concert

Pinkpop dag 3: van de roze hoed en de zwarte rand

De 49ste editie van Pinkpop vond dit weekend weer plaats in Landgraaf en OOR was alle drie de dagen van de partij. Zowel op het veld (drie dagen lang verwelkomde de OOR-stand duizenden platenkopers, signerende artiesten en andere well wishers naast de IBA Parkstad Stage) als middels de pen, bezorgen wij je alle highlights van Nederlands grootste festival op een presenteerblaadje. We zijn alweer bij dag drie, met onder meer Bruno Mars, Editors en Oscar & The Wolf.

 

Hoe is het mo-ge-lijk? Ongeloof overheerst als we op de vroege ochtend na de laatste Pinkpopdag het oog op de wereld openen: een aanrijding bij Camping B, met tot dusver één dode en drie zwaargewonden tot gevolg. ‘Hier ben ik veilig’, zong Paskal Jakobsen afgelopen vrijdag nog en dat besef daalde nog eens extra in, daar op het zonnige veld, waar al tientallen jaren niets of niemand ons raken kon. Zelfs, nee, vooral de laatste jaren niet. Even in de rij staan voor grondige fouillering? Geen probleem. Geen rugzakken mee op het terrein? Jammer, but it’s for the best. En buiten de hekken waakt een cordon aan afzettingen traditiegetrouw over de Pinkpop-periferie. Ons viel ditmaal zelfs een stevige barricade dwars over de Hofstraat op, die de zuidelijke toegang manmoedig versperde. We fietsten er vrolijk omheen – gelukkig was het slechts uit voorzorg. Toch? In de zondagnacht maakte een wit busje van een kleurrijk affiche echter een zwarte dag. We ruilen Bløf’s Hier als lijflied bij deze in voor het troostende Omarm, onder luid protest, want Pinkpop is geen Altamont en roze hoedjes behoren geen rouwrand. Het Pinkpopmeisje huilt, waar het 49 edities lang heeft gelachen. En vanuit het diepste donker van de nacht denken wij terug aan de dag.

Landgraaf – the day before. Het is bewolkt en een graad of zeventien terwijl het terrein al vroeg vol stroomt. Niks geen leegloop onder de gitaarbeesten onder ons, ook Bruno Mars trekt de massa naar het Pinkpopterrein. Zo even werd het grootste mysterie van deze editie opgelost: waarom hangt het bordje ‘uitverkocht’ niet aan de deur, met headliners van dit kaliber? Gisteren bij de Foo Fighters was het druk, vrijdag met Pearl Jam leek het terrein zelfs overvol en toch bleef dat magische woordje alsmaar uit. Het blijkt een bewussie, om de zwarthandel tegen te gaan: op weekendkaarten zat wel een limiet, op dagkaarten niet en er waren ook nog eens tienduizend kaarten extra per dag beschikbaar. Zeventigduizend dus, op de eerste dag – dag twee kende slechts drieduizend passanten minder. Geen wonder dat de parkeerplaatsen zo ontoereikend waren, de wegen zo vol en de faciliteiten zo zwaar belegerd. De infrastructuur is al jaren zestigduizend man gewend en krijgt dit weekend zo’n vijftien procent extra gewicht voor de kiezen. Nét iets teveel, op dag één. Een dag later bleken er maatregelen genomen – bovendien waren de weekendgangers gearriveerd, ingecheckt en ook een tikje katerig – en liep alles vlot door. En nu zijn we alweer op de laatste dag aanbeland en wandelen we rustig naar de IBA Parkstad Stage, voor een heuse zondagse gospelbrunch.

Michelle David schudt de vroegkomers wakker met haar vlammende soulrevue. Toeters en bellen heeft ze niet nodig (blazers wel, plus de rest van haar Nederlandse, losjes in pak gestoken band) om het veld ondanks het wolkendek in het zonnetje te zetten. We heffen de handen vast voorzichtig ten hemel, tekens van boven zagen we gisteren al genoeg, maar als de Heer zelf niet door de sluier breekt, nemen we graag genoegen met de zegen van Michelle. We are blessed – en klaar voor de rest.

Ronnie Flex opent op Main met zijn Deuxperience en het contrast met zijn rappende collega van vrijdagmiddag kan niet groter zijn. Flex is wél op tijd, wiegt er bescheiden in met In De Armen Van Een Engel en toont zich oprecht dankbaar, op het ontwapenende af. ‘Ik ben een beetje zenuwachtig’, biecht hij op, terwijl de prijsnummers van Rémi en NORI soepeltjes over het veld glijden. Geen geschreeuw of patsergedrag, zelfs geen drank of drugs. Ronnie Flex vindt Pinkpop lief en wij hem – alleen de cirkelpit aan het eind hebben we vrijdagmiddag bij z’n mattie ook gezien. En verhip, Omarm van Bløf hoorden we twee dagen geleden ook al vanaf dit podium. Het blijkt z’n nieuwe single, kundig geFlext, zelfverzekerd en toch breekbaar. Zo is Ronnie Flex een voorbeeld, niet alleen voor z’n strijdmakkers in de Nederlandse hiphop, maar vooral ook voor de vele kids in het voorste vak. Want deze ochtend lijkt soms toch wel wat op een kindermatinee.

Als we Ronnie Flex even later in de tent op zien duiken bij Maan (van The Voice Of Holland) voor hun gezamenlijke hit Blijf Bij Mij, staan er drie hummeltjes te dansen op het podium. Het is zelfs dringen geblazen in de Brightlands, omdat vooral het jongste contingent rechtstreeks oversteekt van Main naar tent. Daar zien ze dat meisje van de televisie over het podium huppelen in een roze niemendalletje, heupwiegend, haar zwarte beha flashend, met een grote oma-bril op het hoofd. Terwijl de hitparadepopliedjes over de hoofdjes heen vliegen en de kids ongecompliceerd zingen en springen (want ze zijn zo blij), kijken de bezorgde moeders met een schuin oog naar de plotseling wel erg oplettende vaders. Dit is niet het vaderdagcadeautje dat ze in gedachten hadden – al pakt het kleine uurtje qua animo wel goed uit. Zwemspullen mee, je wordt thuisgebracht, en eet je snoepzak niet in één keer leeg.

Geheel in lijn met de afsluiter is het vandaag op enkele uitzonderingen na pop wat de klok slaat op de grotere podia. Het Duitse Milky Chance scoorde een paar jaar geleden een hit met Stolen Dance en raakte daarna direct weer in de vergetelheid. Vandaag staat het duo versterkt met wat extra personeel op het podium als een volwaardige folkpop-band, maar dan wel één waar af en toe een tropical housebeat om de hoek komt kijken. Dat klinkt onuitstaanbaar, maar vanwege de zonnige, aangenaam voortkabbelende songs is het best te doen. Zanger Clemens Rehbein lijkt wel Marcus Mumford met een kater – en dan niet eentje met vier poten – al kan hij gelukkig wel een aardig robbertje gitaar spelen. Bijster interessant wordt het geen moment, het veld leeft natuurlijk pas op wanneer De Hit voorbij komt, maar shows van dergelijke one hit wonders kunnen ook véél saaier zijn. Prima act zo op de Pinkpop zondag, reken er echter niet op dat je je er nog iets van herinnert als je het terrein af loopt.

Bij Jessie J zal dat net iets anders liggen. Waar je van het Britse hitkanon op het podium een vastomlijnde popmachine zou verwachten, met alle verplichte nummers van dien, legt Jessie toch een voorstelling met vooral menselijke trekjes op de mat. Ze heeft op het podium een groot hart, letterlijk en figuurlijk, waardoor je haar tot in de achterste hoeken van het veld tegen het rode gevaarte af ziet steken in haar blauwe glitterpants. Op persoonlijkheid scoort ze punten, muzikaal houdt ze de aandacht wat moeilijker een heel uur vast, door veel rustig werk van nieuwste album R.O.S.E. op te voeren. Gewaagd, doch niet altijd geslaagd. Prijsnummers als Bang Bang en Price Tag trekken de set uiteindelijk toch naar een inhoudelijke voldoende. Jessie J is duidelijk meer dan die ene hit, maar trekt toch de meeste aandacht met haar performance en presence. Die innemend is en ver reikt, dat dan weer wel.

Wie toch wil knallen, steekt gewoon even door naar Stage 4. The Overslept doet zich graag voor als een hele stoere band, maar stiekem staan de wijzers van de klok ook in stage 4 op pop ‘o clock. Het woordje pop staat natuurlijk niet voor de sier in de genreaanduiding poppunk. Dat is overigens helemaal niet bedoeld als kritiek, want de songs van deze Hilversumse knullen gaan er vanmiddag in als zoete koek. Hoewel de tent niet vol staat, voelt het toch alsof Stage 4 al te klein is. Dat ligt evengoed aan de veelal stadionwaardige refreinen – dat van Ready To Go voorop – als aan de production values. De vlammenwerpers en de lichtshow zijn nu nog wat bescheiden, ga er maar rustig vanuit dat die over de jaren heen allebei stukken groter zullen worden, The Overslept heeft namelijk genoeg potentie om serieus door te groeien. Om dat waar te maken mogen ze er nog wel wat goede songs bij schrijven – nadat hit Stolen Car ongeveer halverwege voorbij komt hebben de jongens al hun kruit wel verschoten – maar reken er maar op dat we ze nog vaak terug gaan zien in Landgraaf.


Zou Sem Jonkhout van The Overslept fan zijn van Brian Fallon? Eerstgenoemde zingt namelijk over de achterbank van een gestolen auto, op In The Backseat van The Gaslight Anthem bezingt Fallon juist de achterbank van een burned out car. Vanwege de tiende verjaardag van het album  The ’59 Sound – waar dat nummer de slottrack van is, komt The Gaslight Anthem deze zomer weer eventjes bij elkaar voor een tour. Maar eerst staat de grote kleine man nog met zijn begeleidingsband The Howling Weather op Pinkpop, waar hij bijzonder goedgemutst is. Shows van Fallon, zowel solo als met Gaslight, kunnen nog wel eens plichtmatig over komen, maar vanmiddag lijkt hij het uitstekend naar zijn zin te hebben, wat zich uit in een heerlijk rauwe classic rockshow. Want hoe vrolijk Fallon tussendoor ook is, hij bezingt in songs als Forget Me Not en Little Nightmares zijn misère op zo’n manier dat je er onmogelijk niet in meegesleept kan worden. Hoewel, een groot deel van het publiek lijkt toch immuun voor zijn charmes, aan het eind van de show kan je makkelijk een rondje door het achterste gedeelte fietsen. Daar staat tegenover dat het publiek vooraan met de minuut meer verbroedert; de vuisten of handen gaan steeds vaker in de lucht en af en toe wordt er zelfs een voorzichtig traantje weggepinkt. Voor wie ook maar een greintje liefde voor gitaarmuziek in zijn hart heeft is deze show een onvervalst hoogtepunt.

The Kooks zijn ziek! Arme Kooks. Dus daarom werd Di-rect gebeld, rechtstreeks uit Du Haag, die dit ereklusje graag even komen opknappen. Tweemaal eerder zagen we Spike en kompanen op Pinkpop, allebei in het vorige decennium, toen Tim Akkerman nog zong in Di-rect. Voor Marcel Veenendaal is het de eerste keer op het grote Pinkpop-podium en hij kijkt in het rond alsof hij een prijsvraag gewonnen heeft. De puntige punkpop van weleer heeft alweer jaren geleden plaatsgemaakt voor een soulvolle variant van aloude rock & rolltradities, waarvan het geen wonder is dat die goed valt op de late middag van deze popdag. Di-rect heeft het verrassingselement, de gun-factor en ook de inhoud om een prestigieuze invalspot op het allergrootste podium dat Nederland rijk is naar hun hand te zetten. Na een knap uurtje laten ze een springend veld na, terwijl de schoenen van het wild gesticulerende, zowat in tranen uitgebarste gevoelsbeest Marcel door de eerste rijen vliegen. Hij dankt God, Luke Pritchard en het Pinkpopmeisje letterlijk op z’n blote voeten, voor deze unieke kans die met vlag en wimpel wordt benut. Want dat Di-rect veel meer losmaakt dan de wat uitgerangeerde Kooks ooit in deze setting was gelukt, moge duidelijk zijn.

Triggerfinger weet hoe het voelt om in te vallen – en hoe dankbaar dat kan zijn. Drie jaar geleden werd het Belgische rockmonster nog op het nippertje ingevlogen als vervanger voor Foo Fighters. En ze hadden ons gisteren ook best mogen opwarmen voor Dave Grohl en de zijnen, want Ruben Block en consorten tappen uit hetzelfde spierballenrock-vaatje. Daarmee brengen ze eenzelfde ontlading met zich mee als de Foos, maar vallen ze ook in een paar van dezelfde valkuilen. Triggerfinger heeft namelijk ook een drumsolo die véél te lang doorgaat en de Belgen zijn ook niet wars van een overbodige cover. Niet I Follow Rivers overigens, die spelen ze al lang niet meer. Nee, anders dan Foo Fighters hebben deze heren wél een special guest bij zich: Raymond van het Groenenwoud komt Je Veux De L’Amour zingen. Het is aardig druk op het veld, dus er is vast wel iemand die daar gelukkig van wordt, maar Triggerfinger is toch echt op zijn best zonder te veel poespas. Neem de zinderende uitbarsting in My Baby’s Got A Gun bijvoorbeeld, in dat soort momenten zien we een band in optima forma. Geen gastoptreden of drumsolo dat daar overheen komt.

Toen Editors vorig jaar voor de vijfde keer in zijn carrière op Lowlands stond, werd de band prompt gepromoveerd tot headliner. Op Pinkpop hebben ze met deze show diezelfde mijlpaal bereikt, maar wordt die eer ze nog niet gegund. Dat mag de pret verder niet drukken, want Tom Smith en consorten zouden het hoofdpodium zelfs om één uur ’s middags nog plat kunnen spelen. Met het openings één-tweetje Cold en Hallelujah (So Low), beiden voorzien van prachtige gitaaruitbarstingen, hebben ze het publiek eigenlijk al mee, het blokje aan hits wat daarop volgt gooit nog wat olie op het vuur. Smokers Outside The Hospital Doors, An End Has A Start en Formaldehyde; stuk voor stuk brengen ze het veld meer in vervoering. Even denken we Editors wel door te hebben, ze laten de wat moeilijkere, elektronischere nummers van laatste worp Violence grotendeels achterwege en schotelen Landgraaf een gelikte greatest hits set voor.

Niets blijkt minder waar, want in de tweede helft van de show verschuift de focus juist naar Violence. Darkness At The Door en Nothingness zijn nog redelijk licht verteerbaar, maar het titelnummer van de nieuwe plaat is voor een festivalweide best taaie kost; een rasechte slow burner die afkoerst op een climax die niet zou misstaan in het nachtprogramma op Lowlands. Door de theatrale voordracht van Smith en het uiterst strakke spel van de rest van de band werkt het wonderwel. De overgang in die climax naar het verstilde No Harm zorgt, in combinatie met de zeer toepasselijk dreigende wolken die zich gestaag boven het festivalterrein verzamelen, zelfs voor een kippenvelmoment dat je over de hele weide voelt. Als daarna grootste hit Ton Of Love ook nog eens in een uitgeklede akoestische versie voorbij komt, is maar weer eens duidelijk dat Editors verrassend veel risico’s neemt voor een band van zijn formaat. Nog zo’n risico: nieuweling Magazine als afsluiter na beproefde hekkensluiter Papillion. Het pakt goed uit allemaal. Editors kan op Pinkpop eigenlijk niks fout doen. De headlinerspot lonkt meer dan ooit tevoren. Zes keer is scheepsrecht?

Max Colombie is perfectionist, voor minder doet ie ’t niet, al zijn de omstandigheden als Oscar & The Wolf als afsluiter de IBA Parkstad Stage betreedt niet optimaal. Tegen het gewicht van de naderende headliner staat zelfs een status als grootste Belgische popster van de moderne tijd niet garant voor een uitpuilend veld, ondertussen koelt het ook nog eens af en dreigt een bui. Niet de gebruikelijke zwoele, geladen ambiance die de energie van Max het best geleidt, al is de jonge Brusselse zanger na alle triomfen en uitspattingen misschien ook wel weer eens aan een uitdaging toe. Wel, hij overwint het veld op uitstraling en klasse, mede een handje geholpen door de devote Zuiderburen die hem op de vloer al bij voorbaat adoreren. Als The Game onheilspellend over de noordkant uitwaaiert, beent Max onverstoorbaar vanuit de coulissen het plankier op, in glitterpak, loerend over een wit brilletje. Z’n diepe, nasale stem dreunt over de beats, hijzelf paradeert en pronkt en als het veld na een kwartiertje nog steeds niet helemaal los is, valt de sleutelzin van Exotic als een puzzelstukje in het geheel: ‘Don’t you want to have a little bit of fun?’ Hij moet er zelf bijna om lachen, al wordt de mystiek niet verstoord. Het confettikanon doet z’n werk in You’re Mine en bijna achteloos stapt Max in Runaway dan eindelijk de catwalk op: Pinkpop heeft toch nog wat in de benen en volgt de elastieken paringsdans van het stijlicoon vol overgave. Oscar & The Wolf en het publiek hebben elkaar gevonden en laten de flow ook niet meer los. Bezwerend, hypnotiserend, de trance alleen onderbrekend door de man in charge spontaan toe te juichen op een stil moment: verlegen ontdooit hij dan toch en lacht breeduit, de hobbel is genomen, de strange entity van weleer heeft zich ook nu weer pretty infinity in het vooruitzicht gesteld. En de Ziggo Dome bovendien, die in november waarschijnlijk een makkelijker klus zal worden dan dit koele, doch avontuurlijke avond-uurtje in Landgraaf.

Zoals altijd wordt het festivalterrein iedere dag bestormd door shirts van de headliner, dus zien we vandaag een stortvloed aan XXIVK Magic shirtjes van Bruno Mars voorbij komen. Eén bandshirt was echter onafhankelijk van de dag vaak te spotten: dat van Greta Van Fleet. Het is niet eens echt een mooi shirt, gewoon de naam van de band op een beige of zwarte achtergrond, soms gelardeerd met generieke bandfoto. Een groot deel van het publiek heeft deze Amerikaanse rockers dus duidelijk al omarmd, en dat terwijl ze nog maar één album met ongeveer een half uur aan materiaal uit hebben. Dat zit hem natuurlijk vooral in de sound en de uitstraling. Er zijn veel hedendaagse rockbands met een voorliefde voor Led Zeppelin, maar niet één komt doet zoveel aan die grootheden denken als Greta Van Fleet. Dat is op zich hartstikke leuk, maar het ontbreekt de band ook aan iedere vorm van een eigen smoel. Daar komt ook nog bij dat zanger Josh Kiszka niet alleen ‘meer als Robert Plant klinkt dan Robert Plant zelf’, aldus het programmaboekje, maar ook meermaals vervaarlijk dicht tegen Alvin and the Chipmunks aanschuurt. Het speelplezier en de virtuositeit spat er vanaf – we zijn nog geen tien minuten onderweg of er is al een gitaarsolo van dik drie minuten langs geweest – maar beklijven doet het allemaal geen moment. Nog even wat goede nummers schrijven die niet als een Led Zeppelin tribute act klinken, dan blijft het misschien langer dan een kwartiertje leuk. Want een échte rockband blijft langer hangen dan de suis in je oor duurt.

Pop is consumabel: je eet ’t ter plekke op en geniet, maar neemt het niet mee naar huis. Bruno Mars is als afsluiter van Pinkpop het schoolvoorbeeld van de hap-slik-wegcultuur in de hedendaagse muziek. De superstar-entertainer biedt een show als een toverbal, waarin alles beweegt, licht geeft, kleur krijgt en klópt – bovendien zal niemand zich er in verslikken. Waar Pearl Jam beklijft en zich in je ziel verankert, geeft Bruno Mars instant gratification en dat doet hij als geen ander. 24K Magic heet tour die alweer een jaar loopt en tot in de finesses gebakken zit: de danspasjes (meestal en bloc), de interactie met zijn band, de gesproken intermezzi, de vuurwerkshow die het toch al overweldigende geheel nog eens extra aanvuurt.

Wat voor Mars spreekt is dat hij geen maniertjes heeft. Z’n lach is ontwapenend en welgemeend, z’n uitstraling sympathiek en als ie al opschept, is dat door nóg een strak dansje of een achteloze, vlammende gitaarsolo te doen. ‘Hooligans 24’ staat er op z’n rode basketbalhemd – wel, van supportersgeweld hoeft Pinkpop niet te vrezen, want dat het veld anderhalf uur bomvol blijft spreekt vooral van clubliefde. Gefascineerd kijkt Landgraaf hoe de geboren Hawaiiaan veertig jaar aan funk, soul en pop in zich verenigt, als een soort lopende canon van de (swingende) muziekhistorie. En dat niet alles in beton gegoten is, bewijst Mars als hij, tijdens Calling All My Lovelies, de voicemail beantwoordt met ‘Ik wil je zien want ik mis je’, in accentloos Nederlands, nota bene overgenomen door z’n koortje. Popiconen die hem voorgingen (Pharrell, Bieber) wisten op diezelfde spot niet eens dat ze Amsterdam uit waren… Bruno Mars is een goeie peer met een gouden voorstelling, die na geijkte uitsmijter Uptown Funk naadloos overgaat in die andere vuurwerkshow: All You Need Is Love rolt uit de speakers, de 49ste Pinkpop zit er op.

‘Weet je nog, dat jaar met Bruno Mars?’ Nee, dat zullen we in de toekomst niet veel horen, hoe glansrijk hij de driedaagse ook afsluit. Pop(petje) gezien, kastje dicht en het speculeren over volgend jaar kan al beginnen: U2 komt niet, zo lezen we in de Limburgse pers, al staat de deur voor The Police wagenwijd open. Pinkpop heeft een vierdaags programma op het oog voor de vijftigste editie – en ook al valt het in 2019 in hetzelfde weekend als Best Kept Secret, deze intentie doet een overdaad aan beschikbare, niet te missen headliners vermoeden. Terwijl we de afzettingen aan de Hofstraat weer achter ons laten, passeren van Pinkpop 2018 genoeg memorabele momenten de revue: de glunderende Eddie Vedder, vergeven door de cameraman van De Sprong in ’92. De niet te stoppen Dave Grohl, wapperend met z’n lange manen. En terwijl de laatste vuurpijlen de lucht in gaan staat ook de kleurrijke grijns van Bruno Mars ons – toch – nog op het netvlies. Prijsnummer van deze editie: zowel Bløf als Ronnie Flex, die het grote veld deden meezingen met Omarm. Beren van kerels in Pearl Jam-shirts op de vrijdag, broertjes en zusjes voor wie Maan de ster van de zondag was – allemaal hielden ze elkaar even stevig vast. De pop glorieert meer dan ooit tevoren op Pinkpop, als is het de steviger kost die de meeste indruk maakt. En toch, Bruno Mars met z’n petje, zo uit Sesamstraat… Ja, het was leuk. Niets meer en niets minder. We sluiten de dag af met een lach. Het nieuws van de nacht kan eeuwig wachten.

Door Willem Bemboom en Reinier van der Zouw / Fotografie: Paul Barendregt

Gezien: 17 juni 2018, Megaland, Landgraaf

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

The Now Now
album
Gorillaz

The Now Now

Het is hollen of stilstaan bij Gorillaz. Vlak na Plastic Beach (2010) verscheen het tussendoortje The Fall en iets meer ...
Roskilde: Eminem breekt alles records
concert
Eminem

Roskilde: Eminem breekt alles records

Het festivalgeweld is in alle hevigheid dwars door Europa losgebarsten, en OOR’s Tom Engelshoven komt er natuurlijk niet onderuit om ...
Pohoda in Slowakije: het festival dat nooit slaapt
concert

Pohoda in Slowakije: het festival dat nooit slaapt

Wie via Wenen en Bratislava de reis naar Slowakije waagde voor het Pohoda Festival werd het afgelopen weekeinde beloond. Slapen ...

Recensie: Pinkpop dag 3: van de roze hoed en de zwarte rand (concert) | OOR