concert

Pinkpop dag 1 met o.a. Mumford & Sons, Elbow, Jamiroquai

Pinkpop viert dit weekend z’n vijftigste editie en OOR is van de partij. Drie dagen lang nemen we je mee over het terrein in Landgraaf, langs de highlights, de bijzonderheden en overige feestelijkheden. Het jubileum werd gisteren afgetrapt met een taartdoos vol Britse furie en Hollands glorie.

En ineens is het zover. De aanloop naar Pinkpop 2019 duurt al vijftig jaar en de voorpret mocht er de afgelopen weken dan ook wezen. Veel aandacht voor wat Pinkpop wás, en wat het deze vijftigste editie zou moeten zijn. Want dat gedroomde publiekstrekkers als Metallica, Tool, Pink, Smashing Pumpkins, Muse en Eddie Vedder in deze periode liever op eigen kracht de velden vol trekken, kost Pinkpop simpelweg klanten. Maar laten we, eenmaal op het terrein aangekomen, toch vooral kijken wat Pinkpop ís.

Aan Bazart de taak om de Mainstage af te trappen. Nederlandstalige, eigentijdse pop uit Vlaanderen, aangevuurd door frontman Matthieu Terryn, die in een lang wit hemd vanaf een paasgeel plankier het Pinksterweekend alvast zegent. Druk is het nog niet op het veld – 45.000 worden er vandaag verwacht, een derde minder dan Pearl Jam vorig jaar op de openingsdag – maar als de Vlamingen na een gastoptreden van onze eigen Eefje de Visser hun grote troeven Grip (Omarm Me) en Goud met de wind mee sturen komen de vroegkomers toch al in beweging.

Ja, het waait stevig vandaag. Kracht 5 a 6, vanuit het zuidwesten, dus in ieder geval niet tegen de muziek in. Maar de hele dag zullen de geluidsmannen en –vrouwen van dienst opboksen tegen de bij vlagen spelbrekende elementen. Tijdens het traditionele oriënterende rondje over het terrein vliegen de roze hoedjes en petjes, plastic bekertjes en flarden Bazart ons dan ook om de oren. Opvallendheden van huishoudelijke aard: de Brightlands Stage, ofwel de tent, heeft een nieuwe, knalroze overkapping. En achterin de Kalm Aan Laan vinden we een tijdelijke dependance van het Bonnefantenmuseum, waar Police-gitarist Andy Summers een pop-up fototentoonstelling heeft ingericht. De man die op de legendarische tiende Pinkpop in 1979 doorbrak komt zelf ook nog even kijken, waarmee de eerste guest of honor van dit jubileum genoteerd staat.

De andere eregasten van vandaag staan gewoon geprogrammeerd en de toeloop is groot. Hoe is het mogelijk dat de Golden Earring, met hun meegebrachte installatie de redders van die allereerste Pinkpop in 1970, niet mogen openen op de Mainstage? Het veld van de IBA Parkstad Stage is in ieder geval goed gevuld, zeker voor het vroege tijdstip. En de Earring? Die knalt gewoon zoals ze dat zelf al een klein decennium langer dan Pinkpop doen. Want Haagse branieschoppers als ze nog altijd zijn – spijkerbroeken, leren jasjes, zonnebrillen – kruipen Barry Hay en kornuiten graag voor de vierde keer onder het rokje van het Pinkpopmeisje. En ze dan mag inmiddels een grande dame zijn, maar ze laat het lachend toe. De opening met When The Lady Smiles is dan ook niet meer dan toepasselijk, al klinkt de band aanvankelijk, door de voortrazende wind, nog wat zompig en verwaaid. Gelukkig weet de firma Jeuken uit Nijmegen net op tijd twee wielertoeters aan weerszijden van het podium te plaatsen en kan de greatest hits show op volle stoom doorblazen.

Twilight Zone, Another 45 Miles, Long Blond Animal, Going To The Run, Johnny Make Believe – niet normaal zoveel hits, slechts onderbroken door de gebruikelijke, hier wat ongelukkig geplaatste bassolo van Rinus Gerritsen. Ook de drumsolo van Cesar Zuiderwijk in het lang uitgesponnen Radar Love is lijvig, al verkneukelen we ons gaandeweg een beetje om de gelijkenis met Jan Smeets, al even zilverwit van haardos als het drumbeest van de Earring.

En zo zijn er nog wel meer – al dan niet bewuste – knipogen naar de bijzondere omstandigheid dat de Earring hier dit Pinkpopjubileum opluistert. We menen in datzelfde Radar Love een flard van Rory Gallaghers Laundromat te ontwaren (de Ierse gitaarheld sloot in ’74 af in Geleen) en als saxofonist Bertus Borgers voor slotakkoord She Flies On Strange Wings en Holy Holy Life ten tonele verschijnt, beseffen maar weinigen zich dat hier nóg een veteraan van die allereerste Pinkpop staat te spelen. Mr. Albert Show heette zijn bandje in 1970. De haren waren wat langer, toen. Ach, waar is de tijd gebleven…

Van de ene GE steken we over naar de andere. George Ezra staat op nagenoeg dezelfde plek en tijd als in 2015 en de Engelsman is in de tussentijd nauwelijks veranderd. Zelfde sympathieke voorkomen, zelfde bronzen stem, alleen is het anno 2019 niet meer wachten op dat ene liedje (Budapest) maar heeft hij er inmiddels twee wereldhits bij. Paradise (als ankertje in ’t midden) en Shotgun (de uitsmijter) geven de oerdegelijke voorstelling de broodnodige zwaartepunten, want ook Ezra’s uitstraling is hetzelfde als de vorige keer: de man is geen rockster. Tegen de zon in kijkend, met z’n zwarte decor (met drie kerkramen, het is net Paradiso) en flinke, in donker gestoken backingband steekt de dito uitgedoste Ezra niet tegen het tafereel af. Alle vriendelijke praatjes ten spijt, zijn sommige mensen simpelweg geboren voor de radio.

Davina Michelle zien we wel. Van een afstandje, want de tent puilt uit voor het doorbrekende zangtalent, dat er net een reeks met Marco Borsato in de Kuip op heeft zitten. De jonge Rotterdamse zal dus niet meer schrikken van een menigte als deze en weet met haar lange blonde haar en witte bloesje de aandacht dan ook tot ver buiten de Brightlands te trekken (overigens: de zichtlijn vanaf buiten is met deze nieuwe constructie, met hogere ingang, van buitenaf ook een stuk beter). Dat is alvast één. Maar vorm gaat bij Davina Michelle nog altijd boven inhoud. De ‘nieuwe Anouk’, zoals ze wel wordt genoemd, moet het nog vooral hebben van die dijk van een stem waarmee ze andermans prijsnummers vertolkt. Het bereik is groot en ze klinkt tot op de millimeter perfect, alleen ademt alles aan de dappere Davina ‘act’ in plaats van ‘echt’. Al na drie kwartier zijn de nummers simpelweg op en is het een kwestie van Pinkpoppetje gezien, kastje dicht. Amusant, al duurt het geen seconde te lang.

Anouk is wel ‘echt’, al wisten we dat natuurlijk nog van de vorige zes keer dat deze recorhoudster wat Pinkop-optredens betreft hier stond. Ze wandelt het podium op met dezelfde Haagse bluf als de Earring een paar uur eerder: een uurlang bomvol hits en verder niet teveel woorden vuilmaken aan de waan van de dag. Anouk brengt het bekende recept, zonder ook maar een vingerwijzing naar haar recente Nederlandstalige avonturen. Geen Dominique, wel Girl, Three Days In A Row, Michel, Jerusalem, The Dark, Lost, Killer Bee, Nobody’s Wife en Good God – sommigen klinken hier ook daadwerkelijk voor de zesde of zevende keer. Tempo: hoog. Band: solide. Anouk: niet op een mispeer te betrappen. En net als de Earring gaat Anouk ook doodleuk vijf minuten langer door dan gepland. Wat deze zevende keer Anouk onderscheidt van de vorige? Tja, waarschijnlijk evenveel als de volgende. Want het zal op deze manier nog even duren voordat de échte Anouk haar plaats afstaat aan de nieuwe.

Tijdens het wachten op Jamiroquai glijden de ogen nog eens over het terrein. Vooraf was al bekend dat de zaterdag niet vol zou lopen, mede vanwege het uitblijven van een headliner van stadionkaliber. Leeg is het echter ook geenszins, we gokken op een mannetje/vrouwtje of veertigduizend, wat het veld goed begaanbaar maakt en podia en voorzieningen bereikbaar. Misschien is Mumford & Sons, ondanks z’n relatieve lichtgewicht, wel een blessing in disguise: geen Metallica-fans die alle kaarten binnenharken en om zeven uur nog eens binnen komen rollen, maar de echte festivalgangers die hun hele dag benutten. Daarom was het net al zo vroeg aansluiten bij de Earring en konden Ezra en Anouk een behoorlijk vol veld tegemoet zien. En ook bij Jamiroquai is het druk, zonder te hoeven dringen.

Het is een klein wonder dat het kleurrijke, hoogst dansbare acid jazzcircus rond Jay Kay nooit eerder in Landgraaf neerzeeg, want Jamiroquai is natuurlijk de festivalact bij uitstek. Kennelijk denken de goden daar ook zo over, want bij opkomst wordt de Mainstage ingestraald door een kraakheldere regenboog. De verlichte hoofdtooi van Jay Kay neemt in de daaropvolgende vijf kwartier alle kleuren van die regenboog aan. De dikkige kin en het grijze baardje dat onder het hoofddeksel vandaan komen zijn even wennen, ’s mans stem en stijl blijven uit duizenden herkenbaar. Shake It On (van laatste album Automaton), Little L, Use The Force, Cosmic Girl, Traveling Without Moving – in één grote megamix vuurt Jamiroquai z’n beproefde succesnummers op en ineens is ’t ook klaar. Geijkte uitsmijter Virtual Insanity blijft in de koker, het veld splitst zich na een uurtje soepel swingen op: zij die net op gang komen, trappen het gaspedaal in bij de bomvolle San Holo in de tent. Wie niet van het ellebogenwerk houdt, legt gemoed en benenwagen ten ruste bij Elbow.

De Grote Vriendelijke Reus en zijn gezanten mogen zich inmiddels vaste klant op Pinkpop noemen, al zal Guy Garvey zich dit noordelijke tweede podium niet met veel liefde herinneren: in 2009 stond Elbow hier ook weggestopt, op de golven van succesplaat The Seldom Seen Kid nog wel. Maar Bruce Springsteen lonkte op Main en de zestigduizend van dat jaar keken liever naar een linecheck. Dit jaar is het veld wederom niet helemaal gevuld, bovendien begint het buiten af te koelen, maar Garvey weet gelukkig van elke setting een stamcafé te maken. Als z’n fluwelen stem aan het eind van opener Fly Boy Blue/Lunette voor het eerst ongestoord de lucht in zweeft, lijkt het of hij de laatste wolken aandrijft. Ga weg en blijf weg! De wind gaat inderdaad liggen, terwijl Elbow de harten warmt met The Bones Of You, Magnificent (She Says), The Birds, Lippy Kids, One Day Like This en Grounds For Divorce. Weer zo’n pakket hits waar je geen spijker tussen krijgt, al blijft ook een gloednieuw nummer hangen, dat kennelijk Empires heet. ‘Empires crumble all the time’, keert steeds terug in de tekst, veelbetekenend. ‘Sorry voor Brexit bullshit’, riep Garvey eerder nog in half Nederlands/half Engels. Maar laten we de politiek vandaag liefst helemaal buiten de deur houden, zo beseft ook de zanger bij zijn zoveelste gesproken aubade aan de jubilaris. ‘Vijftig jaar van mensen die samenzijn en plezier hebben. De wereld kan nog veel van jullie leren’, aldus Garvey, die daarmee zelf toch nog een spijker in het geheel slaat – keihard en recht op z’n kop.

Even lijkt het of Mumford & Sons de succesformule van de Earring, Anouk en Elbow (hits, hits, hits!) naadloos overneemt: met het fraaie Guiding Light van laatste plaat Delta nemen Ben, Marcus, Winston en Ted hun positie in de voorhoede in, terwijl op de achtergrond ook een flinke backing band z’n plaats inneemt. En al na drie minuten beent het vrolijke viertal over de catwalk naar de B-stage, om met oude krakers Little Lion Man en The Cave het veld meteen in te pakken. Grote zoeklichten doemen op achter de poppetjes in de verte, lukt het Mumford & Sons om ons ondanks het vochtige, kille weer naar the dustbowl te transporteren?

Wel, nee. Het lijkt na twintig minuten zelfs of de koek voor de grote meute al op is, hoe hard Marcus Mumford ook werkt om de mensen op het terrein te houden. Met de songs van Delta, waar de set zwaar op leunt, is niets mis, maar ze zijn (nog) niet doorgedrongen tot de toevallige passant. Ook het elektrische avontuur van Wilder Mind is met vier songs nadrukkelijk vertegenwoordigd en tussen het sterke openingsblok en het al even vurige slot zit een uur dat alleen de diehard fans zal bekoren. Het lijkt wel of Mumford & Sons iedere keer dat ze van hun basis afstappen iets inleveren: datgene wat ze zo bijzonder maakte bij Sigh No More en Babel was dat ze van minimale ingrediënten iets heel groots konden maken. Met de huidige opgeblazen sporthallen-aanpak (met pyro en al) blijft er van juist wat ze zo uniek maakt weinig over. Babel (weer op de B-stage) is voor de volhouders het eerste aanknopingspunt na een uur obligate stadionrock, I Will Wait uiteindelijk weer de Mumford-op-schaal zoals we ze graag willen zien.

Nog even roert het terrein zich zowaar tot aan de geluidstoren. Stamping ground, noemden ze dat in 1970 op dat ándere festival, in Kralingen. Een blik in het rond in het Landgraafse heden leert echter dat daaromheen minder publiek staat dan we in de moderne Pinkpop-geschiedenis bij een afsluiter zagen. En zo kent een verder prima festivaldag een wat onbestemd einde, met een band die zoveel inhoud heeft maar worstelt met de vorm. Wat Pinkpop vandaag ís? Een dag als vanouds, dat zeker. Echter niet wat deze 50e editie zou moeten zijn – de hoogtepunten (Earring, Anouk) schuilen zelfs in wat wás. Maar morgen is alles anders. Dan komt er een speciale gast, een groot zanger, wiens naam begint met een B. En dan een O. En achteraan staat weer een O…

Fotografie: Paul Barendregt

Gezien: Pinkpop 2019, 8 juni 2019, Landgraaf

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Muse zit vast in z’n eigen spelletje, blijkt in Ziggo Dome
concert

Muse zit vast in z’n eigen spelletje, blijkt in Ziggo Dome

De reguliere ‘stadionshow’ van Muse in het Nijmeegse Goffertpark is nog geen drie maanden geleden, maar voor Nederland heeft de ...
Daniel Johnston (1961-2019): als een bang kind in het donker
nieuws

Daniel Johnston (1961-2019): als een bang kind in het donker

Daniel Johnston, held van vele beautiful freaks in de popmuziek, is overleden aan een hartaanval. Dat nieuws bracht de lokale krant ...
Ayreon in 013: kasteelheer Lucassen verbindt werelden
concert

Ayreon in 013: kasteelheer Lucassen verbindt werelden

Zijn glimlach aan het eind van de avond had niet breder kunnen zijn. Het was er een van grote tevredenheid ...

Recensie: Pinkpop dag 1 met o.a. Mumford & Sons, Elbow, Jamiroquai (concert) | OOR