concert

Pinkpop dag 1: Pearl Jam als verloren zoon

De 49ste editie van Pinkpop vindt dit weekend weer plaats in Landgraaf en OOR is alle drie de dagen van de partij. Zowel op het veld (je vindt de OOR-stand, inclusief signeersessies, naast de IBA Parkstad Stage) als middels de pen, bezorgen wij je alle highlights van Nederlands grootste festival op een presenteerblaadje. Om te beginnen bij dag 1, met onder meer Pearl Jam, The Offspring en Snow Patrol.

Jan Smeets is een held – en Pinkpop het beste medicijn. Dat wisten we natuurlijk al lang, maar bij betreden van het zonnige Megaland worden we nog eens extra met de neus op de feiten gedrukt. Mr. Pinkpop onderging eind mei nog een hartoperatie en toch staat hij vanmiddag tegen half vier weer traditiegetrouw de vroegkomers welkom te heten. Met goed nieuws bovendien: Pinkpop blijft tot 2040 in Landgraaf, zo is met de gemeente overeengekomen. De eerste ovatie van de dag is een feit, al juichen degenen die in de file staan minder hard. Niet alleen in Brabant staat het noord-zuidverkeer muurvast, ook rond Landgraaf zelf is er geen doorkomen aan. Pearl Jam-fans hebben een auto, zo blijkt. En Pinkpop, doorgaans ruim bemeten, komt wat parkeercapaciteit te kort op deze drukbezochte eerste festivaldag.

Eén van de slachtoffers van de file is Lil’ Kleine, de Amsterdamse rapper wiens reputatie al niet vlekkeloos is waar het om het nakomen van afspraken gaat. De jongelui op het veld hebben zich voor de Mainstage verzameld, de rest is neergevleid in de zon, maar het podium blijft leeg en stil. Het geeft ons de gelegenheid het vaste oriënterende rondje over het terrein te maken. Op het oog zien we weinig verschil met vorig jaar, al heet het noordelijke podium niet langer 3FM Stage maar IBA Parkstad Stage (een Duits innovatie-concept dat, eh, innovatief innoveert in de regio) en zijn de vertrouwde papieren consumptiebonnen (ooit vier voor een tientje) vervangen door het van Lowlands en Ziggo Dome bekende plastic munten-systeem (drieëneenhalf voor 9,50, rekent U maar uit). Huh, juist meer plastic? Ach, aan de flinke rijen bij de bars te zien breekt het makkelijk af.

Om tien voor vier, dus twintig minuten te laat, is Yorick Scholten dan eindelijk op het podium gearriveerd, om maar meteen te bewijzen dat een file soms niet lang genoeg kan duren. ‘Sorry dat ik te laat ben’, daar wachten we op. En als ie dan een sympathiek, flitsend setje neerzet om het geduldige veld wakker te schudden, is alles snel vergeven. Maar nee, Lil’ Kleine straalt eerder uit dat we blij moeten zijn dat ie er alsnog is. Kleine heeft wel een band meegenomen (dj, drummer, gitarist) en een bak versiersels (glitters, pyro, danseressen), al draait z’n show toch vooral om z’n eigen opgeblazen ego. Wat bij de jeugd kennelijk doorgaat voor rappen, is bij Lil’ Kleine live vooral schreeuwen over zichzelf – waarbij hij zichzelf ook nog eens overschreeuwt. Hits? Zeker. 1,2,3 en Drank & Drugs vliegen gehaast over het veld en krijgen de voorste rangen ook nog eens in beweging. Toch lijkt Lil’ Kleine zich, ondanks herhaalde woorden als ‘blij’ en ‘trots’, geen moment te beseffen wat een dedain voor Nederlands oudste festival hij namens de jongere generatie uitstraalt. ‘Er is een tijd van komen en een tijd van gaan’, pocht hij doodleuk als z’n ingekorte setje tegen het z’n eind loopt. Kom dan gewoon op tijd. Wat een misser. Wat. Een. Lul.

Stage 4 puilt ondertussen uit voor het Britse Slydigs. Hebben deze rockers onlangs een hit gehad? Voor zover wij weten niet, waarschijnlijk is de drukte gewoon het gevolg van een sterk staaltje contraprogrammering. Wie geen zin heeft in een van de enfant terribles van de vaderlandse hiphop maar op zoek is naar een lekkere portie gitaargeweld wordt op hun wenken bediend door deze charmante retro-rockers. Originaliteit hoef je geenszins te verwachten, maar vanaf opener How Animal Are You? knallen de lekkere riffs op een gestaag tempo door de speakers. De vuisten en duivelshoorntjes kunnen dus van hartenlust in de lucht, maar het is de vraag hoeveel van de aanwezigen zich aan het einde van het weekend nog een nummer van deze band zullen kunnen herinneren. In memorabele songs blinken deze jonge Britten namelijk niet uit, al is recente single Sleep In The Wind een stap in de goede richting. Qua hap-slik-weg rock kun je het echter veel slechter treffen. Slydigs houdt zich voor het grootste gedeelte van de show wars van pretenties en staat gewoonweg een uurtje zorgeloos en met een glimlach op het gezicht lekker te rocken. Het gaat een beetje fout als frontman Dean Fairhurst zich geroepen voelt een akoestische gitaar ter hand te nemen voor een gezapige ballad, maar de band herstelt zichzelf snel weer. Een degelijke opwarmer voor het gitaargeweld waar het gros van het publiek later op de dag ook mee zal afsluiten.

The Last Internationale is, terwijl Kleine op Main z’n spullen pakt, reeds lang en breed begonnen en blaast vanuit de naastgelegen Brightlands Stage het puberale oprispinkje van zoëven met verve weg. Officieel vormen zangeres/bassiste Delila Paz en gitarist Edgey Pires een duo, al zien we ze vandaag met drummer op het podium (en nee, het is niet Brad Wilk van Rage Against The Machine, die het New Yorkse rock & rollcombo in haar begindagen een handje hielp). Het kan raar lopen in het festivallandschap: drie jaar geleden stond The Last Internationale op een groter podium (3FM) voor minder mensen. En terwijl tweede langspeler Soul On Fire nog in onze contreien moet inslaan, staat de tent overvol. Niet verwonderlijk: de meeste van de zestigduizend bezoekers vandaag komen voor Pearl Jam en willen bas, drums en gitaren. Precies het recept wat Paz en Pires Pinkpop presenteren. The Last Internationale (durven we ze My Rockin’ Baby te noemen? Ja, dat durven we) maakt in een uurtje dan ook veel vrienden en bedient de vele nieuwkomers handig met enkele covers: het afsluitende Ohio, in slepende, lang uitgesponnen bluesvorm, doet de tent meezingen en vervolgens tevreden leeglopen, terug de volle zon in. 

‘Huh, deze is toch van Clean Bandit?’, horen we aan de andere kant van het terrein om ons heen als Jess Glynne vroeg in haar set monsterhit Rather Be inzet op de IBA Parkstad Stage. Dat de Britse zangeres verantwoordelijk was voor de vocalen op die hit lijkt een groot deel van het publiek op het veld dus even te zijn ontgaan. Het (deep)house nummer is ook een beetje een vreemde eend in de bijt in haar oeuvre, wat voor de rest vooral bestaat uit frisse soulpop. Dat lijkt samen met het weer een gouden combinatie, maar het komt niet helemaal uit de verf. Is de zangeres goed bij stem? Is de in matchende trainingspakken gehulde begeleidingsband goed op elkaar ingespeeld? Werken de dansjes van de drie blazers enigszins aanstekelijk? Check, check en check. Er is maar heel weinig op dit optreden aan te merken en dat is precies waardoor het wringt. Het is allemaal zo tot de puntjes geperfectioneerd en ingestudeerd, dat er van bezieling op het podium nauwelijks sprake is. Dat slaat over op het veld, want ondanks dat er na Rather Be nog genoeg andere herkenbare songs voorbij komen – Hold My Hand voorop – blijft het een tamme bedoening.

Tam, dat is Bløf gelukkig allerminst, vandaag op de Mainstage. In 2006 stonden ze hier al eens, op dezelfde plek, onder dezelfde omstandigheden: vol veld, vol zonnetje, de puristen vol scepsis, de massa vol vertrouwen. En net als twaalf jaar geleden is een uurtje hoofdpodium ook nu weer peanuts voor Paskal Jakobsen en z’n mannen. Hun eigen Concert At Sea groeide in de tussentijd uit tot een geduchte concurrent in het Nederlandse festivallandschap, al noemt de zanger Pinkpop zonder morren ‘de koning van de festivals’. Bløf hoeft het gaspedaal niet al te diep in te drukken om hun joekels van hits toch de nodige bevlogenheid mee te geven en bij Harder Dan Ik Hebben Kan en Omarm vliegen zelfs de stevig bierdrinkende Pearl Jam-shirts bij de bars elkaar zingend in de armen. Het refrein van Hier doet ons beseffen dat de muziekwereld wat lekkerder in z’n vel lijkt te zitten dan vorig jaar: de controles zijn grondig, rugtassen mogen het terrein niet op, maar pas als Jakobsen ‘Hier ben ik veilig’ zingt constateren we dat dat gevoel eindelijk weer een beetje vanzelfsprekend is. Bløf’s set vliegt voorbij, met twee handige zwaartepunten op driekwart: het massaal meegeprooste Iedereen Is Van De Wereld, als eerbetoon aan Thé Lau, met wie Paskal hier in 2014 nog afscheid nam van het publiek. En voor – inmiddels verplicht nummer –  Zoutelande wordt ook Geike Arnaert tevoorschijn getoverd, waarna Bløf met Later Als Ik Groter Ben nog even handig inspeelt op het sentiment van de dag: het is nú later, de bikkels van Pinkpop ’92 hangen deze week de schooltas van zoon of dochter aan de vlag en vieren dat met het hele gezin op het veld. Als we net zo mooi ouder worden als Bløf, is dat geen probleem. We zien ze over nog eens twaalf jaar dan ook graag weer hier: 2030, zelfde plek, zelfde zonnetje, zelfde biertje en nog altijd even veilig.

Het is opmerkelijk dat ook Blaudzun dit jaar pas voor de tweede keer op Pinkpop staat, want Johannes Sigmond is bij uitstek een act voor dit festival. Over de koers van zeven platen heeft de singer-songwriter zich ontpopt tot een soort poldervariant op Arcade Fire. Net als Win Butler heeft Sigmond ook een heel leger aan muzikanten op het podium, die allemaal in hun eigen wereldje staan te spelen, maar waar de energie en het speelplezier vanaf spat. En net als bij de Canadezen is ieder nummer groter dan groots, met alleen het Springsteen-esque One Way Ticket_ als rustpunt. De al vanaf het eerste nummer aanwezige euforie bereikt zijn hoogtepunt bij meest recente single _Hey Now. Dat dat tegelijkertijd ook het meest holle en oninteressante nummer is wat Sigmond ooit uit zijn pen kreeg is jammer, maar gelukkig voelen hij en zijn band zich daarna vrij om wat meer het experiment op te zoeken. Zo is een uitgesponnen, op groovy synths leunende versie van Mud een heerlijk hoogtepunt. Hoewel de tent gestaag leeg loopt zodra de show van Lightbody en co op de main op het punt van beginnen staat, bewaart Blaudzun gelukkig wel het mooist voor het laatst. Het euforische Promises Of No Man’s Land kunnen we inmiddels wel uitroepen tot de Nederlandse Rebellion (Lies) en galmt nog lang in de tent na als het podium al leeg is. Het hoeft wat ons betreft niet nog eens vijf jaar te duren voordat Blaudzun terug mag komen naar Landgraaf.

Een ereplek voor Snow Patrol, als kicker op Main, hoewel de band in 2009 het festival nog afsloot. Maar dat waren andere tijden voor Gary Lightbody en consorten. De zanger verloor zich een tijdlang in depressies en verslavingen en Wildness, de opvolger van succesplaat Fallen Empires liet maarliefst zeven jaar op zich wachten. Nu heeft Lightbody het licht gezien en treedt hij Landgraaf tegemoet in een roze shirt en een onverwoestbare glimlach. Snow Patrol speelt vandaag op safe en laat zich alleen van de wijs brengen door de pogingen om Happy Birthday te zingen voor de wat verlegen zanger, die schromend toegeeft inderdaad ‘on this day’ geboren te zijn, ‘and not yesterday’. Veel aandacht besteedt hij duidelijk liever niet aan dit heuglijke feit, al trakteert Snow Patrol ons vandaag wel degelijk op een geijkte greatest hits set met daarin slechts twee nieuwe nummers (opvallend: de beide blikvangers van Wildness ontbreken). Lightbody’s innemende persoonlijkheid reikt ver, de band brengt als vanouds een kraakhelder, ruimtelijk geluid voort, maar mist in al Gary’s hervonden gelukzaligheid helaas iedere punch of opwinding. En zo glijdt de terugkeer van het grote Snow Patrol over de hoofden heen, de zwoele lucht in, naar een plek waar alleen de boomlange zanger zelf bij kan.

Look at you, you’re all so fat and thin!’, verzucht The Offspring-frontman Dexter Holland. Dat kunnen we van hem en de rest van zijn band niet meer zeggen. Belangrijker is dat ze nog wel spelen alsof ze dat zijn. Dat we er enige goede wil voor nodig hebben om te zeggen dat het een decennia geleden is dat zijn band iets relevants heeft uitgebracht, mag de pret ook niet drukken. Vanaf opener Americana gaat de vlam goed in de pan. Oudere jongeren die de hoogtijdagen van deze punks nog bewust hebben meegemaakt en jongere jongeren die de band waarschijnlijk alleen kennen omdat het intro van Self Esteem lijkt op Bad Romance van Lady Gaga; op deze show van The Offspring kan iedereen losgaan. Ieder nummer is wel mee te schreeuwen en het is allemaal precies hard genoeg om lekker op te kunnen moshen, maar nooit zo heftig dat iemand zich ook maar een moment onveilig hoeft te voelen. Als we gitarist Kevin ‘Noodles’ Wasserman op zijn woord moeten geloven – en hoe kunnen we anders met zo’n naam – telt het veld halverwege veertien individuele pits, en groeit dat aantal alleen maar naarmate de show vordert. The Offspring verbroedert, dus dan maakt het eigenlijk ook niks uit dat Holland met een solo piano-intermezzo de plank volledig misslaat of dat de schijtlolligheid nooit ver te zoeken is. Voor een uurtje lang zijn we allemaal eventjes pretty fly, for a white crowd.

We moesten er twee dagen op wachten, maar Pearl Jam is weer in het land. Wist U dat deze derde doortocht op Pinkpop slechts hun eerste keer is als headliner? In ’92 stond de band, op moment van doorbraak, natuurlijk nog niet bovenaan de affiche (zij het wel vrij hoog, onder slechts The Cult en Lou Reed), in 2000 moesten ze het Legendarische Live en de Mythische Moby nog boven zich dulden. En dat terwijl hun show in ’92 stante pede een klassieker werd, een ijkpunt in de Pinkpophistorie. In de afgelopen achttien jaar diende de grote vraag zich steevast aan: komen ze? En ‘ze’, dat was natuurlijk Pearl Jam, na die ene, keiharde landing van destijds onlosmakelijk met het festival verbonden. Welnu, het is zover. Eddie Vedder en co sluiten een Nederlandse week af op de gewijde grond waar het ooit allemaal begon en de verwachtingen zijn torenhoog. Gooien ze, na tweemaal Ziggo Dome, de setlist weer helemaal om? Draagt Eddie, net als op de vorige twee Pinkpops, weer een Tivoli-shirt? En, wie weet, springt ie misschien toch, als ie eenmaal weer in z’n eigen footsteps van weleer staat? Om even over half tien worden de vragen beantwoord, als Pearl Jam er in vliegt met Interstellar Overdrive en Corduroy.

Ja, het Tivoli-shirt is present. En nee, die setlist dubbelt het eerste uur toch wel erg met die van Ziggo Dome nummer 1. En waar de Amsterdamse zaal, gevuld met die-hard fans van over de hele wereld, aanvoelde als een warm bad, moet Pearl Jam op Pinkpop toch eerst nog wat baantjes trekken voor ze deze Olympic sized swimming pool van Landgraaf op temperatuur hebben. Tuurlijk, we vergelijken nu appels met, wel, een heel ander soort appels, maar het duurt even voordat Pearl Jam de metamorfose heeft gemaakt van hard werkende headliner voor een groot veld naar de grote, vriendelijke reus die z’n armen in één keer om iedereen heen slaat. Toch lukt dat, geholpen door het invallende donker en Eddie die al praatjesmakend het gat tussen podium en eerste rij steeds kleiner maakt. Hoe overbrug je die afstand? Tja, Ed weet wel wat maar doet ’t wijselijk niet. Als het briesende Lukin (niet gespeeld in Amsterdam, net als Nothingman en Hail, Hail even tevoren) na anderhalf uur overgaat in Porch – het nummer waarbij hij 26 jaar geleden De Sprong waagde – zoekt Eddie al loerend de flanken op, hupst handig de eerste rij tegemoet en maakt na een zachte landing alsnog een rondje publiek. Na het monumentale Black doet Ed dan eindelijk een boekje open over wat er in ’92 gebeurde: hij heeft deze week de cameraman van dienst ontmoet en voelt zich ‘vergeven’: toen hij bovenop de kraan stond, was de cameraman vooral bang zelf gelanceerd te worden en hij schreeuwde niet naar Ed, maar naar de tegengewicht biedende grondtroepen. Zichtbaar opgelucht, zielsgelukkig zelfs, leidt hij zowel ‘zijn’ mannen als ‘zijn’ mensen vervolgens de grote finale in.

Wanneer Rockin’ In The Free World na dik twee uur wordt ingezet, heeft Pinkpop er een gedenkwaardige headlineshow op zitten. Als er melk in dat eerdergenoemde zwembad had gezeten, was het nu boter geweest, zó hard trekt Pearl Jam er aan om dit immense veld een stukje kleiner te maken – en ook aan de hoogste van alle verwachtingen te voldoen. Waar in de Ziggo Dome de vanzelfsprekendheid opviel ten opzichte van de maximale impact die Pearl Jam bewerkstelligde, is hun derde Pinkpop vooral een staaltje noeste arbeid gebleken. Het dankbare publiek gaat naar huis met een gloedvolle reprise van ’92 op zak (Once, Even Flow, Alive, Porch, Jeremy, Why Go, Black en Rockin’ In The Free World knalden destijds ook over het veld – en hoorden we nou net als toen een snippertje van Fugazi’s Suggestion, na Daughter?) en Pearl Jam heeft de zelfverklaarde ‘holy ground’ weer voor een tijdje gezegend. Pinkpop kan dankzij de verse voetstap van z’n verloren zoon weer even vooruit. En het zal vast geen achttien jaar duren eerdat nummer vier in de boeken gaat. Wij gokken op 2030 – liefst gewoon weer met Bløf.

Door Willem Bemboom en Reinier van der Zouw / Fotografie: Paul Barendregt

Gezien 15 juni 2018, Megaland, Landgraaf

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Kijken: Dave Grohl zingt liedje met zijn vrienden Elmo en Big Bird
video

Kijken: Dave Grohl zingt liedje met zijn vrienden Elmo en Big Bird

Dave Grohl was te gast in Sesamstraat. Ter plaatse rekruteerde hij twee nieuwe rockvriendjes om met hen het nummer Here ...
'Een carrière lang de horror van het leven in muziek proberen te vangen en dan gebeurt je dit'
achtergrond

‘Een carrière lang de horror van het leven in muziek proberen te vangen en dan gebeurt je dit’

‘Rock & roll is dood, morsdood.’ Ghosteen kan dan wel overal vijf sterren krijgen, dát was wel mooi de eerste ...
tool press 2019
nieuws

Tool brengt ‘Fear Inoculum’ opnieuw uit in goedkopere versie

Na een uitgebreide cd-box eerder dit jaar brengt Tool nu een tweede uitvoering uit van Fear Inoculum. Een budgetversie, zeg ...

Recensie: Pinkpop dag 1: Pearl Jam als verloren zoon (concert) | OOR