de Maas-zaal. Verhalen over haar Motown-avonturen met Marvin Gaye bijvoorbeeld. Ook leerden we aan de hand van een korte maar prachtige cover dat Stay With Me van Sam Smith een van haar lievelingsliedjes van de laatste jaren is. Gladys lacht en babbelt tegenwoordig net ietsje meer dan ze zingt, maar wanneer ze begint te zingen: wauw, wauw en nog eens wauw. De hemel breekt open. Wat een ongelooflijke stem heeft ze nog steeds! En wat zit er ontzettend veel emotie in haar stem, misschien nog wel meer dan vroeger. Heel soms raakt ze een beetje buiten adem, maar dat mag ook wel, na zo’n 67 jaar in het vak. Het bloedstollend mooi gezongen Best Thing That Ever Happened To Me is daadwerkelijk het beste dat North Sea dit weekend overkomt. Alleen maar liefde voor deze grootste grootheid van de soul. Van Gladys Knight naar Ambrose Akinmusire (19.45). Dat is geen makkelijke overgang, maar het helpt dat deze trompettist, die al veel vaker op North Sea stond, áltijd met iets bijzonders op de proppen komt. Zo brengt hij vanavond een livevertolking van zijn laatste album, Origami Harvest. Een plaat die, zoals jullie natuurlijk allemaal weten, in mijn persoonlijke jaarlijstje van 2018 stond. Dat was niet zonder reden. Origami Harvest is een politiek geladen plaat vol prikkelende strijkersarrangementen, stevige rap en Akinmusire’s superspannende trompetspel. Het is zijn uniekste album, maar dankzij het hiphopelement tevens zijn meest toegankelijke werk. Extra tof aan dit optreden is dat Nappy Nina meedoet in plaats van albumgast Kool A.D. De rapper rijmt haar eigen lyrics, waardoor de nummers muzikaal herkenbaar maar inhoudelijk totaal anders zijn. Weergaloos.

Ook weergaloos: Janelle Monáe (20.00). Eigenlijk best een beetje emotioneel om haar vanavond te zien. Monáe staat tegenwoordig met een groots popspektakel op de bühne en lijkt, nu ze dat spektakel alweer een poosje opvoert en er dus goed in zit, meer dan wie dan ook op Prince. Stiekem is ze in bepaalde opzichten zelfs een beetje beter dan haar voormalig mentor. Zo zijn de stukjes rap in Monáe’s muziek daadwerkelijk stoer en komen haar politieke en maatschappijkritische boodschappen erg goed over, zonder iets af te doen aan de funky dansbaarheid van de liedjes. Monáe’s popspektakel is sexy, speels en krachtig tegelijkertijd. Tijdens Screwed zet ze militante passen te midden van haar met Supersoakers bewapende danseressen. Voorafgaand aan het machtige Django Jane checkt ze zichzelf in de spiegel en neemt ze plaats op een troon. ‘Black Girl-magic, y’all can’t stand it’, slaat ze de witte mannen om de oren. Haar kwetsbaardere liedjes hebben lang niet de impact van keiharde hits als Tightrope, Make Me Feel en Electric Lady, maar daar is alle kritiek ook mee gegeven. Alleen racisme en vrouwenhaat houdt deze Q.U.E.E.N. Of Pop uit de Ziggo Dome.

Arp Frique & Family, uit Rotterdam, met een flinke knipoog naar die onverwoestbare discohit van Nile Rodgers: Le freak, c’est chic…

Voor de derde keer dit weekend bezoeken we Artist in Residence Robert Glasper (20.30), die tijdens zijn laatste optreden op North Sea iets gaat doen wat op papier helemaal niet zo bijzonder lijkt. Miles Davis-tributes hebben naar schatting namelijk al honderd keer eerder plaatsgevonden op dit festival. Maar goed, dit is Glasper, een welbekend jazzvernieuwer. Zijn tribute betreft geen uurtje Miles-covers spelen, maar bestaat uit het maken van nieuwe, ongehoorde muziek waar Miles ongetwijfeld weg van zou zijn. Zo beginnen de pianist en zijn band met een genadeloze funky jam van een half uur, die losjes verschillende stukjes van A Tribute To Jack Johnson met elkaar verbindt. Via een Sketches Of Spain ademende bassolo door virtuoos Derrick Hodge gaat dit vervolgens over in een eveneens funky segment waar Glasper zijn eigen versie van Bitches Brew brouwt. Stilistisch schiet de band langs alle periodes van Davis’ carrière. Rode lijn is de slangachtige stem van Davis zelf. Bekende uitspraken van ‘m worden door de muziek heen gesampled en als mantra’s herhaald. ‘Jazz is an attitude’, sist de Lord Voldemort van de jazz. Damn right it is, Miles.

Het eindeloze zelfvertrouwen waarover een Robert Glasper beschikt, ontbreekt helaas bij Jorja Smith (21.15). De Britse zangeres valt in voor afzegger Chance The Rapper, is in haar spierwitte jurk een mooie verschijning die veel fotografen naar de pit trekt, maar maakt verder niet veel indruk. Ze heeft een mooie stem die doet denken aan een soulvollere Nelly Furtado, maar Smith oogt onzeker en staat ook verlegen en ietwat beverig in de grote Maas-zaal. Daarnaast klinken de liedjes van haar debuutplaat Lost & Found te veel op elkaar, zoals we vorig jaar ook al in onze albumrecensie noteerden. De zangeres is echter pas 22. Wat niet is, kan nog komen.

Voor wie al het getoeter even beu is: Young Gun Silver Fox: easy listening pop/rock met sixties- en seventies-echo’s.

Shai Maestro (21.45) belicht vanavond een belangrijk aspect van jazz waar we het nog maar weinig over hebben gehad: improvisatie. Deze sterpianist op het vermaarde ECM-label heeft geen setlist, geen bladmuziek en zelfs geen flauw idee wat hij vandaag zal gaan spelen. Wel voert hij leiding over een trio met twee van zijn allerbeste vrienden, bassist Jorge Roeder en drummer Ofri Nehemya. Met laatstgenoemde zat hij zelfs nog in de klas op de middelbare school. De drie vormen een superhecht clubje dat elkaar muzikaal perfect aanvoelt en ze improviseren een volledig optreden bijeen. We zien hier jazz in een klassieke opzet en in z’n puurste vorm, waarbij drie geweldige instrumentalisten een muzikale dialoog met elkaar voeren die geleidelijk verschiet van tedere schoonheid naar duizelingwekkende solo’s en van catchy passages naar al even verslavende grooves. Na iets meer dan een uur heb je iets totaal nieuws en unieks gehoord en de volgende keer dat je Shai Maestro bezoekt, krijgt je wéér iets totaal nieuws en unieks. Jazz stoffig? My ass.

De laatste echte jazznaam op het blokkenschema is tevens de grootste echte jazznaam van het festival: Joshua Redman (22.00). Deze Amerikaan is populair dankzij zijn zangerige, verhalende saxofoonsound en speelt vanavond de muziek van Still Dreaming, een plaat geïnspireerd door Ornette Coleman. Dat betekent energieke nummers vol vurige solo’s en, wat het allemaal lekker toegankelijk maakt, een shitload aan kekke refreintjes. Een gigant als Redman staat natuurlijk niet met de minsten op het podium. Het Still Dreaming-sterkwartet met Ron Miles, Brian Blade en Scott Colley is in vol ornaat aanwezig, mist geen noot en beweegt soepeler en enthousiaster over de bühne dan welk jazzgroepje dan ook. Kenners weten dat Redman altíjd briljant is, maar er staan voor de verandering behoorlijk wat mensen in de zaal die daar nu pas achter komen. Dit optreden dient namelijk ook als tijddoder.

Een trip langs Cubaanse steden, Afrikaanse vlaktes en Braziliaanse stranden: Mayra Andrade uit Cuba, die haar eigentijdse pop mixt met reggae- en jazz-invloeden en de uptempo ritmes van de Kaapverdische eilanden.

Het is namelijk weer eens wachten op Lauryn Hill (22.15), die North Sea Jazz dit jaar mag afsluiten. Waarom het zo makkelijk wordt geaccepteerd dat deze chagrijnige zangeres stelselmatig te laat komt, begrijp ik niet. Ja, Hill maakte twintig jaar geleden met The Miseducation Of Lauryn Hill een klassieker die ook ik talloze keren luidkeels heb meegezongen terwijl ik het schoolrooster met mijn Stabilo-balpen in mijn Johnny Bravo-agenda overschreef. Maar de oud-Fugee is echt geen Goddelijk Talent van het kaliber D’Angelo. Wanneer Hill zo’n veertig minuten te laat opkomt, wordt dat ook al snel duidelijk. Haar liveuitvoering van het enige album dat ze ooit maakte is niet meer dan onderhoudend. Hills zang is niet heel erg mooi; sterker is ze tegenwoordig als rapper. Haar attitude, niet enthousiast maar onderkoeld, sluit daarop aan. Dat de vele dertigers en veertigers in de zaal genieten van de shows ligt meer aan wat deze songs ooit voor hen hebben betekend dan aan de kracht van Hills performance. Die is voor het merendeel mat en afstandelijk, zelfs tijdens emotionele liedjes als To Zion. Vlak voor het einde, wanneer de zangeres nader tot het publiek lijkt te komen, wordt het eigenlijk pas goed. Tof om meegemaakt te hebben? Zeker weten. Het wachten écht waard? Zeker weten van niet. En ik denk dat als je uren geduld met Lauryn Hill moet hebben, zoals meer dan eens is gebeurd, je daar behoorlijk ziek van bent. Ready or not, here it comes: het einde van North Sea Jazz 2019. Een editie die over het geheel gezien eigenlijk een beetje tegenviel. Met uitzondering van de drukbezette slotavond waren er weinig publiekstrekkers, grote verrassingen en echte hoogtepunten te vinden. Het programma bood amper spanning en telde daarentegen erg veel oude bekenden. Het gebrek aan must-see-acts had echter ook voordelen. Vergeleken met recente voorgaande edities was het publiek beter over de ruimtes verspreid. Overvolle zalen waar de deur na aanvang dicht moest, bleken zeldzaam. Iedereen kon zien wat hij of zij wilde zien, zelfs als er vijftien namen op je lijstje stonden. Van North Sea was dit jaar het best te genieten als een soort lopend buffet, waar je op je dooie gemak stukjes en beetjes van de vele verschillende optredens bij elkaar kon snoepen. Ons heeft het gesmaakt. Tot volgend jaar.

Gezien: 14 juli 2019, Ahoy, Rotterdam

Fotografie: Dimitri Hakke

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Erykah Badu breekt uit haar bubbel in 013
concert
Erykah Badu

Erykah Badu breekt uit haar bubbel in 013

22. Een angeliek getal in de spirituele wereld, een symbool voor gidsing en doelmatigheid. Ook is 22 de huidige leeftijd ...
This Is Not A Safe Place
album
Ride

This Is Not A Safe Place

Even de oude succesnummers oppoetsen, rondje om de wereld, cashen en weer terug naar moeder de vrouw. Zo ging het ...
Black Midi
Club OOR
Black Midi

Black Midi

Lees alle inter­views, achter­grond­verhalen, recensies, columns en agenda­tips van OOR nu ook op OOR.NL. Exclusief voor abonnees. ABONNEE EN WIL ...

Recensie: North Sea Jazz dag 3: Kamasi Washington, Gladys Knight, Janelle Monáe (concert) | OOR