concert

Roskilde: Everything Now!

Zoals Régine Chassagne steeds meer op Brigitte Kaandorp begint te lijken, zo verandert Win Butler steeds meer in Anthony Hopkins. Nooit zagen we hem zijn hoed zo af nemen voor een publiek als hier in de Deense klei. Aan het eind van de zinderende show van Arcade Fire op de afsluitende avond van Roskilde. De grijns op zijn gelaat is verguld. Intens voldaan en dankbaar. Met opvallend Amerikaanse tongval: ‘It was so uplifting to play for you.’ Zijn diagnose: ‘Dit is een shitty tijd voor de wereld. Maar hier – dat kun je voelen – hangt vrede in de lucht.’ De hoed gaat af met een wijds gebaar. Dat kan Roskilde in z’n zak steken. Wins zegen, zijn Orbi et Urbi: ‘Bless you, thank you so fucking much.

Het is een pracht van een avond. De wolken boven de Orange Stage zijn verdwenen. ‘We hebben de zon gezien.’ Win zegt het voor ons allemaal, de minimaal zestigduizend gelukzaligen voor zijn neus. Maar Win refereert hier ook aan tien jaar geleden. Toen Arcade Fire hier voor het eerst speelde. In 2007 regende het vier dagen onophoudelijk. Tijdens hun show wellicht het heftigst. Het water stroomde destijds als kolkende rivieren van de Arena-tent waarin zij optraden. Zo erg is het deze editie gelukkig niet. Deze editie houdt het de eerste twee dagen droog. Het op kaplaarzen en in regenkleding door de modder (Smet, noemen ze het in Roskilde) schuifelen begint pas op dag drie. Odin zij gedankt, op de afsluitende vierde dag blijft het nagenoeg droog. Nog even over Arcade Fire nu: wat is Everything Now toch een geweldig liedje. Helemaal van toepassing op een festival dat al sinds 1972 elke editie precies dat brengt. Everything Now. Geen doelgroep-denken, geen hokjes, programmeren zonder oogkleppen: gewoon alles wat goed en relevant is aan popmuziek uit de hele wereld halen en in vier dagen op een zestal podia proppen. Ja, daar neem je je hoed voor af.

Wat voor weer het ook is, Roskilde blijft Roskilde. Het Glastonbury van Scandinavië. Zou er een eredivisie van festivals ter wereld zijn, dan doet het legendarische Deense festival altijd mee voor de prijzen, zo niet het kampioenschap. Allereerst is er steeds weer die waanzinnige line-up. Everything Now, indeed. Het wemelt van de grote namen, maar je ziet hier ook upcoming acts waarvan je blij bent dat je ze nu nog in redelijk intieme setting kunt aanschouwen. Roskilde is het walhalla voor de festivalganger die zowel in de diepte als in de breedte geïnteresseerd is in muziek. Dan is er natuurlijk ook de enorme schaal. Tachtig duizend bezoekers (ook dit jaar weer uitverkocht) en dertig duizend vrijwilligers op een gigantisch terrein. De Deense nachten zijn kort, de avonden vaak magisch. Vooral bij het iconische Orange Stage dringt het oergevoel van de Scandinavische midzomernacht zich bijna tastbaar op. Alcohol (bier) is niet weg te denken. Tuborg (45 DKK voor een halve liter = zes euro) draait overuren. Het aanbod aan barretjes, maar ook restaurants van vrijwel elke denkbare cuisine is onuitputtelijk. Meer couleur locale: de meisjes die overal neerhurken om vrijelijk te plassen. Het non profit-karakter van het festival, de winst gaat naar goede doelen. De gemoedelijkheid beweegt zich op Scandinavische wijze tussen sixties hippie en modern consumentisme. Wat ze hier noemen het Orange Feeling. De vrijwilligers voor het grote podium lijken getraind om een ieder ‘Hygge’ tegemoet te treden. Wil je toch rouwdouwen? Dan kan dat bij shows die in het programmaboekje voorzien zijn van een hoogspannings-icoontje. De security zal niet ingrijpen, hoe heet het ook toegaat in de mosh pits van deze zogenaamde high energy concerts. De waanzinnige campings mogen er ook zijn. Ze vertonen een Mad Max-achtige aanblik met rituelen als de ‘naked run’ (hardlooprace tussen blote jongens en meisjes). Maar het gaat ons natuurlijk om de muziek, altijd weer de muziek.

Neem zo’n eerste dag. Terwijl de wind toeneemt, waai je mee langs de podia. Je ziet en hoort het vrouwencollectief Warpaint hun uitgesponnen psychedelische New Order-wave te beste brengen. Zangers Emily Kokal maakt rare dansjes op het plankier. Fijn optreden. Je dwarrelt naar de andere kant van het terrein. Op het dance podium (Apollo) staat Rüfüs uit Australië. Loungy grooves met falsetzang en ingehouden intermezzo’s. Verdient een zwoelere ambiance. Nooit eerder van Alsarah & The Nubatones gehoord, maar deze Soedanees-Amerikaanse band swingt de pan uit. Zeer dansbare beat, percussie en diepe basgrooves. Twee majestueuze zangeressen. Een in fonkelend witte westerse dracht. De ander in het exotisch gewaad is Alsarah. Deze ‘koningin van de Oost-Afrikaanse retro-pop’ woont in Brooklyn. Waanzinnig funky! Even later zet G-Eazy de Arena op z’n kop. Blanke rapper uit Oakland, er komt veel ge-Bitch uit zijn mond. Was hier twee jaar geleden ook al en verklaarde toen: I come back every year untill I die. Is vanavond meer dan levend. Zijn flow is soms wat rommelig, maar zijn beats zijn van het soort waarin je kunt gaan hangen. Massale party! En zo ga je door, van de lompe Amerikaanse stonerrockers Red Fang langs het warmbloedige Bicep uit Belfast die in de Apollo een hoogpolig elektronisch tapijt uitrollen dat soms aan Disclosure doet denken. Je belandt vanzelf bij The Weeknd. Pinkpop had Bieber, Roskilde heeft deze zevenentwintigjarige Abel Tesfaye uit Canada, met z’n fantastische stem. Om de jonge mensen ‘te binden’ en vooral om ze te laten dansen. The Weeknd trakteert. Serveert heerlijke beats en tracks die iedereen meezingt. Geweldige sfeer op het grote veld voor The Orange. Zo af en toe een onvervalste zomerdeun, maar vooral intelligente versmelting van hiphop en r&b gebracht door een gepassioneerde entertainer. Het is koud, maar The Weeknd maakt muziek waaraan je je kunt warmen. Verderop staat de Amerikaanse singer-songwriter Kevin Morby te spelen. Draagt een pilotenpak van parachutestof. Voor een veel kleiner publiek, dat wel, brengt hij een opwindend en bevlogen optreden. Spannend is ook de vrouwelijke gitarist, die de show steelt.

Op dag twee iets minder wind, grijs weer. Blood Commando brengt punk uit Bergen. Noorwegen. Blonde krijsende zangeres in strakke outfit. Energiek, onstuimig, een beetje slordig ook, mag de pret niet drukken. In de Arena is Future Islands helemaal top. Samuel T. Herring, nu met baard en druipsnor, zet een vervaarlijke gromstem op. Hij emotioneert en hangt tegelijkertijd de paljas uit. Part method actor, part orang oetan. Retestrakke synthipop. Future Islands zijn meesters in het opbouwen van spanning, waarna de ontlading extra bevredigt. Hilariteit alom als Samuel zijn soepele heupzwaai-act doet in Seasons (Waiting On You). Duizelingwekkend sterk is vervolgens de fascinerende riff-rock van Royal Blood. Wat kun je toch een heerlijke herrie maken met z’n twee. Ter plekke alle lompe clichés uit de rockhistorie heruitvinden. En dan ook die drumsolo. Hiervoor is het woord vet uitgevonden. Lachen ook als drummer Ben Thatcher zijn kit verlaat om het Deense publiek te verklappen dat hij vele jaren van zijn leven maar eens wens had: dat hij Peter Schmeichel was! Kan het contrast groter? Ook een soort koninklijk bloed: Solange, zus van Beyoncé, maar ho ho .. op eigen kracht in de Arena verbluffend majestueus. Achter haar een prachtig uitgelicht paarsrode maan, en daaronder een hele jazzy, vaak synchroon (fenomenaal!) dansende band in het rood gekleed. Een spectaculaire soulrevue anno 2017, zo mooi! Geweldige show van Solange met haar getoupeerde haar, fantastische stem en idem choreografie met haar bandleden. Stijlvol, smaakvol en gracieus. Indrukwekkend om dit mee te mogen maken. Plat, maar vermakelijk steekt daarbij even later Erasure af. Vince Clarke en Andy Bell, heerlijk gay, ontketenen met hun eighties disco een waar volksfeest van hossende mensen. Tongue in cheek britishness ten top, een feest ook van verbroedering. En wat zien we nou bij The xx? Gitariste en voormalig muurbloempje Romy Madley Croft staat bijkans te headbangen tijdens een optreden dat we van deze chronische binnenvetters niet zo uitbundig en dynamisch verwacht hadden. Tegenpool Oliver Sim loopt ook al vervaarlijk met zijn bas te zwaaien en verwijst en passent lovend naar het waanzinnige optreden van Solange even te voren. Op het grote podium van The Orange – waar het geluid overigens van verbijsterend hoge kwaliteit is – blijkt The xx vanavond omgetoverd tot een extraverte, bijna feestelijke en bijzonder expressieve new wave band met dance- en dub-invloeden (courtesy of Jamie xx).

Op dag drie komt de regen dus met bakken uit de hemel. Het Deense duo Cancer (rotnaam, verwijzing naar de dood van de vader van de zanger) levert de perfecte dromerige melodische muziek voor druilerig weer. Die zanger heet Nikolaj Vonsild. Een lange, blonde licht, neurotische jongen met een hoge bibberfalset richting Jeff Buckley. Verrassend sterke sfeervolle folkrock. Karen Elson, de roodharige chanteuse en ex- van Jack White, geeft een wat ongemakkelijk maar ook wel weer mooi optreden, dat ook al prima past bij het regenachtig weer. Vijf begeleiders, waarvan een harpiste. Ze heeft een mooie, heldere Britse folkstem, deze Karen, haar liedjes (vaak Americana) zijn doorspekt van spookachtige geluidjes. Het blijft allemaal wel wat ingehouden. Daar heeft Seun Kuti (zoon van Fela, de Afrobeat-legende uit Nigeria) helemaal geen last van. Zal er een ander festival in Europa zijn dat een Afrikaanse act op het grootste podium neerzet? Roskilde doet het gewoon. Jammer van de regen dan, maar de muzikanten doen wel een das om of zetten een wollen muts op! De danseressen zijn blootvoets, ze dragen korte rokjes en schudden, nee schokken met hun billen. Seun, de militante, heftig toeterend op zijn saxofoon, heeft rapper Mos Def (blauwe ijsmuts) meegenomen, door hem aangekondigd als ‘my brother uit the United States of Africa’. IJzersterk, compromisloos swingend optreden, een waar Afrobeat festijn. Ook al zo goed: Tinashe. Amerikaanse. Kroonprinses van Beyonce. Meer dan honderd miljoen streams voor haar single 2 On. Pittig meisje met Janet Jackson-achtige allure en Shakira achtig uiterlijk. Bijgestaan door een groep breakdancende meiden en alleen een drummer en een DJ. De energie spat er van af. Ultra Amerikaans dat wel. Stevige R&B, EDM, Dance. Veel vitaler dan de wat wezenloze indruk die Angel Olsen een paar honderd meter verderop maakt. Ze is aan het eind van haar tournee en zegt – opgelucht – dat zij en haar in pak gestoken mannelijke en vrouwelijke begeleiders elkaar in ieder geval niet van het leven hebben beroofd. Tja, kwestie van beetje vastgelopen indie. Oprechte trots daarentegen voel ik voor Fatima Yamaha (alias Bastiaan Bron, o.a. van De Jeugd van Tegenwoordig). In de Apollo levert hij een  puike set af. Strakke opbouw, spannend, intelligent en dansbaar. Tropical, aanvankelijk hobbelend, maar allengs onweerstaanbaar opzwepend. Bastiaan doet heel veel mensen dansen in de regen. Onvergetelijke aanblik! Father John Misty dan. Op The Orange. Met een Deens orkest (het Tivoli Copenhagen Phil). Zijn weergaloos mooie stem verenigt Beach Boys (fase jaren zeventig) en Elton John. Een parmantige slungelachtige bebaarde testosteronbom. Vaak over het podium trippelend op z’n Nick Caves, een slokje whiskey tussen de nummers door nippend. Hij boeit beslist, deze romanticus-met-ironische-distantie, maar kiest op den duur misschien net iets te vaak voor het zelfde midtempo-melodrama. Ongelofelijk trouwens hoeveel volk er ondertussen in de Arena afgekomen is op de volmaakte sferische wave (hoe Scandinavisch!) van Trentemøller. Duister, maar toch weer zeer toegankelijk, IKEA, maar dan in muziek gevangen. Wat dan weer heel erg contrasteert met de knetterharde energieke, onbehouwen Amerikaanse rock-op-zijn-best-anno-2017 van Foo Fighters. Dave Grohl – fris gewassen haar – is  qua performance hard op weg de Bruce Springsteen van zijn generatie te worden. Hij verwijst naar de eerste keer dat hij op dit podium speelde. Drieëntwintig was hij. Nirvana moest spelen, maar eerst moest er een belangrijke voetbalwedstrijd afgelopen zijn. De belangrijkste wedstrijd die een Deens elftal ooit speelde. Denemarken-Duitsland, 2-0 werd het en Denemarken werd Europees kampioen met een veredeld camping elftal. Je zal een Deen zijn geweest en onmiddellijk daarna Nirvana hebben zien optreden! Goede, opwindende show van Foo Fighters trouwens.

Dag vier. Iedereen moe. Toch tijd voor een heuse ontdekking. Aaron Lee Tasjan uit New Albany, Ohio. Al weer zo’n vertegenwoordiger van het nieuwe Nashville. Wow, wat is deze dertigjarige goed. Bebaard hoofd onder paarse pet. Hij heeft een zwarte drummer en een blanke bassist bij zich, en ze spelen net zo makkelijk een powerpunk als groovende southern rock. Vreemd genoeg, het is opper-Amerikaans wat Aaron doet, roept hij ook telkens de gedachte aan Britse grootheden op. Bowie, Beatles, Britpop. Zijn liedjes zijn puntig. Heftig hoe sterk hij soleert op zijn gitaar, waarbij hij attaquerende poses aanneemt. Machtig stem. Vertelt een anekdote over het nummer Bitch Can’t Sing. Dat hij midden in een groep vrouwen voor een podium staat te kijken naar een zangeres en naast hem een andere man staat – ‘een dickhead, dat zag je meteen’ – die in een stilte tussen twee nummers keihard Bitch can’t sing zegt, waarop de hem omringende vrouwen van Aaron eisen dat hij zijn botte seksegenoot tot de orde roept. Laf als hij is, schreef er later een liedje over. We zien Digable Planets  (groovy, jazzy nineties hiphop, terug van weg geweest), funky ook, lange uitgesponnen tracks.  De Noorse Jenny Hval doet een weird optreden. Zij en haar band dragen zwart witte insectenpakken (of iets in de geest, breng het maar eens thuis). Duistere elektronische theatrale muziek. Soms draagt Jenny een zwarte pruik. Dan weer niet, en zien we haar gewone haar (blauw).  Mooi en intrigerend, maar zwaar op de hand. We zien Halsey, de tweeëntwintigjarige Amerikaanse zangeres, die op ons minder indruk maakt dan Tinashe. Synthpop met tribale drums, wat kunnen we er meer van maken? Halsey – grijze pruik? – draagt een witte sweater tot over de heupen en hot pants en ze zingt heel vaak terwijl ze door haar heupen zakt. Achter haar staat een in wit geklede band op een verhoging met bloemstukken. Ze maakt muziek voor de popmarkt, met avontuurlijke ambitie, dat is duidelijk, maar helemaal overkomen doet het niet. The New York Times omschreef haar al als ‘een millenial gebouwd in een laboratorium’ en dat begrijpen we bij het zien van haar optreden dan weer wel. Maar ja, wie zijn wij, de meisjes vooraan zingen haar nummers allemaal woordelijk mee, met duidelijk oprechte emotie op hun gezichten. Het grootse volksfeest van Roskilde speelt zich even later af op het terrein voor The Orange. De zon openbaart zich uitbundig, terwijl iedereen en dan bedoel ik echt IEDEREEN (inclusief bejaarde echtparen) staat uiterst vrolijk te dansen op de pure hiphop van Ice Cube. Zestig duizend blanke blonde Denen, wat je noemt: hiphop voor de massa! Recht-toe-recht-aan. Af en toe een stukje James Brown om de meute bij de les te houden. ‘Dit is meer the real deal dan Coachella’, zegt Ice wat verbouwereerd. Ach ja. Het is niet voor niets dat Win Butler spelen voor dit publiek enkele uren later op die zelfde plek ‘uplifting’ zal noemen. En – terecht – zijn hoed afneemt voor Roskilde.

Foto’s: Kim Adrian, Betina Garcia en Krists Luhaers

Deel dit artikel

Meest gelezen artikelen

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment
11-tal

OOR 11-tal: dit zijn de beste albums van het moment

Elke maand selecteren we de beste en belangrijkste albums van het moment. Een elftal niet te missen platen, hand-picked door de ...
'De security wordt straks een soort dokter bij de club'
muziek in coronatijd

‘De security wordt straks een soort dokter bij de club’

Ook voor de popmuziek zijn het ongekende tijden. In dit blog signaleert en bespreekt OOR-columnist Hooijer de ontwikkelingen in de ...
De erfenis van Thin Lizzy: 'Die solo's, groots!'
achtergrond
thin lizzy

De erfenis van Thin Lizzy: ‘Die solo’s, groots!’

Silverbacks-zanger Daniel O’Kelly over de erfenis van de tragische rockheld Phil Lynott, die wordt geëerd met een boxset en een ...

Recensie: Roskilde: Everything Now! (concert) | OOR