concert

Op Rewire is muziek écht kunst

Knetterende gitaarherrie die je alleen met schetsen van angstaanjagende filmscènes kunt omschrijven. Door artificiële intelligentie on the spot gegenereerde elektronica. Minimalistische songs of experimentele composities die vallen of staan met de sfeer van een locatie of de technologie achter het geluid. Wie zich eenmaal heeft losgerukt van de strenge structuren van pop en rock, ontdekt dat muziek, net als iedere kunstvorm, vele gezichten kan hebben. Op Rewire zie je er traditiegetrouw enkele tientallen. Ieder jaar biedt het festival te Den Haag podium aan (en financiert het speciale optredens van) de meest vooruitstrevende en avontuurlijke artiesten, afkomstig uit iedere hoek van de wereld. Alleen hokjesdenkers zijn niet welkom. Geen ander evenement biedt zoveel diversiteit en leidt tot zoveel ontdekkingen. Rewire is het spannendste festival dat wij kennen.

Dat er meer mensen zijn die er zo over denken heeft z’n voor en z’n nadelen. Aan de ene kant is de diversiteit van Rewire’s programmering gelijk aan de diversiteit van het publiek en dat is prachtig. De mensenmassa’s op het festival zijn kleurrijk en wie z’n oren spitst hoort dat er op alle locaties tientallen talen worden gesproken, van Spaans tot Koreaans. Helaas zorgt deze gezellige drukte meer dan in voorgaande jaren voor lange rijen, overvolle zalen en gesloten deuren. Dat is funest voor Rewire als een soort ontdekkingsbuffet, waar je het liefst van zaaltje naar zaaltje hopt om steeds wat nieuws uit te proberen. Dat de beveiliging bij vlagen erg streng was, vroegtijdig deuren sloot en  – bij afsluiter Nicolas Jaar – zelfs besloot niemand meer toe te laten, ongeacht of er mensen vroegtijdig de zaal verlieten of niet, hielp hierbij óók niet. Daarnaast zijn er wat praktische verbeteringen door te voeren, de komende jaren. Het opzetten van méér dan één (obscure) locatie waar de festivaltickets kunnen worden ingewisseld voor het verplichte polsbandje, bijvoorbeeld.

Enfin, geen van deze irritatiepunten weegt op tegen de grote kwaliteit van de programmering, die vrijdagavond op sensationele wijze wordt afgetrapt in de Koninklijke Schouwburg. Daar wordt op de producties van de Amerikaanse beatkweker JLin (vrijdag) gedanst door de menselijke elastiekjes van de groep van Britse topchoreograaf Wayne McGregor. Beiden partijen komen elkaar volledig tegemoet. De hyperactieve, beukende beats van JLin, die altijd al deels werden geïnspireerd door vechtscenes en street dance, wordt fel en agressief bewogen en dramatische matpartijen uitgebeeld. Tijdens meer tedere momenten, zoals een prachtig duet tussen twee danseressen, past de producer haar gewoonlijke toon aan door de bewegingen door middel van bubbelende soundscapes vol samples (‘sorry!’ en ‘don’t leave me alone!’) van duidelijke betekenis te voorzien. Dance èn Dans, het klinkt als een doodgewone combinatie. Toch zagen we ze niet eerder zo overtuigend samenkomen.

In dezelfde zaal zien we pakweg tien minuten later juist een act die bijna helemaal niet beweegt. Ook is de muziek allesbehalve hyperactief. Geluidskunstenaar Tim Hecker (vrijdag)leerde tijdens een reis naar Japan het Konoyo Ensemble kennen en besloot een plaat met het trio op te nemen. De traditionele instrumentatie geeft de soundscapes vol typische Hecker-noise- en synths een zekere statigheid, die live zeer mooi tot uiting komt. Als twee standbeelden zitten de Japanse muzikanten op het podium, waar ze soms tot leven komen om zo gracieus mogelijk op een soort gong te kunnen slaan. De muziek is perfect opgebouwd. Er worden steeds weer nieuwe laagjes aan de grandioze geluidenzee geïntroduceerd. Ook neemt het volume steeds meer toe, tot aan het punt dat het bijna pijn aan je oren gaat doen, je stoel begint te trillen en je de tranen in je ogen voelt springen. Ontzettend heftig, zo op het randje van de vernieling.

Popzangeressen zijn er ook op Rewire. Maar wel met een twist, natuurlijk. In de kleine zaal van het Paard fuseert Lafawndah (vrijdag) bijvoorbeeld het moderne met het bijna-primitieve. Ze beweegt als een bezetene en ook over haar stem lijkt ze niet al teveel controle te hebben. Ze piept en ze schreeuwt, ze steekt en ze haalt. Het is een beestachtige performance. Maar de muziek waarop ze zo tekeer gaat is juist next-level. Slechts één drummer is live verantwoordelijk voor de producties waarin Afrikaanse percussie, Oosterse sferen, free jazz-uitspattingen, elektronische elementen en tal van kekke effecten als van nature samenkomen. Wie Lafawndah vanavond, net als ik, een beetje te druk vond, doet er goed aan haar samenwerking met de minimalistische muziekmeester Midori Takada op te zoeken.

De plaats van computertechnologie in muziek is een onderwerp dat men op Rewire graag mag aansnijden. In de vroege uren worden er presentaties en gesprekken over gehouden in Korzo en het oude pand van de Amerikaanse Ambassade. De eerste die er echt iets mee doet in een optreden is de Britse producer en dj Actress (vrijdag). Zijn set in de grote zaal van het Paard gaat laat van start, want er zijn problemen met de apparatuur en de software. Maar eenmaal op gang gekomen beleven we iets unieks. Actress’ laat de muziek grotendeels over aan zijn ‘vriend’ Young Paint: een hoge hoed-dragende, op de Silver Surfer lijkende computerfiguur ofwel sprite, die vanuit zijn slaapkamer – geprojecteerd op de achterwand van het podium – zélf beats maakt. Young Paint leerde zijn skills via algoritmes en vooraf geprogrammeerde moods. De bassheavy beats vol bliepjes en glitches zijn niet echt uniek of memorabel, maar wat we zien, een heus duet tussen mens en computer, is een avontuur dat we nog vaak zullen navertellen.

Wie de kleine zaal van het Paard binnenloopt tijdens de Londense band CURL (zaterdag) wordt begroet met een aanhoudende drone en drums die een jazz-shuffle spelen. De band, bestaande uit Mica Levi, Coby Sey en Brother May, ontstond in de undergroundscene van de Engelse hoofdstad. Er werd gezocht naar een verbreding van het interdisciplinaire muziekspectrum. Met een mengelmoes van jazz, drone en hiphop proberen de muzikanten de grenzen van de underground op te rekken. Op het podium is het volledig donker, maar in het schijnsel van de weinige lichtjes in de zaal is te zien dat overal aluminiumfolie opgehangen is; over de instrumenten, over de microfoons, overal. De vocalen hangen tussen rap en zang in en alles doorspekt met een Britse tongval. Naarmate de set vordert, neemt het licht op het podium toe. Het wordt zichtbaar dat de leden van de band geen beweging méér maken dan volstrekt noodzakelijk is. Ook wordt de muziek van de Londense groep steeds luistervriendelijker naarmate het gebruik van verlichting toeneemt. De experimentele jazz blijft vertegenwoordigd in de vervreemdende akkoordenprogressies maar het gevoel van onbegrip maakt steeds meer plaats voor acceptatie. Vorig jaar stond op dezelfde plek de band ZS samen met Arto Lindsay. ZS en CURL komen overeen in de dissonantie in de muziek die toch te omschrijven is als behapbaar voor een groter publiek.

 

De Amerikaanse Julia Holter (zaterdag) staat in een minimale bezetting in de grote zaal van het Paard. De zangeres achter de vleugel, de synthesizer-speler Tashi Wada naast haar achter zijn toetsen. De boeking van Holter op Rewire is bijzonder. De zangeres was op tour met Wada toen die laatste gevraagd werd om op het festival te spelen. Toen hij Julia Holter aandroeg als eventuele extra boeking werd de Amerikaanse zangeres ineens een van de grootste namen op de affiche. Met haar kleine liedjes lijkt Holter af en toe bijna te verzanden in het cliché van een singer-songwriter achter een piano, maar de melancholiek heeft een hoopvolle onderlaag waardoor de muziek blijft boeien. Ook is de Amerikaanse een begenadigd zangeres. In Don’t Make Me Over lijkt er een normale ballad gezongen te worden, maar bij de eerste uithaal wordt de te behalen toonhoogte met een halve noot gemist. In eerste instantie lijkt dit een fout te zijn, maar als later weer een uithaal niet gehaald wordt blijkt dat het allemaal met opzet is. Razend knap, wat de zangeres doet. Ook de visuals vallen op. Paarse lichtstralen worden de zaal in geprojecteerd. Ze lijken een soort Noorderlicht te vormen. Een prachtig gezicht dat volledig aansluit bij de kleine liedjes van de Amerikaanse.

Over hoe witte met zwarte mensen omgaan valt nog steeds niet veel goeds te zeggen, maar leed is natuurlijk wél een gevoel dat leidt naar mooie creativiteit en kunst. Zodoende is het oude Afro Futurism – ofwel het gebruiken van ruimtethema’s in zwarte soul, jazz en funk als ontsnapping aan de realiteit – van Sun Ra en Parliament-Funkadelic de laatste tijden weer helemaal springlevend. In het Koorenhuis trachten Angel Bat Dawid (zaterdag) en haar band Tha Brotherhood hun voorbeelden achterna te gaan, de ruimte in. De muzikante uit Chicago maakt spirituele jazz die ze live presenteert mét en als een old-school funkband. Het gezellige gezelschap maakt z’n entree via de normale publieksingang en trekt al zingend, dansend en met sambaballen zwaaiend dwars door de meute richting podium, waar Sun Ra’s legendarische boodschap Space Is The Place meteen luidkeels wordt verkondigd. In tegenstelling tot haar voorbeelden, doet Dawid echter ook de urgente redenen voor het ontvluchtten van Moeder Aarde uit de doeken. Haar funky uitingen van Afro Futurism volgen direct na emotioneel heftige momenten, zoals een schreeuwende en huilende vertolking van What Do I Tell My Children Who Are Black. Dat de zaal een maatje te klein is en het geluid een stukje te hard staat, waardoor Dawid’s clarinetspel vaak amper te horen is in de drukke mix, doet er niet zo toe. Dat er vrij weinig ‘echte nummers’ worden gespeeld, waardoor het optreden amper een sales pitch is voor debuutplaat The Oracle, ook niet. Anders dan het merendeel van de jazzmuzikanten verkiest Dawid namelijk sfeer en message over vakmanschap en virtuositeit. Ze verkoopt daarnaast geen platen, maar bewustwording.

In de Lutherse Kerk speelt Kelly Moran (zaterdag). De pianiste speelde in punkbandjes, liet haar laatste album Ultraviolet produceren door Collin Marston van de metalband Krallice en heeft haar vleugel geprepareerd door schroeven en bouten tussen de snaren te leggen. Iets dat niet in direct geassocieerd wordt met de neo-klassieke muziek met elektronische omlijsting die de pianiste maakt. De kerk is de uitgelezen locatie voor dit optreden, het gepingel van de toetsenist ontspant en triggert tegelijkertijd. Op het grote orgel boven het podium worden beelden geprojecteerd die het gevoel van kabbelend water opwekken. Het uiterlijk van de act is echter slechts bijzaak, iedereen die niet op een kerkbank zit ligt op de grond met gesloten ogen en gaat volledig op in de muziek. De keuze van deze act in de kerk is een succes, want het authentieke  gevoel dat de kerk met zich meebrengt leent zich volledig voor het moderne klassiek van Moran. Een rustpunt in een festival waar de impulsen je om de zoveel seconden om de oren vliegen.

Ook de grootste naam op een affiche zonder échte grote namen, Low (zaterdag), blijkt een rustpunt. In de grote zaal van het Paard ligt de nadruk op de meest verstilde liedjes van de avontuurlijke gitaarband. Van het noise-element van laatste plaat Double Negative zou je negatief kunnen opmerken dat het – op een lang stuk middenin de show na – amper aanwezig is, of positief dat de band in ieder geval lekker onvoorspelbaar is. Dat een prachtnummer als Always Trying To Work It Out erg gewoontjes klinkt, bijna volledig zonder effecten maar wèl met extra gitaarsolo, zou op ieder ander festival vervelend zijn. Op Rewire, waar iedere zaal een ander soort ‘herrie’ biedt, blijkt het juist een verademing. Low is een ervaren band die durft te vertrouwen op z’n songs en de onmiskenbare onderling chemie tussen de bandleden. That never get’s old.

Tot dezelfde pure schoonheidsklasse als Low behoort ook Jessica Pratt (zaterdag). Ze hoeft amper iets te doen om je in totale staat van betovering, trance of hypnose te brengen. Vanavond zit ze op een stoeltje in de Lutherse Kerk, maar och, al zat ze midden op de smerige straattegels tussen de roestende weesfietsen vlak voor de deur; de Amerikaanse zangeres zingt liedjes waar je met gesloten ogen naar moet luisteren. Haar feeërieke stem vertelt tijdloze verhaaltjes, haar gitaar speelt repetitieve patroontjes. Hier en daar wat toetsenwerk, maar that’s it. Pratt’s folky songs zijn ongelooflijk basic, maar ook onbedoeld psychedelisch. Als zo’n oogverblindend warm namiddagzonnetje brengt ze je op het randje van dromenland. Waanzinnig mooi.

Niemand houdt van drukte, maar de drukte op Rewire heeft vaak iets moois. Het toont namelijk aan dat zelfs de moeilijkste muziek volle zalen kan trekken. Zo is ieder stoeltje bezet bij Sosena Geybra Eysus (zondag), die een klein uur lang eigenlijk maar één geluid laat horen. De Ethiopische artieste zingt teksten in haar moedertaal, terwijl ze zachtjes over de snaren van een begena, ofwel een snaarinstrument dat eruitziet als een oud wasrek, streelt. Op een enkeling na is er niemand die weet wat ze zingt. Zowel de toon van haar stem als het geluid van haar instrument kent zo weinig variatie dat je er onmogelijk lang door geboeid blijft. Maar daar gaat het ook niet om. Muzikanten als Geybra Eysus zien en horen we hier amper. Van de begena, onderdeel van de familie van de door Leonardo Da Vinci zo geliefde lier, wist ik niets voordat ik de Oude Katholieke Kerk betrad. Ook dat heeft waarde.

Patrick Higgins (zondag) is eveneens een muzikant die je elders niet voor zo’n massaal publiek of in zo’n grote zaal zou aantreffen. Je kunt deze Amerikaan het beste zien als een soort dj of elektronisch artiest met een gitaar in plaats van een laptop of een draaitafel. Hij vult de grote zaal van het Paard met flikkerende lichten en abstracte visuals, dreigende noisescapes, oorverdovende digitale effecten en allerhande onheilspellend gitaargerommel. Spannend, hoewel erg technisch.


Higgins is één van de namen die werd geprogrammeerd door de officiële afsluiter en belangrijkste artiest van deze editie van Rewire, Nicolás Jaar (zaterdag en zondag). De Chileense muzikant en kunstenaar geeft twee shows verdeelt over drie tijdsvakken, beiden compleet exclusief voor dit festival. In de nacht van zaterdag op zondag speelt hij voor dj en draait hij elektronica en eigen bewerkingen van popsongs vanaf het balkon van de grote zaal in het Paard, terwijl het publiek op het podium mag dansen. Free 2 Move, noemt hij dit experiment. Stiekem een soort solo dj-set 2.0, met meer input en interactie dan gewoonlijk. Op zondagavond sluit hij het festival af in de Grote Kerk met een speciaal voor de gelegenheid samengesteld ensemble, dat deels wordt opgemaakt uit artiesten die eerder al optraden. In hun muziek fuseren Jaar en zijn groep eigenlijk bijna alles wat we dit weekend her en der hoorden: elektronische geluiden en traditionele klanken, westerse en oosterse sferen. Dit alles uiteraard afkomstig vab een aantal vreemde, zelfgemaakte instrumenten. Muziek is creatieve expressie. Muziek is kunst. Geen ander festival dat dat zo duidelijk laat zien als Rewire.

Door Eric Hoetjes en Randy Timmers

Fotografie: Stephan Kaffa (Angel Bat Dawid, Sosena Geybra Eysus), Pieter Kers (Jessica Pratt, Kelly Moran), Jan Rijk (JLin, Lafawndah, Low, Nicolás Jaas) & Parcifal Werkman (Actress, openingsfoto Nicolás Jaar)

Gezien: 29-31 maart 2019, Rewire Festival, Den Haag

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Genadeloos Tool neemt de tijd in de Ziggo Dome
concert
Tool

Genadeloos Tool neemt de tijd in de Ziggo Dome

Tool-boegbeeld Maynard James Keenan was de afgelopen jaren relatief vaak op de Nederlandse podia te bewonderen. Twee keer op Pinkpop, ...
Bon Jovi kan niet tegenvallen in het Goffertpark
concert
Bon Jovi

Bon Jovi kan niet tegenvallen in het Goffertpark

Het is een van de succesvolste bedrijven in de muziek. De BV Bon Jovi staat al jaren in de lijst ...
Western Stars
album
Bruce Springsteen

Western Stars

In september wordt hij zeventig, maar met het arbeidsethos van Bruce Springsteen is de laatste jaren nog steeds niets mis ...

Recensie: Op Rewire is muziek écht kunst (concert) | OOR