Hoeveel genialiteit kan een mens eigenlijk verdragen? Zou het Barcelona van Messi en co ooit gaan vervelen, of voor de niet-voetballiefhebber: een Olympische 100 meter-finale met Usain Bolt in topvorm? Het zijn van die vragen die zo ergens halverwege het Radiohead-concert in de Ziggo Dome spontaan opborrelen als de band het zoveelste magistrale momentje heeft genoteerd. Je weet het van tevoren, dit zou wel eens het concert van het jaar kunnen worden. Maar ja, dan moet het natuurlijk nog wel even waar worden gemaakt.
De verstokte fan van het allereerste uur zal ongetwijfeld opmerken (klagen) dat de setlijst wel heel erg Radiohead 3.0 is en dat de oudere, meer songgeoriënteerde gitaarliedjes tegenwoordig nauwelijks nog aan bod komen. Maar wie van de 17.000 aanwezigen vanavond had eigenlijk verwacht dat het al vroeg gespeelde Lucky (inclusief een eerste shot kippenvel van top tot teen dankzij dat bekende gitaarsolootje) de opmaat zou vormen voor een set vol liedjes van OK Computer of The Bends? Wat dat betreft is de toch nog enigszins onverwachte opener (want: geen Lotus Flower zoals gebruikelijk) Bloom een stuk representatiever voor de rest van de avond die vooral gedomineerd wordt door de tegendraadse (break)beats, repeterende gitaarlijntjes en vervreemdende geluidseffecten van de post-OK Computer-periode. Bedwelmende en hypnotiserende muziek die met de jaren meer en meer om ritmes en grooves lijkt te draaien. Dat wordt in de Ziggo Dome nog eens onderstreept door een mee drummende Jonny Greenwood (op Bloom en het wederom imposant voortdenderende There There), een met tamboerijn zwaaiende Ed O’Brien en een met sambaballen schuddende Thom Yorke.
Yorke, met het haar in een kunstzinnig knotje geknoopt, blijft ondertussen de onbetwiste spil van het geheel. Hij mag dan nog altijd weinig tot niets tegen zijn publiek zeggen, de veelvuldig schokschouderende zanger en zijn wilde gebaren (ergens tussen een enthousiaste raver en een indiaan die om regen smeekt) blijven meeslepend en boeiend genoeg om in op te gaan. En anders is er altijd nog de uitgekiende lichtshow die Radiohead heeft meegenomen: een indrukwekkende lichtwand achter de band, en een tiental verschuivende videopanelen boven het podium die verschillende vormen kunnen aannemen. Vooral de regelmatig van kleur verspringende panelen leveren een prachtig, licht-hallucinerend schouwspel op dat perfect aansluit bij de diverse sferen waartussen Radiohead schakelt.
Want het mag vanavond dan vooral om laatste album The King Of Limbs draaien, zo heel af en toe wordt er toch ook teruggegrepen naar oudere successen als Paranoid Android (met prachtige Las Vegas-achtige lichten in de harde stukken) en – vrij verrassend – Karma Police. Dat we geen enkele song van The Bends krijgen is jammer ja, maar gezien de algehele euforie die na dik twee uur door de Ziggo Dome zindert niet meer dan een voetnoot bij een geweldige avond. In de toegift volgt nog een subliem Give Up The Ghost, een nietsontziend Supercollider dat de broekspijpen laat trillen en tot slot een compacte, overdonderende flipperkastversie van Idioteque waarna we happend naar adem naar buiten strompelen. Het is pas oktober ja, maar toch: concert van het jaar.
Fotografie Dimitri Hakke
Gezien: 14 oktober 2012, Ziggo Dome, Amsterdam


