concert

Opeth: serieuze muziek en schijtverhalen in Utrecht

‘Het lijkt me moeilijk om fan van ons te zijn. Waarom vinden jullie ons eigenlijk leuk?’ vraagt Opeth-frontman Mikael Åkerfeldt na zeven nummers aan de zaal. Een terecht punt. De groep uit Zweedse hoofdstad Stockholm maakte in zijn dertigjarige bestaan een ontwikkeling door van deathmetal naar prog. Ook steekt de muziek behoorlijk ingewikkeld in elkaar en vergt dus nogal wat van de luisteraar. Toch lijkt de vraag van de zanger/gitarist vooral retorisch. Het publiek beweegt al jaren met de heren mee en is uiterst trouw. Niet voor niets verkocht het optreden in de grote zaal van TivoliVredenburg zes weken voor aanvang uit.

En dan te bedenken dat de groep vanwege een geplande sabbatical van Åkerfeldt juist een tijdje van het toneel zou verdwijnen. Dat liep net even anders. Opeens was daar eind september het dertiende studioalbum In Cauda Venenum, tevens de eerste plaat die verschijnt in Zweeds- en Engelstalige versies. Op dat materiaal ligt vanavond met drie nummers en een intro de nadruk. De loyaliteit van de fans wordt onderstreept door de vroegtijdige drukte in de zaal. De vloer, rode banken en houten trappen rondom het podium lopen voorafgaand aan voorprogramma The Vintage Caravan al langzaam vol. Het publiek bestaat hoofdzakelijk uit beschaafde mannen tussen de twintig en vijftig; metalheads en (prog)rockers van diverse pluimage.

De show opent met Livets Trädgård, het beginstuk van de nieuwe plaat. Op het podium staan drie verhogingen; een voor drummer Martin Axenrot, links geflankeerd door de toetseninstallatie van Joakim Svalberg en rechts ruimte voor Martin Méndez (bas). Åkerfeldt en gitarist Fredrik Åkesson vormen de voorhoede. De set-up bevat zes zoeklichten en drie panelen met ieder vier lampen. De achterwand en de zijpanelen van de verhogingen fungeren als videowall. Die toont eerst het bandlogo en biedt daarna een keur aan projecties, van lichtjes en vallende sneeuw tot skylines en een meezingende band. Als de groep opkomt, valt het stemmige zwart van de vijf outfits op. Dat doet ook de breed omrande hoed van de frontman. Bij progressieve openingstrack Svekets Prins gaat even iets mis met beelden. De leden kijken elkaar aan, maar laten zich niet uit veld slaan. De muziek gaat in ruim zes minuten van stevig tot akoestisch en zit vol smakelijk soleerwerk.

Met vervolgnummer The Leper Affinity duikt de band het deathmetalverleden in, vol grunts en dubbele bass. Er zit aanvankelijk nogal veel laag in het geluid, dat dondert flink. Het publiek headbangt en knikt mee, zowel zittend als staand. Hjärtat Vet Vad Handen Gör – voorzien van rood licht, beelden van vuur en artwork van het nieuwe album – bevat juist veel verfijnd spel. Na die song neemt Åkerfeldt het woord. Terwijl hij zijn gitaar stemt, reageert hij op geroep uit de zaal. Als iemand hem de liefde verklaart, reageert hij met een droog: ‘I love you too, son.’

Het verzoek om een ‘shit story’ te vertellen, grijpt hij met beide handen aan. Hij begint met een subtiel shitverhaal over de keuze die hij vandaag maakte tussen een witte en een zwarte broek. Het werd een zwarte: een veilige keuze. Daarna verhaalt hij over de zanger van Magnum die ooit op het podium zijn lederen broek volscheet. Als hij voorstelt om de rest van de avond shitverhalen te vertellen, roept hij zichzelf tot de orde: ‘We moeten wel netjes blijven. Die vuiligheid past niet bij onze serieuze muziek.’ Maar voordat de groep aan Reverie/Harlequin Forest begint, vertelt hij nog dat hij de avond ervoor in Utrecht naar de film Once Upon A Time In Hollywood ging, terwijl de rest van de band rum ging drinken in een tikibar. ‘En zichzelf bescheet.’

De zaal geniet zichtbaar van het optreden. Daar dragen de fraaie lichtshow en beelden van bossen, golvende strepen en oranje projecties van caleidoscopische vormen aan bij. Opeth wisselt op organische wijze van mooi dubbelstemmig gitaarspel naar ingewikkelde telstukken, terwijl de bandleden goed met elkaar communiceren. Als de zanger eerst zijn liefde voor TivoliVredenburg en Utrecht kenbaar maakt, dan de vele fietsen in de stad verfoeit en uiteindelijk het eigenaardige nummer Nepenthe en het ingewikkelde Moon Above, Sun Below aankondigt, volgt er gejoel en geschreeuw. Dat beantwoordt hij met een nuchter ‘Calm down’.

Opeth speelt soepel, bevlogen en nagenoeg foutloos, hoe complex ook de muziek. Maar als vanuit de zaal het verzoek komt om Black Rose Immortal te spelen, van tweede plaat Morningrise, stelt de frontman paal en perk. ‘Dat nummer duurt twintig minuten,’ meldt hij. ‘We hebben er in 1996 ooit de eerste helft van gespeeld in een Engelse pub, voor nagenoeg geen publiek. Volgens mij waren er alleen een man en zijn hond. Die vonden het niets. De hond moest er zelfs van schijten. Na tien minuten zijn we gestopt.’ Toch speelt hij een stukje van het intro, maar liever laat hij de zaal meezingen met het rustige en uitgesponnen Hope Leaves, gevolg door het heftige The Lotus Eater. Tijdens dat nummer breekt Åkerfeldt een snaar. Hij gooit zijn hoed weg, krijgt razendsnel een nieuwe gitaar en speelt onverstoord verder. Na het grootse einde complimenteert hij de uit Yorkshire afkomstige gitaartechnicus Milton.

Na het nieuwe Allting Tar Slut, begeleid door prachtige videobeelden van een melkwegstelsel en een door zon beschenen aardbol, eindigt de reguliere set. De groep staat dan precies honderd minuten op het podium. Na een pauze van een minuut keren de heren terug voor Sorceress. Opnieuw komt Milton in actie als Åkerfeldt een losse gitaarkabel blijkt te hebben. De zaal deint met de muziek mee. En voordat de band het optreden afsluit, laat de frontman weten dat hij het naar zijn zin heeft gehad. Toegegeven, hij mist zijn kinderen, vrouw, katten en platencollectie, maar: ‘Er zijn ergere dingen dan met je beste vrienden op een podium te staan.’ Die vrienden stelt hij een voor een voor, maakt nog wat laatste grapjes en start dan Deliverance. Dat heftige nummer eindigt in een apotheose, met een massaal headbangende zaal. Het maakt dan niet meer uit wie er metalhead is en wie progfan: Opeth bedient iedereen, al dertig jaar lang.

Fotografie: Bert Treep

Gezien: 5 november 2019, TivoliVredenburg, Utrecht

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Time
album
Kensington

Time

Zouden de mannen van Kensington het eigenlijk erg vinden dat ze nou niet bepaald worden erkend als kwaliteitsmuzikanten? Zouden ze ...
De 5 albums en tracks van deze week: Tindersticks, Meindert Talma, Billie Eilish e.a.
nieuws

De 5 albums en tracks van deze week: Tindersticks, Meindert Talma, Billie Eilish e.a.

Vrijdag, releasedag! Maar waar begin je met luisteren? En – zeker zo belangrijk – waar hou je op? OOR‘s hoofdredacteuren Erik van ...
No Treasure But Hope
album
Tindersticks

No Treasure But Hope

Wie had in 1993 gedacht dat dit magistrale treurwilgenorkest het zo lang zou volhouden? No Treasure But Hope is alweer ...

Recensie: Opeth: serieuze muziek en schijtverhalen in Utrecht (concert) | OOR