Onder een zachtroze hemel, terwijl de avondzon langzaam wegzakt achter de Limburgse heuvels, stapt de 22-jarige Olivia Rodrigo het hoofdpodium van Pinkpop op om haar eigen hoofdstuk aan festivalgeschiedenis te schrijven. Ze tovert Megaland om tot het strijdtoneel van een nieuwe generatie. Met glinsterende combatlaarzen, een punkhart en lippenstift als oorlogsstreep. Here we Rodri-go.
Fotografie Paul Barendregt
De gebruikelijke backlash hangt al weken in de lucht: ‘Wéér zo’n TikTok-idool’, ‘Té pop’, ‘Wat doen al die kinderen op Pinkpop?’ Het is gemakkelijk om af te geven op datgene wat de boer niet kent. Maar zodra de eerste klanken vanavond door de Limburgse lucht klinken, verdampt dat wantrouwen al snel. Rodrigo opent met Obsessed, dat klinkt als een statement: dit is mijn traditie, mijn rockgeschiedenis. Een gitaargedreven stomp in de borstkas die de oude garde een referentiekader opdringt alsof Courtney Love een Gen-Z-dochter heeft gekregen. Het muzikale nichtje van Avril Lavigne, hoe je wil.
In de eerste set songs overschreeuwt Rodrigo zich weliswaar nog wat. Voor de menigte die zich langzaam wil openstellen voor deze jonge headliner, klinkt het tijdens de energieke refreinen van Ballad Of A Homeschooled Girl of Vampire met vlagen nog als een luchtalarm op een zaterdagavond. Al gauw kunnen we dat afdoen als een dosis adrenaline en jeugdig enthousiasme en vindt het tieneridool meer vocale balans bij het aanbreken van publieksfavoriet Drivers License, dat onder veel hysterisch gegil wordt ontvangen.


Want eigenlijk heeft Rodrigo maar vier nummers nodig om het veld voor zich te winnen. De rest van het concert bouwt namelijk vakkundig op. Traitor snijdt, Bad Idea Right? knalt en Love Is Embarrassing stuitert over het podium met een intro die live wat wegheeft van Billy Idol’s Rebel Yell, inclusief new-wave-punkvibe. Pretty Isn’t Pretty brengt de kwetsbaarheid terug en flirt in de eerste klanken met bijvoorbeeld The Cure. Op die manier eert een van de jongste headliners die Pinkpop ooit gehad heeft (vergeet ideale schoonzoon Martin Garrix niet) haar muzikale opvoeding. Misschien verklaart dat een beetje waarom de laatste rocker op het veld uiteindelijk toch zwicht en mopperend overstag gaat.
Rodrigo’s band – vrouwelijk en non-binair – speelt strak, gromt in powerchords, en vult de set met enige regelmaat met echte, fysieke energie. Weinig op band, geen overgeproduceerde opsmuk, maar oprechte, ademende rock. Hoe groot is het contrast met JT op vrijdagavond, die zijn koor en backingtrack de kastanjes uit het vuur liet halen.
En hoewel ze veel meer kan dan zingen – ze begeleidt zichzelf regelmatig op gitaar of piano – zijn het met name de kleine liedjes waarin de zangeres uitblinkt in haar vocale capaciteiten. Zo is Favorite Crime een kleine krachtmeting voor de stem en horen we hier en daar een jonge Jewel op Happier. Adembenemend.


Na een korte pauze, waarin het gegil voor even stokt en elk beugelbekkie zijn moeder nog één keer in de zij knijpt, dient de toegift zich aan. En die laatste reeks nummers vormt een finale die staat als een huis. In de encore keert Rodrigo terug met onder meer Brutal en All-American Bitch, twee sardonische knallers die tot slot écht geen ruimte meer laten voor twijfel. Dan volgt Good 4 U, een donderende uitbarsting van collectieve puberwoede, gevolgd door uitsmijter Get Him Back!, waarin Rodrigo afsluit met een cynische glimlach en een vurige blik in de camera.
Anyway: mevrouw sluit volgende week – volledig terecht – Glastonbury af. Net als oude rot Neil Young trouwens. En met die tegenstelling is de cirkel eigenlijk rond. Die laatste artiest stond immers jarenlang op de wishlist van festivalvader Jan Smeets, die het stokje vijf jaar geleden na vijftig jaar overdroeg aan de jonge garde van nu. En daar horen andere artiesten bij. De verjonging van het oudste Nederlandse festival is daarmee een feit. En iedereen die daarover zeurt mag wat ons betreft met pensioen.
Gezien: Pinkpop 2025, 21 juni (22.30 uur) op de South Stage.
