concert

Pukkelpop dag 3: Waar is dat feestje?

In totaal zijn er 243.000 festivalgangers door de toegangspoortjes van Pukkelpop gegaan (drie dagen 66.000 bezoekers, en 45.000 op de openingsparty, de avond ervoor). De editie kan als top in de boeken, al lijkt de scheiding tussen de twee gedeelten van het terrein groter dan ooit. Een heel groot deel van de voornamelijk jongere bezoekers zweert bij de beats in de Dance Area (‘Car Seat Headrest? Wat bedoel je?’), de rest blijft zich voornamelijk een weg zoeken tussen de rockende bandjes in De Club of The Marquee (‘Who the fuck is Marshmello?’). Op de Mainstage moeten die werelden samenkomen. Toch krijgt de organisatie ieder jaar een groter probleem die waardig te vullen. Flume? Feest of geen feest, dat was de minste afsluiter uit de geschiedenis van Pukkelpop.

Onze laatste route waarbij we wederom 80% van de optreden op de acht podia gaan missen, start heel vroeg in de middag bij een van de opvallend talrijk aanwezige Nederlandse acts op Pukkelpop. Rappers voornamelijk. Ook de Vlamingen beginnen de Caraïbische beats van de Rotterdamse hiphoppers Broederliefde te ontdekken. Een volle Dance Hall is hun deel. De gemiddelde leeftijd in die hal is jong. De meisjes vooraan gillen en schudden met hun achterste, de jonge haantjes proberen vooral stoer te kijken. Vuurwerk, confettikanonnen en rookpluimen, de hele feestwinkel wordt opengetrokken als de dj steeds een nieuwe hit instart en de broedermannen hun publiek laten springen of wuiven op hun Jungle-ritmes en zelfs mee laten zingen op het refreintje van Drank & Drugs van hun Nederlandse collega’s Lil’ Kleine en Ronnie Flex. ‘Waar is dat feestje?’

Voor gitaarliefhebbers is het feestje even later in de Club. Daar laat Car Seat Headrest horen dat de positieve berichten die vanuit Seattle de wereld over vlogen niet overdreven zijn. De band van de 24-jarige songschrijver Will Toledo is na een aantal helden uit de jaren negentig de nieuwe sensatie uit die stad binnen de indierock. Het optreden begint met een vreemde sample, daarna valt de drummer in en sluit de rest van het kwartet er zich een voor een bij aan zodat de zaak uiteindelijk toch losbarst. Sterke liedjes, goede teksten en gierend gitaarspel bij vlagen. Het T-shirtje van Dinosaur Jr. spreekt boekdelen. Destijds kocht hun plaatsgenoot Krist Novoselic een soortgelijk shirt op Ein Abend In Wien. Deze band teert niet op de erfenis van Nirvana, daar zijn de liedjes van Toledo (type studentikoze nerd met bril en gouden pen) op een andere manier te geniaal voor. ‘You’ve Got No Right To Be Depressed’ zingt hij (samen met het publiek) in Fill In The Blank. En zo is het maar net tijdens Pukkelpop. De hoofden in de Club bangen mee tijdens de vaak lang uitgesponnen rockliedjes. ‘It doesn’t have to be like this’ zingen ze in Drunk Drivers/Killer Whales, een van de hoogtepunten van hun album Teens Of Denial. Gelijk hebben ze. Feesten oké, maar daarna niet dronken achter het stuur naar huis. Het is trouwens nog gewoon middag op Pukkelpop.

Nog meer verschroeiende gitaren. Nu soms vier in getal, bij The Afghan Whigs op de Mainstage, voor een bij aanvang matig gevulde weide. De mensen die wel de moeite nemen zich voor het gigantische podium te posteren worden getrakteerd op een soulvolle rockshow van een in topvorm verkerende Greg Dulli. Hij is weliswaar wat kilo’s aangekomen en inmiddels de vijftig gepasseerd, zijn uithalen zijn uit duizenden herkenbaar. Ook de rockende manier van soul bedrijven is uniek, want geen enkele band klinkt als The Afghan Whigs. De mannen spelen weliswaar een oud nummer van The Twilight Singers, maar ook dat was destijds met Dulli aan het roer. Afgetrapt wordt er met Arabian Heights, meteen een van de hoogtepunten van het nieuwe album Inspades. De band speelt er nog drie songs van. De rest is ouder. Tezamen vormen ze een dampende set, zelfs tijdens de twee tracks die Dulli, dan zonder zonnebril, vanachter de piano zingt of de twee tracks met de van Mumford & Sons geleende blazers. ‘I’ve got the devil in me’, zingt Dulli. Dat valt mee. Prachtig is het moment waarop hij zijn twee maanden geleden overleden gitarist Dave Rosser, die er tijdens de laatste passage op Pukkelpop nog bij was, herdacht. Hij wijst naar de hemel, de regen stopt en de zon breekt door. Natuurlijk is dat toeval, maar een mooi moment is het wel, tijdens het met een stukje The Last Goodbye van Jeff Bucley opgesierde Can Rova. Dulli vertelt al op Pukkelpop gestaan te hebben toen de meeste bezoekers van de editie dit jaar nog niet eens geboren waren. Hij mag het van ons nog even volhouden. Tot ook zij weer kinderen hebben die niet alleen naar de Boiler Room willen om te dansen.

We wagen opnieuw een poging in de Dance area voor het optreden van opnieuw een Nederlandse act: Bakermat. Soms heeft hij een gastzanger bij, soms draait hij een van zijn eigen grote knallers (Vandaag was ook in Vlaanderen een grote hit), wat deephouse en makkelijk scorende techno. Tussendoor passeren oude tracks van onder meer Snap! De 25-jarige, in zijn kenmerkende blaaskapellen jasje gehulde, Lodewijk Fluttert geniet en het publiek danst en springt als ze weer iets herkenbaars horen.

In de Club kan er ook gedanst worden bij BadBadNotGood. Dat bewegen is bij dit kwartet van een heel andere orde. In het door HUMO aangeleverde blokkenschema heeft de band hetzelfde kleurtje gekregen als Broederliefde en HO99O9, die van hiphop dus. Oké, de mannen lenen wel eens een groove uit dat genre, wat ze op Pukkelpop spelen is toch minstens de helft van de tijd puur jazz. Met ballen, fraaie ingewikkelde solo’s en met enorm veel individuele vrijheid. Technisch zijn de heren op drums, bas, keys en sax zwaar onderlegd. Onvergelijkbaar eigenlijk met bijna alles op de andere podia deze editie. Het merendeel van de nummers in het eerste deel is stevig, dansbaar en funky, gewaagd is zeker de afsluiter uit de categorie freejazz van het meest avontuurlijke soort.

Terug van weggeweest: At The Drive-In. Is dat goed nieuws? De in 1994 in Texas opgerichte punkrockband leverde voor de opsplitsing in The Mars Volta en Sparta een aantal furieuze optredens af, ook in Kiewit. Het eerste kwartier komt er weinig van terecht die reputatie opnieuw waar te maken. Hun intelligente, furieuze punk wordt door een overdaad aan energie, noten en decibels aardig om zeep geholpen. Net nadat je je afgevraagd hebt wat zanger Cedric Bixler-Zavala in godsnaam genuttigd heeft vóór de show, wordt er door zowel band als geluidsman een tandje teruggeschakeld. Er is van het gevloek en getier van Bixler-Zavala nog steeds niet veel te verstaan, zijn band ontrolt wel een groot aantal prima songs over het publiek uit. Punk voor gymnasiasten en/of masochisten. Het gitaarwerk van Omar Rodríguez-López en de drumpartijen van Tony Hajjar, zowel in de nieuwe songs als de paar klassiekers, zijn mathematisch van hoog niveau en het einde van de set is even memorabel sterk als het begin slecht was.

Op het einde van dag staan er wel een aantal grote acts op de Mainstage die goed bij een breed publiek scoren. Na de in sneltreinvaart omhoog stomende Britse duo Bear’s Den zorgt de al even Britse Mumford & Sons voor een grote volksverhuizing. Waar is de tijd gebleven dat de groep nog weigerde op de Mainstage te spelen en er verkeersproblemen ontstonden in de veel te kleine Marquee? Om precies te zijn: dat is zeven jaar geleden. De reden toen: ‘Onze folkmuziek werkt beter in kleinere clubs’, aldus Mumford. Daar hebben ze op zich helemaal gelijk in, maar zo werkt het dus helaas niet. De populariteit van jouw muziek bepaalt de grote van podium en zaal of weide. Principes zijn er dus om gebroken te worden. Al bij het tweede nummer (Little Lion Man van debuut Sigh No More) blijkt dat die angst van toen ongegrond was. De massa danst, de massa zingt, de massa lacht. Even, want de show met ook niet-hits zakt regelmatig in. Het is tot het negende nummer wachten tot er weer een song van dat ongekend populaire debuutalbum wordt gespeeld. Er volgen er daarna nog twee. De band speelt degelijk, snapt soms redelijk goed hoe je het spel met licht en confetti op een mainstage mee moet spelen, maar blijft ook heerlijk eigenwijs door minder hapklare brokken te spelen. Zo memorabel als in 2010 wordt het nooit meer.

Mumford & Sons zijn niet de afsluiter op de Mainstage op de slotdag van editie 2017. Die eer valt Flume te beurt. Flume staat voor Harley Edward Streten, een 25-jarige producer/muzikant uit Australië. Hij stond in 2014 ook al eens op het festival, op een bescheidener plekje op de affiche. Dat had zo moeten blijven. Elektronische dansmuziek tot slot van Pukkelpop, dat is op zich niets nieuws. In deze tijd is dat misschien ook wel logisch. De set die Flume vanaf de Mainstage de weide opblaast is echter zo slordig ineengestoken dat niet alleen de dansende fans vooraan, ook de nieuwsgierigen naar wie in godsnaam die goser alleen op dat grote podium mag zijn, worden steeds opnieuw op het verkeerde been gezet. De enthousiaste fans ten spijt, op deze manier mag een festival niet eindigen. Niet vanwege de mierzoete passages, niet vanwege de stevige dansmixen of vanwege het feit dat Streten toont ook muzikant te zijn. Het is het geheel – deze tracks in die volgorde – die van dit optreden van Flume een aanfluiting maken. Een bakje lauwe oprotkoffie. Het maakt de weg richting uitgang gemakkelijker. We pikken nog een flard van het oude Pukkelpop mee. Mauro (kind van Limburg) doet wild in zijn Gruppo di Pawlowski op het kleinste podium, De Lift. Hij verkracht en passant nog even de hit Prisencolinensinainciusol van Adriano Celentano uit 1972. Kijk, zo kan het ook. Natuurlijk, dit is ook allesbehalve mainstage-waardig, maar dat pretendeert het ook niet te zijn. Het is vuurwerk zonder kruiddampen als slot van 224 uur muziek op Pukkelpop 2017. Vanaf 15 augustus 2018 gaan ze dat daar in Kiewit-Hasselt vast nog een keertje overdoen. Met ongeveer 221 andere artiesten.   

Fotografie: Marke Tentster

Gezien: 19 augustus 2017, Pukkelpop, Kiewit

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

<span class="club">Club</span> <span class="oor">OOR</span> was op Pinkpop
nieuws

Club OOR was op Pinkpop

OOR was op Pinkpop! We waren er met een eigen Club OOR-stand, waar verschillende artiesten langskwamen om een krabbel uit te ...
Pinkpop dag 2: tekens van boven
concert
Foo Fighters

Pinkpop dag 2: tekens van boven

De 49ste editie van Pinkpop vindt dit weekend weer plaats in Landgraaf en OOR is alle drie de dagen van ...
Pinkpop dag 3: van de roze hoed en de zwarte rand
concert

Pinkpop dag 3: van de roze hoed en de zwarte rand

De 49ste editie van Pinkpop vond dit weekend weer plaats in Landgraaf en OOR was alle drie de dagen van ...

Recensie: Pukkelpop dag 3: Waar is dat feestje? (concert) | OOR