concert

Pohoda in Slowakije: het festival dat nooit slaapt

Wie via Wenen en Bratislava de reis naar Slowakije waagde voor het Pohoda Festival werd het afgelopen weekeinde beloond. Slapen deden de festivalgangers er drie dagen lang nauwelijks, zó intens blij bleken ze met de komst van artiesten uit binnen- en buitenland naar het gigantische oude vliegveld. OOR was erbij, zag headliners als Rodriguez en St.Vincent en smaakmakers als Ride en Blossoms en ontdekte: dit festival is geweldig.

Europa is één, de mensen zijn hetzelfde. In eerste opzicht zou je het misschien denken. Ook op Pohoda Festival gebeuren veel dingen die op festivals wereldwijd gebeuren. De grote, internationale acts staan ook hier op een immens hoofdpodium, ook hier zie je bands én dj’s, ook hier zijn sponsoren die met allerlei acties willen opvallen en ook hier dragen de hipsters hoedjes en vlotte zonnebrillen. Ook op Pohoda sjouwen festivalgangers uitbundig met allerlei planten als het allang weer licht is geworden, om zo zelf een feestje te vieren. Maar kijk eens goed en je ziet dat de verre reis loont. Want hier zijn veel dingen anders. Op dit oude vliegveld in een vallei lopen weliswaar dertigduizend festivalgangers rond, maar er ligt totaal geen afval op de grond. En waarom gaat het terrein eigenlijk nooit dicht, zelfs diep in de nacht niet?

En, muzikaal: welk groot publieksfestival durft het nou aan op het hoofdpodium te beginnen met een bloedserieus orkest met zwaar symfonisch materiaal? Want dat is hoe de eerste festivaldag hier in snikheet Centraal-Europa opent: met Bach en Mozart, overrompelend en gebracht door een statig orkest en begeleid door vervreemdende visuals die je eerder bij pakweg Chemical Brothers verwacht. Duizenden festivalgangers zitten in het gras, kijken en klappen hard en zonder enige ironie als er weer een muziekstuk op zit. Onze mond valt er van open. Dergelijke sensaties maken we de komende dagen vaker mee. Neem Billy Barman, de Slowaakse Bazart, zo horen we achteraf van de (Vlaamse, maar hier wonende) persdame. Tot in de lange rijen voor een biertje (halve liter Urpiner kost € 1,80!) worden zijn teksten meegezongen. De zangeressen in folkloristische kleding die Billy begeleiden worden minstens zo hard toegejuicht. Alsof Spinvis opeens danseressen in Zeeuwse klederdracht meeneemt. Sta je dan, als een van de weinige muziektoeristen, met je mond weer open.

Zoals het ook mooi is om te zien hoe Ziggy Marley donderdagavond verklaart écht intens gelukkig te zijn hier in Slowakije. Hij slaapt, zo horen we later, in een vijfsterrenhotel in het nabije Trenċin en komt pas een half uur voor aanvang deze kant uit. Merken we niks van. Hij predikt de revolutie, zingt over rebellie en covert ook wat hits van zijn vader. Dat doet hij op precies de juiste wijze: ingetogen, met de ogen dicht. Voor veel Slowaken is het horen van die nummers zichtbaar een haast orgastisch genot. Grote glimlachen breken op gezichten door, de handen gaan in de lucht. Hier staat natuurlijk maar mooi de zoon van hun reggaeheld. Dat Ziggy afsluit met een bejubeld indrukwekkend eigen nummer, Rebellion Rises, is desondanks wel een opsteker, zeker voor een zoon die altijd zal moeten blijven opboksen tegen zijn legendarische vader.

Die opsteker heeft Chemical Brothers niet nodig. Zij bezorgen dertigduizend Slowaken een genadeloos, loeihard anderhalf uur durend hoogtepunt, nagenoeg zonder adempauze, vol hits en fragmenten van hits. En dat zjjn er veel inmiddels, van Block Rocking Beats tot Star Guitar, dat op Pohoda trouwens extra lang wordt uitgesponnen. Als een van de weinige tracks, want de vaat zit er stevig in. Het tempo klopt, het geluid is geweldig, maar het zijn de visuals die ’t m doen. Wat een enorme lading aan knap gemaakte videokunst! Zó scherp zagen we dit duo nooit eerder. Het kraakheldere geluid op het hoofdpodium is om door een ringetje te halen, op alle van de vele podia eigenlijk. Aan bezuinigen doet Pohoda niet. Het festivalterrein is wijd uitgestrekt, overal staan podia. We zien tenten, openluchtpodia, zelfs een openluchttheater, allemaal uitgerust met indrukwekkende lichtinstallaties. Tussen die podia vind je allerlei winkelkramen, tientallen punten om eten te scoren, om uit te rusten, of om kunst te bewonderen. Het is een wonderlijke Centraal-Europese variant van Lowlands, met verrassingen om elke hoek.

Onze eigen Hollandse Bazzookas zullen dat ook zijn, verwonderd. Zij staan niet op een van de podia, maar letterlijk op hun eigen bus. Knap hoor: een megastuk rijden met je oude, knalgele Amerikaanse schoolbus, uren in de bloedhitte moeten wachten op het moment dat je na Chemical Brothers mag beginnen, en dan zó energiek spelen dat je de Slowaken diep in de nacht genadeloos aan het meezingen in het Nederlands (!) krijgt. Wat overigens een wonder is, want de Slowaken spreken niet veel Engels, ook de jongeren niet. Communiceren is op Pohoda af en toe moeilijk, eten bestellen is meer raden dan keuzes maken. Er is hooguit af en toe een woordje op papier herkenbaar – maar zeker niet in een gesprek. Engels is op Pohoda ook nog niet bepaald de voertaal, wat maakt dat je als toerist nog een exoot bent, een gast op hun intense feestje.

De eerste uren van de festivaldagen worden op Pohoda gereserveerd voor Slowaakse acts, het internationale aandeel begint later. Niks mis mee, maar de gemiddelde Slowaakse act maakt die muziek in eigen taal. Dat maakt de drempel bij vlagen toch een tikkie hoog. Een tip daarom voor de buitenlandse festivalganger: een uitstapje tussendoor per spotgoedkope taxi naar het stadje Trenċin, een kilometer of zeven verderop. Dat is een prachtige, groene stad met een kasteel op een berg en veel terrassen om lekker op te ontbijten. Koffie kost je hooguit anderhalve euro. Na een zalige ochtend op het terras bij het kasteel keren we opgefrist terug en is Scouting For Girls het eerste op ons muzikale menu. De band viert z’n tienjarige bestaan en daar word je eerlijk gezegd niet vrolijk van, zo blikkerig en middle of the road klinken hun nummers. En dan die covers, niveau coverband uit de kroeg: Bon Jovi, Elvis Presley. De een vindt het tof, de ander gruwelt. Deze groep trekt op het hoofdpodium hooguit duizend man.  Dan doet de band die volgt het een stuk beter.

Want als NME nog had bestaan, dan was Blossoms uit Stockport, Engeland deze zomer namelijk gewoon wéér the next big thing. De band is al aan de tweede plaat toe, maar heeft in zanger Tom Ogden een voorman die lijkt op een jonge Alex Turner. Hij heeft dezelfde air, dezelfde bewegingen en dezelfde praatjes. En dan van die melodieuze pareltjes tussendoor, hooguit iets te zoet gebracht met die synths: in Slowakije ontstaat op zulke muziek een vrolijk feestje, waarbij zoals bij iedere show met een beetje vaart vooral volop wordt bewogen. Dat kan allemaal. Vrijheid is een groot goed op Pohoda, een tikkeltje vrijgevochten. Want waar ter wereld kun je op een festival nu halve literblikken alcoholvrij bier kopen, voor maar €1,60? Of een gerookte makreel op een stok? Aan vip-tenten wordt ook niet gedaan, terwijl ook presentatoren die oproepen tot insmeren, matig alcoholgebruik en vroeg slapen hier ontbreken. Of misschien zeggen ze dat wel, maar dan in het Slowaaks. Niet gek dat de slechts twee Britse jongens die we gedurende het hele weekeinde zien ook allebei schandalig verbrand zijn.

Het intens hete festivalterrein wordt op dag twee opeens opgeschrikt door naderend onweer, dat uiteindelijk gelukkig uitblijft, en vervolgens een paar uur stevige regen. Tijdens de show van Ride, dat op een klein podiumpje omringt met tribunes speelt, komt het opeens met bakken uit de hemel. Er blijkt geen Slowaak die zich daar iets van aantrekt. Wat wil je, met vlijmscherp gespeelde gitaarmuur-versies van oud en nieuw werk en klasieke singles als Leave them all behind. Deze alternatieve zegetocht maakt indruk, ook op de band zelf. ‘You are a smiling crowd, I see smiles everywhere’, zegt Andy Bell, die een tijd in Oasis zat, zelfs als hij uitkijkt op de paar duizend Slowaken die het weer vrolijk trotseren. Wij zien die grijnzen ook, op het gezicht van de man naast ons bijvoorbeeld, de Vlaamse journalist Mathieu van HUMO, die helemaal – maar dan ook echt helemaal uit zijn dak gaat. Hij ziet namelijk tegelijkertijd op zijn telefoon dat zijn Belgen van de Brazilianen winnen en kan het allemaal niet geloven. ‘Dit is de perfecte soundtrack voor de overwinning’, kirt hij juichend. ‘Het is ongelooflijk! Heeft Nederland wel eens van de Brazilianen gewonnen?’’ Het succes is hem gegund.

Genoeg over voetbal. Vervolgens struinen we langs een duel tussen twee dames: de Noorse zangeres Aurora en de Britse zangeres Jessie Ware. De eerste speelt in een afgeladen tent, de tweede op het tweede podium in de openlucht. Ware zingt pop, van het soort dat je vooral op Eurovisie hoort, Aurora is vele malen eigenzinniger. Beiden zijn ze ongeveer even gelukkig met de opkomst en de aandacht van het publiek, Maar de wedstrijd wordt op punten beslist. Aurora verdient er simpelweg meer, met haar eigenzinnige aanpak.

Punten zijn er daarna ook voor de Slowaakse indierockband Diego, zo te horen het Clem Snide van Slowakije in een natuurlijk weer fijn volle tent, en nog meer voor een wel heel bijzonder fenomeen: door jongeren gebrachte folklore. De Slowaakse buurman in deze festivaltent vertelt ons desgevraagd dat Štefan Štec onlangs een programma in de geest van Slowakia’s Got Talent won, maar dan de folkloristische editie. Hij zingt liedjes van honderd jaar oud, in een naar Russisch neigend oud dialect, begeleid door jonkies die bloedserieus meespelen. In de tent gaat de boel op die muziek volledig z’n kop. Half Pohoda danst met elkaar, jong en oud en hip en minder hip, volkomen uitbundig. Die typische Centraal-Europese danspassen die je verwacht: check. En dat allemaal totaal zonder ironie, maar met puur plezier. Heel fijn.

Dertigduizend man en dan St. Vincent als headliner, waar kan dat? Juist, hier op Pohoda, en ze schotelt de Slowaken een bombastische electroshow in Kraftwerkopstelling voor, gekleed in een subliem vormgegeven podiumpak inclusief tepelklepjes. Hele families aanschouwen dit en worden een tikkeltje op de proef gesteld door zoveel grilligheid. Al zitten er onder de laag van kunstzinnige visuals en de ‘andere’ opstelling op het podium natuurlijk wel degelijk popliedjes verstopt. Best gek: St. Vincent is eigenzinnig en grillig en geen tournee die ze doet is hetzelfde, maar in de praatjes tussendoor klinkt ze opeens als Lady Gaga. Want ze houdt van Pohoda, van Slowakije en ze is blij. Meer indrukwekkend is haar beulswerk op de gitaar, die er van langs krijgt, terwijl twee van haar drie bandleden gekleed gaan in pakken die zelfs hun gezicht bedekken. Lekker, in deze hitte…

De ene festivalganger trekt na zo’n laatste headlinershow op Pohoda door tot het licht wordt, de ander pit een paar uur tot de klok 05:00 slaat en er op het hoofdpodium een klassiek zonsopgangconcert is. We verzinnen het niet: hier beginnen de dagen om vijf uur ’s ochtends (!) met de eerste show. Klassiek, uiteraard. En al die tijd gaat het terrein niet dicht. Her en der slapen mensen, scharrelen stelletjes, zingen vriendengroepen hun eigen liedjes. Kop koffie halen om zes uur ’s ochtends? Het kan allemaal. Daarna is het met allerlei Slowaaks gesproken talkshows en presentaties enigszins verwonderd wat komen gaat. Want verstaan doen we ze natuurlijk niet. Pas later ontdekken we dat zelfs de president en stervoetballer Marek Hamsik langs zijn gekomen.

Echt knotsgek wordt het bij de Australische zanger Donny Benét. Niet echt een knapperd natuurlijk, met zijn kale hoofd, enorme snor en spuuglelijk pak inclusief heuptasje, maar hij blijkt razend populair bij de meisjes. Ongelooflijk hoeveel hipsterdames dansen op zijn muziek en hoeveel hipsterjongens zijn naam tussen de dancenummers met krankzinnige teksten over liefde door schreeuwen. Zo’n ironisch, aalglad maar zeer dansbaar disconummer als Santorini moet er in Nederland bij het hipsterpubliek toch ook ingaan als koek. De presentatie is in ieder geval onvergetelijk lullig: Donny drukt zelf op de knop als een nummer begint en drukt die ook zelf weer uit.

Kan een band verliezen van de hitte? Everything Everything uit Engeland doet het. Hun pop-met-pretentie is normaal gesproken goed te pruimen voor liefhebbers van pakweg Alt J en Radiohead, maar deze band gaat genadeloos ten onder in de snikhete zon. Niemand die de referenties naar Brexit en allerlei andere maatschappelijke thema’s vandaag uit deze muziek haalt: wat rest is dus opeens een tandenloos optreden, precies op het moment dat ‘hun’ Engelse voetbalteam op het WK speelt. De band slaat zich er dapper door heen, maar winnen van 35 graden is teveel gevraagd vandaag.


Ook Little Dragon uit Zweden speelt in deze zon, maar deze band heeft het geluk dat single Ritual Union bij de mensen hier een hitje blijkt geweest. Het wordt in ieder geval helemaal meegezongen, aangevoerd door zanegres Yukimi in een spannend gewaad, als teken dat de middag af is gelopen en de avond begonnen – het begin van een stuk lekkerdere temperatuur, en een prima festivalprogramma. Met Calexico bijvoorbeeld, dat met een grote band hier vooral scoort met een ouder nummer als Crystal Frontier. Kun je ergens op dansen, dan doen de Slowaken het ook, en uitbundig bovendien. Niet gek dat het tot een duo uitgedund GusGus uit Ijsland met een electroset opeens ook megapopulair blijkt. Toeschouwers van overal komen aangesneld als ze deze dancebeats horen.

Grote smaakmaker op de laatste dag is evenwel veteraan Rodriguez, op hoge leeftijd zoals zoveel internationale muzikanten hier voor het eerst in Slowakije. En waarschijnlijk ook voor het laatst, want wat is hij broos geworden. Hij moet het podium op worden geholpen, ziet weinig meer en de energie is er bijna uit. Met wat laatste kracht speelt hij een set, begeleid door een Engelse band, die veel meer indruk maakt dan verwacht. Dit is geen concert, dit is een zwanenzang, een afscheid dat tot tranen toe ontroert. Traag trekt hij een jasje uit, of zet hij een hoedje op. Hij wil er iets theatraals van maken, maar in al zijn kwetsbaarheid staat hij figuurlijk naakt op het podium. Zijn losse gitaarspel, de teksten, het lukt allemaal maar net, maar naar Bob Dylan neigende nummers als Sugar Man Of Cause, ze zijn ronduit prachtig. Het applaus is als een warm bad – als hij van het podium moet worden gehaald hoor je het publiek een zucht slaken. Een onvergetelijk optreden.

Zoals heel Pohoda 2018 uiteindelijk onvergetelijk is, beseffen we als we om 05.00 uur ’s ochtends bij een zonsopgangconcert met een zigeunerband staan. Festivalgangers zwaaien met planten, dansen met elkaar, klappen hun handen stuk, terwijl in de bergen rondom het festival de zon langzaam begint te schijnen. De slotsom is in zo’n roes snel gemaakt. Dit festival is precies groot genoeg, biedt volop te kiezen en mag een publiek koesteren dat dankbaar helemaal uit z’n dak gaat en open staat voor allerlei nieuwe artiesten. ,’Het is voor veel mensen hier vanwege hun inkomen een hele uitgave om hier te zijn’, vertelt een persdame ons. ‘Daarom duiken ze er zo vol in. Bovendien krijgen we hier niet veel optredens te zien. Sommige bezoekers zien alleen tijdens dit weekeinde concerten.’ Een bijzondere ervaring is het ook daarom, naar Pohoda gaan. Vlieg naar Wenen, neem een transfer via Bratislava naar Trencin en dompel je onder in dit bijzondere festival. Je zult er weinig slapen, maar absoluut geen spijt van krijgen.

Fotografie: Hub Dautzenberg

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

Driemaal Melkweg
nieuws
Anathema

Driemaal Melkweg

Buiten hangt de herfst alweer in de lucht, binnen is het behaaglijk. Ook in de Melkweg, zo weten we uit ...
True Meanings
album
Paul Weller

True Meanings

Paul Weller houdt er de vaart in. Vorig jaar bracht hij A Kind Revolution uit, nu ligt er met True ...
Compilatie Chris Cornell aangekondigd
nieuws
Chris Cornell

Compilatie Chris Cornell aangekondigd

Op 16 november verschijnt er een uitgebreide compilatie van de overleden Chris Cornell. Het album, simpelweg Chris Cornell genaamd, is bedoeld als ...

Recensie: Pohoda in Slowakije: het festival dat nooit slaapt (concert) | OOR