concert

Pinkpop dag 3 met o.a. Fleetwood Mac, Bastille, Slash

Pinkpop viert dit weekend z’n vijftigste editie en OOR is van de partij. Drie dagen lang nemen we je mee over het terrein in Landgraaf, langs de highlights, de bijzonderheden en overige feestelijkheden. Op de laatste Pinkpopdag vechten eigentijdse talenten, ronkende gitaren en levende legendes om de aandacht – al spelen de weergoden uiteindelijk de hoofdrol.

Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen. ‘Zwemspullen mee’, gokten we gisteren nog wat weerbarstig. Het geintje komt ons duur te staan, want het is inderdaad slechts water, water en nog eens water op deze derde Pinkpopdag. Warm is het nog wel, als Jett Rebel om half twee in de middag de Mainstage aftrapt. Plakkerig, broeierig, benauwd. Net als vijf jaar geleden, toen Jelte Tuinstra op het tweede podium mocht beginnen, in z’n witte kloffie, met Woodstock-veteraan Larry Graham op de koffie. Ook vandaag moeten we een beetje aan de Moeder Aller Festivals denken, terwijl Jett Rebel in z’n zalmroze ochtendjas over het podium raast: hij speelt met een powertrio en vuurt de ene na de andere splijtende riff af op de vroegkomers, alsof I’m Going Home van Ten Years After in z’n achterhoofd zit. De atmosfeer verraadt dat er net als in 2014 (en 1969, for that matter) onweer in de lucht zit, al laat de veelzijdige Rebel in een speels setje van een klein uur horen voor de duvel niet bang te zijn. Hij soleert en improviseert op piano en gitaar, besluit gewaagd doch geslaagd met een lange instrumental, terwijl hij toch handig grote aanknopingspunten als Louise en Tonight in het pakket heeft verstopt. ‘I’m trouble’, zingt hij plagerig vanachter de piano. Een blik op de weer-app leert dat hij gelijk heeft: vandaag is rood de kleur van de radar. Borsato zou er een liedje over kunnen maken.

In 1975 waren het Red, White & Blue, Nazareth, Kevin Coyne en Jack Bruce die het Pinkpopveld vol trokken – en het weer was kil maar droog. Hoe anders is het als The 1975 anno 2019 het hoofdpodium op stapt, want precies dan breekt de donkere wolk boven het terrein open. Niet de mobieltjes, maar de poncho’s komen tevoorschijn, wat frontman Matty Healy op z’n minst een aardige vervolgstudie op moet leveren voor de opvolger van laatste album A Brief Inquiry Into Online Relationships. De inhoud van die sociaal-culturele zedenschets van de digitale mensheid gaat als je The 1975 aan het werk ziet echter naar de achtergrond en ook de glanzend gepolijste melange van stijlen lijkt live vooral een vehikel: dit is de grote Matty Healy show. Hij heeft in al z’n grilligheid wel iets van Pete Doherty, zoals hij, fladderend wit hemd, hoedje op ’t warrige kapsel, over het podium zwalkt. ‘Wat is dat voor sigaret?’, vraagt een meisje in het voorvak aan haar moeder. ‘Een echte’, antwoordt mams bezorgd. Die heeft dochterlief kennelijk nog nooit gezien, maar voor Healy lijkt het een onmisbaar element van z’n act. Kijken naar The 1975 is een beetje als skypen met een goede vriend in plaats van samen een pint pakken: leuk om elkaar even te zien en spreken, het bijbehorende gevoel is echter ver te zoeken. En daar kan die tot in de puntjes verzorgde set – die met Robbers, Chocolate, Sex en The Sound toch nog wat uit de sfeer van de laatste plaat wordt getrokken – weinig meer aan veranderen. The 1975 biedt evenveel kleuren als de poncho’s op het veld, het vele roze er tussenin maakt het geheel echter té pastel om er uit te knallen.

Een volle tent onthaalt The Pretenders, wat natuurlijk geen wonder is met zulk pestweer. Chrissie Hynde is in het kielzog van afsluiter Fleetwood Mac meegekomen en heeft al een Pinkpopspeldje op de revers: in 1984 stond ze in Geleen, toen ook al met Martin Chambers op de drums en Message Of Love, Kid, Back On The Chain Gang en Middle Of The Road op de setlist. Hynde heeft de tand des tijds qua looks en vocalen bijzonder goed doorstaan, oogt vooral strijdbaar maar maakt naast ‘great to be back’ weinig woorden vuil aan haar terugkeer naar het Pinkpoppodium. Als blijkt dat wachten op Brass In Pocket vergeefs is, haasten we ons toch maar naar de overkant, om nog een staartje van Tenacious D mee te pikken. En het blijkt the tail of the devil, want het veld bij de IBA Parkstad Stage wordt net getrakteerd op the best song in the world. Jack Black en Kyle Gass hanteren al twintig jaar dezelfde schtick, met komische een-tweetjes, aartsflauwe humor (een dag na Die Antwoord wéér grote piemels in het decor op noord, nu als torens in een kasteel) en akoestische gitaren, ook al is er voor de draagkracht ook een volledige band voorhanden. Tot op de millimeter gescript en naadloos uitgevoerd (Black heeft als Hollywood-acteur een natuurlijk oog voor de camera, of zouden de mannen een eigen filmcrew hebben meegenomen?) biedt Tenacious D plat entertainment zonder boodschap of diepgang. Een act die je ter plekke consumeert en niet mee naar huis neemt, al is het wel een lekker tussendoortje wat deze Bassie & Adriaan van de rock & roll het doorweekte veld op slingeren. Zoals een Big Mac soms net even de opsteker is die je nodig hebt – oei, laat dat Chrissie Hynde overigens maar niet horen…

Slash zet de schuiven van z’n versterkers open en de hemelpoorten doen hetzelfde. De miezer van het afgelopen uur wordt weer een joekel van een bui, met bliksem en al. Zou ie, inhakend op de elementen, Thunderstruck even inzetten? Hij kent de nieuwe zanger van AC/DC immers al te goed. Maar nee, Slash, Myles Kennedy en de Conspirators houden het bij de orde van de dag en dat is Living The Dream, de wat cynisch getitelde plaat die vorig jaar verscheen. Slash trekt, als meest herkenbare, bonafide rockster van deze dag, onder dezelfde omstandigheden meer volk naar buiten dan The 1975 twee uurtjes geleden. Of de wereld om hem heen hém ook bereikt, is echter al dertig jaar een raadsel, onder die grote hoed en eeuwige zonnebril. Nightrain is, heel toepasselijk, het enige stuk van Guns N’Roses dat voorbij dendert, voor World On Fire komt de oplossing vanmiddag gewoon uit de lucht vallen en met Anastasia krijgt het trouwe, natgeregende publiek eigenlijk pas z’n tweede grote muzikale herkenningspunt. Op z’n vorige Pinkpops stond Slash steevast weggestopt op noord, met Greatest Hits-sets die voor de helft uit Guns N’Roses en Velvet Revolver bestonden. Nu eindelijk op het hoofdpodium blijft de gitaargod op uitstraling en stootkracht wel degelijk overeind, maar ontbreekt de munitie voor een echte klapper. Want die komen vanmiddag hoofdzakelijk uit de lucht.

Het is moeilijk te peilen of Duncan Laurence, winnaar van het Songfestival, ook zonder de regen een volle tent had getrokken. Waarschijnlijk wel – het Pinkpoppubliek is lang niet zo alternatief meer als vroeger en tolerant bovendien, getuige de massale opkomst voor Armin en Borsato, exact achttien uur geleden. Nog voor z’n eerste clubtour een feit is mag Duncan dus meters maken op Pinkpop, als een soort uit de kluiten gewassen showcase. Niemand kent iets anders dan Arcade, dat de set dan ook onder veel gejuich afsluit, maar in het tussenliggende uur lijkt Duncan de aandacht toch vast te houden met een mix van naar Haevn, Dotan en een mespuntje Kensington neigende gevoelspop, eigentijds en stemmig, zonder uitschieters naar boven of beneden. Uiteraard tot op de millimeter nauwkeurig ten uitvoer gebracht, zowel qua beeld als geluid, met een van oor tot oor stralende mentor Ilse DeLange in de coulissen. Wat het popcircuit betreft is Duncan geslaagd voor z’n examen, terwijl de rijlessen nog moeten beginnen.

Dan Smith treft het, met een plaat getiteld Doom Days die deze week uitkomt. We hoeven maar om ons heen te kijken om de vele gradaties van doem en verderfenis in onze levens op te roepen: de Grote Boze Wereld mag hier dan voorbij de roze poorten nauwelijks doordringen, maar het totaal verzopen terrein sluit helemaal aan bij de dreigende, zwaar aangezette indie-synth waar Bastille ons vanaf de Mainstage in onderdompelt. We tellen drie nieuwe songs in de in aktes opgebouwde set, maar de toon is meteen gezet: tussen de nummers door tikt de klok (Waar naartoe? Is het twee voor twaalf? Of juist tijd voor verlossing? Niemand die het precies weet…) en Smith ijsbeert in z’n legerjasje als een commandant op wacht. Gelukkig zet Bastille de – relatieve – lichtpunten strategisch in: Things We Lost In The Fire en Happier (de hit met Marshmello) geven de set wat vaart, bij Of The Night (waarin Snap!’s Rhythm Is A Dancer overgaat in Corona’s Rhythm Of The Night) laat Dan Smith het veld nog harder springen dan David Lee Roth gisteravond tijdens Jump en het donkere uurtje eindigt energiek met de twee grote hits Good Grief en Pompeii. Het lukt Bastille als eerste om het behoorlijk volle veld de regen te doen vergeten. Het is een beetje alsof je een arm breekt, denken we, terwijl op de helling naar de uitgang een meneer keihard uitglijdt over een pizzapunt. Het lijkt ’t ergste wat je kan overkomen, maar als het eenmaal zover is, leer je er mee leven.

Tradities zijn er om doorbroken te worden, zo leert de opkomst van Fleetwood Mac. Het is droog, als meer dan tien minuten voor tijd de boomlange Mick Fleetwood al voor onze neus staat. En ineens klinkt daar The Chain, terwijl de rijen voor bars en voer zich gehaast richting podium spoeden. De legendarische bluesband van weleer, in 1971 al te zien op Pinkpop in Geleen, doet een korte Europese tournee van slechts zes data en het is de eerste keer dat Nederland de nieuwe incarnatie te zien krijgt. Het verhaal is bekend: blikvanger Lindsey Buckingham ruimde anderhalf jaar geleden het veld, op het podium komen daar nu Neil Finn (Crowded House) en Mike Campbell (Tom Petty’s Heartbreakers) voor in de plaats. Beiden kennen het Pinkpopmeisje overigens nog van vroeger: Finn heeft het hier in ’94, op de 25e editie, al flink zien regenen en Campbell opende in 1977, met zijn oude broodheer. Maar Mick Fleetwood, John McVie en Christine McVie gaan het langst terug; zij stonden 48 jaar geleden al op de steigerplanken voor het Burgemeester Damenpark. Toen nog met Bob Welch en Danny Kirwan op de flanken, nu dus met Finn, Campbell en, als enige Pinkpop virgin, uitgerekend Stevie Nicks als blikvangster.

71 is ze nu, Mick Fleetwood noemt haar bij de introducties ‘the eternal romantic’ en dus is het logisch dat ze ook op deze respectabele leeftijd nog openstaat voor een nieuw avontuurtje. Zelf is ze een beetje geschrokken van de regen, ‘because we’re, like, from California’. Maar met Christine McVie sinds een paar jaar weer aan haar zijde slaan de ‘pink pop power puff girls’, zoals ze het zelf noemt, zich wel door de elementen heen. Nicks draait en wiegt, skipt de hoge noten, maar zit beter in haar vel dan haar sister in arms Christine, die nauwelijks op haar gemak oogt en zich ondanks de nodige leadpartijen (Little Lies, Say You Love Me, Everywhere) maar niet warm lijkt te zingen. De set zit gebeiteld, daar wordt de gehele tournee niet van afgeweken, al loopt de diesel na twee shows nog niet als gesmeerd. Mick Fleetwood straalt, grijnst en grimast, maar moet soms aan het uiterste trekken om de boel op gang te houden. Aan de energie ligt het niet: in z’n circusachtige drumsolo, inclusief oerkreten en andere gek-aanstekerij, begrijpen we dondersgoed waar de makers van The Muppets de inspiratie voor Animal vandaan haalden. Het is voor een band die gewend is in comfortabele zalen met aandachtige luisteraars op te treden, echter geen koud kunstje om een moegestreden, doorweekt festivalpubliek met reeds drie dagen in de benen aan zich te binden.

Dat dat Fleetwood Mac toch lukt, ligt dan ook vooral aan de Pinkpopgangers zelf. Ze willen zo graag een magische afsluiter van dit vijftigste festival en daar zullen ze dus hun best voor doen. De eeuwigheidswaarde van de muziek – en de reikwijdte van een bekende klank – zorgt ervoor dat Fleetwood Mac niet hoeft te overrompelen om toch te plezieren. Hele ouwe ouwetjes als Black Magic Woman (waarvan Nicks kennelijk zelf niet eens wist dat ’t er een van hunzelf was) en Oh Well, een flinke scheut succesnummers uit die roerige late seventies (zeven van Rumours, vijf van Fleetwood Mac) en zelfs nog wat spotlights voor de nieuwe krachten (Don’t Dream It’s Over van Crowded House halverwege en Petty’s Free Fallin’ in de toegift) maken een setlist om door een ringetje te halen. Van de krakers zakt Rhiannon als een plumpudding in elkaar na een gemiste gitaarsolo, waar tegenover staat dat Go Your Own Way en afsluiter Don’t Stop het uitgeputte veld zowaar nog even in beweging krijgen.

En zo schudden we de druppels van ons af en beginnen we te denken aan de dag van morgen. Dan begint Pinkpop aan z’n vijftigste levensjaar – want anders dan bij verjaardagen begint de teller bij gebeurtenissen op 1 in plaats van nul. Na een doorsnee eerste festivaldag en een amusante galavoorstelling op dag twee, is de regen de grote spelbreker op de Pinkstermaandag – een dag waarvan Pinkpop bij deze voor de komende tien jaar afscheid zal nemen om de kans op een beter programma te vergroten. We gunnen het de organisatie van harte, want niemand kan ontkennen dat dit jubileum niet is wat het had kunnen of moeten zijn. De jonge aanwas heeft de vuist in de maak maar moet nog leren slaan, de oude garde maakt indruk met uitgekristalliseerde successen. En zo is Pinkpop 2019 een editie waarbij meer herinneringen worden opgehaald dan dat er nieuwe worden gemaakt. We noteren de brutale Earring, het razende Rowwen Hèze, het hartverwarmende Krezip, de bloedstollende Cure en toch ook het historische Fleetwood Mac als de hoogtepunten. Ja, we hebben het allemaal al eens eerder gezien. Toch was het mooi dat ze er waren, hier, in Landgraaf, als een driedaags, levend plakboek. And we’d love to see them again. Maakt niet uit waar, of wanneer. Want deze vijftigste Pinkpop bewijst: er is altijd een volgende keer. Don’t stop thinking about tomorrow. En is het volgend jaar, als Pinkpop 1970 vijftig jaar geleden is, niet gewoon opnieuw feest? Clown Bassie zei het al: er is maar een ding lekkerder dan een slagroomtaartje: twee slagroomtaartjes. Wat er ook gebeurt, altijd blijven lachen. Tot de volgende keer maar weer.

Fotograaf: Paul Barendregt

Gezien: 10 juni 2019, Pinkpop, Landgraaf

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Muse zit vast in z’n eigen spelletje, blijkt in Ziggo Dome
concert

Muse zit vast in z’n eigen spelletje, blijkt in Ziggo Dome

De reguliere ‘stadionshow’ van Muse in het Nijmeegse Goffertpark is nog geen drie maanden geleden, maar voor Nederland heeft de ...
Daniel Johnston (1961-2019): als een bang kind in het donker
nieuws

Daniel Johnston (1961-2019): als een bang kind in het donker

Daniel Johnston, held van vele beautiful freaks in de popmuziek, is overleden aan een hartaanval. Dat nieuws bracht de lokale krant ...
Ayreon in 013: kasteelheer Lucassen verbindt werelden
concert

Ayreon in 013: kasteelheer Lucassen verbindt werelden

Zijn glimlach aan het eind van de avond had niet breder kunnen zijn. Het was er een van grote tevredenheid ...

Recensie: Pinkpop dag 3 met o.a. Fleetwood Mac, Bastille, Slash (concert) | OOR